Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT PT EL

1.   Vice-voorzitter Christophersen  heeft vandaag het  tussentijds verslag
     ontvangen van de  deskundigengroep die  in mei 1994  door de  Europese
     Commissie werd opgericht  om de  praktische vragen in  verband met  de
     invoering van de Ecu als enige  munt te onderzoeken. Hij heeft de heer
     Maas en de leden  van de groep bedankt voor de  kwaliteit van de reeds
     afgeronde werkzaamheden.  Dit verslag  vormt een  goede basis voor  de
     verdere  werkzaamheden die  onder zijn  opvolger, de  heer  de Silguy,
     zullen worden ondernomen.

2.   De  groep, die is samengesteld uit een brede waaier van vooraanstaande
     vertegenwoordigers  van  de particuliere  sector,  heeft  tot taak  op
     onafhankelijke basis,  een samenhangende aanpak voor  de overgang naar
     één   munt  te  bepalen  die  zowel  aanvaardbaar  is  voor  de  grote
     categorieën   van  gebruikers   van   de  toekomstige   munt  als   in
     overeenstemming is met het kader en het tijdschema van het Verdrag van
     Maastricht.

3.   Een van de  voornaamste conclusies van  het tussentijds verslag  luidt
     dat de  bevoegde autoriteiten  en de particuliere  sector onmiddellijk
     een  doorlopende  dialoog zouden  moeten  aangaan  over de  technische
     aspecten in verband  met de in Ecu uitgedrukte munten  en biljetten en
     over het  voorlopige tijdschema  voor de daadwerkelijke  invoering van
     deze nieuwe munteenheden. Omtrent de datum waarop de Europese Centrale
     Bank  de  Ecu gaat  gebruiken  als monetair  beleidsinstrument  zou zo
     spoedig mogelijk meer duidelijkheid moeten komen.

4.   Wat het  tijdschema voor de invoering van één munt betreft, spreekt de
     groep een duidelijke  voorkeur uit  voor een snelle  overgang via  een
     klein  aantal  etappes,  hetgeen  inhoudt  dat  de  Lid-Staten  zoveel
     mogelijk over de gehele  linie en tegelijkertijd overschakelen waarbij
     rekening wordt gehouden met de tijd die nodig is voor de aanvankelijke
     aanpassing.

5.   Uit de  eerste besprekingen van de  groep blijkt dat met  name over de
     onderstaande  punten van het  overgangsproces naar  één munt  in ruime
     mate overeenstemming bestaat:

  -  de bij de overgang  naar de derde fase vereiste continuïteit  van voor
     contracten en juridische verplichtingen;

  -  het  feit dat  het niet nodig  is enige  vorm van  valutapakket aan te
     houden of  opnieuw te  creëren in  het kader van  de overgang  naar de
     derde  fase, zelfs  wanneer niet  alle Lid-Staten  onmiddellijk zouden
     deelnemen aan de slotfase van de EMU.

6.   Vice-voorzitter Christophersen  verheugt zich over het  besluit van de
     groep  in   de  nabije  toekomst  hoorzittingen   te  organiseren  met
     vertegenwoordigers   van   beroepsorganisaties  (banken,   midden-  en
     kleinbedrijf,    kleinhandelaren,    enz.)   en    verbruikers.   Deze
     hoorzittingen  maken het  mogelijk de haalbaarheid  te toetsen  van de
     technische  opties bij de overgang naar één munt die momenteel door de
     groep worden onderzocht en na  te gaan in hoeverre deze economisch  en
     sociaal aanvaardbaar zijn.

7.   Later zal de groep  een optimaal scenario voor de  praktische overgang
     naar  één munt  moeten  vaststellen en  de voorbereidende  maatregelen
     moeten aangeven die  zij onontbeerlijk acht voor  het welslagen ervan.
     Tevens  zal zij  de verwachtingen  van de  particuliere sector  kunnen
     verwoorden  ten  aanzien  van  de  organisatorische  aspecten  die  de
     praktische invoering van de Ecu kunnen bevorderen.

ENIGE BIJZONDERHEDEN OVER HET PRAKTISCHE PROCES VAN OVERGANG NAAR EEN MUNT

In het Verdrag van  Maastricht staat duidelijk vermeld dat op de eerste dag
van de derde  fase van de Economische  en Monetaire Unie (EMU)  de Europese
Centrale  Bank    als onafhankelijke  instelling  bevoegd  wordt  voor  het
monetair beleid  en de  omrekeningskoersen tussen  de Ecu  en de  nationale
munteenheden  van   de   deelnemende   Lid-Staten   onherroepelijk   worden
vastgesteld. De Ecu zal  dan niet meer  een mand van  alle valuta's van  de
Lid-Staten zijn,  maar een op  zichzelf staande munt.  De invoering van  de
Ecu als  enige munt  is evenwel niet  absoluut noodzakelijk precies  bij de
aanvang van de derde fase.

Om te  bepalen op  welke wijze  de Ecu  bij het  grote  publiek zou  kunnen
worden ingevoerd, heeft de groep twee essentiële punten vastgesteld:

1.   Wanneer   zullen  de   bevoegde  autoriteiten   klaar  zijn   voor  de
     daadwerkelijke invoering van in Ecu uitgedrukte munten en biljetten ?

  Deze  kwestie hangt niet alleen af  van de termijnen voor  het slaan van
  munten   en  het  drukken   van  biljetten,  enz.,  maar   ook  van  het
  voorbereidend werk dat ervoor moet  zorgen dat de burgers  met de nieuwe
  munt vertrouwd raken.

2.   Wanneer zal de  Ecu de plaats innemen van de nationale munteenheden op
     de kapitaalmarkten ?

  Dit  zal  in hoge  mate  afhankelijk zijn  van  de  beslissingen van  de
  Europese Centrale Bank met betrekking tot de datum van ingebruikstelling
  van de Ecu voor het gemeenschappelijk monetair beleid.

Al naar gelang het antwoord springen twee  opties naar voren met betrekking
tot de invoering van één munt.

In het eerste geval zouden deze ontwikkelingen zich gelijktijdig  voordoen,
hetgeen zou leiden tot  een vrijwel gelijktijdige algemene  omschakeling na
een periode van voorbereiding.

In het  tweede geval  zou de  invoering van  in Ecu  uitgedrukte munten  en
biljetten  enige tijd na de omschakeling van de kapitaalmarkten geschieden.
Er zou  dan  een overgangsperiode  worden  ingesteld  om banken  en  andere
financiële instellingen  in  staat te  stellen  de  nationale munt  nog  te
gebruiken voor hun transacties met  particuliere klanten terwijl zij  op de
kapitaalmarkt al uitsluitend met Ecu werken.

In het  verslag wordt voorgesteld  deze periode zodanig  te organiseren dat
de noodzaak voor  banken om dubbele  rekeningen te  houden zoveel  mogelijk
wordt beperkt.

De volgende  etappe in de  werkzaamheden van de  groep zal erin bestaan  de
betrokkenen  (vertegenwoordigers  van  de  consumenten,   banken,  de  KMO,
detailhandelaren, enz.)  uitvoerig te raadplegen  om haalbaarheid van  deze
opties te kunnen beoordelen  en uiteindelijk de oplossing te kiezen die het
minst kost  en waarbij de nieuwe  munt het best aanvaardbaar  wordt. Tevens
schept  deze  raadpleging de  mogelijkheid  om de  betrokken  sectoren meer
bewust  te  maken  en  het  bedrijfsleven ertoe  aan  te  zetten  de nodige
voorbereidingen te treffen.

* * *

Side Bar