Navigation path

Left navigation

Additional tools

Zwartwerk: wijdverbreid probleem volgens enquête

European Commission - IP/14/298   24/03/2014

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 24 maart 2014

Zwartwerk: wijdverbreid probleem volgens enquête

Ongeveer een op de tien Europeanen (11 %) geeft toe dat zij in het afgelopen jaar zwart geproduceerde goederen of diensten hebben gekocht, terwijl 4 % toegeeft dat zij zelf voor werk zwart zijn betaald. Bovendien is een op de dertig (3 %) door zijn of haar werkgever gedeeltelijk contant uitbetaald („betaling onder couvert”). Dit zijn slechts enkele resultaten van de Eurobarometer-enquête waaruit blijkt dat zwartwerk in Europa wijdverspreid blijft, hoewel de omvang en de perceptie van het probleem van land tot land verschilt.

De problemen die uit de enquête naar voren komen, worden in april behandeld in een voorstel van de Commissie om een Europees platform voor de preventie en ontmoediging van zwartwerk in het leven te roepen; dit platform moet de samenwerking tussen de lidstaten bevorderen om het probleem doeltreffender aan te pakken.

"Zwartwerk stelt werknemers niet alleen bloot aan gevaarlijke arbeidsomstandigheden en lagere lonen, maar berooft ook regeringen van inkomsten en ondermijnt onze socialebeschermingsstelsels. De lidstaten moeten beleid ten uitvoer leggen om zwartwerk te ontmoedigen of de omzetting ervan in reguliere arbeid te stimuleren en zij moeten nauwer samenwerken om het probleem te bestrijden. Daarom zal de Europese Commissie in april voorstellen een Europees platform voor de preventie en ontmoediging van zwartwerk in het leven te roepen om de samenwerking tussen arbeidsinspecties en handhavingsinstanties in heel Europa te verbeteren", zo lichtte EU-commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, László Andor, toe.

Uit de Eurobarometer-enquête in 28 EU-landen blijkt:

dat 11 % van de respondenten toegeven dat dat zij in het afgelopen jaar zwart geproduceerde goederen of diensten hebben gekocht, terwijl 4 % toegeeft zwart betaald werk te hebben verricht;

dat 60 % lagere prijzen opgeeft als de voornaamste reden om goederen of diensten zwart te kopen en dat 22 % zegt het als vriendendienst te doen;

dat 50 % van de respondenten de voordelen voor beide partijen als de belangrijkste redenen voor zwartwerken noemen, dat 21 % zegt problemen bij het vinden van een reguliere baan te hebben, dat 16 % de belastingen als te hoog ervaart en dat 15 % zegt geen andere inkomsten te hebben. Zuid-Europeanen noemen vooral vaak het probleem van het vinden van een reguliere baan (41 %) of het ontbreken van een andere bron van inkomsten (26 %);

dat de mediaan van het bedrag dat Europeanen jaarlijks zwart aan goederen of diensten uitgeven 200 euro is en dat de mediaan van het bedrag dat zij jaarlijks zwart verdienen 300 euro is;

dat reparaties en renovaties in en om het huis (29 %), autoreparaties (22 %), schoonmaakwerk in huis (15 %) en levensmiddelen (12 %) de meest gevraagde zwarte goederen en diensten zijn;

dat Europeanen vooral bij reparaties en renovaties in en om het huis (19 %), tuinonderhoud (14 %), schoonmaakwerk (13 %) en kinderoppas (12 %) zwartwerken;

dat Letland, Nederland en Estland het hoogste percentage respondenten hebben (11 %) dat zwartwerk verricht. Er zijn echter grote nationale verschillen in opvatting en perceptie van wat zwartwerk is en in de aard en de omvang van de desbetreffende diensten;

dat 3 % van de respondenten zegt dat zij een deel van hun loon contant ontvangen, waarbij dit bij kleinere bedrijven vaker voorkomt. Het percentage van het jaarlijkse inkomen dat onder couvert wordt betaald, is het hoogst in Zuid-Europa (69 %), gevolgd door Midden- en Oost-Europa (29 %), terwijl de continentale en Scandinavische landen lagere niveaus (respectievelijk 17 % en 7 %) vertonen.

In het overzicht Employment and Social Developments in Europe 2013 (ESDE) worden deze bevindingen nader geanalyseerd. Hoewel de totale omvang van zwartwerk redelijk stabiel lijkt, zien we in vergelijking met een eerdere enquête in 2007 enkele duidelijke landspecifieke ontwikkelingen:

in sommige landen, zoals Letland, is de omvang van zwartwerk sterk gedaald, terwijl het in Spanje en Slovenië licht is gestegen;

in Griekenland, op Cyprus, op Malta en in Slovenië deed zich een spectaculaire stijging van de vraag naar zwartwerk voor;

met name in Midden- en Oost-Europa is tijdens de crisis loon minder vaak contant uitbetaald, in Griekenland gebeurde het juist vaker.

Nadere analyse van het effect van de crisis op zwartwerk suggereert dat de verzwakking van de arbeidsmarkt sinds 2007 tot een stijging van het particuliere aanbod van zwartwerk heeft geleid, hoewel het verband met de toenemende armoede veel minder duidelijk is. Zowel de hogere werkloosheid als de toenemende armoede lijken echter de acceptatie van "betaling onder couvert" te vergroten. Het lijkt er ook op dat het belastingniveau niet rechtstreeks van invloed is op het niveau van zwartwerk, maar de perceptie van de burger van overheidsdiensten en van hoe goed belastinginkomsten worden besteed, kan wellicht van invloed zijn.

De ESDE-analyse bevat tevens een overzicht van een aantal succesvolle maatregelen die verschillende lidstaten hebben getroffen om zwartwerk tegen te gaan. Hieronder vallen:

prikkels om zwarte activiteiten te formaliseren, zoals administratieve vereenvoudiging, directe fiscale stimuleringsmaatregelen voor kopers of dienstencheques;

maatregelen om een hogere belastingmoraal en een cultuur van betrokkenheid te bevorderen, bijvoorbeeld via bewustmakingscampagnes;

betere opsporing en strengere sancties.

Volgende stappen

In april 2014 zal de Commissie de oprichting van een Europees platform voor de preventie en ontmoediging van zwartwerk voorstellen, dat de verschillende handhavingsinstanties van de lidstaten — zoals arbeidsinspecties, socialezekerheidsdiensten, belastinginspecties en migratiediensten — en andere belanghebbenden bij elkaar moet brengen. Het platform moet de samenwerking op EU-niveau versterken om zwartwerk efficiënter en effectiever te voorkomen en te ontmoedigen.

Achtergrond

In het kader van de Eurobarometer zijn 26 563 respondenten uit verschillende sociale en demografische groepen in alle lidstaten ondervraagd. De resultaten bouwen voort op die van een eerste enquête in 2007, waarbij voor het eerste werd gepoogd zwartwerk in de hele EU te meten. Beide enquêtes waren gericht op de individuele levering en aankoop van diensten/goederen en "betaling onder couvert", zodat niet aan alle vormen van zwartwerk binnen bedrijven aandacht is besteed.

Zwartwerk wordt gedefinieerd als alle betaalde werkzaamheden die op zichzelf wettig zijn, maar niet aan de overheid worden gemeld; er moet echter wel rekening worden gehouden met verschillen in de wetgeving van de lidstaten. Dit begrip is in de Europese werkgelegenheidsstrategie opgenomen en wordt sinds 2001 in de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten behandeld.

In het werkgelegenheidspakket van april 2012 is er al op gewezen dat de omzetting van zwartwerk in regulier werk kan helpen om de werkloosheid terug te dringen en dat de samenwerking tussen de lidstaten moet worden verbeterd.

Medio 2013 heeft de Commissie de eerste fase georganiseerd van de raadpleging van vertegenwoordigers op EU-niveau van werkgevers en werknemers over mogelijke toekomstige EU-maatregelen ter versterking van de samenwerking tussen de nationale handhavingsautoriteiten (IP/13/650). Hierop volgde begin 2014 de tweede fase van de raadpleging.

Voor meer informatie:

Eurobarometer "Undeclared work in the EU"

Website van László Andor

Volg László Andor op Twitter

Abonneer u op de gratis e-nieuwsbrief van de Europese Commissie over werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

Contactpersonen:

Jonathan Todd (+32 229-94107)

Cécile Dubois (+32 229-51883)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website