Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

MEMO/04/102

Brussel, 19 mei 2004

Vragen en antwoorden over de GGO-wetgeving in de EU
Wat zijn GGO's en GGM's?

Genetische modificatie, gentechnologie of recombinant-DNA-technologie, die in de jaren zeventig voor het eerst werd toegepast, is een van de nieuwste methoden om micro-organismen, planten en dieren nieuwe eigenschappen te geven. Anders dan de andere methoden voor genetische verbetering is de toepassing van deze technologie strikt gereglementeerd. Voordat een genetisch gemodificeerd organisme of product in de EU in de handel kan worden gebracht, wordt het onderworpen aan een goedkeuringsprocedure waarbij de veiligheid voor mensen, dieren en het milieu grondig wordt onderzocht.

Genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) en genetisch gemodificeerde micro-organismen (GGM's) kunnen worden gedefinieerd als (micro-)organismen waarvan het genetisch materiaal (DNA) op andere wijze dan door voortplanting of natuurlijke recombinatie gewijzigd is. Vaak wordt deze technologie "moderne biotechnologie" of "gentechnologie" genoemd, en soms ook "recombinant-DNA-technologie". Met behulp van deze technologie kunnen genen van een organisme worden overgebracht naar een ander organisme, ook wanneer beide soorten niet verwant zijn.

Doorgaans gaat het bij GGO's om GG-gewassen, zoals maïs-, soja-, koolzaad- en katoenvariëteiten. In de regel zijn ze genetisch gemodificeerd om ze resistent te maken tegen bepaalde schadelijke insecten of tolerant tegen bepaalde herbiciden.

Door planten te ontwikkelen die resistent zijn tegen insecten, zijn minder pesticiden nodig om deze te bestrijden. Wanneer planten worden gebruikt die tolerant zijn voor een bepaald breedwerkend herbicide, kan dat worden toegepast voor de verwijdering van allerlei onkruid tussen het gewas zonder dat de GG-planten hiervan zelf te lijden hebben. Door een breedwerkend herbicide te gebruiken is er minder behoefte aan besproeiing met allerlei andere herbiciden, die slechts een soort of enkele soorten onkruid bestrijden.

Overzicht van de EU-wetgeving over GGO's

Sinds het begin van de jaren negentig is er EU-wetgeving over GGO's. De EU heeft specifieke GGO-wetgeving ontwikkeld om de gezondheid van de burger en het milieu te beschermen en tegelijkertijd een geharmoniseerde markt voor biotechnologie tot stand te brengen.

  • Richtlijn 2001/18 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu is een 'horizontale' richtlijn met voorschriften voor experimentele introducties en het in de handel brengen van GGO's.
  • Verordening 1829/2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders bevat voorschriften voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit GGO's en voor de etikettering van dergelijke producten ten behoeve van de eindgebruiker.
  • Verordening 1830/2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van GGO's en de traceerbaarheid van met GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders introduceert een geharmoniseerd EU-systeem om GGO's te traceren en te etiketteren en om met GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders te traceren.
  • Verordening 641/2004 tot vaststelling van nadere bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1829/2003.
  • Richtlijn 90/219/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 98/81/EG, inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (GGM's) legt beperkende voorwaarden op voor het werken met GGM's bij onderzoek, in de industrie of in laboratoria.

Introductie in het milieu

Wat zijn de hoofdkenmerken van Richtlijn 2001/18?

Nieuwe regelingen in deze richtlijn:

  • beginselen voor de milieurisicobeoordeling (zie hieronder);

- vereisten inzake monitoring na het in de handel brengen, onder meer voor langetermijneffecten in verband met de interactie met andere GGO's en het milieu;

- verplichte voorlichting aan het publiek;

  • een verplichting voor de lidstaten te zorgen voor etikettering en traceerbaarheid in alle fases van het in de handel brengen; Verordening 1830/2003 bevat een Gemeenschapssysteem voor de traceerbaarheid (zie hieronder);

- informatie om GGO's te kunnen identificeren en te kunnen opsporen, om zo de toezicht en de inspectie na het in de handel brengen te vergemakkelijken;

  • eerste vergunningen voor de introductie van GGO's met een geldigheidsduur van maximaal tien jaar;
  • verplichte raadpleging van het (de) wetenschappelijke comité(s);
  • verplichte raadpleging van het Europees Parlement over besluiten de introductie van GGO's toe te staan;
  • de mogelijkheid voor de Raad een voorstel van de Commissie voor de toelating van een GGO bij gekwalificeerde meerderheid goed te keuren of af te wijzen.

Hoe verloopt de procedure om de introductie van GGO's in het milieu goed te keuren?

Volgens Richtlijn 2001/18/EG moet een bedrijf dat een GGO in de handel wil brengen, eerst een aanvraag indienen bij de bevoegde nationale instantie van de lidstaat waar het product het eerst in de handel wordt gebracht.

Bij de aanvraag moet een volledige milieurisicobeoordeling zijn gevoegd. Indien de nationale instantie een gunstig advies over het in de handel brengen van het GGO geeft, stelt de lidstaat de overige lidstaten daarvan via de Commissie in kennis.

Indien de andere lidstaten en de Commissie geen bezwaren aanvoeren, verleent de bevoegde instantie die de oorspronkelijke evaluatie heeft verricht, toestemming voor het in de handel brengen van het product. Dit mag dan in de gehele Europese Unie in de handel worden gebracht mits wordt voldaan aan de in de vergunning omschreven voorwaarden.

Indien er bezwaren worden aangevoerd die niet onmiddellijk kunnen worden weerlegd, moet er op EU-niveau een besluit worden genomen. Eerst vraagt de Commissie haar wetenschappelijke panels om advies. Deze bestaan uit onafhankelijke wetenschappers, die hoog gekwalificeerd zijn op alle gebieden die verband houden met geneeskunde, voeding, toxicologie, biologie, chemie of andere soortgelijke disciplines. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid levert de voor dit doel geschikte panels.

Indien het wetenschappelijk advies gunstig is, legt de Commissie een ontwerpbeschikking voor aan het regelgevend comité, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten. Indien het regelgevend comité een gunstig advies uitbrengt, keurt de Commissie de beschikking goed.

Indien dit niet het geval is, wordt de ontwerpbeschikking voorgelegd aan de Raad, die de beschikking bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen goedkeurt of verwerpt. Indien de Raad niet binnen een termijn van 3 maanden een besluit neemt, keurt de Commissie de beschikking goed.

Tijdens de kennisgevingsprocedure wordt het publiek ook op de hoogte gebracht. Dit heeft toegang tot de openbare gegevens op internet

http://gmoinfo.jrc.it.

Dit betreft bijvoorbeeld de samenvatting van de kennisgeving, de beoordelingsrapporten van de bevoegde instanties en het advies van de wetenschappelijke panels.

Voor experimentele introducties worden de kennisgevingen onderzocht en wordt de toestemming verleend door de instanties van de lidstaat waar de introductie zal plaatsvinden.

Hoe verloopt de procedure voor de milieurisicobeoordeling?

De veiligheid van GGO's hangt af van de kenmerken van het geïnsereerde genetische materiaal, het uiteindelijk geproduceerde organisme, het milieu waarin dit organisme wordt geïntroduceerd en de interactie tussen het GGO en het milieu. De milieurisicobeoordeling is bedoeld om eventuele schadelijke effecten van het GGO, of de GGO's, te bepalen en te beoordelen. Hiertoe behoren zowel directe als indirecte, onmiddellijke of vertraagde effecten, waarbij rekening moet worden gehouden met cumulatieve langetermijneffecten voor de menselijke gezondheid en het milieu, die het gevolg zijn van de doelbewuste introductie of het in de handel brengen van dat GGO (die GGO's). Bij de milieurisicobeoordeling wordt gekeken naar de wijze waarop het GGO is ontwikkeld en naar mogelijke risico's in verband met de nieuwe genetische producten die het GGO voortbrengt (bv. toxische of allergene eiwitten) en de mogelijkheid van genoverdracht (bv. van genen die resistent zijn voor antibiotica).

De risicobeoordeling gaat als volgt in zijn werk:

  • bepaling van kenmerken van het GGO (de GGO's) die schadelijke effecten kunnen hebben;
  • evaluatie van de mogelijke gevolgen van elk schadelijk effect;
  • evaluatie van de waarschijnlijkheid van het optreden van elk mogelijk schadelijk effect;
  • schatting van het risico dat aan elk bepaald kenmerk van het GGO (de GGO's) verbonden is;
  • strategieën voor risicobeheer bij de doelbewuste introductie of het in de handel brengen van een GGO (GGO's);
  • bepaling van het algehele risico van het GGO (de GGO's).

Hoeveel GGO's zijn er voor introductie in het milieu goedgekeurd?

Onder de regels voor de doelbewuste introductie van GGO's in het milieu (Richtlijn 2001/18/EG, voordien Richtlijn 90/220/EG) zijn tot nu toe 18 GGO's voor uiteenlopend gebruik goedgekeurd, sommige voor de teelt, andere voor invoer en be- of verwerking of als diervoeder of levensmiddel (zie bijlage 1). Het gaat bij deze GGO's om de volgende gewassen: maïs, koolzaad, soja en cichorei.

Er zijn 24 toepassingen voor het in de handel brengen van GGO's aangemeld voor de toelatingsprocedure van Richtlijn 2001/18/EG (bijlage 2); het betreft maïs, koolzaad, suikerbieten, soja, katoen, rijst en voederbieten. Bij elf ervan ging het enkel om invoer en be- of verwerking, terwijl het bij de overige ook om het gebruik voor de teelt ging.

Nationale vrijwaringsmaatregelen

Diverse lidstaten hebben een beroep op de zogenaamde vrijwaringsclausule in de vroegere Richtlijn 90/220/EEG gedaan. Indien een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een GGO waarvoor schriftelijk toestemming is verleend om het in de handel te brengen, gevaar oplevert voor de menselijke gezondheid of het milieu, kan die lidstaat ingevolge deze clausule het gebruik en/of de verkoop van dat product op zijn grondgebied tijdelijk beperken of verbieden.

Bij negen verschillende gelegenheden is een beroep op de vrijwaringsclausule gedaan, drie keer door Oostenrijk, twee keer door Frankrijk en telkens een keer door Duitsland, Luxemburg, Griekenland en het Verenigd Koninkrijk (bijlage 5). Het door deze lidstaten ter onderbouwing van hun maatregelen aangedragen wetenschappelijke bewijs werd voor advies voorgelegd aan het (de) wetenschappelijke comité(s) van de EU. In alle deze gevallen was er volgens het comité (de comités) geen sprake van nieuw bewijs dat een herroeping van de oorspronkelijke toelating zou rechtvaardigen.

Ondanks de intrekking van Richtlijn 90/220/EEG blijven de verboden van kracht; nu moeten ze worden beoordeeld in het licht van de vrijwaringsclausule (artikel 23) van Richtlijn 2001/18/EG. Met het oog op de nieuwe regelgeving heeft de Commissie de lidstaten ervan in kennis gesteld dat zij hun maatregelen ingevolge Richtlijn 90/220/EEG moeten intrekken en de verboden moeten opheffen. Rekening houdend met de door genoemde lidstaten verstrekte informatie zal de Commissie binnenkort besluiten tot opheffing van de verboden nemen.

Nationale vrijwaringsmaatregelen voor GG-voedingsmiddelen

Slechts een lidstaat heeft een beroep gedaan op de vrijwaringsclausule (artikel 12) in de nieuwe-voedingsmiddelenverordening. Dit gebeurde in augustus 2000, toen Italië de handel in en het gebruik van producten op basis van vier GG-maïsvariëteiten (MON 810 van Monsanto, T25 van Bayer Crop Science, Bt11 van Syngenta en MON 809 van Pioneer) opschortte; deze variëteiten waren aangemeld in het kader van de vereenvoudigde procedure voor producten die als "wezenlijk gelijkwaardig" worden beschouwd.

De Commissie vroeg onmiddellijk een advies van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding, dat in september 2000 tot de conclusie kwam dat de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte informatie geen nauwkeurig omschreven wetenschappelijke gronden bevatte om aan te nemen dat het gebruik van de GG-voedingsmiddelen in kwestie een gevaar voor de menselijke gezondheid betekent. De Commissie heeft de Italiaanse regering schriftelijk gevraagd het decreet van augustus 2000 in te trekken.

Genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van Verordening 1829/2003 over GG-levensmiddelen en -diervoeders?

Verordening 1829/2003 inzake GG-levensmiddelen en -diervoeders heeft betrekking op GGO's voor gebruik in levensmiddelen en diervoeders en bevat alle regels betreffende levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk uit GGO's bestaan of met GGO's zijn geproduceerd en levensmiddelen die ingrediënten bevatten die zijn geproduceerd met GGO's. GG-levensmiddelen en -diervoeders mogen volgens de verordening:

  • geen schadelijke effecten hebben op de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu;
  • de consument niet misleiden;
  • niet zodanig verschillen van de levensmiddelen of diervoeders ter vervanging waarvan zij zijn bedoeld dat de normale consumptie ervan vanuit voedingsoogpunt nadelig zou zijn voor de consument of de dieren .

De verordening creëert een gestroomlijnde, uniforme en doorzichtige EU-procedure voor alle handelstoepassingen, ongeacht of het hierbij gaat om het GGO zelf of om de levensmiddelen en diervoeders die ermee worden geproduceerd.

Dit betekent dat bedrijven geen aparte vergunningen voor het gebruik van het GGO en voor het gebruik ervan in levensmiddelen of diervoeders hoeven te vragen, maar dat een enkele risicobeoordeling en een enkele vergunning volstaan voor een GGO en voor het mogelijke gebruik ervan. Hierdoor worden situaties als die met Starlink-maïs (in de VS werd deze GG-maïssoort alleen voor diervoeders toegelaten, maar later werd deze toch in levensmiddelen aangetroffen) vermeden, want GGO's die waarschijnlijk als levensmiddel en als diervoerder worden gebruikt, worden alleen voor beide toegelaten, of helemaal niet.

Hoe verloopt de goedkeuringsprocedure?

De verordening is gebaseerd op het beginsel "one door, one key". Het is dus mogelijk een enkele aanvraag in te dienen voor zowel een vergunning voor het doelbewust introduceren van een GGO in het milieu, onder de in Richtlijn 2001/18/EG neergelegde voorwaarden, als een vergunning voor het gebruik van dat GGO in levensmiddelen en diervoeders, onder de in Verordening 1829/2003 neergelegde voorwaarden. De toelating, die in de gehele Gemeenschap geldig is, is afhankelijk van het resultaat van een enkele risicobeoordeling onder verantwoordelijkheid van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EAV) en van dat van een enkele risicomanagementprocedure voor een regelgevend comité, waarbij de Commissie en de lidstaten betrokken zijn.

De aanvragen worden eerst voorgelegd aan de bevoegde instantie in de lidstaat waar het product voor het eerst in de handel wordt gebracht. In de aanvraag moet duidelijk worden aangegeven wat het toepassingsgebied is en welke delen vertrouwelijk zijn; ook moet de aanvraag een monitoringplan, een voorstel voor etikettering en een methode voor detectie van het nieuwe GG-levensmiddel of -diervoeder omvatten. De nationale instantie moet de ontvangst van de aanvraag binnen 14 dagen schriftelijk bevestigen en de EAV van de aanvraag in kennis stellen. De aanvraag en de eventueel door de aanvrager verstrekte aanvullende informatie moeten ter beschikking van de EAV worden gesteld, die verantwoordelijk is voor de wetenschappelijke risicobeoordeling, zowel wat de milieurisico's als wat de risico's voor de menselijke en de diergezondheid betreft. Het advies van de EAV wordt openbaar gemaakt, waarna het publiek de mogelijkheid heeft op- of aanmerkingen te maken.

In het algemeen zal de EAV binnen zes maanden advies uitbrengen. Deze termijn kan worden verlengd wanneer de EAV de aanvrager om nadere informatie moet verzoeken. Bij de EAV is een ontwerp voor een gids ter zake (Draft guidance document for the risk assessment of GM plants and derived food and feed) beschikbaar.

(http://efsa.europa.eu/consultation/372/consultation_guidance_gmo_01_en1.pdf)

Binnen drie maanden na ontvangst van het advies van de EAV zal de Commissie op basis van dat advies een voorstel tot het verlenen of afwijzen van de vergunning opstellen. Dat voorstel moet door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten, met gekwalificeerde meerderheid worden goedgekeurd.

Indien het comité een gunstig advies uitbrengt, keurt de Commissie de beschikking goed. Anders wordt de ontwerpbeschikking ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad, die de beschikking bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen goedkeurt of verwerpt. Indien de Raad niet binnen een termijn van 3 maanden een besluit neemt, keurt de Commissie de beschikking goed.

Toegelaten producten worden opgenomen in een openbaar register voor GG-levensmiddelen en -diervoeders. Vergunningen worden verleend voor een periode van tien jaar; eventueel, kan een monitoringplan worden voorgeschreven. Vergunningen kunnen telkens voor tien jaar worden verlengd.

Hoeveel GGO's zijn er goedgekeurd voor gebruik in levensmiddelen?

Producten van 16 GGO's mogen legitiem in de EU in de handel worden gebracht (zie bijlage 3). Het zijn:

  • een GG-sojavariëteit en een GG-maïsvariëteit, die nog voor de inwerkingtreding van de nieuwe-voedingsmiddelenverordening onder Richtlijn 90/220/EEG zijn goedgekeurd;
  • verwerkte levensmiddelen op basis van onder meer zeven GG-koolzaadvariëteiten, vier GG-maïsvariëteiten en de olie van twee GG-katoenzaadvariëteiten.

Al deze producten zijn overeenkomstig de nieuwe-voedingsmiddelenverordening als wezenlijk gelijkwaardig aangemeld. Negen GG-voedingsmiddelen bevinden zich momenteel in verschillende stadia van de toelatingsprocedure; hierbij gaat het onder meer om producten van GG-maïs, -suikerbieten en -sojabonen. Zie hiervoor bijlage 4.

Welke GG-diervoeders zijn toegelaten?

Voor de inwerkingtreding van de verordening inzake GG-levensmiddelen en -diervoeders was er geen EU-wetgeving die het specifieke gebruik van GGO-producten in diervoeders regelde. Ingevolge Richtlijn 90/220/EEG zijn acht GGO's voor gebruik in diervoeders goedgekeurd; het betreft vier maïsvariëteiten, drie koolzaadvariëteiten en een sojavariëteit.

Wat luiden momenteel de regels inzake GG-zaaizaad?

Ingevolge de EU- zaaizaadwetgeving, en met name Richtlijn 98/95/EG, moeten nationale autoriteiten die hebben ingestemd met het gebruik van een bepaald zaaizaad op hun grondgebied, dit aan de Commissie melden. Deze gaat aan de hand van de informatie die zij ontvangt, na of de toelating in overeenstemming was met de bepalingen van de EU-wetgeving ter zake.

Indien dat het geval is, neemt de Commissie de desbetreffende variëteit op in de "Gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen", wat betekent dat het zaaizaad in de hele EU in de handel mag worden gebracht. Verder moeten GGO-zaaizaadvariëteiten ingevolge de wetgeving ter zake overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG toegelaten zijn voordat ze in de rassenlijst kunnen worden opgenomen en in de EU in de handel kunnen worden gebracht. Als het zaad bestemd is voor gebruik in levensmiddelen, moet het bovendien zijn toegelaten volgens de verordening inzake GG-levensmiddelen en -diervoeders.

GG-zaaizaadvariëteiten moeten overeenkomstig Richtlijn 98/95/EG van de Raad worden geëtiketteerd. Op het etiket moet duidelijk vermeld zijn dat het om een GG-variëteit gaat. Ingevolge de wetgeving betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal voor bosbouwgewassen moet GG-materiaal ook overeenkomstig de eisen van Richtlijn 2001/18 zijn toegelaten. Ook zijn EU-voorschriften goedgekeurd voor het in de handel brengen van wijnstokken in overeenstemming met Richtlijn 2001/18.

Bovendien komen er binnenkort voorstellen voor nadere regels over de teeltvoorwaarden en de zuiverheidsnormen in verband met de aanwezigheid van GG-zaad in percelen met traditionele zaaizaadvariëteiten, alsmede uitvoerige etiketteringsvoorschriften.

Etikettering en traceerbaarheid van GGO's

Waarom heeft de EU specifieke regels voor de traceerbaarheid van GGO's?

Door de traceerbaarheid kunnen producten die GGO's bevatten of ermee geproduceerd zijn overal in de productie- en distributieketens worden opgespoord. Hiermee wordt een vereenvoudiging beoogd:

  • van de controle op en de verificatie van beweringen op het etiket.
  • waar nodig, van gerichte monitoring van potentiële effecten voor het milieu;
  • van het uit de handel nemen van producten die geheel of gedeeltelijk uit GGO's bestaan, wanneer onverwachte risico's voor de menselijke gezondheid of het milieu worden vastgesteld.

Wat zijn de regels voor de traceerbaarheid van GGO's?

Ingevolge Verordening 1830/2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering moeten bedrijven in iedere fase van het in de handel brengen informatie over producten die GGO's bevatten of ermee zijn geproduceerd, meedelen en bewaren.

Het gaat in het bijzonder om de volgende eisen:

  • de exploitanten moeten systemen en procedures toepassen met behulp waarvan kan worden nagegaan van wie een product afkomstig is en naar wie het is toegegaan;
  • voor GGO's die zijn bestemd voor een doelbewuste introductie in het milieu moeten de exploitanten specifiek vermelden welke GGO's het product bevat;
  • voor GGO's die zijn bestemd om als levensmiddel of als diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt mogen de exploitanten bovengenoemde specifieke informatie vervangen door een verklaring dat het product enkel als levensmiddel of als diervoeder of voor be- of verwerking mag worden gebruikt, in combinatie met de identificatie van het GGO (de GGO's) die "zijn gebruikt" voor het oorspronkelijke mengsel waarmee het product is vervaardigd;
  • voor met GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders moeten de exploitanten het volgende bedrijf in de keten ervan in kennis stellen dat het product met GGO's is geproduceerd;
  • de exploitanten moeten de informatie gedurende vijf jaar bijhouden en op verzoek aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking stellen.

Door deze informatie mee te delen en bij te houden is het minder noodzakelijk de producten te bemonsteren en te testen.

Hoe werkt de traceerbaarheid in de praktijk?

Traceerbaarheid kan worden gedefinieerd als het vermogen producten overal in de productie- en distributieketen op te sporen. Wanneer de productie bijvoorbeeld begint met GG-zaaizaad, dan moet het bedrijf dat het zaad verkoopt de koper ervan op de hoogte brengen dat het om GG-zaad gaat, terwijl het bovendien meer specifieke informatie moet geven aan de hand waarvan het specifieke GGO precies kan worden geïdentificeerd. Ook is het bedrijf verplicht een register aan te houden van de bedrijven die dit zaad hebben gekocht.

Verder moet de landbouwer de koper van zijn oogst ervan in kennis stellen dat het om GG-producten handelt en moet hij een register bijhouden van de exploitanten die de oogst bij hem hebben afgenomen.

De verordening bestrijkt alle GGO's waarvoor een EU-vergunning voor het in de handel brengen is afgegeven, d.w.z. alle producten, met inbegrip van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk uit GGO's bestaan. Voorbeelden hiervan zijn GG-zaaizaad en bulkgoederen of zendingen GG-producten als sojabonen en maïs.

De verordening heeft ook betrekking op levensmiddelen en diervoeders die met GGO's zijn geproduceerd. Hierbij kan worden gedacht aan tomatenpasta en ketchup die zijn geproduceerd met GG-tomaten, of zetmeel, olie of meel dat is geproduceerd met GG-maïs.

Wat zijn de regels voor etikettering van GGO-producten?

Verordening 1830/2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering bevat uitgebreide informatie over de etikettering van alle levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk uit GGO's bestaan, dan wel ermee zijn geproduceerd. Alle GG-levensmiddelen, zoals soja- of maïsolie die is geproduceerd met GG-soja of maïs, en alle GG-ingrediënten, zoals biscuit met maïsolie dat met GG-maïs is geproduceerd, moeten op het etiket als zodanig worden gekenmerkt.

Op het etiket moet worden vermeld: "Dit product bevat genetisch gemodificeerde organismen" of "dit product bevat genetisch gemodificeerd (naam van het organisme)". Hiermee wordt beoogd de consumenten en de landbouwers in kennis te stellen van de exacte aard en kenmerken van het levensmiddel of diervoeder, zodat zij bewust kunnen kiezen.

Deze regel geldt ook voor mengvoeder en andere diervoeders die GG-soja bevatten. Ook maïsglutenvoeders die met GG-maïs zijn geproduceerd, moeten worden geëtiketteerd. Zo krijgen de veetelers nauwkeurige informatie over de samenstelling en de eigenschappen van het diervoeder.

Drempelwaarden voor etikettering: Tijdens de teelt, de oogst, het vervoer en de verwerking kunnen er in conventionele levensmiddelen en diervoeders minieme sporen van GGO’s aanwezig zijn. Of we dit nu leuk vinden of niet, het is inmiddels een feit. Dit is niet typisch voor GGO’s. Bij de productie van levensmiddelen, diervoeders en zaaizaad is het nagenoeg onmogelijk 100% zuivere producten te krijgen. Om rechtszekerheid te garanderen zijn in verband daarmee bepaalde drempelwaarden vastgesteld waarboven bij conventionele levensmiddelen en diervoeders op het etiket moet worden vermeld dat zij geheel of gedeeltelijk uit GGO’s bestaan of daarmee zijn geproduceerd. De aanwezigheid van GG-materiaal in conventionele levensmiddelen hoeft niet op het etiket te worden vermeld als het om minder dan 0,9% gaat en als kan worden aangetoond dat het toevallig aanwezig of technisch niet te voorkomen is.

Krijgt vlees of melk van een dier dat GG-voer heeft gehad ook een etiket?

Overeenkomstig de algemene etiketteringsregels van de EU schrijft de verordening niet voor dat producten als vlees, melk of eieren die afkomstig zijn van dieren die GG-voer hebben gehad of die met GG-geneesmiddelen zijn behandeld, geëtiketteerd moeten worden.

Waarom staan de nieuwe verordeningen de aanwezigheid van sporen van GG-materiaal toe, dat wetenschappelijk weliswaar positief beoordeeld is, maar officieel nog niet is goedgekeurd?

De onvoorziene en onbedoelde aanwezigheid van GG-materiaal in producten die in de EU in de handel worden gebracht, valt praktisch niet te vermijden; het kan gebeurd zijn bij de teelt, de behandeling, de opslag of het vervoer. Dit is nu al het geval, zowel bij producten uit de EU als bij die uit derde landen.

Ook geldt dit niet alleen voor GGO's. Bij de productie van levensmiddelen, diervoeders en zaaizaad is het nagenoeg onmogelijk 100% zuivere producten te krijgen.

In de verordeningen wordt dit feit onderkend en daarom wordt vastgesteld onder welke voorwaarden een technisch onvermijdbare aanwezigheid van GGO's die nog niet officieel zijn goedgekeurd, toch toelaatbaar is.

Van een aantal GGO's hebben de wetenschappelijke comités die de Commissie van advies dienen, al vastgesteld dat ze geen gevaar voor het milieu en de gezondheid betekenen; toch zijn ze nog niet definitief goedgekeurd. Volgens de verordeningen mag de aanwezigheid van deze GGO's in een levensmiddel of diervoeder maximaal 0,5% bedragen. Daaronder is etikettering en traceerbaarheid niet vereist. Maar bij meer dan 0,5% is het verboden het product in de handel te brengen.

Voorwaarde is dat de aanwezigheid van dergelijk materiaal onvoorzien of technisch niet te voorkomen is en dat bij een wetenschappelijke risicobeoordeling door de desbetreffende wetenschappelijke comités of de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid is vastgesteld dat het materiaal geen gevaar oplevert voor de menselijke gezondheid of het milieu. De verordeningen beperken de toepassing van deze drempel tot drie jaar en schrijven voor dat er een algemeen beschikbare detectiemethode moet zijn.

Deze uitzondering is bedoeld als oplossing voor exploitanten die hebben geprobeerd GGO's te vermijden, maar die merken dat hun producten als gevolg van een onvoorziene en technisch niet te voorkomen verontreiniging toch een gering percentage GG-materiaal bevatten.

Coëxistentie

Wat zijn de regels voor coëxistentie van conventionele en GG-gewassen?

De teelt van GG-gewassen heeft logischerwijs gevolgen voor de organisatie van de landbouwproductie. Stuifmeel waait van het ene veld naar het andere, zodat er ook stuifmeel van GG-gewassen naar conventionele gewassen zal waaien, en omgekeerd. Wegens de etiketteringsvoorschriften voor GG-levensmiddelen en -diervoeders kan dit economische gevolgen hebben voor landbouwers die niet-geëtiketteerde levensmiddelen en diervoeders willen produceren. Coëxistentie biedt landbouwers de praktische mogelijkheid om met inachtneming van de wettelijke etiketteringsverplichtingen en zuiverheidsnormen te kiezen tussen de productie van conventionele, organische of GG-gewassen.

Op 5 maart 2003 besloot de Commissie dat ingevolge het subsidiariteitsbeginsel niet de EU, maar de lidstaten beheersmaatregelen op het gebied van coëxistentie moeten ontwikkelen en uitvoeren. Op 23 juli 2003 keurde de Commissie een aanbeveling (2003/556/EG) over coëxistentie goed, waarbij zij richtsnoeren vaststelde voor de ontwikkeling van nationale strategieën en beste werkwijzen ter waarborging van de coëxistentie.

In de richtsnoeren wordt gezegd dat coëxistentiestrategieën doorzichtig moeten zijn, op wetenschappelijk bewijs moeten zijn gebaseerd en dat alle belanghebbenden erbij moeten worden betrokken. De richtsnoeren zijn gebaseerd op ervaringen met bestaande gewoonten wat de scheiding van producten betreft (bv. voor gecertificeerd zaaizaad). Ook beogen zij te waarborgen dat er een redelijk evenwicht bestaat tussen de belangen van alle landbouwers, ongeacht hun productietype.

Verder wordt bepaald dat de beheersmaatregelen ter waarborging van de coëxistentie kosteneffectief en efficiënt moeten zijn, zonder dat ze verder gaan dan wat nodig is om te voldoen aan de EU-drempels voor GGO-etikettering. Ze moeten specifiek zijn voor de verschillende gewastypen, aangezien de waarschijnlijkheid van vermenging van gewas tot gewas sterk uiteenloopt; terwijl deze voor sommige gewassen hoog is (bv. raapzaad), is die voor andere vrij laag (bv. aardappelen). Bovendien moet volledig rekening worden gehouden met lokale en regionale aspecten.

De landbouwers moeten kunnen kiezen voor het productietype waaraan zij de voorkeur geven, zonder dat daardoor de in de buurt bestaande productiepatronen moeten veranderen. Een algemeen beginsel is dat bij de introductie van een nieuw productietype in een regio landbouwers die het nieuwe productietype introduceren, verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de maatregelen die nodig zijn om vermenging te beperken.

Voortdurende monitoring en evaluatie en de tijdig uitwisseling van beste werkwijzen lijken absoluut noodzakelijk om de maatregelen in de loop der tijd te verbeteren.

Er moet prioriteit worden gegeven aan bedrijfsspecifieke beheersmaatregelen en aan maatregelen die gericht zijn op coördinatie tussen naburige bedrijven. Als kan worden aangetoond dat deze maatregelen de coëxistentie niet kunnen waarborgen, moeten regionale maatregelen worden overwogen (bv. beperking van de teelt van een bepaald GGO-type in een regio). Dergelijke maatregelen moeten alleen worden toegepast voor specifieke gewassen waarvan de teelt onverenigbaar is met het waarborgen van de coëxistentie in de regio, en de geografische schaal ervan moet zo beperkt mogelijk blijven. Voor een hele regio geldende maatregelen moeten voor elk gewas en elk producttype (bv. zaaizaad tegenover plantaardige productie) afzonderlijk worden gemotiveerd.

Internationale aspecten

Zijn de nieuwe etiketteringsvoorschriften in overeenstemming met de internationale handelsvoorschriften?

Bij de nieuwe verordeningen is rekening gehouden met de internationale handelsverplichtingen van de EU en met de eisen die het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid stelt aan importeurs. De Europese regelgeving voor de toelating van GGO's is in overeenstemming met de WTO-regels: helder, doorzichtig en niet-discriminerend.

Hoe staat het met de handel in GGO's met derde landen?

De EU is partij bij het in het kader van het UNEP gesloten Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid bij het Verdrag inzake biologische diversiteit. Het trad in werking op 11 september 2003. Het algemene doel van deze VN-overeenkomst is de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor de grensoverschrijdende verplaatsing van GGO's teneinde op mondiale schaal de bescherming van de biodiversiteit en de menselijke gezondheid veilig te stellen.

De omzetting van het Protocol van Cartagena in EU-recht steunt op een omvangrijke biotechnologiewetgeving die van toepassing is op de invoer en het gebruik van GGO's in de EU. Centraal in deze wetgeving staat Richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu. Deze richtlijn wordt aangevuld door de in juli 2003 goedgekeurde verordening over de grensoverschrijdende verplaatsing van GGO's.

De belangrijkste bepalingen daarvan zijn:

  • de verplichting de uitvoer van GGO's die zijn bestemd voor doelbewuste introductie in het milieu aan te melden en te zorgen voor uitdrukkelijke toestemming voorafgaand aan de eerste grensoverschrijdende verplaatsing;
  • de verplichting het publiek en onze internationale partners informatie te verschaffen over de EU-praktijken, -wetgeving en -besluiten over GGO's en over onvoorziene introducties van GGO's;
  • diverse voorschriften in verband met de uitvoer van GGO's die zijn bestemd voor gebruik als levensmiddel of diervoeder, dan wel voor be- of verwerking;
  • bepalingen in verband met de identificatie van GGO's die worden uitgevoerd.

Annex 1

GMO PRODUCTS

APPROVED UNDER DIRECTIVE 90/220/EEC AS OF MARCH 2001

Product
Notifier
Date of
Commission Decision[1] / Member State Consent[2]
1. Vaccine against Aujeszky's disease
Vemie Veterinär Chemie GmbH
18.12.92
2. Vaccine against rabies
Rhône-Mêrieux
C/B/92/B28 & C/F/93/03-02
19.10.93
3. Tobacco tolerant to bromoxynil
SEITA
C/F/93/08-02
08.06.94
4. Vaccine against Aujeszky's disease (further uses)[3]
Vemie Veterinär Chemie GmbH
C/D/92/I-1
18.07.94
5. Male sterile swede rape resistant to glufosinate ammonium (MS1, RF1)
Uses : breeding activities
Plant Genetic Systems
C/UK/94/M1/1
06.02.96
6. Soybeans tolerant to glyphosate
Uses : import and processing
Monsanto
C/UK/94/M3/1
03.04.96
7. Male sterile chicory tolerant to glufosinate ammonium
Uses : breeding activities
Bejo-Zaden BV
C/NL/94/25
20.05.96
8. Bt-maize tolerant to glufosinate ammonium
(Bt-176)
Ciba-Geigy
C/F/94/11-03
23.01.97
9. Male sterile swede rape
tolerant to glufosinate
ammonium (MS1, RF1)[4]
Uses : import and
processing
Plant Genetic Systems
C/F/95/05/01/A
06.06.97
(not finally approved by F)


Product
Notifier
Date of
Commission Decision[5] / Member State Consent[6]
10. Male sterile swede rape tolerant to glufosinate ammonium (MS1, RF2)[7]
Plant Genetic Systems
C/F/95/05/01/B
06.06.97
(not finally approved by F)
11. Test kit to detect antibiotic residues in milk
Valio Oy
C/F1/96-1NA
14.07.97
12. Carnation lines with modified flower colour
Florigene
C/NL/96/14
01.12.97
(MS consent)
13. Swede rape tolerant to glufosinate ammonium (Topas 19/2)
Uses : import and processing
AgrEvo
C/UK/95/M5/1
22.04.98
14. Maize tolerant to glufosinate ammonium (T25)
AgrEvo
C/F/95/12/07
22.04.98
15. Maize expressing the Bt cryIA(b) gene (MON 810)
Monsanto
C/F/95/12-02
22.04.98
16. Maize tolerant to glufosinate ammonium and expressing the Bt cryIA(b) gene (Bt-11)
Uses : import and processing
Novartis
(formerly Northrup King)
C/UK/96/M4/1
22.04.98
17. Carnation lines with improved vase life
Florigene
C/NL/97/12
20.10.98
(MS consent)
18. Carnation lines with modified flower colour
Florigene
C/NL/97/13
20.10.98
(MS consent)

Annex 2

GMO PRODUCTS

NOTIFICATIONS RECEIVED BY THE COMMISSION
UNDER DIRECTIVE 2001/18/EC

Product notification details
Company
Stage
1. Maize hybrid MON810 x NK603 (glyphosate-tolerant and containing Bt toxin)
Received by UK under Dir 90/220/EC. (C/GB/02/M3/03)
Received by the Commission under Dir 2001/18 : 15/01/03
Uses: import and use in feed and industrial processing, not for cultivation.
Monsanto
Consideration of assessment report and notification by Member States (60 day period)
2. Oil seed rape – herbicide resistant GT 73
Received by the Netherlands (C/NL/98/11) under Dir 90/220/EC.
Received by the Commission under Dir 2001/18 : 16/1/03

Uses: import and uses in feed and industrial processing, not for cultivation.
Monsanto
EFSA Opinion published. Draft Decision pending submission to Regulatory Committee.
3. Maize Roundup Ready NK603, tolerant to glyphosate herbicide
Received by Spain (C/ES/00/01) under Dir 90/220 : 21/12/2000
Received by the Commission under Dir 2001/18 : 17/01/03
Uses: import and use in feed and industrial processing, not for cultivation.
Monsanto
Draft Proposal with Council
4. Potato with altered starch composition
from Sweden (C/SE/96/3501)
Received by the Commission under Dir 90/220: 20.05.98
Favourable opinion of EU Scientific Committee 18.07.02
Received by the Commission under Dir 2001/18/EC: 24/01/03
Uses: for cultivation and production of starch, not for use as human food.
AMYLOGENE
HB
Consideration of assessment report and notification by Member States (60 day period)
5. Oilseed rape (Ms8, Rf3)
from Belgium (C/BE/96/01)
Received by the Commission: under Dir 90/220 16.01.97
Favourable opinion of EU Scientific Committee 19.05.98
Received by the Commission under Dir 2001/18: 5/02/03
Uses: import and cultivation in the EU, uses in feed and industrial processing.
Bayer CropScience
Consideration of assessment report and notification by Member States (60 day period)
6. Soybeans Glufosinate tolerant (Events A 2704-12 & A 5547-127)
from Belgium (C/BE/98/01)
Received by the Commission under Dir 2001/18: 5/02/03
Uses: import only, not for cultivation
Bayer CropScience
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
7. Roundup Ready sugar beet (event T9100152), glyphosate tolerant
from Belgium C/BE/99/01

Received by the Commission under Dir 2001/18: 5/02/03

Uses: for cultivation and use in animal feed, processing of sugar and other products.
Monsanto/
Syngenta
Withdrawn

8. Oilseed rape tolerant for glufosinate-ammonium herbicides.
(FALCON GS40/90pHoe6/Ac)
from Germany (C/DE/96/5)
Received by the Commission under Dir 90/220: 25.11.96
Opinion of EU Scientific Committee 27.07.98
Received by the Commission under Dir 2001/18: 7/02/03
Uses: for import and cultivation
Bayer CropScience
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
9. Oilseed rape tolerant for glufosinate (Liberator pHoe6/Ac)
from Germany (C/DE/98/6)
Received by the Commission under Dir 90/220: 29.10.98
Favourable opinion of EU Scientific Committee 30.11.00
Received by the Commission under Dir 2001/18: 7/02/03
Uses: for import and cultivation
Bayer CropScience
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
10. Roundup Ready Sugar Beet event H7-1 (tolerant to glyphosate)
from Germany C/DE/00/8

Received by the Commission under Dir 2001/18: 7/02/03

Uses: for cultivation and use in processing of sugar and other processed products.
KWS SAAT AG/Monsanto
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
11. Maize MON 863 X MON 810 (protection against certain insect pests)
from Germany C/DE/02/9 (6788-01-09)

Received by the Commission under Dir 2001/18: 7/02/03

Uses:, for import and use of grain and grain products, not for cultivation.
Monsanto
EFSA Opinion published. Draft Decision pending submission to Regulatory Committee.
12. Oilseed rape (event T45) tolerant for glufosinate-ammonium herbicide
from UK C/GB/04/M5/4 (Replacing C/GB/99/M5/2 received by the Commission on 10/2/03 and withdrawn on 26/3/04).

Received by the Commission under Dir 2001/18: 30/03/04

Uses: import and use in feed and industrial processing, not for cultivation.
Bayer CropScience
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
13. Maize herbicide and insect resistant (line 1507 -- CRY1F)

Received by the Netherlands (C/NL/00/10) under Dir 90/220/EC.
Received by the Commission under Dir 2001/18 : 12/02/03

Uses: import and processing, not for cultivation
Pioneer/
Mycogen Seeds
Submitted to EFSA for Opinion
14. Insect-protected Cotton expressing the Bt cryIA(c) gene (line 531)
from Spain (C/ES/96/02)
Received by the Commission under Dir 90/220: 24.11.97
Favourable opinion of EU Scientific Committee 14.07.98
Received by the Commission under Dir 2001/18: 12/2/03
Uses: for import, processing and cultivation
Monsanto
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
15. Roundup Ready Cotton tolerant to herbicide (line 1445)
from Spain (C/ES/97/01)
Received by the Commission under Dir 90/220: 24.11.97
Favourable opinion of EU Scientific Committee 14.07.98
Received by the Commission under Dir 2001/18: 12/2/03
Uses: for import, processing and cultivation
Monsanto
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed

16. Maize 1507 (or Bt Cry1F 1507)
Received by Spain (C/ES/01/01) 11/7/2001 under Dir 90/220/EC.
Received by the Commission under Dir 2001/18: 13/2/03
Uses: Cultivation
Pioneer/
Mycogen Seeds
Consideration of assessment report and notification by Member States (45 day period)
17. Roundup Ready Fodder beet (line A5/15)
from Denmark (C/DK/97/01)
Received by the Commission under Dir 90/220: 09.10.97
Favourable opinion of EU Scientific Committee 23.06.98
Received by the Commission under Dir 2001/18/EC: 26/02/03

Uses: for cultivation and animal feed.
DLF-Trifolium, Monsanto and Danisco Seed
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
18. Maize tolerant to glufosinate ammonium and expressing the Bt cryIA(b) gene (Bt-11)
from France (C/F/96/05-10)
Received by the Commission under Dir 90/220: 12.04.99 and 03.05.99 respectively
Favourable opinion of EU Scientific Committee 30.11.00
Received by the Commission under Dir 2001/18/EC: 16.6.2003

Uses : for cultivation, feed and industrial processing
Syngenta Seeds SAS
Submitted to EFSA for Opinion
19. Bromoxynil-tolerant cotton lines 10215 and 10222
from Spain (C/ES/99/01)

Received by the Commission under Dir 2001/18/EC: 18.07.2003

Uses : for importation and processing to non-viable products
Stoneville Pedigreed Seed Company
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
20. NK603 Roundup Ready® maize
from Spain (C/ES/03/01)

Received by the Commission under Dir 2001/18/EC : 22/07/2003

Uses: Cultivation
Monsanto
Application with lead competent authority (90 day period)
21. Rice tolerant to glufosinate-ammonium, event LLRICE62
from UK (C/GB/03/M5/3)

Received by the Commission under Dir 2001/18/EC : 3/9/2003

Uses: import and use in feed and industrial processing, not for cultivation.
Bayer CropScience Ltd.
Consideration of assessment report and notification by Member States (60 day period)
22. NK603 X MON 810 maize from Spain (C/ES/04/01)

Received by the Commission under Dir 2001/18/EC : 12/1/2004

Uses: import and use in feed and industrial processing, and for cultivation.
Monsanto
Application with lead competent authority (90 day period)
23. Cotton, insect resistant (281-24-236/3006-210-23) from the Netherlands (C/NL/04/01)

Received by the Commission under Dir 2001/18/EC : 18/2/2004

Uses: import and use in feed and industrial processing, not for cultivation
Agrigenetics Inc.
d/b/a Mycogen Seeds, c/o Dow AgroSciences
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed
24. Cotton (LLCotton25) glufosinate tolerant from Spain (C/ES/04/02)

Received by the Commission under Dir 2001/18/EC : 26/3/2004
Uses: import and use in feed and industrial processing, not for cultivation
Bayer CropScience
Application to be transformed into an application under Regulation 1829/2003 on GM Food and Feed


Annex 3

GENETICALLY MODIFIED (GM) FOODS AUTHORISED IN THE EUROPEAN UNION



EVENT
CROP
APPLICANT
TRAIT
POTENTIAL FOOD USES
DATE
LEGAL BASIS
1
GTS 40/3/2
Soybean
Monsanto
Insect protection and herbicide tolerance

Soy foods. Soy foods include soy beverages, tofu, soy oil, soy flour, lecithin.
03.04.1996
Dir. 90/220/EEC – Art. 13
2
Bt 176
Maize
Ciba-Geigy
Insect protection and herbicide tolerance

Maize foods. Maize foods include kernels, oil, maize flour, sugar, syrup.
23.01.1997
Dir. 90/220/EEC – Art. 13
3
TOPAS 19/2
Oilseed rape
AgrEvo
Herbicide tolerance

24.06.1997
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
4
MS1 / RF2
Oilseed rape
Plant Genetic Systems
Herbicide tolerance

Rapeseed oil. Products made with rapeseed oil may
24.06.1997
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
5
MS1 / RF1
Oilseed rape
Plant Genetic Systems
Herbicide tolerance

include fried foods, baked products and snack foods.
24.06.1997
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
6
GT 73
Oilseed rape
Monsanto
Herbicide tolerance

21.11.1997
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
7
MON 810
Maize
Monsanto
Insect protection

06.02.1998
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
8
T 25
Maize
AgrEvo
Herbicide tolerance
Maize derivatives. These may include maize oil, maize flour, sugar and syrup. Products made with maize
06.02.1998
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
9
Bt 11
Maize
Novartis
Insect protection

derivatives may include snack foods, baked foods, fried foods, confectionary and soft drinks.
06.02.1998
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
10
MON 809
Maize
Pioneer
Insect protection

23.10.1998
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
11
Falcon GS 40/90
Oilseed rape
Hoechst / AgrEvo
Herbicide tolerance

08.11.1999
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
12
Liberator L62
Oilseed rape
Hoechst / AgrEvo
Herbicide tolerance
Rapeseed oil. Products made with rapeseed oil may include fried foods, baked foods and snack foods.
08.11.1999
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
13
MS8/RF3
Oilseed rape
Plant Genetic Systems
Herbicide tolerance

26.04.2000
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
14
1445
Cotton
Monsanto
Herbicide tolerance

Cottonseed oil. Products made with cottonseed oil may
19.12.2002
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
15
531
Cotton
Monsanto
Insect protection
include fried foods, baked foods and snack foods.
19.12.2002
Reg. (EC) 258/97 – Art. 5
16
pRF69/pRF93
Bacillus subtilis
F. Hoffmann - La Roche
Riboflavin
Vitamin B2
23.03.2000
Reg. (EC) 258/97 - Art. 5


Annex 4

GENETICALLY MODIFIED (GM) FOODS PENDING AUTHORISATION IN THE EUROPEAN UNION



EVENT
CROP
APPLICANT
TRAIT
FOOD USES
INITIAL ASSESSMENT
SCIENTIFIC OPINION
LEGAL BASIS /
Stage of procedure
1
Bt 11
Maize
Syngenta
Insect resistance
Processed sweet maize.
NL – 27/04/2000
SCF – 13.03.2002
Reg. (EC) No. 258/97 – Art. 7
Back to Commission on 4 May 2004, since no qualified majority was reached in Council
2
GA 21
Maize
Monsanto
Herbicide tolerance
Maize and maize derivatives
NL – 21/12/1999
SCF – 02.02.1999
Reg. (EC) No. 258/97 – Art. 7
Awaiting validation of detection method
3
NK 603
Maize
Monsanto
Herbicide tolerance
Maize and maize derivatives
NL – 13/08/2002
EFSA – 04.12.2003
Reg. (EC) No. 258/97 – Art. 7
Opinion by Member States on Commission proposal scheduled for the meeting of the Standing Committee on the Food Chain and Animal Health on 30 April 2004
4
MON 863
Maize
Monsanto
Insect protection
Maize and maize derivatives
DE – 08/04/2003
EFSA – Opinion adopted on 2April 2004
Reg. (EC) No. 258/97 – Art. 7
Awaiting validation of detection method
5
MON 863 x
MON 810
Maize
Monsanto
Insect protection
Maize and maize derivatives
DE – 08/04/2003
EFSA - pending
Reg. (EC) No. 1829/2003 Art. 46.1
6
1507
Maize
Pioneer
Insect protection
Maize and maize derivatives
NL – 04/11/2003
EFSA - pending
Reg. (EC) 258/97 – Art. 7
7
MaisGard/RoundupReady
Maize
Monsanto
Insect protection and herbicide tolerance
Maize and maize derivatives
NL – pending

Reg. (EC) No. 1829/2003 Art. 46.1
8
RoundupReady Sugar Beet
Sugar Beet
Monsanto
Herbicide tolerance
Sugar Beet derivatives
NL – pending

Application withdrawn on 16 April 2004
9
Liberty Link Soybean
Soybean
AgrEvo
Herbicide tolerance
Soybean derivatives
B – pending

Reg. (EC) No. 1829/2003 Art. 46.1


Annex 5


GMO PRODUCTS
INVOCATION OF ARTICLE 16 UNDER DIRECTIVE 90/220/EEC

Member State and date of invocation
Product details and date of Scientific Opinion
1. France (20.11.98)
Male sterile swede rape resistant to glufosinate MS1/RF1

Uses: Cultivation for breeding activities (seed production)

Product approval: 1996

Scientific Committee Opinion: 18.05.99
2. Austria (14.02.97)

3. Luxembourg (17.03.97)

4. Germany (04.04.00)

Bt-maize tolerant to glufosinate ammonium (Bt-176)

Uses: All uses (cultivation, food and feed, processing)

Product approval: 1997

Scientific Committee Opinion: 21.03.97 (2 and 3 opposite)
10.04.97 (2 and 3 opposite)
12.05.97 (2 and 3 opposite)
09.11.00 (4 opposite)
5. Greece (03.11.98)

6. France (20.11.98)
Swede rape tolerant to glufosinate (Topas 19/2)

Uses: Import, storage and processing (no cultivation)

Product approval: 1998

Scientific Committee Opinion: 18.05.99
7. Austria (01.06.99
Maize expressing the Bt cryIA(b) gene (MON 810)
Uses: All uses (cultivation, food and feed, processing)

Product approval: 1998

Scientific Committee Opinion: 24.09.99
8. Austria (08.05.00)

9. United Kingdom (13.07.01)
Maize tolerant to glufosinate (T25)
Uses: All uses (cultivation, food and feed, processing)

Product approval: 1998

Scientific Committee Opinion: 30.11.00 (8 opposite)
08.11.01 (9 opposite)


[1] where objections were raised by Member State authorities
[2] in the absence of objections by Member State authorities
[3] linked to item 1 (same product, further uses)
[4] linked to item 5 (same product, further uses)
[5] where objections were raised by Member State authorities
[6] in the absence of objections by Member State authorities
[7] this product is the result of a different transformation event to that of No. 9


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website