Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE

Europese Commissie - Persbericht

Staatssteun: Commissie eist dat België 211 miljoen EUR terugvordert van diverse staalbedrijven binnen de Duferco-groep

Brussel, 20 januari 2016

De Commissie is tot de conclusie gekomen dat 211 miljoen EUR financiering die de Waalse overheid in België in de periode 2006-2011 aan diverse staalproducerende bedrijven binnen de Duferco-groep heeft gegeven, de mededinging verstoorden, in strijd met de EU-staatssteunregels.

Na een diepgaand onderzoek is de Commissie tot de conclusie gekomen dat een particuliere investeerder er niet had mee ingestemd om op dezelfde voorwaarden te investeren als het Belgische Foreign Strategic Investments Holding (FSIH), een Belgische overheidsinstantie die onder de zeggenschap staat van de Waalse overheid. Met de overheidsfinanciering krijgen de ontvangers ervan dus een selectief voordeel dat concurrenten die zonder deze gesubsidieerde financiering moeten opereren, niet krijgen.

Gelet op de problemen van overcapaciteit in de EU-staalindustrie mag volgens de EU-staatssteunregels alleen het concurrentievermogen op lange termijn en de doelmatigheid van de staalproductie worden ondersteund. Steun aan staalproducenten in financiële problemen is niet mogelijk. Deze regels zijn coherent toegepast in een aantal EU-landen.

Margrethe Vestager, commissaris voor mededingingsbeleid: "Staalproducenten in de hele EU kampen met wereldwijde overcapaciteit en sterke invoer. Het antwoord op deze uitdaging moet een versterking van het internationale concurrentievermogen van de sector op lange termijn zijn. Daarom bieden de EU-staatssteunregels lidstaten de mogelijkheid om onderzoeksactiviteiten te ondersteunen of de energiekosten van staalbedrijven te verlichten, en pakt de Commissie verstoringen van de internationale handel aan met antidumping- of antisubsidiemaatregelen. Dit is ook de reden waarom EU-landen en de Commissie strenge regels hebben uitgewerkt tegen staatssteun voor het redden en herstructureren van staalbedrijven in moeilijkheden. Zo worden schadelijke subsidiewedlopen tussen EU-landen vermeden en wordt voorkomen dat ongebreidelde staatssteun in één EU-land op oneerlijke wijze duizenden banen in de hele EU in gevaar brengt.

Ondanks de verboden staatssteun die Duferco heeft gekregen, heeft de onderneming nu bijna al haar bedrijfsactiviteiten uit België weggehaald. Deze zaak laat zien dat staatssteun om niet-levensvatbare staalproducenten kunstmatig in leven te houden, de mededinging ernstig verstoort en de terugtrekking van dit soort ondernemingen uit de markt alleen maar vertraagt - op kosten van de belastingbetalers."

In oktober 2013 is de Commissie een diepgaand onderzoek begonnen naar de financiering van diverse ondernemingen van de Duferco-groep door het Belgische Foreign Strategic Investments Holding (FSIH). FSIH werd in 2003 opgericht door de Société wallonne de gestion et de participations (SOGEPA), die in handen is van het Waals Gewest (België). Deze onderneming moest gaan investeren in staalbedrijven.

In de periode 2006-2011 heeft FSIH herhaaldelijk steunmaatregelen toegekend aan bedrijven van de Duferco-groep, voor een bedrag van in totaal 211 miljoen EUR. Hierdoor werden de inkomsten van de ondernemingen kunstmatig opgeblazen en werden de moeilijke, maar noodzakelijke capaciteitsaanpassingen in de Waalse staalindustrie uitgesteld. Het onderzoek van de Commissie leerde dat een marktgerichte fondsbeheerder niet uitsluitend in één groep (Duferco) en in één sector (het staal) had geïnvesteerd met als doel de staalproductie in Wallonië te steunen. Laat dit nu net zijn wat FSIH wel heeft gedaan.

Daarom vormen deze investeringen staatssteun in de zin van de EU-regels. De EU-staatssteunregels bieden echter alleen de mogelijkheid om voor levensvatbare staalbedrijven het concurrentievermogen te versterken. Zij bieden geen ruimte voor overheidssteun aan staalproducenten in financiële moeilijkheden. De herhaalde steunmaatregelen voor Duferco-ondernemingen zijn daarom onrechtmatig volgens de EU-staatssteunregels. België moet nu de steun van de begunstigden of van hun rechtsopvolgers terugvorderen.

Ondanks de aanzienlijke onrechtmatige staatssteun van de Waalse overheid hebben de Duferco-fabrieken in Charleroi, La Louvière en Clabecq de staalproductie nadien stopgezet. De Commissie zet nu het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in om het Waals Gewest te helpen bij zijn inspanningen om de werknemers om te scholen die hun baan hebben verloren.

 

Achtergrond


Tussen 2006 en 2011 ontvingen diverse ondernemingen van de Duferco-groep steun van de Waalse overheid. Na haar diepgaande onderzoek heeft de Commissie de volgende vijf begunstigden geïdentificeerd: de holdingmaatschappij van de Duferco-groep, staaldochter Duferco Industrial Investment, Steel Invest & Finance (een joint venture van Duferco en de Novolipetsk-groep, die thans volledig in handen van Novolipetsk is), en Duferco Salvage Investments Holding en Duferco Long Products, twee Belgische joint ventures met FSIH.

Volgens de EU-regels gelden overheidsinvesteringen in ondernemingen die economische activiteiten uitoefenen, als vrij van staatssteun indien de investering plaatsvindt op voorwaarden die een onder normale marktvoorwaarden handelende particulier investeerder had geaccepteerd (het zgn. beginsel van de investeerder in een markteconomie (MEIP)). Overheidsinvesteringen die niet aan dit beginsel voldoen, vormen volgens het EU-recht (artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)) staatssteun, omdat de begunstigde hiermee een economisch voordeel krijgt ten opzichte van zijn concurrenten.

De Europese staalindustrie heeft een omzet van rond 180 miljoen EUR, biedt rechtstreekse banen aan rond 360 000 mensen, produceert rond 170 miljoen ton staal per jaar op meer dan 500 productielocaties in 23 lidstaten. De daadwerkelijke overcapaciteit in de EU wordt voor 2015 geraamd op rond 10-15% van de totale Europese capaciteit. Europese staalproducenten staan voor mondiale uitdagingen, zoals felle concurrentie uit lagekostenlanden die ook met belangrijke overcapaciteit te maken hebben, een teruglopende mondiale vraag naar staal, toenemende energiekosten, en sterke afhankelijkheid van ingevoerde grondstoffen.

Tegen deze achtergrond verbieden de EU-staatssteunregels overheidssteun om in de staalindustrie ondernemingen in moeilijkheden te redden en te herstructureren. Midden de jaren 1990 hebben de EU-lidstaten en de Commissie afgesproken dat dit soort steun niet langer mogelijk zou zijn voor de staalindustrie (Beschikking nr. 2496/96/EGKS). Sindsdien hanteert de EU een marktgedreven benadering om de capaciteitsaanpassingen en herstructureringen door te voeren die nodig zijn om een levensvatbare en houdbare staalindustrie in Europa te verzekeren. De Commissie moet de staatssteunregels coherent blijven toepassen om een gelijk speelveld te garanderen voor de staalproducenten die al pijnlijke en dure herstructureringsplannen hebben uitgevoerd die uit particuliere middelen zijn gefinancierd. Voorts zou, zoals de ervaring uit het verleden leert, het toestaan van reddings- en herstructureringssteun de mededinging verstoren en het risico inhouden dat tussen lidstaten subsidiewedlopen ontstaan.

Tegelijkertijd bieden de EU-staatssteunregels lidstaten de mogelijkheid om staatssteun te verlenen om het mondiale concurrentievermogen van Europese staalproducenten te versterken, zoals steun voor onderzoek en ontwikkeling (O&O), opleidingssteun en steun voor energie-intensieve gebruikers. De afgelopen jaren hebben diverse lidstaten maatregelen genomen om energie-intensieve gebruikers – zoals staalproducenten – te compenseren voor hun hoge energiekosten. Deze maatregelen mogen dan misschien invloed hebben op de concurrentie in de staalsector, toch dragen zij bij aan belangrijke doelstellingen van gemeenschappelijk belang. Bovendien staan er duidelijke beperkingen op het volume staatssteun dat mag worden verleend.

Sinds reddings- en herstructureringssteun voor staalproducenten in moeilijkheden midden de jaren 1990 niet langer mogelijk was, heeft de Commissie talrijke negatieve besluiten vastgesteld (waarvan vele met het bevel steun terug te vorderen) in talrijke EU-landen, zoals België, Duitsland, Italië en Polen.


Achtergrond over andere activiteiten van de Commissie met betrekking tot de staalsector

 

De Commissie heeft bijvoorbeeld maatregelen genomen om te garanderen dat er een gelijk speelveld is tussen producenten binnen en buiten de EU. De steun van de EU voor open en eerlijke handel is afhankelijk van dit soort gelijk speelveld. Beschermingsinstrumenten uit het handelsbeleid, zoals antidumping- of antisubsidiemaatregelen, zijn middelen om de Europese Unie te beschermen tegen verstoringen van de internationale handel en tegen oneerlijke handelspraktijken. In de EU zijn er momenteel 34 momenteel definitieve maatregelen van kracht voor de invoer van staalproducten. Daarnaast lopen nieuwe antidumping-/antisubsidieonderzoeken voor nog eens 6 andere staalproducten.

De Commissie blijft zich sterk inzetten voor het verbeteren van het algemene concurrentievermogen van de industriële basis van Europa. Het concurrentievermogen van de Europese staalsector is een van de grote pijlers van de industriële agenda van de EU, en de doelstelling van het industriële concurrentievermogen is geïntegreerd in andere EU-beleidslijnen. De Europese industrie staat voor gemeenschappelijke uitdagingen: modernisering in het digitale tijdperk, energie-efficiëntie en integratie in mondiale waardeketens. De initiatieven die aansluiten op de Strategie voor de eengemaakte markt van 2015 en de strategie voor de Digitale eengemaakte markt, zullen worden toegespitst op een verdere integratie van beleidssectoren en het doorbreken van verkokering en sectorale benaderingen. De Commissie heeft een High Level Group on Energy-Intensive Industries opgezet die de Commissie moet adviseren over beleidsvraagstukken en die moet functioneren als een overlegforum voor stakeholders. Op 15 februari 2016 zal in Brussel een bijzondere conferentie op hoog niveau plaatsvinden die de actuele uitdagingen in kaart moet brengen en waarop overleg zal plaatsvinden over beleidsinitiatieven. De Commissie blijft de tenuitvoerlegging van het Actieplan voor een concurrerende en duurzame staalindustrie in Europa, dat in 2013 werd goedgekeurd, verder volgen.

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF) is opgericht om hulp te bieden aan werknemers die zich moeten aanpassen aan de gevolgen van de globalisering. Sinds het EGF in 2007 actief werd, heeft het zo'n 550 miljoen EUR uitgekeerd om meer dan 128 000 werknemers te helpen. Het EGF verschaft financiering om werknemers die hun baan verloren hebben, te helpen bij het verbeteren van hun inzetbaarheid en bij hun zoektocht naar nieuwe banenkansen (beroepsopleiding, verruiming van hun kennis en vaardigheden, tijdelijke stimuli en uitkeringen enz.). Zo heeft het EGF sinds 2014 initiatieven gesteund om de inzetbaarheid te verbeteren van staalarbeiders na de sluiting van productielocaties in België.

 

De niet-vertrouwelijke versie van het besluit komt, zodra eventuele vertrouwelijkheidskwesties zijn opgelost, onder zaaknummer SA.33926 beschikbaar in het publieke Staatssteunregister op de website van DG Concurrentie van de Commissie. Een overzicht van de recentste staatssteunbesluiten die op internet en in het EU-Publicatieblad zijn gepubliceerd, is te vinden in de elektronische nieuwsbrief State Aid Weekly e-News

IP/16/113

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar