Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Werkgelegenheid en sociale ontwikkelingen: armoede onder werkenden moet worden aangepakt

Commission Européenne - IP/14/43   21/01/2014

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 21 januari 2014

Werkgelegenheid en sociale ontwikkelingen: armoede onder werkenden moet worden aangepakt

De sterke toename van de armoede onder de bevolking in de werkende leeftijd is een van de meest zichtbare sociale gevolgen van de economische crisis. De werkloosheid geleidelijk terugdringen volstaat mogelijk niet om daar iets aan te doen als de loonpolarisatie blijft duren, met name doordat meer deeltijds wordt gewerkt. Dit is een van de belangrijkste bevindingen van het verslag over werkgelegenheid en sociale ontwikkelingen in Europa ("Employment and Social Developments in Europe") van 2013. Het verslag gaat ook over de positieve impact van sociale uitkeringen op de kans om opnieuw een baan te vinden, de gevolgen van de blijvende ongelijkheid tussen man en vrouw en de sociale dimensie van de Economische en Monetaire Unie.

Uit het verslag blijkt dat het aannemen van een baan mensen uit de armoede kan helpen, maar slechts in de helft van de gevallen: veel hangt af van het soort baan dat ze vinden, de samenstelling van het huishouden en de situatie van de partner op de arbeidsmarkt.

"Het volstaat niet banen te scheppen. Ook de kwaliteit van de banen is van belang als we een duurzaam herstel willen met niet alleen minder werkloosheid, maar ook minder armoede", zo benadrukte EU-commissaris voor werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie László Andor.

Positieve gevolgen van sociale en werkloosheidsuitkeringen

Het verslag bevat ook de bevinding dat, anders dan algemeen wordt aangenomen, mensen die een werkloosheidsuitkering ontvangen meer kans maken op een baan dan mensen die geen uitkering krijgen (wanneer alle andere factoren gelijk zijn). Dit is in het bijzonder het geval bij weldoordachte uitkeringssystemen (zoals systemen waarbij de uitkering na verloop van tijd afneemt) waaraan passende voorwaarden verbonden zijn, zoals het vereiste dat een baan wordt gezocht. Zulke systemen zorgen gewoonlijk voor een betere afstemming van de vaardigheden op de behoeften, waardoor kwalitatief betere banen kunnen worden aangenomen. Dit zorgt er dan weer voor dat mensen gemakkelijker uit de armoede raken.

Het verslag benadrukt ook dat in sommige landen (zoals Polen en Bulgarije) grote aantallen werklozen buiten de gebruikelijke vangnetten (werkloosheidsuitkeringen, sociale bijstand) vallen en aangewezen zijn op hun familie of informele arbeid. Werklozen zonder werkloosheidsuitkering vinden minder vaak een baan omdat er voor hen minder activeringsmaatregelen van toepassing zijn en zij niet verplicht zijn een baan te zoeken om een uitkering te ontvangen.

Blijvende ongelijkheid tussen man en vrouw

Hoewel de crisis ertoe heeft geleid dat sommige ongelijkheden waarmee vrouwen historisch gezien te maken hebben zijn afgenomen (hoofdzakelijk als gevolg van het feit dat door mannen gedomineerde sectoren het hardst door de crisis zijn getroffen), blijven er nog ongelijkheden tussen man en vrouw bestaan op het vlak van participatie op de arbeidsmarkt, loon en armoederisico. Bovendien werken vrouwen nog steeds in totaal minder uren dan mannen. Hoewel dit met persoonlijke voorkeuren te maken kan hebben, neemt dit niet weg dat vrouwen daardoor minder carrièremogelijkheden, een lager loon en een lager toekomstig pensioen hebben en dat menselijk kapitaal wordt onderbenut, zodat er minder economische groei en welvaart is. Ongelijkheden tussen man en vrouw brengen dus zowel economische als sociale kosten met zich mee en moeten doeltreffend worden aangepakt wanneer zij het resultaat zijn van maatschappelijke of institutionele hindernissen of beperkingen.

Wat de genderkloof op het vlak van gewerkte uren betreft kunnen enkele patronen in de lidstaten worden onderscheiden: in sommige landen zijn er veel werkende vrouwen, die relatief gezien minder uren werken (bijvoorbeeld in Nederland, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk), in andere landen zijn er minder werkende vrouwen, die relatief gezien meer uren werken (in veel landen uit Centraal- en Oost-Europa, Spanje, Ierland). Slechts een paar lidstaten (vooral de Noordse en Baltische landen) slagen erin een hoge arbeidsdeelname van vrouwen te combineren met een kleine genderkloof wat gewerkte uren betreft. Een doeltreffende beleidsmix lijkt het volgende te omvatten: een gendergelijke arbeidstijd, ruim beschikbare flexibele arbeidsregelingen, prikkels om onbetaalde arbeid binnen een koppel te verdelen, en werkgelegenheidsvriendelijke, toegankelijke en betaalbare kinderopvang met langere dagopvang.

Sociale dimensie van de EMU

De nog steeds toenemende macro-economische, sociale en werkgelegenheidsverschillen vormen een bedreiging voor de kerndoelstellingen van de EU zoals die in de Verdragen zijn genoemd, namelijk alle leden ervan ten goede komen door economische convergentie te bevorderen en het leven van de burgers in de lidstaten verbeteren. Uit het laatste verslag blijkt dat de kiem van de huidige divergentie al in de beginjaren van de euro werd gelegd, aangezien de onevenwichtige groei in sommige lidstaten, die was gebaseerd op een opeenstapeling van schulden aangewakkerd door lage rentetarieven en een sterke kapitaalinstroom, vaak samenging met ontgoochelende ontwikkelingen van de productiviteit en problemen met het concurrentievermogen.

Aangezien zij hun munt niet kunnen devalueren, moeten landen van de eurozone die hun concurrentievermogen op kostengebied willen terugkrijgen, gebruik maken van interne devaluatie (loon- en prijsbeheersing). Dit beleid kent echter beperkingen en nadelen, waaronder vooral meer werkloosheid en sociale problemen, en de doeltreffendheid ervan hangt van veel factoren af, onder andere de openheid van de economie, de omvang van de buitenlandse vraag en het bestaan van beleid en investeringen die het niet-kostenconcurrentievermogen versterken.

In de mededeling over de sociale dimensie van de EMU van oktober 2013 (zie IP/13/893) heeft de Commissie een sterker toezicht op ontwikkelingen op sociaal en werkgelegenheidsvlak voorgesteld. Een begrotingscapaciteit voor de hele EMU met een schokabsorptiefunctie zou op lange termijn en na wijziging van de Verdragen de bestaande beleidscoördinatie-instrumenten kunnen aanvullen.

Voor meer informatie:

Nieuwsbericht op de website van DG Werkgelegenheid

Analyse van arbeidsmarkt en samenleving

Website van László Andor

Volg László Andor op Twitter

Abonneer u op de gratis e-nieuwsbrief van de Europese Commissie over werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie: http://ec.europa.eu/social/e-newsletter

Contact:

Jonathan Todd (+32 22994107)

Cécile Dubois (+32 22951883)

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 6 7 8 9 10 11 of per e-mail


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site