Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Straatsburg, 15 april 2014

Europese Commissie belicht problemen van internationale gezinnen en schrijft raadpleging uit

De Europese Commissie brengt vandaag een verslag uit over de juridische problemen waarmee echtgenoten van verschillende nationaliteit in Europa nog steeds worden geconfronteerd als zij een grensoverschrijdend geschil over hun huwelijk of de ouderschapsrechten over hun kinderen willen oplossen. De toenemende mobiliteit van burgers in de Europese Unie heeft ertoe geleid dat bij steeds meer gezinnen de gezinsleden een verschillende nationaliteit hebben, in verschillende EU-lidstaten wonen of in een EU-lidstaat wonen waarvan een of meer van de gezinsleden geen onderdaan zijn. Wanneer gezinnen uiteenvallen, is grensoverschrijdende samenwerking nodig om kinderen rechtszekerheid te bieden, zodat zij contact kunnen houden met beide ouders of voogden, die misschien in een andere lidstaat leven. Het vandaag gepubliceerde verslag onderstreept dat er meer moet worden gedaan om internationale gezinnen in dergelijke situaties juridische duidelijkheid te verschaffen, bijvoorbeeld over welke rechter bevoegd is. De Europese Commissie start daarom een brede openbare raadpleging over mogelijke oplossingen. Daarnaast gaat een campagne van start om duidelijker te maken waar hulp te vinden is en wat de regels zijn als internationale stellen uit elkaar gaan. Alle belangstellenden kunnen hier een bijdrage leveren aan de raadpleging. De raadpleging loopt tot 18 juli.

“Als een gezin uiteenvalt, levert dat altijd problemen op. Een breuk die de landsgrenzen overschrijdt, is juridisch nog veel gecompliceerder. Europa moet daarom voor goede regels zorgen, zodat de scheiding zo soepel mogelijk kan verlopen, vooral als er kinderen zijn,” zegt Viviane Reding, EU-commissaris voor Justitie. “Er zijn al sinds 2001 EU-regels om internationale gezinnen te helpen en om te bepalen welke rechter bevoegd is, maar die regels moeten na dertien jaar nodig worden bijgesteld. Burgers, advocaten, rechters, nationale overheden en belanghebbende ngo’s – iedereen kan zijn mening geven over de maatregelen die de EU moet nemen om het leven voor internationale gezinnen gemakkelijker te maken.

Europees Parlementslid Roberta Angelilli: “Ongeveer bij de helft van alle verzoeken aan het bureau van de bemiddelaar van het Europees Parlement voor grensoverschrijdende ontvoeringen van kinderen door ouders gaat de klacht over onregelmatigheden bij de toepassing van het Europese recht. De toepassing van Verordening 2201/2003 moet daarom grondig worden geëvalueerd, om waar nodig correcties te kunnen aanbrengen en voor een uniforme en doeltreffende uitvoering te zorgen. Het Europees Parlement voert daarom ook een studie uit naar grensoverschrijdende ontvoering van kinderen in Europa. De bedoeling daarvan is het juridische kader en de uitvoering daarvan in Europa en in de lidstaten te onderzoeken, de rechtszekerheid voor de burger te vergroten en kinderen in deze situatie beter te beschermen.”

De conclusie van het vandaag gepubliceerde verslag van de Europese Commissie is dat de nu geldende regels de burgers belangrijke voordelen bieden waar het gaat om het beslechten van grensoverschrijdende geschillen op het gebied van huwelijk en ouderlijke verantwoordelijkheid. Dankzij de verordening van 2003 over de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen over scheiding en ouderlijke verantwoordelijkheid over de kinderen kan worden voorkomen dat in verschillende landen parallelle gerechtelijke procedures plaatsvinden. De verordening bepaalt namelijk welke rechter bevoegd is te beslissen over de scheiding en de ouderlijke verantwoordelijkheid, zoals het gezagsrecht en het omgangsrecht – ook voor buitenechtelijke kinderen. Door de verordening is er een stelsel gekomen voor samenwerking tussen de centrale autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Daardoor kan het omgangsrecht voor de ouders beter worden gehandhaafd en kunnen kinderen snel worden teruggebracht bij grensoverschrijdende ontvoering door een ouder.

Uit het verlag blijkt echter ook dat de huidige regels op een aantal gebieden ernstig tekortschieten:

de regels die bepalen van welke EU-lidstaat de rechter bevoegd is in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid geven niet in alle situaties een eenduidig en volledig antwoord, wat tot rechtsonzekerheid leidt en tot gevolg heeft dat burgers van de Unie geen gelijke toegang tot de rechter hebben;

het vrije verkeer van beslissingen in huwelijkszaken en zaken die de ouderlijke verantwoordelijkheid betreffen, is nog niet volledig: bij sommige categorieën beslissingen vergt erkenning in een ander EU-land nog steeds langdurige en kostbare procedures;

de tenuitvoerlegging van beslissingen die in een ander lidstaat zijn gegeven, blijkt vaak problemen op te leveren doordat bijvoorbeeld in andere lidstaten andere regels gelden voor het horen van een kind;

de samenwerking tussen de centrale autoriteiten van de lidstaten kan worden verbeterd, vooral wat betreft het verzamelen en uitwisselen van informatie over de situatie van een kind in ontvoeringszaken.

Om te onderzoeken welke oplossingen mogelijk zijn, wordt de komende drie maanden een raadpleging gehouden over de toepassing van de huidige regels (van 15 april t/m 18 juli). Tegelijk wordt in heel Europa een voorlichtingscampagne gehouden over grensoverschrijdende kinderontvoering door ouders en het gezagsrecht en omgangsrecht. De bedoeling daarvan is ouders beter te informeren over hun rechten en plichten.

Achtergrond

De verordening Brussel IIbis (Verordening (EG) nr. 2201/2003) is de hoeksteen van de justitiële samenwerking in de EU op het gebied van huwelijkszaken en ouderlijke verantwoordelijkheid. Geschillen over gezinszaken komen in de EU steeds vaker voor als gevolg van de grotere mobiliteit van de burgers en het stijgende aantal internationale gezinnen. De verordening biedt daarom uniforme regels voor het beslechten van bevoegdheidsgeschillen tussen lidstaten, en bevordert het vrije verkeer van beslissingen in de EU door middel van bepalingen inzake erkenning en tenuitvoerlegging daarvan in een andere lidstaat. Bij internationale kinderontvoering door een ouder voorziet de verordening in een procedure om het kind terug te brengen naar de plaats waar het gewoonlijk verblijft. De verordening geldt sinds 1 maart 2005 in alle lidstaten, met uitzondering van Denemarken.

De verordening biedt ook uniforme regels voor het beslechten van bevoegdheidsgeschillen tussen lidstaten en bevordert het vrije verkeer van beslissingen, authentieke akten en overeenkomsten binnen de Unie door middel van bepalingen inzake de erkenning en tenuitvoerlegging daarvan in een andere lidstaat. In 2006 heeft de Commissie een voorstel ingediend tot wijziging van de verordening op het gebied van de rechtsbevoegdheid en tot invoering van regels betreffende het in huwelijkszaken toepasselijke recht. Binnen de Raad kon geen unanimiteit worden bereikt over de regels inzake het toepasselijke recht en de Commissie trok het voorstel uit 2006 tot wijziging van de verordening daarom in. Op basis van nieuwe Commissievoorstellen zijn 14 lidstaten overeengekomen om onderling nauwer samen te werken. Naar aanleiding daarvan is een verordening aangenomen die regels bevat om te bepalen welk recht bij (echt)scheiding van toepassing is (de “Rome III-verordening”). Inmiddels hebben zich nog twee lidstaten bij deze groep van veertien gevoegd (IP/13/975). Dit was de eerste keer dat in de Unie gebruik werd gemaakt van het mechanisme voor nauwere samenwerking (IP/10/1035).

Nadere informatie

Website van vicevoorzitter Viviane Reding, Europees commissaris voor Justitie, grondrechten en burgerschap: http://ec.europa.eu/reding

Volg de vicevoorzitter op Twitter: @VivianeRedingEU

Contact:

Mina Andreeva (+32 2 299 13 82)

Joshua Salsby (+32 2 297 24 59)

Voor het publiek : bel Europe Direct: 00 800 6 7 8 9 10 11 of e-mail


Side Bar