Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE

Europese Commissie - Persbericht

Staatssteun: Commissie keurt drie besluiten goed waarin Nederland, België en Frankrijk wordt gevraagd hun havens te belasten

Brussel, 21 januari 2016

De Europese Commissie heeft Nederland gevraagd om een vrijstelling van vennootschapsbelasting in te trekken voor zijn zes zevenhavens, om zo de regeling in overeenstemming te brengen met de EU-staatssteunregels.

In twee andere besluiten heeft de Commissie voorgesteld dat België en Frankrijk hun belastingregeling voor havens in overeenstemming zouden brengen met de staatssteunregels.


Margrethe Vestager, commissaris voor mededingingsbeleid: " Havens zijn voor economische groei en regionale ontwikkeling cruciale infrastructuur. Binnenkort kom ik met een voorstel dat niet-problematische investeringen in havens die banen kunnen creëren, moet stimuleren door deze vrij te stellen van toetsing aan de EU-staatssteunregels. Tegelijk is het zo dat de Commissies beschikkingen van vandaag met betrekking tot Nederland, België en Frankrijk, duidelijk maken dat indien havens winst genereren met economische activiteiten, deze winst moet worden belast volgens de gewone nationale belastingwetgeving, teneinde concurrentie verstoringen tegen te gaan."

Grensoverschrijdende concurrentie speelt een belangrijke rol in de havensector en het is het vaste voornemen van de Commissie om een gelijk speelveld te verzekeren in deze belangrijke economische sector.

Wanneer overheidsbedrijven economische activiteiten verrichten, concurreren zij met particuliere spelers, die vennootschapsbelastingplichtig zijn. De zakelijke exploitatie van haveninfrastructuur is een economische activiteit. Publieke ondernemingen dienen, voor zover zij economische activiteiten bedrijven, onderhevig te zijn aan vennootschapsbelasting, op dezelfde wijze als private ondernemingen. Deze economische activiteiten moeten worden onderscheiden van andere activiteiten die verband houden met de exploitatie van infrastructuur voor het verrichten van essentiële overheidstaken (bijv. veiligheid, inspectie, verkeersleiding), die buiten het EU-staatssteuntoezicht vallen.

 

Nederland

Na klachten heeft de Commissie Nederland in mei 2013 gevraagd om bepalingen te schrappen waarbij bepaalde overheidsbedrijven - zoals havenbedrijven - van vennootschapsbelasting worden vrijgesteld. Zij vreesde namelijk dat de betrokken bedrijven hiermee mogelijk een onterecht voordeel krijgen ten opzichte van hun concurrenten. In juli 2014 begon de Commissie een diepgaand onderzoek.

In de loop van het onderzoek van de Commissie heeft Nederland op 4 juni 2015 een wet aangenomen die overheidsbedrijven vanaf 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig maakt. De wet handhaafde echter de belastingvrijstelling voor zes Nederlandse publieke zeehavens: Groningen Seaports NV, Havenbedrijf Amsterdam NV, Havenbedrijf Rotterdam NV, Havenschap Moerdijk, NV Port of Den Helder en Zeeland Seaports.

Volgens de Commissie worden met deze Nederlandse wetgeving haar staatssteunbezwaren weggenomen, behalve waar het gaat om de zes Nederlandse zeehavens die van vennootschapsbelasting vrijgesteld blijven. De Commissie concludeerde dat ook deze vrijstelling diende te worden ingetrokken om een eind te maken aan de concurrentieverstoringen die deze veroorzaakte. Nederland heeft nu twee maanden de tijd om de nodige stappen te zetten om de vrijstelling in te trekken, zodat vanaf 1 januari 2017 de zes havens onder dezelfde vennootschapsbelastingregels vallen.

 

 

België en Frankrijk

In juli 2014 deelde de Commissie België en Frankrijk mee dat zij bezwaren had tegen hun belastingregeling voor havens.

In België is een aantal zeehavens en binnenhavens (met name de havens van Antwerpen, Brugge, Brussel, Charleroi, Gent, Luik, Namen en Oostende en de kanaalhavens in Henegouwen en in Vlaanderen) in de regel vrijgesteld van de algemene regeling inzake vennootschapsbelasting. Voor deze havens geldt een andere belastingregeling, met een andere heffingsgrondslag en andere belastingtarieven, wat Belgische havens een doorgaans lager belastingpeil oplevert dan voor andere ondernemingen die in België actief zijn.

De meeste Franse havens, met name de 11 "Grands Ports Maritimes" (Bordeaux, Dunkerque, La Rochelle, Le Havre, Marseille, Nantes - Saint-Nazaire, Rouen en ook Guadeloupe, Guyane, Martinique en Réunion), de Port autonome de Paris en havens die worden geëxploiteerd door kamers van industrie en handel, zijn volledig vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Het voorlopige standpunt van de Commissie is dat, in zowel België als Frankrijk, met de bestaande regeling aan de havens een selectief voordeel wordt verleend dat mogelijk in strijd is met de EU-staatssteunregels.

Daarom heeft de Commissie vandaag aan België en Frankrijk maatregelen voorgesteld om hun wetgeving zodanig aan te passen dat particuliere en publieke havens over hun economische activiteiten vennootschapsbelasting betalen net als andere ondernemingen in België of Frankrijk. De beide landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren. Wordt er na twee maanden geen overeenstemming bereikt, dan kan de Commissie een diepgaand onderzoek beginnen om, op basis van de ontvangen reacties, na te gaan of de betrokken maatregelen in strijd zijn met de EU-staatssteunregels.

 

Achtergrond

Zoals in november 2015 aangekondigd, werkt de Commissie aan een verruiming van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), zodat deze ook niet-problematische investeringen in havens bestrijkt en strategische investeringen in infrastructuur stimuleert die het potentieel in zich hebben om banen te creëren in Europa.

Daarnaast zet de Commissie haar onderzoek voort naar het functioneren van en de belastingregeling voor havens in andere lidstaten. Zij zal de nodige stappen zetten om een eerlijke concurrentie tussen alle havens in de EU te garanderen. Zo heeft de Commissie bijvoorbeeld om informatie verzocht over de financiering van bepaalde havens in Duitsland. Deze beoordeling loopt nog.

De vrijstelling van vennootschapsbelasting voor Nederlandse overheidsbedrijven gaat terug tot 1956. Zo gaat de vrijstelling van vennootschapsbelasting voor Franse havens terug tot 1942 en ook de gunstige Belgische belastingregeling voor havens stamt uit de periode van vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Rome, het stichtingsverdrag van de toenmalige EEG, in 1958.

Deze maatregelen worden dan ook beschouwd als "bestaande steun". Voor de beoordeling daarvan bestaat een bijzondere samenwerkingsprocedure tussen de lidstaten en de Commissie. Wanneer bestaande steun in strijd lijkt te zijn met de EU-staatssteunregels, deelt de Commissie in een eerste fase de betrokken lidstaat haar bezwaren mee. Afhankelijk van de antwoorden die de Commissie ontvangt, kan zij dan zogeheten "dienstige maatregelen" aan de lidstaat voorstellen om de maatregelen in overeenstemming te brengen met de EU-staatssteunregels.

Bij de voorstellen die vandaag aan België en Frankrijk zijn gedaan, gaat het om deze tweede stap in de procedure. Indien de beide lidstaten het voorstel niet accepteren, kan de Commissie, in een derde stap, een diepgaand onderzoek beginnen om de bestaande steun op zijn verenigbaarheid te toetsen. Wanneer de Commissie daarbij tot de conclusie komt dat de regeling onverenigbaar is met de EU-staatssteunregels, kan zij eisen dat de lidstaat een eind maakt aan de bestaande steun die de mededinging op de interne markt verstoort. Het verzoek dat vandaag aan Nederland is gedaan, is deze laatste fase in de procedure voor bestaande steun.

The non-confidential versions of the decision will be made available under the case numbers SA.25338, SA.38393 and SA.38398 in the State Aid Register on the competition website once any confidentiality issues have been resolved. New publications of state aid decisions on the internet and in the Official Journal are listed in the State Aid Weekly e-News.

IP/16/124

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar