Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 25 juni 2014

Concentraties: Commissie zet onderzoek concentratie‑Liberty Global/Ziggo voort - en verwijst zaak niet naar Nederland

De Europese Commissie heeft besloten om de zaak van de geplande overname van Ziggo door Liberty Global niet te verwijzen naar de Nederlandse mededingingsautoriteit voor toetsing aan de Nederlandse mededingingswetgeving. De Commissie heeft, volgens de EU-concentratieverordening, de bevoegdheid om deze geplande transactie te onderzoeken. Toch had de Nederlandse mededingingsautoriteit ACM gevraagd om deze zaak zelf te mogen onderzoeken. De Commissie kwam echter tot de conclusie dat de Nederlandse mededingingsautoriteit niet beter geschikt was om de transactie te onderzoeken. De Commissie heeft immers ervaring met het onderzoek van talrijke concentraties in de convergerende media- en telecomsector, Liberty Global is aanwezig in 12 landen van de Europese Economische Ruimte (EER) en er is behoefte aan een coherente toepassing van de regels inzake concentratiecontrole. Daarom zal de Commissie haar onderzoek voortzetten. Zij heeft in deze zaak tot 17 oktober 2014 de tijd om zich definitief uit te spreken.

Op 14 maart 2014 meldde Liberty Global bij de Commissie haar plannen aan om alleenzeggenschap over Ziggo te verwerven. De transactie voldeed namelijk aan de criteria voor toetsing door de Commissie zoals die in de EU-concentratieverordening zijn beschreven. Op 25 maart 2014 diende de Nederlandse Autoriteit Consument & Markt (ACM), op grond van artikel 9, lid 2, van de EU-concentratieverordening, een verzoek in tot verwijzing van de zaak. Op basis van die bepaling kan een lidstaat de Commissie vragen de beoordeling van een zaak volledig of gedeeltelijk te verwijzen naar die lidstaat. Voorwaarde daarvoor is wel dat de mededingingseffecten beperkt blijven tot een zuiver nationale markt of tot markten die kleiner zijn dan een nationale markt. De Commissie moet dan beslissen of zij de zaak zelf zal behandelen, of deze volledig of gedeeltelijk verwijst naar de verzoekende lidstaat die deze dan aan zijn nationale mededingingswetgeving toetst.

Bij haar beslissing om een zaak op grond van artikel 9, lid 2, onder a), naar een lidstaat te verwijzen, kijkt de Commissie vooral welke mededingingsautoriteit het best geschikt is om de betrokken zaak te behandelen. Bij dit besluit liet de Commissie meespelen dat zij uitgebreide ervaring heeft met de toepassing van de regels inzake concentratiecontrole in de convergerende sectoren media- en telecomsectoren1 (ook waar het gaat om nationale markten), dat Liberty Global een internationale speler is die in een meerderheid van EER-Staten aanwezig is, en het feit dat zij moet zorgen voor coherentie bij de toepassing van de regels inzake concentratiecontrole in de EER. Voorts kwam de Commissie tot de bevinding dat niet valt uit te sluiten dat de transactie misschien effecten heeft buiten Nederland, zoals in het taalkundig homogene, Vlaamse deel van België.

Onder die omstandigheden concludeerde de Commissie dat er geen dwingende redenen waren om af te wijken van de oorspronkelijke bevoegdheid van de Commissie en de zaak naar Nederland te verwijzen. De Commissie zal nu het diepgaande onderzoek voortzetten dat zij op 8 mei 2014 begon (zie IP/14/540). Bij dat onderzoek zal zij ook nauw blijven samenwerken met de Nederlandse ACM.

Ondernemingen en producten

Liberty Global is in de EER in de telecomsector actief en exploiteert kabelnetwerken in 12 landen. Ziggo is in Nederland in de telecomsector actief, met name op de markt voor retaillevering van televisie, vaste internettoegang en vaste telefonie.

Concentratiecontrole – regels en procedures

Het is de taak van de Commissie om fusies en acquisities te beoordelen wanneer de omzet van de betrokken ondernemingen bepaalde drempels overschrijdt (zie artikel 1 van de EU-concentratieverordening) en om concentraties te voorkomen die de daadwerkelijke mededinging in de EER (of een wezenlijk deel daarvan) op significante wijze zouden belemmeren.

Het overgrote deel van de concentraties die worden aangemeld, levert geen mededingingsbezwaren op en wordt na een routinebeoordeling goedgekeurd. Wanneer een transactie is aangemeld, heeft de Commissie normaal gesproken 25 werkdagen de tijd om de transactie goed te keuren (fase I) of een diepgaand onderzoek te beginnen (fase II).

Momenteel zijn er nog drie andere concentratiezaken waarin een fase II-onderzoek loopt. Het eerste lopende fase II-onderzoek betreft de geplande overname van E-Plus door Telefónica Deutschland (zie IP/13/1304 en IP/14/95). Daar is de termijn voor een eindbesluit donderdag 10 juli 2014. In de tweede zaak gaat het om de plannen van Huntsman om activa van Rockwood met betrekking tot titaandioxide te verwerven (zie IP/14/220). In die zaak is de termijn voor een besluit 18 september 2014. De derde zaak is de overname door Cemex van activa van Hocim in de sector cement en bouwmaterialen (zie IP/14/472). In die zaak is de termijn voor een besluit 5 september 2014.

Meer informatie over deze zaak komt op de website van DG Concurrentie beschikbaar in het publieke zaakregister van de Commissie, onder zaaknummer M.7000.

Contact:

Antoine Colombani (+32 2 297 45 13)

Marisa Gonzalez Iglesias (+32 2 295 19 25)

Voor het publiek: Europe Direct telefonisch 00 800 6 7 8 9 10 11 of per e-mail

1 :

De Commissie heeft al heel wat concentratiezaken in de media- en telecomsector onderzocht, bijv. in Nederland (zie IP/07/1238, IP/11/1593), België (zie IP/07/248), Oostenrijk (zie IP/12/1361), het Verenigd Koninkrijk (zie IP/10/208, IP/12/938, IP/13/326), Ierland (zie IP/14/607), Duitsland (IP/08/1012, IP/10/49, IP/13/853). Momenteel onderzoekt zij ook de overnameplannen van Telefónica voor het Duitse E-Plus (zie IP/13/1304) en van Vodafone voor de Spaanse kabelaar ONO (zaak M.7231).


Side Bar