Navigation path

Left navigation

Additional tools

Gelijke behandeling: in alle 28 EU-lidstaten nu regels van kracht voor de aanpak van discriminatie

European Commission - IP/14/27   17/01/2014

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 17 januari 2014

Gelijke behandeling: in alle 28 EU-lidstaten nu regels van kracht voor de aanpak van discriminatie

In alle lidstaten zijn inmiddels EU-regels van kracht voor de aanpak van discriminatie op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid. Alleen de toepassing laat op sommige punten nog te wensen over. Dat zijn de voornaamste conclusies van een vandaag door de Europese Commissie openbaargemaakt verslag. Zowel de richtlijn gelijke behandeling in arbeid en beroep als de richtlijn rassengelijkheid, die beide in 2000 werden aangenomen, heeft de bestrijding van discriminatie als doel. Het is goed nieuws dat deze EU-richtlijnen nu in alle 28 EU-landen in nationaal recht zijn omgezet. Het verslag van vandaag laat echter zien dat de nationale autoriteiten zich ervan moeten vergewissen dat zij slachtoffers van discriminatie in de praktijk ook daadwerkelijk beschermen. Dat burgers hun rechten onvoldoende kennen en discriminatie te weinig melden, zijn twee van de voornaamste problemen Daarom stelt de Commissie geld beschikbaar voor voorlichting en voor de opleiding van beoefenaars van juridische beroepen op het gebied van de wetgeving inzake gelijke behandeling. Daarnaast heeft de Europese Commissie vandaag richtsnoeren voor slachtoffers van discriminatie gepubliceerd (bijlage I bij het verslag).

"Het non-discriminatiebeginsel is een van de centrale beginselen van de Europese Unie. Iedereen is voor de wet gelijk en iedereen heeft het recht om van discriminatie gevrijwaard te blijven", aldus Viviane Reding, vicevoorzitter en EU-commissaris voor Justitie. "Dankzij de anti-discriminatieregels van de EU en de handhavingsmaatregelen van de Commissie zijn burgers in alle 28 lidstaten van deze rechten verzekerd. Het is zaak ervoor te zorgen dat degenen die gediscrimineerd worden hun rechten kunnen doen gelden. Zij moeten weten waar ze voor hulp moeten aankloppen en dat zij naar de rechter kunnen stappen."

In het verslag van vandaag wordt beschreven hoe de zaken er nu voor staan, dertien jaar na vaststelling van deze baanbrekende anti-discriminatierichtlijnen. De regels verbieden discriminatie op een aantal zeer belangrijke terreinen op grond van ras of etnische afstamming en op de werkvloer op grond van leeftijd, godsdienst of overtuiging, handicap of seksuele geaardheid. Na de nodige maatregelen van de Commissie zijn beide richtlijnen nu in alle 28 EU-landen in nationaal recht omgezet (zie "Achtergrond").

In het verslag wordt niettemin geconcludeerd dat de toepassing van de regels in de praktijk nog steeds te wensen overlaat. Niet iedereen is op de hoogte van zijn rechten, bijvoorbeeld van het recht dat EU-regels bieden op bescherming tegen discriminatie bij een sollicitatie of op de werkvloer. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens over gelijke behandeling. Omdat dergelijke gegevens echter onvoldoende beschikbaar zijn, is het moeilijk om vast te stellen hoeveel gevallen van discriminatie er zijn en om deze gevallen in de gaten te houden. Waarschijnlijk wordt slechts een klein deel van alle gevallen van discriminatie gemeld. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan een gebrek aan kennis over het recht op gelijke behandeling,

Om ervoor te zorgen dat de EU-rechten inzake gelijke behandeling naar behoren worden gehandhaafd, beveelt de Commissie de lidstaten aan zich de volgende doelen te stellen:

Voorlichting blijven geven over het recht op gelijke behandeling en zich daarbij vooral te richten op degenen die het meest kwetsbaar zijn. Daarbij moeten werkgevers en vakbonden betrokken worden. De Commissie ondersteunt de betreffende maatregelen financieel en heeft een richtsnoeren voor slachtoffers van discriminatie gepubliceerd (zie bijlage 1 bij het verslag van vandaag).

Melding van discriminatie bevorderen door het gemakkelijker te maken voor slachtoffers om een klacht in te dienen. Voor nationale organen voor de bevordering van gelijke behandeling is een centrale rol weggelegd en de Commissie zal het netwerk van deze organen blijven ondersteunen om ervoor te zorgen dat zij hun taken daadwerkelijk kunnen uitvoeren, zoals de EU-wetgeving vereist.

De juridische verhaalsmogelijkheden waarborgen voor degenen die met discriminatie te maken hebben. De handleiding van de Commissie voor slachtoffers bevat speciale richtsnoeren voor het instellen van vorderingen wegens discriminatie en de Commissie financiert opleidingen over de toepassing van de EU-wetgeving inzake gelijke behandeling voor beoefenaars van juridische beroepen en ngo's die slachtoffers van discriminatie vertegenwoordigen.

De specifieke discriminatie van de Roma aanpakken in het kader van de nationale strategieën voor de integratie van de Roma. Hiertoe moet onder meer uitvoering worden gegeven aan de richtsnoeren van de Commissie uit de onlangs aangenomen aanbeveling van de Raad inzake de integratie van de Roma (IP/13/1226).

Het verslag van vandaag geeft ook een gedetailleerd overzicht van de jurisprudentie sinds de vaststelling van de richtlijnen (bijlage 2 bij het verslag). Het staat met name stil bij leeftijdsdiscriminatie, die tot een aanzienlijk aantal baanbrekende arresten aanleiding heeft gegeven (bijlage 3 bij het verslag).

Achtergrond

Met het Verdrag van Amsterdam (1999) kreeg de EU nieuwe bevoegdheden om discriminatie op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap en leeftijd en seksuele geaardheid te bestrijden (voorheen artikel 13 VEU, nu artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Dit leidde tot de unanieme goedkeuring door de lidstaten van Richtlijn 2000/43/EC (richtlijn rassengelijkheid) en Richtlijn 2000/78/EC (richtlijn gelijke behandeling in arbeid en beroep).

De Europese anti-discriminatiewetgeving biedt een samenhangende reeks rechten en plichten in alle EU-landen, met procedures ten behoeve van slachtoffers van discriminatie. Alle burgers van de Unie hebben recht op juridische bescherming tegen directe en indirecte discriminatie, op gelijke behandeling bij arbeid, op hulp van nationale organen voor de bevordering van gelijke behandeling en op de mogelijkheid om via een rechterlijke of administratieve procedure een klacht in te dienen.

Tussen 2005 en 2007 heeft de Commissie inbreukprocedures gevoerd tegen 25 lidstaten (tegen Luxemburg werd geen procedure gevoerd; de nationale wetgeving van Bulgarije en Kroatië wordt nog onderzocht). Bijna al deze zaken zijn nu gesloten. In één zaak (tegen Italië) leidde de inbreukprocedure tot een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaak C-312/11, arrest van 4 juli 2013).

Meer informatie

Persdossier: Verslag over de toepassing van de richtlijnen en bijlagen

http://ec.europa.eu/justice/newsroom/discrimination/news/140117_en.htm

Europese Commissie – Discriminatiebestrijding:

http://ec.europa.eu/justice/discrimination/index_nl.htm

Homepage van vicevoorzitter Viviane Reding, EU-commissaris voor Justitie:

http://ec.europa.eu/reding

Volg de vicevoorzitter op Twitter: @VivianeRedingEU

Volg de vicevoorzitter op Twitter: @EU_Justice

Contact :

Mina Andreeva (+32 2 299 13 82)

Natasha Bertaud (+32 2 296 74 56)

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 6 7 8 9 10 11 of per e­mail


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website