Naar aanleiding van het recente arrest van het Hof van Justitie van
15 juni 1994 dat om procedurele redenen de beschikking van de
Commissie van 21 december 1988 betreffende het opleggen van
geldboeten aan PVC-producenten nietig heeft verklaard (zie
IP/94/538) heeft de Commissie vandaag op voorstel van het
Commissielid Van Miert besloten dezelfde beschikking nogmaals goed
te keuren.
Er zij aan herinnerd dat deze beschikking een heimelijk kartel tot
marktverdeling en prijsvaststelling op het gebied van PVC aan het
begin van de jaren tachtig betreft. Alle Europese PVC-producenten
waren betrokken bij een sterk geïnstitutionaliseerd systeem om de
prijzen te verhogen door een reeks geplande initiatieven. Het kartel
werkte met een stelsel van volumecontrole waarbij elke producent een
quotum kreeg toegewezen.
De Commissie had op 21 december 1988 geldboeten voor een
totaalbedrag van 23,5 miljoen ecu opgelegd. Zij heeft besloten dat
de geldboeten voor elke onderneming gelijk zouden blijven aan die
welke destijds door de Commissie waren vastgesteld. De beschikking
betreft de twaalf ondernemingen ten aanzien waarvan de
oorspronkelijke beschikking was vernietigd. Wat twee ondernemingen
betreft, Solvay en Norsk Hydro, blijft de beschikking van 1988
geldig, daar Solvay geen beroep heeft aangetekend en dat van Norsk
Hydro onontvankelijk is verklaard wegens te late instelling daarvan.
Pro memorie bedragen de geldboeten:
1,5 miljoen ecu BASF
0,6 miljoen ecu DSM NV
3,2 miljoen ecu Elf Atochem SA
2,5 miljoen ecu Enichem SPA
1,5 miljoen ecu Hoechst AG
2,2 miljoen ecu Huels AG
2,5 miljoen ecu Imperial Chemical Industries PLC
0,75 miljoen ecu Limburgse Vinyl Maatschappij N.V.
1,75 miljoen ecu Montedison SPA
0,4 miljoen ecu Société artésienne de vinyl S.A.
0,85 miljoen ecu Shell International Chemical Company
LTD
1,5 miljoen ecu Wacker Chemie GmbH
De geldboeten voor Solvay en Norsk Hydro waren respectievelijk
vastgesteld op 3,5 miljoen ecu en 0,75 miljoen ecu.
HET PVC-KARTEL
Het PVC-kartel maakt deel uit van een reeks door de Commissie
ontdekte en bestrafte ernstige schendingen in de jaren tachtig in de
petrochemische sector: polypropyleen, PVC, LdPE. Het merendeel van
de bij de onderhavige beschikking veroordeelde ondernemingen nam
eveneens deel aan twee andere kartels: ATOCHEM, BASF, DSM, ENICHEM,
HOECHST, ICI, MONTEDISON en SHELL. SOLVAY was eveneens lid van het
polypropyleenkartel, alsmede van het onderhavige.
Het PVC-kartel werd begin 1980 tot stand gebracht als een "nieuw
kader" ter vervanging van een reeds bestaande
marktverdelingsregeling. Evenals andere door de Commissie ontdekte
kartels, moest het (volgens de bij ICI door de inspecteurs van de
Commissie gevonden planningsdocumenten) twee
vertegenwoordigingsniveaus omvatten: een beperkte "planning"-groep,
en een zgn. "operationele" en ruimere groep, waaraan alle
producenten deelnamen. Maandelijks vonden heimelijke vergaderingen
plaats, normaliter te Zurich. Deze vergaderingen hadden ten doel
vraagstukken als het toezicht op de quota, de maandelijkse
uitwisseling van verkoopcijfers in elk land, het verkrijgen van een
gemeenschappelijke "Europese" prijs, en de regeling voor de
prijsinitiatieven te bespreken.
* * *