Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/98/426

Straatsburg, 13 mei 1998

EU - Israël : Tenuitvoerlegging van de interim-overeenkomst in het kader van een versterkte regionale samenwerking

De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan twee mededelingen aan de Raad van Ministers en het Europees Parlement die tot doel hebben de totstandbrenging van een Euro-mediterrane vrijhandelszone te vergemakkelijken. Het eerste document heeft betrekking op de tenuitvoerlegging van de interim-overeenkomst betreffende handel en aanverwante zaken tussen de Europese Unie en Israël. Het verwijst naar een aantal terreinen binnen de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Israël waarop maatregelen ter verduidelijking nodig kunnen zijn. Meer in het bijzonder behandelt de mededeling de kwestie van de vermeende uitvoer naar de EU van goederen die onder het label "made in Israel" worden vervaardigd in de Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem, op de Golan-hoogte, op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. De EU zal stappen ondernemen om de juistheid van deze beweringen na te gaan volgens de procedures die met Israël zijn overeengekomen in aansluiting bij de werkzaamheden van het Samenwerkingscomité. Indien zou blijken dat dergelijke schendingen van het protocol betreffende de oorsprongsregels daadwerkelijk voorkomen, moeten zij worden stopgezet. In de tweede mededeling wordt gesteld dat de regionale integratie erop zou vooruitgaan door de cumulatie van oorsprong tot alle mediterrane landen uit te breiden. Als een eerste stap stelt de Commissie voor de cumulatie van oorsprong aan te bieden aan bepaalde landen die duidelijk hun belangstelling hebben laten blijken.

Het Euro-mediterrane partnerschap, dat in november 1995 op de Conferentie van Barcelona is gelanceerd, voorzag in een duidelijk geopolitiek en economisch scenario voor een prioritaire regio binnen het buitenlands beleid van de Europese Unie. Het partnerschap omvat een verreikende tweeledige structuur op multilateraal en bilateraal niveau, met als erkend doel op lange termijn de geleidelijke totstandkoming van een Euro-mediterrane ruimte waar regionale veiligheid, gedeelde welvaart en wederzijds begrip heersen. Een belangrijk instrument van het economische hoofdstuk is het tot stand brengen van een vrijhandelszone met als streefdatum het jaar 2010.

Gelijktijdige maatregelen op multilateraal en bilateraal niveau hebben ertoe geleid dat de politieke, economische en sociale integratie in de regio al een heel eind op weg is, zowel in Noord-Zuid als in Zuid-Zuid-verband, d.w.z. tussen de mediterrane partners zelf.

Het Euro-mediterrane partnerschap is erop gericht de regionale integratie tot stand te brengen tussen zowel de EU en de mediterrane derde landen als tussen de mediterrane derde landen onderling. De verklaring van Barcelona stelt onder meer dat parallel met de overeenkomsten die tussen de Gemeenschap en de mediterrane partners zullen worden gesloten, die mediterrane partners uiteindelijk bilaterale vrijhandelsovereenkomsten met elkaar zullen sluiten. Voor een goede werking van de tot stand gebrachte vrijhandelszone is de zogenoemde Zuid-Zuid-dimensie van de regionale integratie van cruciaal belang.

Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te verwezenlijken is de invoering van de diagonale cumulatie van oorsprong. De regels inzake preferentiële oorsprong in de interim-overeenkomst voorzien net zoals in de vorige samenwerkingsovereenkomst in bilaterale cumulatie tussen de EU en Israël; dit betekent dat EU-materialen die in Israël worden gebruikt, voor het bepalen van de oorsprong van het afgewerkte product dezelfde status hebben als Israëlische materialen. Het is de bedoeling om met de sluiting van de Euro-mediterrane overeenkomsten dit beginsel uit te breiden tot andere landen in de regio: hierdoor zou de bilaterale cumulatie EG-Israël, EG-Egypte, EG-PLO enz. dus worden vervangen door "diagonale" cumulatie.

Daarop voortbouwend geeft de mededeling aan de Raad en het Parlement waarin de cumulatie van oorsprong in de Euro-mediterrane ruimte wordt voorgesteld, een overzicht van de stappen die moeten worden gezet voor een geleidelijke totstandbrenging van de geplande cumulatie en in het bijzonder voor de vaststelling van eenzelfde reeks wederzijds geldende oorsprongsregels in de gehele regio en voor het sluiten van overeenkomsten inzake administratieve samenwerking om toezicht op de tenuitvoerlegging uit te oefenen. De Commissie is van oordeel dat het creëren van een "Machrak"-attractiepool rond landen die al belangstelling voor cumulatie hebben laten blijken, met name Egypte, Israël, Jordanië en de Westelijke Jordaanoever en Gaza, een aanvaardbaar middel zou vormen om de regionale integratie in het Middellandse-Zeegebied een stap dichterbij te brengen. Wanneer zij technisch voorbereid zijn, zouden andere belangstellende landen zoals Syrië en Libanon in de regeling kunnen worden opgenomen.

Vervolgens zou de mogelijkheid moeten worden onderzocht om een band te leggen tussen de "Maghreb"-pool en de "Machrak"-pool.

Aangezien het beginsel van de rechtsorde voor de Europese Unie centraal staat, is het duidelijk dat voor functionele en operationele cumulatie een volledige naleving van alle eerdere vrij aangegane overeenkomsten een essentiële voorwaarde voor de toekenning van diagonale cumulatie van oorsprong vormt.

Betrekkingen tussen de EU en Israël inzake handel en aanverwante zaken

De Europese Raad van Essen van 1994 heeft de nadruk gelegd op het bevoorrecht partnerschap tussen de Europese Unie en Israël. De EU onderzoekt thans mogelijkheden om het kader van haar betrekkingen met Israël verder te verdiepen. Daartoe is het van belang ervoor te zorgen dat de huidige betrekkingen met Israël verlopen binnen het kader van de bestaande overeenkomsten.

In juli 1997 heeft de Commissie de Israëlische autoriteiten laten weten dat op een aantal terreinen van de handelsbetrekkingen tussen de EU en Israël maatregelen nodig waren. Het ging daarbij vooral over de onbevredigende tenuitvoerlegging van het protocol betreffende de oorsprongsregels dat aan de interim-overeenkomst tussen de EU en Israël is gehecht. De Commissie had redenen om aan te nemen dat Israël zich niet volledig hield aan al zijn contractuele verplichtingen die met de EU waren overeengekomen.

Protocol 4 bij de interim-overeenkomst tussen de EU en Israël betreft de definitie van het begrip oorsprong, het concept "producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking. Het bepaalt de oorsprongscriteria voor verschillende categorieën producten. Producten van oorsprong uit Israël zijn a) producten die "geheel en al in Israël zijn verkregen", bijvoorbeeld in Israël geoogste plantaardige producten, of b) in Israël verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Israël een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van het Protocol. Ook de mogelijkheid om oorsprong te verwerven is vastgelegd.

De interim-overeenkomst EU-Israël voorziet in bilaterale cumulatie maar nog niet in diagonale cumulatie. Bijgevolg kunnen goederen die voor een groot deel elders zijn vervaardigd niet naar de Europese Unie worden uitgevoerd alsof zij van oorsprong uit Israël zijn. Een dergelijke uitvoer zou een schending vormen van het Protocol betreffende de regels van oorsprong in bijlage bij de interim-overeenkomst EU-Israël betreffende handel en aanverwante zaken.

In verband met de zogenoemde sinaasappelsapzaak heeft de Samenwerkingsraad met Israël van november 1997 al geleid tot aanzienlijke vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de procedures voor douanesamenwerking, teneinde de klachten uit de EU over certificaten van oorsprong te kunnen onderzoeken en te kunnen nagaan of de uitvoerbedrijven zich in dit opzicht volledig aan de voorschriften houden.

Zodoende is na een vastberaden optreden van de EU goede voortgang gemaakt met de sinaasappelsapzaak en de nodige structurele administratieve hervormingen om voor een correcte tenuitvoerlegging van de Overeenkomst tussen de EU en Israël te zorgen. De Commissie hoopt dat de vooruitgang die thans wordt geboekt de mogelijkheid zal bieden de zaak binnenkort af te ronden zodat de normale handelspraktijken kunnen worden hernomen.

Er blijven evenwel nog twee belangrijke hinderpalen bestaan voor een correcte tenuitvoerlegging van de interim-overeenkomst EU-Israël. Ze hebben allebei betrekking op de uitvoer naar de Europese Unie van producten die worden behandeld alsof zij van oorsprong zijn uit Israël, terwijl ze in feit zijn geproduceerd op de volgende plaatsen :

1) Israëlische nederzettingen, Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte:

Volgens de internationale gemeenschap en het internationaal publiekrecht met inbegrip van alle desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad maken noch de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook noch de door Israël unilateraal geannexeerde delen van Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte deel uit van de staat Israël.

De Europese Unie heeft zich ononderbroken gehouden aan dit standpunt, met name in de Verklaring van Venetië van 1980, de Verklaring van de Raad van Luxemburg van oktober 1996, de Verklaring van de Europese Raad van Dublin van december 1996 en de "oproep tot vrede" van Amsterdam van juni 1997.

Preferentiële toegang tot de EU-markten voor uitgevoerde producten van oorsprong uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook enerzijds en in Oost-Jeruzalem en op de Golanhoogte anderzijds, zou in strijd zijn met de overeengekomen oorsprongsregels.

Er zijn aanwijzingen dat thans dergelijke schendingen plaatsvinden. De Europese Unie zou stappen moeten ondernemen om de juistheid van die informatie na te gaan overeenkomstig de procedures van de interim-overeenkomst EU-Israël. Indien zou blijken dat dergelijke schendingen van de oorsprongsregels effectief plaatsvinden, moeten zij worden stopgezet.

2) De Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook

De EU heeft in 1986 besloten een preferentieel handelsstelsel toe te kennen voor producten van oorsprong uit door Israël bezette gebieden . Israël heeft de toepassing daarvan pas in 1988 toegestaan onder sterke druk van het Europees Parlement.

De Interim-Associatieovereenkomst tussen de EU en de PLO is gesloten op basis van de bepalingen in de Israëlisch Palestijnse interim-overeenkomst van 1995 krachtens dewelke de PLO namens de Palestijnse Autoriteit overeenkomsten op het gebied van de economische samenwerking kan sluiten en ondertekenen. De EU-PLO-overeenkomst is op 1 juli 1997 in werking getreden.

Preferentiële toegang tot EU-markten voor uitgevoerde producten van oorsprong uit de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook alsof zij van oorsprong zijn uit Israël overeenkomstig de interim-overeenkomst betreffende de handel tussen de EU en Israël vormt een schending van die overeenkomst, aangezien die niet van toepassing is op bedoelde gebieden.

Israëlische beperkingen op de Palestijnse economie leiden onvermijdelijk tot schendingen van de overeenkomst tussen de EU en Israël zowel door Israëlische als door Palestijnse ondernemingen, omdat de Palestijnse exporteurs, doordat zij het steeds moeilijker krijgen om direct naar de Europese Unie uit te voeren, ertoe worden gebracht hun producten te exporteren alsof die van oorsprong zijn uit Israël en hun invoer aan te geven alsof die voor Israël bestemd is.

Bovendien belemmeren diezelfde beperkingen op de Palestijnse vrije handel met de rest van de wereld de Palestijnse economische ontwikkeling en de volledige tenuitvoerlegging van de EU-PLO-Overeenkomst.

Er zijn talrijke bewijzen dat de praktijk om Palestijnse producten met een Israëlisch oorsprongscertificaat te exporteren als zijnde "made in Israël" geldt voor een aanzienlijk deel van de totale export naar de Europese Unie van producten van Palestijnse oorsprong.

De Europese Unie zal stappen ondernemen om de juistheid van deze informatie te onderzoeken volgens de procedures die met Israël zijn overeengekomen in aansluiting bij de werkzaamheden van het Samenwerkingscomité. Indien zou blijken dat het Protocol betreffende de oorsprongsregels inderdaad wordt geschonden, dan moet een eind aan die praktijk worden gemaakt.


Side Bar