Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 27 januari 2014

Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust: Commissie roept lidstaten op om ontkenning van misdaden tegen de menselijkheid strafbaar te stellen

Een nieuw verslag dat vandaag is gepubliceerd, tegen de achtergrond van de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust, heeft aan het licht gebracht dat de meeste EU-lidstaten de EU-regelgeving ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat nog niet correct hebben uitgevoerd. De lidstaten hebben in 2008 unaniem het kaderbesluit betreffende de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht aangenomen. Toch blijft de nationale wetgeving in een aantal landen nog steeds ontoereikend. Vooral nationale bepalingen tegen het ontkennen, vergoelijken of verregaand bagatelliseren van bepaalde misdrijven, zoals misdaden tegen de menselijkheid, zijn nog steeds ontoereikend in 20 lidstaten.

Vicepresident Viviane Reding, EU-commissaris voor Justitie, zei tijdens een speech ter gelegenheid van de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust: "De naties in de Europese Unie leven nu in vrede met elkaar. We staan nu echter voor nog een andere uitdaging: het blijven streven naar tolerantie binnen onze maatschappijen. Niemand zou ooit te maken mogen krijgen met haatuitingen of haatmisdaden. Vandaag roep ik dus alle EU-lidstaten op om maatregelen te nemen zodat het EU-kaderbesluit volledig kan worden omgezet in nationale bepalingen en kan worden toegepast op het terrein.”

De Commissie zal in 2014 bilateraal in dialoog treden met de lidstaten zodat het kaderbesluit volledig en correct kan worden omgezet in nationale wetgeving. Hierbij moet rekening worden gehouden met het Handvest van de grondrechten en, met name, de vrijheid van meningsuiting en vereniging.

Het EU-Kaderbesluit heeft als doel om met name racistische en xenofobische haatuitingen en haatmisdaden te bestrijden. Het verplicht de lidstaten er ook toe om het publiekelijk aanzetten tot geweld of haat op grond van ras, huidskleur, godsdienst, afstamming, nationale of etnische afkomst vast te stellen als strafbare feiten.

Belangrijkste bevindingen van het huidige uitvoeringsverslag:

Hoewel alle lidstaten de Commissie hebben laten weten welke maatregelen ze zullen nemen om aan dit kaderbesluit te voldoen, laat het huidige uitvoeringsverslag zien dat een aantal landen niet alle bepalingen volledig en/of correct heeft omgezet. Het gaat dan over strafbare feiten zoals het ontkennen, het vergoelijken en verregaand bagatelliseren van bepaalde misdrijven.

De meeste lidstaten hebben bepalingen inzake het aanzetten tot racistisch en xenofobisch geweld en haat, maar daarmee lijken de desbetreffende bepalingen van het kaderbesluit niet altijd volledig te zijn omgezet. Er zijn ook leemten aangetroffen in verband met de racistische en xenofobische motieven van misdrijven, de aansprakelijkheid van rechtspersonen en de rechtsbevoegdheid.

Volgende stappen:

De Commissie beschikt momenteel niet over de bevoegdheden om op grond van artikel 258 VWEU een inbreukprocedure in te leiden in verband met kaderbesluiten die zijn aangenomen vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (zie artikel 10, lid 1, van Protocol nr. 36 bij de verdragen). Vanaf 1 december 2014 kan de Commissie inbreukprocedures inleiden. Het huidige verslag laat dus zien op welke vlakken de lidstaten nog werk moeten verrichten om de nationale wetgeving aan te passen.

De Commissie zal echter nooit tussenbeide komen in individuele gevallen van haatuitingen of haatmisdaden. Het is aan de nationale rechtbanken om te bepalen of een specifiek geval kan worden beschouwd als een aanzetting tot racistisch of xenofobisch geweld of haat, afhankelijk van de omstandigheden en de context van elke situatie. De Commissie zal alleen nagaan of de algemene regels in nationaal recht worden omgezet.

Achtergrond

Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad is een instrument ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht. In dit kaderbesluit wordt een gemeenschappelijke strafrechtelijke benadering uitgelijnd voor bepaalde vormen van racisme en vreemdelingenhaat, met name racistische en xenofobische haatuitingen en haatmisdaden.

Wat "haatuitingen" betreft, moeten de lidstaten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de volgende opzettelijke gedragingen strafbaar worden gesteld wanneer ze gericht zijn tegen een groep personen, of een lid van die groep, die op basis van ras, huidskleur, godsdienst, afstamming dan wel nationale of etnische afkomst wordt gedefinieerd en indien de gedragingen van dien aard zijn dat zij het geweld of de haat tegen een dergelijke groep of een lid van een dergelijke groep dreigen aan te wakkeren :

het publiekelijk aanzetten tot geweld of haat, waaronder het publiekelijk verspreiden of uitdelen van geschriften, afbeeldingen of ander materiaal;

het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, zoals vastgesteld in het Statuut van het Internationaal Strafhof; en de misdaden van de belangrijkste oorlogsmisdadigers van de Europese Asmogendheden, zoals vastgesteld in het Handvest van het Internationale Militaire Tribunaal van 1945.

Met betrekking tot "haatdelicten" moeten de lidstaten ervoor zorgen dat racistische en xenofobe motieven als een verzwarende omstandigheid worden beschouwd, dan wel dat die motieven door de rechter in aanmerking kunnen worden genomen bij de bepaling van de strafmaat.

Het kaderbesluit heeft betrekking op slachtoffers doordat erin wordt vastgelegd dat lidstaten erop moeten toezien dat het onderzoeken en vervolgen van delicten die verband houden met racisme en vreemdelingenhaat, niet afhangt van aangifte of beschuldiging door het slachtoffer, ten minste in de ernstigste gevallen.

De wet bevat regels inzake de rechtsmacht die erop gericht zijn online haatuitingen te bestrijden (een van de meest voorkomende manieren om racistisch en xenofoob gedrag te tonen). Bij het vestigen van hun rechtsmacht over gedragingen op hun grondgebied, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun rechtsmacht zich uitstrekt tot gevallen waarin de gedragingen via een informatiesysteem worden begaan en waarbij de dader of het materiaal dat wordt aangeboden, zich op hun grondgebied bevinden.

Dit is het eerste uitvoeringsverslag over Kaderbesluit 2008/913/JBZ. In dit verslag wordt een beoordeling gegeven van de mate waarin de lidstaten alle bepalingen van het kaderbesluit hebben uitgevoerd. Het is gebaseerd op de omzettingsmaatregelen die door de lidstaten zijn aangemeld en op technische informatie die de Commissie tijdens de beoordeling van hen heeft gevraagd (met inbegrip van nationale jurisprudentie, voorbereidende werkzaamheden en richtsnoeren). Het is eveneens gebaseerd op gegevens die werden verzameld in vijf vergaderingen van een groep regeringsdeskundigen en op een studie in opdracht van de Commissie.

Meer informatie

Persdossier: Verslag van de Commissie over de toepassing van de richtlijnen en de bijlagen

http://ec.europa.eu/justice/fundamental-rights/files/com_2014_27_en.pdf

Europese Commissie - Racisme & Vreemdelingenhaat:

http://ec.europa.eu/justice/fundamental-rights/racism-xenophobia/index_en.htm

Homepage van vicevoorzitter Viviane Reding, EU-commissaris voor Justitie:

http://ec.europa.eu/reding

Volg de vicevoorzitter op Twitter: @VivianeRedingEU

Volg EU Justitie op Twitter: @EU_Justice

Contactpersonen:

Mina Andreeva (+32 2 299 13 82)

Natasha Bertaud (+32 2 296 74 56)

Voor het publiek: Europe Direct op het nummer 00 800 6 7 8 9 10 11 of via e­mail


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website