Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL

MEMO/03/236

Brussel, 21 november 2003

Conclusies van de 2e Europese Conferentie over plattelandsontwikkeling in Salzburg

Het zaad voor de toekomst van het platteland zaaien - Ontwikkeling van een beleid dat onze ambities waar kan maken

    De Europese conferentie over plattelandsontwikkeling,

In vergadering bijeen van 12 tot en met 14 november 2003 in Salzburg om de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsbeleid van de EU sedert Agenda 2000 te evalueren en om toekomstige behoeften vooruit te zien;

Vertegenwoordigt een brede waaier van belangstellenden die zich actief inzetten voor een duurzame ontwikkeling op sociaal-economisch en milieugebied in de plattelandsgebieden van Europa;

Meent dat in een uitgebreide Unie van 27 lidstaten de toekomst van de plattelandsgebieden, die het grootste deel van haar grondgebied zullen beslaan en waar een groot deel van haar bevolking zal wonen, van het allerhoogste belang is voor alle Europese burgers;

Erkent de verscheidenheid van Europa's plattelandsgebieden qua landschappen, landbouwproductiesystemen, mogelijkheid om landvlucht te verhinderen en nieuwe inwoners aan te trekken, rol van de landbouw en diversifiëring van de plaatselijke economie;

Is bezorgd over het feit dat in een aantal plattelandsgebieden de gebrekkige toegang tot openbare diensten, het ontbreken van alternatieve werkgelegenheid en de leeftijdsopbouw het ontwikkelingspotentieel, en vooral de mogelijkheden voor vrouwen en jongeren, aanzienlijk verminderen;

Neemt er akte van dat de Europese burgers steeds meer belang hechten aan de veiligheid en kwaliteit van hun voedsel, het welzijn van de landbouwhuisdieren en het behoud en de verbetering van de landelijke gebieden;

Is ervan overtuigd dat land- en bosbouw een belangrijke rol zullen blijven spelen bij de landschapsvorming en de instandhouding van leefbare plattelandsgemeenschappen;

Is zich bewust van de aan de gang zijnde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de veranderende patronen in de wereldhandel en van het feit dat de Europese landbouwers geholpen moeten worden hun multifunctionele rol te spelen als landschapsverzorgers en marktgerichte producenten in de hele Unie, met inbegrip van de probleemgebieden en afgelegen gebieden;

Erkent dat de ontwikkeling van het platteland niet langer uitsluitend op de landbouw gebaseerd mag zijn en dat diversifiëring zowel binnen als buiten de landbouwsector onontbeerlijk is om leefbare en duurzame plattelandsgemeenschappen te bevorderen;

Juicht de versterking van het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Unie in het kader van Agenda 2000 toe, alsook de verruiming van de werkingssfeer ervan en de toekenning van meer financiële middelen die onlangs naar aanleiding van de hervorming van het GLB in 2003 is goedgekeurd;

Herinnert eraan dat het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Unie nu reeds in belangrijke mate bijdraagt tot de economische en sociale cohesie, die in de uitgebreide Unie nog versterkt moet worden;

Is ervan overtuigd dat overheidssteun voor het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Unie om de herstructurering van de landbouw, de duurzame ontwikkeling van het platteland en een evenwichtige verhouding tussen landelijke en stedelijke gebieden te bevorderen, volkomen terecht is;

Is bezorgd over de ingewikkelde wijze waarop het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Unie nu ten uitvoer wordt gelegd, waarbij verschillende financieringsbronnen en -procedures worden aangewend naargelang de maatregel binnen of buiten een regio van doelstelling 1 wordt uitgevoerd;

Is van mening dat de volgende beginselen ten grondslag moeten liggen aan het toekomstige plattelandsontwikkelingsbeleid:

Een platteland dat leeft komt niet alleen de plattelandsbevolking, maar ook de hele samenleving ten goede. Investeren in een plattelandseconomie in ruimere zin en in plattelandsgemeenschappen is zeer belangrijk om de landelijke gebieden aantrekkelijker te maken, duurzame groei te bevorderen en nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen, vooral voor jongeren en vrouwen. Daarbij moet worden uitgegaan van de eigen behoeften van de verschillende gebieden en moet het hele scala aan mogelijkheden van de plaatselijke gemeenten en gemeenschappen worden benut. Een platteland dat leeft is onmisbaar voor de landbouw, zoals ook de landbouw onmisbaar is voor een platteland dat leeft.

Het behoud van de verscheidenheid van het Europese platteland en de bevordering van het dienstenaanbod van een multifunctionele landbouw wordt steeds belangrijker. Het beheer van het landbouwareaal en de bossen zal bijdragen tot de instandhouding en verbetering van het landschap en van Europa's gevarieerde culturele erfgoed, vooral in afgelegen gebieden met waardevol natuurschoon.

Handhaving van het concurrentievermogen van de landbouwsector moet een hoofddoel zijn, waarbij rekening gehouden wordt met de uiteenlopende landbouwmogelijkheden in de verschillende plattelandsgebieden. Dit is bijzonder belangrijk voor de nieuwe lidstaten, aangezien in die landen een ingrijpende verdere herstructurering van de landbouw te verwachten is. In alle lidstaten moet duurzame economische groei in toenemende mate door diversifiëring, innovatie en producten met een hogere toegevoegde waarde waar vraag naar is, worden bereikt.

Het plattelandsontwikkelingsbeleid moet voor alle landelijke gebieden van de uitgebreide Unie gelden, zodat landbouwers en andere plattelandsactoren de uitdagingen kunnen aangaan die de huidige herstructurering van de landbouwsector, de effecten van de GLB-hervorming en de veranderende handelspatronen voor landbouwproducten met zich brengen.

Het plattelandsontwikkelingsbeleid moet afgestemd zijn op de hele samenleving in de landelijke gebieden en zo tot de samenhang ervan bijdragen. Door de versterking van de samenleving in haar geheel zal de door alle betrokkenen gewenste duurzame plattelandsontwikkeling worden bevorderd.

Het plattelandsontwikkelingsbeleid moet overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel worden uitgevoerd op basis van een partnerschap tussen publiek- en privaatrechtelijke organisaties en de burgermaatschappij. Om doeltreffend te kunnen inspelen op plaatselijke en regionale behoeften, moeten alle betrokken intanties bij het opstellen en bij de latere uitvoering, bewaking en evaluatie van programma's uitvoerig met elkaar overleggen. In het toekomstige beleid moet de via van onderaf tot stand gekomen lokale partnerschappen verleende EU-steun voor plattelandsgebieden worden opgenomen in de hoofdprogramma's, waarbij voortgebouwd wordt op de uit de LEADER-aanpak getrokken lering. Daarbij moet speelruimte worden gelaten om op plaatselijk niveau nieuwe en vernieuwende benaderingen uit te proberen.

De programmapartners moeten meer bevoegdheden krijgen om omvattende strategieën die gebaseerd zijn op welomschreven doelstellingen en resultaten, te ontwerpen en door te voeren. Daartoe is een grotere transparantie en verantwoording via toezicht en evaluatie vereist. Capaciteitsopbouw is in dit opzicht van het allergrootste belang. Bovendien moeten de partners meer mogelijkheden krijgen om door netwerken en uitwisseling van beproefde methoden van elkaar te leren.

Een aanzienlijke vereenvoudiging van het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Unie is dringend noodzakelijk. De tenuitvoerlegging ervan moet gebaseerd zijn op één enkel, op de plattelandsontwikkelingsbehoeften toegesneden programmerings-, financierings- en controlesysteem.

Meer inlichtingen over de conferentie op

http://ec.europa.eu/agriculture/events/salzburg/index_en.htm


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site