Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 26 juni 2014

Duidelijkere EU-regels voor niet-begeleide minderjarigen die om internationale bescherming verzoeken

Vorig jaar hebben 12 690 niet-begeleide minderjarigen in de EU een asielaanvraag ingediend. Een aantal van hen kan bij niemand in de EU-lidstaten terecht en bevindt zich in een uiterst kwetsbare positie. Met name in het begin van de asielprocedure worden zij met problemen geconfronteerd.

In het licht van een recent arrest van het Hof van Justitie doet de Commissie een voorstel om duidelijk te maken welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van asielverzoeken van niet-begeleide minderjarigen. Door het voorstel wordt in het bijzonder de situatie van minderjarige verbeterd die om internationale bescherming hebben verzocht en geen gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de EU hebben.

Als een minderjarige die om internationale bescherming heeft verzocht zich in een dergelijke situatie bevindt, zal deze zaak in beginsel worden behandeld door de lidstaat waar de minderjarige zich bevindt en een aanvraag heeft ingediend. Terwijl de aanvraag wordt behandeld, blijft de minderjarige op het grondgebied van die lidstaat, tenzij dat niet in zijn of haar belang is.

"De rechten van het kind moeten altijd vooropstaan. De asielregels van de EU voor niet-begeleide minderjarigen moeten duidelijker en voorspelbaarder worden. Met dit voorstel zorgen wij ervoor dat de belangen van minderjarigen in de Dublinprocedure altijd centraal staan en dat zij niet onnodig van de ene lidstaat naar de andere worden overgebracht. Zij zullen sneller toegang krijgen tot de procedures voor de vaststelling van de internationalebeschermingsstatus. Op die manier kan een van de meest kwetsbare groepen doeltreffender gebruikmaken van ons gemeenschappelijke asielstelsel", aldus commissaris voor Binnenlandse zaken Cecilia Malmström.

Dit voorstel tot wijziging van de Dublinverordening biedt rechtszekerheid ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming door niet-begeleide minderjarige die geen gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de EU hebben. Het heeft betrekking op de twee situaties waarin minderjarigen zich in dat geval kunnen bevinden:

Wanneer de minderjarige meerdere verzoeken om internationale bescherming heeft ingediend, onder andere in de lidstaat waar hij zich op dat moment bevindt, is deze lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek, mits dit in het belang van de minderjarige is.

Wanneer de minderjarige die om internationale bescherming verzoekt zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt, maar daar geen verzoek heeft ingediend, moet deze lidstaat hem een reële mogelijkheid geven om dat alsnog te doen.

Als hij besluit in die lidstaat een verzoek in te dienen, blijft hij in die lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek, mits dit in het belang van de minderjarige is.

Als hij beslist geen verzoek in te dienen in de lidstaat waar hij zich bevindt, is de lidstaat verantwoordelijk waar hij zijn meest recente verzoek heeft ingediend, tenzij dit niet in het belang van de minderjarige is.

Om gezamenlijk te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is en om belangenconflicten te voorkomen, moeten de betrokken lidstaten overleggen over de beoordeling van de belangen van de minderjarige.

Tot slot is in het voorstel bepaald dat de lidstaten elkaar op de hoogte moeten brengen van het feit dat zij de verantwoordelijkheid hebben aanvaard, om de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen en te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van het systeem.

Het voorstel van de Commissie zal nu worden besproken door het Europees Parlement en de Raad. De Commissie hoopt dat tijdens het Italiaanse voorzitterschap overeenstemming wordt bereikt.

Achtergrond

In de Dublinverordening zijn criteria en instrumenten vastgesteld om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat bij een van de lidstaten wordt ingediend. De criteria voor de vaststelling van de verantwoordelijkheid hebben (in hiërarchische volgorde) betrekking op gezinsleden, het recent bezit van een door een lidstaat afgegeven visum of verblijfsvergunning en de vraag of de aanvrager de EU illegaal of legaal is binnengekomen.

In juni 2013 is overeenstemming bereikt over de nieuwe Dublinverordening ("Dublin III") en heeft de Commissie aangekondigd van plan te zijn om de ambiguïteit aan te pakken die momenteel bestaat in de bepaling over niet-begeleide minderjarigen die geen gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten hebben, en om rekening te houden met de relevante uitspraak van het Hof van Justitie (uitgebracht op 6 juni 2013 in de zaak C-648/11 (MA en anderen tegen Secretary of State for the Home Department).

De Dublin III-verordening omvat ook waarborgen die van toepassing zijn op alle minderjarigen die onder de "Dublinprocedure" (artikel 6) vallen, onder meer om voor vertegenwoordiging van de niet-begeleide minderjarige te zorgen, te trachten diens gezinsleden zo snel mogelijk op te sporen en bij het bepalen van het belang van het kind rekening te houden met de mogelijkheden tot gezinshereniging alsmede met het welzijn, de sociale ontwikkeling, de veiligheid en de mening van de minderjarige.

De Dublin III-verordening is sinds 1 januari 2014 van toepassing in alle lidstaten, met inbegrip van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken (uit hoofde van een internationale overeenkomst die in 2006 is gesloten tussen de Europese Gemeenschap en Denemarken), alsmede in de vier landen buiten de EU die deelnemen aan Schengen (IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein).

Nuttige links

Website van Cecilia Malmström

Volg commissaris Malmström op Twitter

Website van DG Binnenlandse Zaken

Volg DG Binnenlandse Zaken op Twitter

Voorstel van de Commissie tot wijziging van artikel 8, lid 4, van de Dublinverordening

Contact:

Michele Cercone (+32 2 298 09 63)

Tove Ernst (+32 2 298 67 64)

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 6 7 8 9 10 11 of per e­mail


Side Bar