Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT EL

De  Europese  Commissie  heeft  vandaag  een  Mededeling  over   illegale  en
schadelijke  inhoud op het Internet en  een Groenboek over de bescherming van
minderjarigen   en    de   menselijke   waardigheid    in   audiovisuele   en
informatiediensten  goedgekeurd.   In  de  Mededeling  worden   beleidsopties
uiteengezet  voor  onmiddellijke  actie  ter  bestrijding   van  illegale  en
schadelijke inhoud  op  het  Internet,  terwijl het  Groenboek  het  probleem
horizontaal  benadert  en wil  aanzetten  tot  een  alle elektronische  media
omvattend debat  over de  middellange en lange  termijn. In beide  documenten
wordt  gepleit voor  een  nauwere samenwerking  tussen  de Lid-Staten  en  op
internationaal   niveau,    het   gebruik   van   filtreerprogrammatuur    en
beoordelingssystemen  en   voor  bevordering   van  zelfregulering  door   de
aanbieders van toegang. De  documenten van de Commissie zijn een  antwoord op
de  resolutie die  op 27  september 1996  door  de Telecommunicatieraad  werd
aangenomen met betrekking tot het voorkomen van  de verspreiding van illegale
inhoud en met  name kinderpornografie op  het Internet.  De Raad verzocht  de
Commissie om  nog vóór de volgende  Telecommunicatieraad op 28 november  1996
praktische maatregelen voor te stellen.

De twee documenten  die op initiatief van  de heer Martin Bangemann,  lid van
de     Commissie    verantwoordelijk     voor    informatietechnologie     en
telecommunicatie,  en  de  heer  Marcelino   Oreja,  lid  van  de   Commissie
verantwoordelijk voor  culturele  en audiovisuele  zaken, worden  voorgesteld
vullen elkaar  zowel wat  timing als  reikwijdte betreft perfect  aan. In  de
Mededeling  worden  maatregelen   voor  de  korte  termijn   voorgesteld  die
noodzakelijk zijn  om specifieke vraagstukken  in verband  met het  Internet,
die verder gaan  dan de bescherming  van minderjarigen  en van de  menselijke
waardigheid, aan  te pakken. Het Groenboek  heeft tot doel een  debat over de
middellange en  lange termijn op gang  te brengen. Het omvat  onderwerpen die
specifiek   verband  houden  met  de  bescherming  van  minderjarigen  en  de
menselijke waardigheid  in nieuwe audiovisuele  en informatiediensten in  het
algemeen.

De Mededeling: illegale en schadelijke inhoud op het Internet

Het Internet is  uitgegroeid tot een gewichtige factor op  sociaal, educatief
en cultureel gebied, die burgers en opvoeders ongekende  mogelijkheden biedt,
de  drempels voor  het voortbrengen  en verspreiden  van  inhoud verlaagt  en
universele toegang biedt tot steeds rijkere bronnen van digitale informatie.

In overeenstemming met  deze mogelijkheden bestaat het overgrote deel  van de
Internet-inhoud  uit  informatie  voor  volledig  legitieme   (en  vaak  zeer
productieve)   zakelijke   of   privé-doeleinden.  Zoals   via   elke  andere
communicatietechnologie   kan  via   het  Internet   echter  ook   potentieel
schadelijke  of  illegale  inhoud  worden  overgebracht  of  kan  het  worden
misbruikt als een medium voor criminele activiteiten. Hoewel  het statistisch
gezien  om  een  beperkt  verschijnsel  gaat,  zijn  deze  aspecten  toch  te
belangrijk om te worden genegeerd.

Wat  de verspreiding  van illegale  inhoud op  het Internet  betreft, is  het
duidelijk dat de  Lid-Staten verantwoordelijk zijn voor de toepassing  van de
bestaande  wetten,  bij  voorbeeld  op het  gebied  van  het  strafrecht,  de
intellectuele eigendom  en de bescherming  van minderjarigen. Voor een  goede
werking  van   de  interne   markt  is  het   evenwel  noodzakelijk  dat   de
concurrentieverhoudingen niet  worden verstoord, het  vrije verkeer van  deze
diensten  niet  wordt  belemmerd  en  dat  de   interne  markt  niet  opnieuw
versnippert.  Naast gecoördineerde actie op internationaal  niveau is dus ook
een gecoördineerde bestrijding van illegale inhoud op EU-niveau gewenst.

Door  de  technische  kenmerken  van  het  Internet,  het wereldwijde  bereik
hiervan  en  de  onbeperkte  toegangsmogelijkheden  wordt  de  toepassing  en
handhaving  van bestaande  regels  evenwel  bemoeilijkt en  zelfs  onmogelijk
gemaakt.  Voorts  is  niemand  "eigenaar" van  het  Internet;  het  kan  door
iedereen overal in  de wereld worden gebruikt. Bestaande of  nieuwe wetgeving
is dus misschien niet  het beste of doeltreffendste wapen in de  strijd tegen
illegale of schadelijke inhoud.

In  haar Mededeling  aan  het Europees  Parlement en  de Raad  concludeert de
Commissie  dat het  antwoord op  deze  uitdaging ligt  in een  combinatie van
zelfregulering   door   de  aanbieders   van   diensten,   nieuwe  technische
oplossingen    zoals    beoordelingssystemen     en    filtreerprogrammatuur,
voorlichting    van   gebruikers,    bewustmakingsacties   voor   ouders   en
leerkrachten,  informatie over  risico's en  mogelijkheden  deze risico's  te
beperken  en internationale  samenwerking. De  voorstellen  van de  Commissie
zijn dan ook:

1.   De  samenwerking tussen de Lid-Staten  moet worden versterkt teneinde de
     hand te houden  aan de bestaande wetgeving. Er moet  stelselmatig worden
     bestudeerd of en wanneer aanvullende regelgeving noodzakelijk is.

2.   In  sommige Lid-Staten  zijn verenigingen van  aanbieders van toegang in
     het  kader van  zelfregulering  reeds begonnen  met de  ontwikkeling van
     regels inzake  de toegang  tot illegaal materiaal.  De Commissie zal  de
     uitbreiding  van deze activiteiten tot Lid-Staten  waar nog niet hieraan
     wordt  gewerkt stimuleren.  De Commissie  zal  de discussie  aanwakkeren
     over de  wijze waarop  een optimale efficiëntie  van deze zelfregulering
     kan worden bereikt en zij  zal het onderzoek naar de technische aspecten
     van dit vraagstuk aanmoedigen.

3.   Er  bestaan reeds  filtreerprogrammatuur en beoordelingssystemen waarmee
     de toegang tot  op de lijst voorkomende boodschappen en  programma's kan
     worden geblokkeerd.  De Commissie is voorstander van een aanbeveling van
     de Raad  om het  gebruik van filtreerprogrammatuur  en de invoering  van
     een of meer  Europese beoordelingssystemen aan te moedigen.  Door middel
     van    een    initiatief   van    de    Commissie    zullen    nationale
     bewustmakingsacties voor ouders en leerkrachten worden ondersteund.

4.   Daar het  Internet een  wereldwijd bereik  heeft, moeten  de acties  ter
     bestrijding  van illegale  inhoud ook  een mondiale  dimensie hebben. De
     Commissie  stelt  dus  voor  een  werkvergadering  van de  G7-landen  te
     organiseren teneinde de  haalbaarheid van  onmiddellijke maatregelen  in
     het kader  van de bestaande wetgeving  te bestuderen en de  mogelijkheid
     te bespreken  om tot  een internationale  overeenkomst over illegale  en
     schadelijke inhoud  te komen.  Deze contacten  zouden dan  kunnen worden
     uitgebreid   tot  multinationale   organisaties,  zoals   de   OESO,  de
     Wereldhandelsorganisatie, de Verenigde Naties e.a.

5.   Tot slot zal  de Commissie  een site op het  World Wide Web  creëren met
     informatie over technische, wettelijke en andere oplossingen.

Het  Groenboek:   bescherming  van   minderjarigen  en   van  de   menselijke
waardigheid in audiovisuele en informatiediensten

Het Groenboek gaat in op de uitdagingen van onze  maatschappij om erop toe te
zien dat  deze vraagstukken die van  cruciaal openbaar belang zijn  voldoende
aandacht krijgen  in de  zich snel ontwikkelende  wereld van audiovisuele  en
informatiediensten. Door de  overgang van een omroepwereld  naar een omgeving
waar  er naast  de conventionele televisie  ook on-line-diensten  en gemengde
producten  zijn,  ontstaan  talrijke  nieuwe  mogelijkheden.  Of  de  verdere
ontwikkeling optimaal zal  zijn, hangt af van de  mate waarin de maatschappij
erin slaagt het juiste evenwicht te vinden  tussen vrijheid van meningsuiting
en het algemeen  belang, tussen beleid dat  het ontstaan van  nieuwe diensten
stimuleert en  de noodzaak  erop toe  te zien dat  de ontstane  mogelijkheden
niet  door een  paar personen  worden misbruikt  ten koste van  alle anderen.
Sommige  aspecten  van  deze  vraagstukken vereisen  een  Europese,  of zelfs
mondiale oplossing, terwijl  andere zaken beter door  afzonderlijke landen of
op individueel  vlak kunnen worden geregeld.  De Commissie is  van mening dat
het in  dit kader gewettigd en noodzakelijk is  om de situatie in haar geheel
te analyseren,  zodat kan  worden bestudeerd welke  de toegevoegde waarde  op
elk overheidsniveau moet  zijn, waarbij  ook speciale aandacht  wordt besteed
aan beleidsinitiatieven op EU-niveau.

De  bestudeerde  problemen -  de  bescherming  van minderjarigen  en  van  de
menselijke waardigheid -  staan momenteel hoog op de politieke  agenda. Zowel
in het nationaal als communautair beleid  is er steeds vanuit gegaan  dat dit
kwesties van  cruciaal openbaar belang zijn.  Uiteraard is bij het  uitwerken
van  wettelijke  en  andere  maatregelen  op  dit  gebied  uitgegaan  van  de
kenmerken  van de  traditionele  elektronische  media (omroeptelevisie  en  -
radio)  die  gecentraliseerd   en  massacommunicatiemedia  zijn.   De  nieuwe
diensten die nu opduiken verschillen in twee  opzichten fundamenteel van deze
media: zij  zijn gedecentraliseerd en zij  staan dichter bij individuele  dan
bij  massacommunicatie.  Zelfs al  is  de  eigenlijke inhoud  van  dergelijke
diensten soms hetzelfde - een film, nieuwsbulletin,  documentaire - toch moet
bij   de  uitstippeling  van  het  beleid  rekening  met  deze  verschillende
kenmerken worden  gehouden. Het Groenboek bevat  dus een beschrijving van  de
ontwikkeling  van  audiovisuele   en  informatiediensten  en   analyseert  de
bestaande  wetgeving  en  het  huidige  beleid  op   nationaal,  Europees  en
internationaal  niveau alsmede  de  gevolgen van  de ontwikkeling  van nieuwe
diensten  voor  dit   beleid,  voor  zover  dat  voor  de   twee  onderhavige
vraagstukken  relevant   is.  Er  worden   een  groot  aantal   uiteenlopende
beleidsoptiesbestudeerd,                       variërendvan                                  regelgevingenzelfregulering                                                            totbewustmakings-
 en  educatieve  acties  tot  de ontwikkeling  van  systemen  voor ouderlijke
controle.

Op  grondslag van  de in  de Mededeling  voorgestelde  beleidsopties voor  de
korte termijn worden in het Groenboek negen vragen (zie bijlage)  gesteld die
als  basis  moeten  dienen  voor  de  verdere  dialoog  en  voor  toekomstige
beleidsmaatregelen. Deze vragen betreffen drie onderwerpen:

Versterking  van de  wettelijke bescherming:  bepaling van aansprakelijkheid,
proportionaliteit, rechtshandhaving, regelgeving en zelfregulering.

Bevordering van systemen voor ouderlijke controle:   kenmerken van technische
"filters"  (V-chip,  programmatuur voor  toegangsbeperking  enz.);  problemen
betreffende   gedecentraliseerde  beoordelingssystemen   bij   transnationale
diensten; essentiële functies.

Verbetering  van internationale  samenwerking: vaststelling van prioriteiten;
vaststelling van de werkwijze; vaststellen welke internationale  organisaties
het meest geschikt zijn.

Alle betrokkenen wordt  vriendelijk om hun bijdragen verzocht,  die uiterlijk
28 februari 1997 moeten zijn ontvangen. De Commissie zal tevens het  Europees
Parlement, de Raad,  het Economisch en Sociaal  Comité en  het Comité van  de
Regio's om advies verzoeken alvorens verdere voorstellen uit te werken.

BIJLAGE

Vraag 1:
Wat zou de aansprakelijkheid moeten zijn van  de verschillende deelnemers aan
de  inhoudcommunicatieketen  -   van  inhoudproducent  tot   eindgebruiker  -
rekening houdend met wat technisch haalbaar en  economisch redelijk is? Welke
vormen van  aansprakelijkheid - volgens het strafrecht, het burgerlijk recht,
als uitgever  -  zouden  moeten gelden  en  onder  welke voorwaarden  zou  de
aansprakelijkheid moeten worden beperkt?

Vraag 2:
Hoe moet  worden vastgesteld of restrictieve  maatregelen evenredig  zijn aan
het  doel?   Zou  onder   andere  op  Europees   niveau  een  arbitrage-   of
bemiddelingsmechanisme moeten worden overwogen? Zo ja, wat voor mechanisme?

Vraag 3:
Hoe stellen  wij vast wat het  juiste evenwicht is tussen  bescherming van de
persoonlijke  levenssfeer  (inclusief  het toestaan  dat  gebruikers  van  de
netwerken anoniem  blijven) en  de noodzaak  om iemand  voor illegaal  gedrag
aansprakelijk te kunnen stellen?

Vraag 4:
Wat  verdient  de  voorkeur  met  betrekking  tot  systemen  voor  ouderlijke
controle   -  regelgeving   of   zelfregulering  (eventueel   aangevuld  door
wetgeving)? Welke maatregelen zouden  moeten worden genomen, onder  andere op
EU-niveau?

Vraag 5:
In welke  gevallen zou een systematisch  aanbod van systemen voor  ouderlijke
controle  moeten worden  overwogen (bij welk  type dienst,  andere criteria)?
Zou een verplicht  systeem moeten worden overwogen?  Zo ja, in welke  vorm en
op welke  deelnemers zou  het van  toepassing moeten  zijn? Welke  essentiële
functies zouden door dergelijke systemen moeten worden geboden?

Vraag 6:
Hoe   kan   bij   transnationale   audiovisuele  en   informatiediensten   de
inhoudsbeoordeling worden gedecentraliseerd, daarbij rekening  houdend met de
noodzaak  om  individuele,   plaatselijke  en   nationale  gevoeligheden   te
respecteren?

Vraag 7:
Welke  elementen   moeten  worden  genormaliseerd   om  op  coherente   wijze
inhoudsbeoordelingen  in  Europa  te  ontwikkelen,  met   name  wat  digitale
diensten  betreft   (normalisatie  van   de  typen   informatie  die   worden
aangeboden, van de codering en decodering van deze informatie enz.)?

Vraag 8:
Hoe zou  de administratieve  samenwerking in de  Europese Unie moeten  worden
georganiseerd? Hoe  en in  welk institutioneel  kader zou  zij moeten  worden
geformaliseerd?

Vraag 9:
Wat zouden op Europees en internationaal niveau  de prioriteiten moeten zijn?
In  het bijzonder, verdient het de voorkeur oplossingen op Europees niveau te
ontwikkelen  en  deze  dan  op internationaal  niveau  te  promoten  of  moet
tegelijkertijd op  Europees en internationaal  niveau aan oplossingen  worden
gewerkt?  Welke  internationale  organisaties zijn  het  best  geschikt  voor
internationale  samenwerking   (G7,  OESO,   ITU,  WTO,   VN  of   bilaterale
betrekkingen)?    Hoe   moet    deze   internationale   samenwerking   worden
geformaliseerd?

***

Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website