Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE

Europese Commissie - Persbericht

Concentraties: de Commissie keurt de overname van pakjesbezorgingsbedrijf TNT Express door FedEx goed

Brussel, 8 januari 2016

De Europese Commissie heeft de voorgenomen overname van TNT Express door FedEx Corporation goedgekeurd op grond van de EU-concentratieverordening. Beide ondernemingen zijn wereldwijd actief als leveranciers van kleine pakketten.

Na in juli 2015 een diepgaand onderzoek te hebben ingesteld, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de overname geen aanleiding geeft tot mededingingsbezwaren omdat FedEx en TNT geen zeer naaste concurrenten zijn en omdat de fusieonderneming op alle betrokken markten voldoende concurrentie zal blijven ondervinden.

Commissaris Margrethe Vestager, belast met het mededingingsbeleid, heeft in dit verband het volgende verklaard: "Tal van bedrijven en consumenten zijn sterk afhankelijk van betaalbare en betrouwbare pakjesbezorgingsdiensten, met name door de groei van de e-commercesector. De Commissie heeft daarom de markten die door deze overname worden beïnvloed, diepgaand onderzocht. De conclusie luidt dat de Europese consumenten geen schade zullen ondervinden van de transactie. We hebben daarom de concentratie onvoorwaardelijk goedgekeurd."

FedEx en TNT zijn twee van de vier zogeheten "integratoren" die momenteel in Europa actief zijn als leveranciers van kleine pakketten. "Integratoren" zijn ondernemingen die over een uitgebreid bezorgingsnetwerk beschikken (door de lucht en over de weg) en die een brede waaier aan betrouwbare bezorgingsdiensten kunnen aanbieden. De andere "integratoren" zijn het in Europa gevestigde DHL, eigendom van Deutsche Post, en UPS dat in de VS gevestigd is.

 

Het onderzoek van de Commissie

Het diepgaand onderzoek van de Commissie naar de overname van TNT Express door FedEx, was ingegeven door de vrees dat de voorgenomen overname de mededinging op bepaalde markten voor de internationale bezorging van kleine pakketten tot 31,5 kilo in de Europese Economische Ruimte (EER) aanzienlijk zou beperken, namelijk:

  • de markten voor internationale spoedzendingen binnen de EER met inbegrip van kleine pakketten die in een EER-land worden opgehaald en in een ander EER-land worden bezorgd; en
  • de markten voor pakjesbezorgingsdiensten buiten de EER met inbegrip van bepaalde markten voor kleine pakketten die in een EER-land worden opgehaald en op een bestemming buiten de EER worden bezorgd.

De Commissie vreesde dat de fusieonderneming onvoldoende concurrentiedruk zou ondervinden van de enige twee resterende "integratoren", DHL en UPS. Onvoldoende concurrentiedruk zouhogere prijzen voor zakelijke klanten en consumenten tot gevolg kunnen hebben.

Uit het diepgaand onderzoek van de Commissie is gebleken dat deze vrees ongegrond is. De Commissie heeft vastgesteld dat de voorgenomen concentratie de daadwerkelijke mededinging in de EER of een wezenlijk deel daarvan niet op significante wijze zal belemmeren.

 

Spoedzendingen binnen de EER

Wat internationale spoedzendingen binnen de EER betreft, is de Commissie met name van mening dat de marktpositie van de fusieonderneming bescheiden zal zijn en dat FedEx en TNT, hoewel zij tot de "integratoren" behoren, niet zeer naaste concurrenten zijn. Het onderzoek van de Commissie toonde aan dat de door FedEx uitgeoefende concurrentiedruk op de overige "integratoren" nog vrij zwak is doordat het bedrijf in Europa niet over fijnmazige en omvangrijke netwerken beschikt.

De Commissie verrichtte, net als in haar onderzoek in de zaak UPS/TNT, een analyse van de prijsconcentratie. Tevens stelde zij vast dat de transactie, dankzij besparingen op de netwerkkosten, tot verifieerbare, specifiek met de concentratie verbonden efficiëntieverbeteringen zal leiden ten gunste van de klanten.

Bezorgingsdiensten buiten de EER

Evenzo stelde de Commissie, wat de bezorgingsdiensten buiten de EER betreft, vast dat de positie van de fusieonderneming op de markten voor wereldwijde bezorgingsdiensten via de voornaamste internationale handelsroutes bescheiden zal zijn en dat FedEx en TNT, hoewel zij tot de "integratoren" behoren, niet zeer naaste concurrenten zijn. Dit komt doordat TNT zich voornamelijk richt op markten binnen Europa.

De Commissie stelde ook vast dat DHL en UPS na de transactie daadwerkelijk met de fusieonderneming zullen concurreren en dat het bedrijf na de overname efficiënter kan worden beheerd als gevolg van kostenbesparingen.

 

De Commissie heeft ook een diepgaand onderzoek ingesteld naar de bewering dat de transactie bijzonder schadelijk zal zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). Na een uitgebreid marktonderzoek is zij tot de conclusie gekomen dat kmo's geen groter nadeel van de overname zullen ondervinden dan andere klanten.

In 2013 verbood de Commissie de geplande overname van TNT door UPS. Destijds stelde de Commissie vast dat de overname waarschijnlijk nadelig zou zijn voor klanten doordat zij tot hogere tarieven zou leiden. Deze conclusie was mede gebaseerd op het feit dat FedEx geen aanzienlijke concurrentiedruk uitoefende op een aantal nationale markten voor spoedzendingen binnen de EER. In haar onderzoek in deze zaak heeft de Commissie dezelfde toetsing verricht als in de zaak UPS/TNT, zowel wat spoedzendingen binnen de EER als wat markten buiten de EER betreft, zodat volledige samenhang met haar vroegere besluitvormingspraktijk gewaarborgd is.

 

Ondernemingen en producten

FedEX is een in de Verenigde Staten gevestigde internationale aanbieder van pakjesbezorgingsdiensten, expediteursdiensten en vrachtvervoerdiensten via zijn geïntegreerde wereldwijde netwerk.

TNT Express is gevestigd in Nederland en is wereldwijd actief in de logistieke sector. De onderneming houdt zich bezig met de levering van kleine pakketten, vrachtvervoerdiensten door de lucht en over de weg, en expediteursdiensten.


Concentratiecontrole – regels en procedures

Het is de taak van de Commissie om fusies en overnames te beoordelen wanneer de omzet van de betrokken ondernemingen bepaalde drempels overschrijdt (zie artikel 1 van de concentratieverordening) en om concentraties te voorkomen die de daadwerkelijke mededinging in de EER of een wezenlijk deel daarvan op significante wijze zouden belemmeren.

Het overgrote deel van de concentraties die worden aangemeld, levert geen mededingingsbezwaren op en wordt na een routinebeoordeling goedgekeurd. Wanneer een transactie is aangemeld, heeft de Commissie normaal gesproken 25 werkdagen de tijd om de transactie goed te keuren (fase I) of een diepgaand onderzoek te beginnen (fase II).

Momenteel loopt nog in vijf andere concentratiezaken een fase II-onderzoek:

 

Meer informatie over deze zaak komt in het publieke zaakregister op de website van DG Concurrentie beschikbaar onder zaaknummer M.7630.

IP/16/28

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar