Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 7 januari 2014

Structuur- en investeringsfondsen: de Commissie geeft partners een grotere rol bij planning en uitgaven

De Europese Commissie heeft vandaag een gemeenschappelijke reeks normen goedgekeurd ter verbetering van raadpleging, participatie en dialoog met partners zoals regionale, lokale, stedelijke en andere autoriteiten, vakbonden, werkgevers, niet-gouvernementele organisaties en organen die verantwoordelijk zijn voor het bevorderen van sociale inclusie, gendergelijkheid en non-discriminatie, bij de planning, uitvoering, monitoring en evaluatie van projecten die gefinancierd worden door de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF).

Deze fondsen omvatten het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds (CF), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV).

Deze Europese Gedragscode betreffende het partnerschapsbeginsel verlangt van de lidstaten dat zij de samenwerking versterken tussen hun autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het besteden van de middelen van de Europese structuur- en investeringsfondsen en de projectpartners, teneinde het doorgeven van informatie, ervaringen, resultaten en goede praktijken in de programmeringsperiode 2014-20 te vergemakkelijken, en dat zij aldus helpen waarborgen dat het geld goed besteed wordt.

Commissaris Andor verklaarde "We willen ervoor zorgen dat de lidstaten in constructieve partnerschappen samenwerken met representatieve stakeholders bij de planning en uitvoering van programma's die door de Europese structuur- en investeringsfondsen worden ondersteund, opdat dit geld een optimaal effect heeft."

De gedragscode, die de vorm heeft van een wettelijk bindende verordening van de Commissie, geeft doelstellingen en criteria aan om te waarborgen dat de lidstaten het partnerschapsbeginsel in de praktijk brengen. Dit betekent dat van de lidstaten verwacht wordt dat zij:

  • zorgen voor transparantie bij het selecteren van partners die regionale, lokale en andere overheidsinstanties vertegenwoordigen, sociale en economische partners en organen die de maatschappelijke organisaties vertegenwoordigen, die als gewone leden benoemd moeten worden in de toezichtcomités van de programma's;

  • de partners voorzien van alle nodige informatie voorzien en hen voldoende tijd bieden om een serieus raadplegingsproces mogelijk te maken;

  • ervoor zorgen dat de partners daadwerkelijk bij alle fasen van het proces betrokken worden, d.w.z. vanaf de voorbereiding en gedurende de gehele uitvoering, met inbegrip van toezicht en evaluatie, van alle programma's;

  • de capaciteitsopbouw van de partners ondersteunen, ter verbetering van hun competenties en vaardigheden met het oog op hun actieve betrokkenheid bij het proces; en

  • platforms voor het van elkaar leren en de uitwisseling van goede praktijken en innovatieve benaderingen creëren.

De verordening geeft aan welke beginselen de lidstaten in praktijk moeten brengen, maar biedt hen een ruime mate van flexibiliteit wat betreft het organiseren van de precieze praktische details om de relevante partners bij de verschillende fasen van de programmering te betrekken.

Achtergrond

Partnerschap, een van de centrale beginselen van het beheer van de EU-fondsen, veronderstelt nauwe samenwerking tussen overheden op nationaal, regionaal en lokaal niveau in de lidstaten, en met de particuliere sector en andere belanghebbende partijen. Tot nu toe wijst feedback van stakeholders erop dat dit principe, hoewel het een integrerend onderdeel van het cohesiebeleid is, zeer uiteenlopend in de praktijk wordt gebracht in de verschillende lidstaten; dat hangt hoofdzakelijk af van de vraag of de institutionele en politieke cultuur in een lidstaat al bevorderlijk was voor raadpleging, participatie en dialoog met relevante stakeholders.

De nieuwe regels, in de vorm van een wettelijk bindende en rechtstreeks toepasselijke verordening van de Commissie (een zogenaamde gedelegeerde handeling), versterkt daarom het voorschrift betreffende partnerschap in artikel 5 van de Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds (CF), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV).

Voor meer informatie

Nieuwsbericht op de website van het DG Werkgelegenheid:
László Andor's website:
http://ec.europa.eu/commission_2010-2014/andor/index_en.htm

Volg László Andor op Twitter: http://twitter.com/LaszloAndorEU

Abonneer u op de gratis e-mailnewsletter van de Europese Commissie over werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie: http://ec.europa.eu/social/e-newsletter

http://ec.europa.eu/social/main.jsp?langId=en&catId=89&newsId=2019&furtherNews=yes

Contactpersonen :

Jonathan Todd (+32 22994107)

Cécile Dubois (+32 22951883)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website