Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Persbericht

Handel: Europees Hof van Justitie bevestigt verenigbaarheid stelsel van investeringsgerechten met EU-verdragen

Brussel, 30 april 2019

Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, zei hierover: "Een van de belangrijkste toezeggingen in de politieke richtsnoeren die ik in 2014 voor deze Commissie heb gepresenteerd, was dat ik niet zou accepteren dat de bevoegdheid van rechterlijke instanties in de EU-lidstaten zou worden ingeperkt door bijzondere regelingen voor geschillen met investeerders. Dat hebben wij waargemaakt met het stelsel van investeringsgerechten: een innovatieve aanpak die inmiddels het model is geworden voor alle EU-onderhandelingen over investeringen en in de plaats is gekomen van het oude systeem voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, het notoire ISDS. Ik kan het besluit van het Hof, als ultieme bevestiging van de door de Commissie gekozen aanpak, alleen maar verwelkomen. De bevindingen die het Hof van Justitie vandaag heeft bekendgemaakt, zijn belangrijk om de weg vrij te maken voor de volledige toepassing van de handelsovereenkomst met Canada. Ons partnerschap met Canada blijft sterker dan ooit, zowel politiek als economisch."

De reactie van EU-Commissaris voor Handel Cecilia Malmström: "Dit advies bevestigt dat burgers volledig vertrouwen kunnen hebben in de nieuwe benadering van investeringsbescherming door de Commissie. Internationale investeringsregels en geschillenbeslechting spelen een belangrijke rol bij het aanmoedigen en behouden van investeringen. Het stelsel van investeringsgerechten garandeert dat dit op billijke, doeltreffende en transparante wijze gebeurt. Het advies van vandaag laat niet alleen zien dat het stelsel juridisch solide is, maar betekent ook een versterking van de voortrekkersrol die de EU speelt in de huidige bredere discussies over de hervorming van het multilaterale stelsel voor de beslechting van investeringsgeschillen."

Het resultaat is in overeenstemming met het advies van de advocaat-generaal in januari, waarin werd gesteld dat het stelsel van investeringsgerechten in het kader van de CETA volledig verenigbaar is met het EU-recht en met name voldoet aan:

i) het beginsel van de autonomie van het EU-recht en de exclusieve bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor de uitlegging van het EU-recht;

ii) het beginsel van gelijke behandeling en de vereiste van doeltreffendheid van EU-recht, en

iii) het Handvest van de grondrechten, in het bijzonder het recht op toegang tot een rechter en het recht op een onafhankelijk en onpartijdig gerecht in het kader van het Handvest.

Het besluit van het Hof van Justitie betekent dat de tekst van de overeenkomst tussen de EU en Canada niet hoeft te worden gewijzigd, en dat een begin kan worden gemaakt met de ratificatie ervan door de lidstaten. Ook de bepalingen inzake het stelsel van investeringsgerechten in de overeenkomsten met Singapore, Mexico en Vietnam hoeven niet gewijzigd te worden. De Commissie zal het stelsel van investeringsgerechten in de onderhandelingen over bilaterale overeenkomsten met andere partners blijven betrekken.

De overeenkomst met Canada is sinds september 2017 voorlopig van toepassing, maar kan pas volledig in werking treden zodra het door alle lidstaten is geratificeerd en door de Raad officieel is gesloten. Pas na afloop van dit proces kan het stelsel van investeringsgerechten in werking treden. Tot dan zal CETA voorlopig worden toegepast in de mate waarin het besluit van de Raad over de voorlopige toepassing ervan voorziet. CETA werd op 15 februari 2017 door het Europees Parlement goedgekeurd.

Het vervangen van het verouderde systeem van geschillenbeslechting tussen investeerders en staten was een van de toezeggingen van voorzitter Juncker in zijn toespraak van juli 2014 voor het Europees Parlement, en ook in de politieke beleidslijnen van deze Commissie. Het was ook een van de belangrijkste elementen van de opdrachtbrief van 1 november 2014 voor de EU-commissaris voor handel, Cecilia Malmström.

Achtergrond

De EU-lidstaten zijn partij bij bijna de helft van het totale aantal internationale investeringsovereenkomsten die op dit moment wereldwijd van kracht zijn (ongeveer 1 400 op 3 000). Bijna al die overeenkomsten omvatten een regeling voor de beslechting van geschillen tussen overheden en buitenlandse investeerders, bekend als "ISDS" (investor-state dispute settlement).

In het kader van CETA is het ISDS-mechanisme vervangen door een nieuw, doeltreffend, eerlijk en transparant stelsel van investeringsgerechten (ICS, Investment Court System), dat:

  • maatregelen omvat om buitenlandse investeringen en investeerders te beschermen;
  • expliciet regelt dat overheden geen afstand doen van hun recht tot reguleren en tot het verwezenlijken van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals volksgezondheid, veiligheid, milieu, openbare zeden en de bevordering en bescherming van culturele diversiteit.

Belangrijkste kenmerken van het nieuwe stelsel van investeringsgerechten:

– een permanente rechtbank, geïnspireerd op openbare internationale rechtbanken;

– bestaande uit een gerecht van eerste aanleg en een beroepsinstantie;

– niet gebaseerd op tijdelijke ad-hoctribunalen;

– met professionele en onafhankelijke arbiters

  • die voor lange ambtstermijnen worden benoemd door beide partijen, rekening houdend met alle betrokken belangen
  • die zich aan de hoogste ethische normen moeten houden op basis van een strikte gedragscode

– en een transparante werkwijze doordat hoorzittingen worden opengesteld voor het publiek, de in het kader van de zaken ingediende documenten worden gepubliceerd en belanghebbende partijen (ngo's, vakbonden, vertegenwoordigers van burgers) in staat worden gesteld aan de procedures deel te nemen en bijdragen in te dienen.

Meer informatie

Lees meer over het stelsel van investeringsgerechten

Lees meer over CETA

IP/19/2334

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar