Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Persbericht

Commissie maakt bezwaar tegen vermeend machtsmisbruik van Gazprom in Midden- en Oost-Europa

22 april 2015

Volgens de Europese Commissie zijn sommige handelspraktijken van Gazprom op de Midden- en Oost-Europese gasmarkt in strijd met de concurrentieregels van de Europese Unie. De Commissie heeft Gazprom daarover een mededeling van punten van bezwaar gestuurd. Voor nadere gegevens zie factsheet.

Uit een onderzoek van de Commissie blijkt dat Gazprom zijn dominante marktpositie zou misbruiken om de markt in Midden- en Oost-Europa op te delen. Gazprom zou onder meer zijn klanten verbieden om gas aan andere landen door te verkopen. Daardoor zou Gazprom in sommige lidstaten oneerlijke prijzen kunnen aanrekenen. Ook zou het zijn dominante marktpositie hebben misbruikt om alleen gas te leveren als groothandelaren niet-gerelateerde toezeggingen deden op het vlak van transportinfrastructuur voor gas.

Gazprom heeft nu 12 weken om op de mededeling van punten van bezwaar te reageren. Het kan ook om een hoorzitting vragen waar het zijn argumenten kan uiteenzetten. De Commissie zal de rechten van verdediging ten volle respecteren en pas een besluit vaststellen als zij de opmerkingen van Gazprom zorgvuldig heeft bestudeerd. De mededeling van punten van bezwaar loopt niet vooruit op het eindresultaat van het onderzoek.

Margrethe Vestager, EU-commissaris voor Mededinging: "Gas is van essentieel belang in ons dagelijks leven: we gebruiken het om onze huizen te verwarmen, te koken en elektriciteit te produceren. Eerlijke concurrentie op de Europese gasmarkt is dan ook erg belangrijk.

Alle bedrijven, ook niet-Europese, die op de EU-markt actief zijn, moeten onze regels respecteren.

Ik ben bezorgd over het feit dat Gazprom de concurrentieregels overtreedt door zijn dominante positie op de Europese gasmarkt te misbruiken. We hebben vastgesteld dat Gazprom het vervoer van gas tussen bepaalde Midden-Europese landen op een kunstmatige manier verhindert en zo de grensoverschrijdende concurrentie belemmert. Door de nationale markten te scheiden, kan Gazprom ook oneerlijke prijzen vragen. Als onze vermoedens worden bevestigd, zal Gazprom zich daarvoor juridisch moeten verantwoorden."

 

De voorlopige bevindingen van de Commissie in de mededeling van punten van bezwaar

Gazprom is de grootste gasleverancier in een aantal Midden- en Oost-Europese landen. Op grond van haar onderzoek is de Commissie van mening dat Gazprom de concurrentie op de gasmarkt verstoort in acht EU-landen: Bulgarije, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen en Slowakije. Volgens de Commissie past Gazprom een oneerlijke strategie toe:

  • het legt in de genoemde landen territoriale beperkingen op aan groothandelaren en sommige industriële klanten. Het gaat onder meer om uitvoerverboden en bestemmingsclausules, volgens welke het gekochte gas alleen mag worden gebruikt in een bepaald gebied. Ook mogen groothandelaren geen gas uitvoeren zonder de toestemming van Gazprom en verbiedt Gazprom in bepaalde omstandigheden dat het gas op een andere plaats wordt geleverd. Volgens de Commissie wordt het vrije verkeer van gas binnen de Europese Economische Ruimte daardoor belemmerd.
  • die territoriale beperkingen resulteren in hogere gasprijzen. Gazprom voert een oneerlijk prijsbeleid in vijf EU-landen (Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen en Polen) en rekent groothandelaren prijzen aan die veel hoger zijn dan de gemaakte kosten of de referentieprijzen. Dat komt gedeeltelijk doordat Gazprom zijn prijzen voor de levering van gas koppelt aan de prijs van een pakket aardolieproducten. Gazprom wordt zo buitensporig bevoordeeld ten opzichte van zijn klanten.
  • ook zou Gazprom zijn dominante marktpositie hebben misbruikt om alleen gas aan Bulgarije en Polen te leveren op voorwaarde dat groothandelaren niet-gerelateerde toezeggingen deden op het vlak van transportinfrastructuur voor aardgas. Zo zou bijvoorbeeld alleen gas worden geleverd als de andere partij investeerde in de bouw van een pijplijn die door Gazprom wordt gesteund of als Gazprom meer zeggenschap kreeg over een pijplijn.

De Commissie concludeert voorlopig dat Gazprom door deze praktijken zijn dominante marktpositie misbruikt, wat volgens artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verboden is. Als dat ook werkelijk zo is, wordt de grensoverschrijdende verkoop van gas op de eengemaakte markt bemoeilijkt en gaan de liquiditeit en doeltreffendheid van de gasmarkt omlaag. De handel tussen de EU-landen wordt kunstmatig belemmerd en dat resulteert in hogere gasprijzen.

 

Achtergrond

De Commissie leidde een formele procedure tegen Gazprom in op 31 augustus 2012.

Gazprom is de grootste leverancier van aardgas in alle landen van Midden- en Oost-Europa. Het heeft in de meeste landen meer dan 50 % marktaandeel. In sommige landen heeft het de hele markt in handen.

Volgens artikel 102 van het VWEU mag een dominante marktpositie niet worden misbruikt, omdat dat de handel tussen de lidstaten kan belemmeren. De uitvoering van dat artikel is gedefinieerd in de antitrustverordening (Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad) en kan worden toegepast door de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten van de EU-landen.

Een mededeling van punten van bezwaar is een formele stap in een onderzoek door de Commissie van zaken waarin er verdenkingen bestaan dat EU-antitrustregels zijn overtreden. De Commissie deelt de betrokken partijen schriftelijk mee op welke punten zij bezwaren tegen hen heeft. De partijen kunnen daarna schriftelijk reageren. Zij kunnen de documenten in het onderzoeksdossier van de Commissie inzien, schriftelijk reageren en om een hoorzitting vragen waar zij hun opmerkingen over de zaak kunnen uiteenzetten voor vertegenwoordigers van de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten. De Commissie stelt pas een definitief besluit vast nadat de partijen hun rechten van verdediging hebben uitgeoefend.

De termijn waarin de Commissie antitrustonderzoeken naar concurrentieverstorend gedrag moet afronden, is niet wettelijk bepaald. Hoelang een antitrustonderzoek duurt, hangt af van een aantal factoren, zoals de complexiteit van de zaak, de mate waarin de betrokken onderneming met de Commissie meewerkt en de uitoefening van de rechten van verdediging.

Meer gegevens vindt u in het openbare register op de mededingingswebsite van de Commissie onder zaaknummer 39816.

IP/15/4828

Contactpersoon voor de pers

Voor het publiek:


Side Bar