Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE IT SV

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 1 oktober 2014

Staatssteun: Commissie keurt reeks besluiten goed inzake overheidssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen in België, Duitsland, Italië en Zweden

De Europese Commissie heeft zeven diepgaande onderzoeken afgerond naar overheidssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen in België, Duitsland, Italië en Zweden. De Commissie heeft in het bijzonder geconcludeerd dat de luchthavens Zweibrücken (Duitsland) en Charleroi (België) staatssteun hebben gekregen die onverenigbaar was met de EU-regels en die nu moet worden teruggevorderd. Voorts is de Commissie een diepgaand onderzoek begonnen naar financiële overheidssteun aan bepaalde luchtvaartmaatschappijen die vanaf Brussels Airport (Zaventem) vliegen. In al deze besluiten heeft de Commissie de betrokken maatregelen getoetst aan de nieuwe richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen (zie IP/14/172). Deze werden in februari 2014 goedgekeurd als onderdeel van de strategie voor de modernisering van het staatssteunbeleid (SAM) (zie IP/12/458). Meer informatie over elk van deze besluiten is te vinden in MEMO/14/544.

Joaquín Almunia, vicevoorzitter van de Commissie en belast met het mededingingsbeleid: "De EU-staatssteunregels bieden overheden de mogelijkheid om luchthavens te steunen wanneer daar goede redenen voor zijn. Dat is met name het geval wanneer de steun een regio beter toegankelijk maakt en een belangrijke bijdrage levert aan de economische ontwikkeling van de regio. Maar onrendabele luchthaveninfrastructuur dupliceren of bepaalde luchtvaartmaatschappijen ten onrechte begunstigen is een verspilling van belastinggeld en verstoort de mededinging op de interne markt."

Bij de besluiten van vandaag heeft de Commissie zich uitgesproken over twee soorten maatregelen:

  • financiële steun voor luchthavens, en

  • financiële voorwaarden die luchthavenbedrijven aan bepaalde luchtvaartmaatschappijen bieden die op de betrokken luchthavens actief zijn.

In het geval van financiële steun voor luchthavens heeft de Commissie rekening gehouden met het belang van die luchthavens voor de toegankelijkheid van de regio en de economische ontwikkeling alsmede met de noodzaak om ongeoorloofde schade aan concurrerende luchthavens te vermijden of ongedaan te maken. In lijn met deze beginselen heeft de Commissie volledige goedkeuring gegeven voor de staatssteun voor de luchthavens van Frankfurt-Hahn en Saarbrücken (Duitsland), Alghero (Italië) en Västerås (Zweden).

In het geval van de Duitse luchthaven Zweibrücken kwam de Commissie tot de bevinding dat zowel de investerings- als de exploitatiesteun die het luchthavenbedrijf sinds 2000 ontvangt, onverenigbaar zijn met de interne markt. De luchthaven Zweibrücken ligt op zo'n 40 kilometer rijden van die van Saarbrücken. Die laatste luchthaven is al decennia in bedrijf, draaide niet op volledige capaciteit toen Zweibrücken op de markt kwam en was verliesgevend. De conclusie van de Commissie was dan ook dat de steun voor de luchthaven Zweibrücken gaat naar een overbodige duplicatie van bestaande, onrendabele luchthaveninfrastructuur in dezelfde regio. Daarom valt de steun niet te verantwoorden op basis van de EU-staatssteunregels en kreeg de luchthaven Zweibrücken dus onterecht een economisch voordeel ten opzichte van haar concurrenten, met name de luchthaven Saarbrücken. Deze onverenigbare steun moet nu worden terugbetaald.

In de zaak van de luchthaven van Charleroi (Brussels-South) erkende de Commissie dat deze luchthaven zich dankzij de steun sinds 2002 fors heeft kunnen ontwikkelen. Een en ander heeft ook sterk bijgedragen tot de economische ontwikkeling van Wallonië. Toch leverde de steun de luchthaven van Charleroi ook een aanzienlijk economisch voordeel op. Naarmate het verkeersvolume op de luchthaven toenam, is dit de concurrentie steeds sterker gaan verstoren. Na afweging van deze positieve en negatieve effecten vond de Commissie dat een deel van deze steun groen licht kan krijgen, terwijl de luchthaven van Charleroi de rest van de steun (zo'n 6 miljoen EUR) moet terugbetalen. Bovendien moet België ervoor zorgen dat vanaf nu de concessievergoeding die het luchthavenbedrijf moet betalen om de infrastructuur commercieel te mogen exploiteren, wordt opgetrokken tot een niveau dat overeenstemt met een billijke marktprijs.

Voorts moest de Commissie constateren dat bepaalde akkoorden tussen de luchthavenbedrijven van Zweibrücken en Alghero en een aantal luchtvaartmaatschappijen, deze maatschappijen een onterecht economisch voordeel opleverden, dat zij nu zullen moeten terugbetalen. Voor de luchthaven van Zweibrücken gaat het om de maatschappijen TUIfly, Germanwings (een Lufthansa-dochter) en Ryanair, terwijl het bij de luchthaven van Alghero gaat om Meridiana en Germanwings. Het onderzoek van de Commissie leerde namelijk dat deze luchtvaartmaatschappijen veel minder moesten betalen dan de extrakosten die hun aanwezigheid op de luchthaven met zich meebracht. Voor de luchthavens van Västerås, Frankfurt-Hahn, Saarbrücken en Charleroi was de conclusie van de Commissie dat de betrokken luchtvaartmaatschappijen, en met name Ryanair, geen onterecht voordeel kregen. Zij betaalden namelijk een tarief dat hoger lag dan de extrakosten die de luchthaven moest maken voor de activiteiten die onder de akkoorden vielen.

Ten slotte is de Commissie een diepgaand onderzoek begonnen naar een Belgische regeling waarbij in de periode 2014-2016 jaarlijks rond 19 miljoen EUR overheidsmiddelen naar het luchthavenbedrijf van Brussels Airport (Zaventem) gaat, dat dit bedrag dan weer moet herverdelen over een aantal luchtvaartmaatschappijen dat vanaf Brussels Airport vliegt. Het grootste deel van deze middelen zou naar Brussels Airlines gaan. De Commissie vreest dat door deze maatregelen overheidsmiddelen worden gebruikt om de normale exploitatiekosten van bepaalde luchtvaartmaatschappijen te dekken, zonder dat daarmee een doelstelling van gemeenschappelijk belang wordt gediend.

Voor meer details over de besluiten van vandaag, zie de MEMO/14/544.

Achtergrond

De nieuwe richtsnoeren luchtvaartsteun (zie IP/14/172, MEMO/14/121 en Policy Brief) bieden lidstaten de nodige flexibiliteit om regionale luchthavens de nodige investeringssteun te geven. Daarnaast mag gedurende een overgangsperiode van 10 jaar exploitatiesteun worden verleend aan luchthavens met minder dan 3 miljoen passagiers. Luchthavens met minder dan 700 000 passagiers kunnen exploitatiesteun krijgen, zonder dat enige overgangsperiode geldt.

De nieuwe richtsnoeren willen regio's toegankelijk houden en de regionale economische ontwikkeling stimuleren, zonder dat onrendabele luchthavens worden gedupliceerd, publieke middelen verkeerd worden besteed en de mededinging buitensporig wordt verstoord.

Daarnaast bieden deze nieuwe richtsnoeren ook meer rechtszekerheid over de financiële verhoudingen tussen luchthavens en luchtvaartmaatschappijen. De richtsnoeren geven duidelijk aan dat de luchthaven bij het sluiten van akkoorden met een luchtvaartmaatschappij, ervoor moet zorgen dat tegenover de kosten die door deze akkoorden zullen ontstaan, ook de nodige inkomsten staan. Is dat niet het geval, dan krijgt de luchtvaartmaatschappij een onterecht voordeel, dat in principe onverenigbare staatssteun is.

Sinds begin 2014 heeft de Commissie nu al in de volgende 17 zaken besluiten goedgekeurd over investerings- en exploitatiesteun voor luchthavens of luchtvaartmaatschappijen: Berlijn Schönefeld (IP/14/173), Aarhus (IP/14/174), Marseille (IP/14/175), Ostrava (IP/14/176), Groningen (IP/14/403), Stretto (IP/14/660), de Scilly-eilanden (IP/14/533), de Canarische eilanden (IP/14/401), Verona (IP/14/402), Gdynia (IP/14/138), Dubrovnik (zaak SA.38168), Dortmund, Leipzig/Halle, Niederrhein-Weeze, Pau, Angoulême en Nîmes (zie IP/14/863 en MEMO/14/498).

Meer informatie over de besluiten van vandaag komt, zodra eventuele vertrouwelijkheidskwesties zijn opgelost, op de website van DG Concurrentie in het publieke zaakregister beschikbaar onder de volgende zaaknummers: SA.18857 (Västerås), SA.38105 (Luchthaven Brussel-Nationaal), SA.14093 (Charleroi), SA.21121 (Frankfurt-Hahn 1), SA.23098 (Alghero), SA.26190 (Saarbrücken), SA.27339 (Zweibrücken) en SA.32833 (Frankfurt-Hahn 2).

Contact:

Antoine Colombani (+32 2 297 45 13, Twitter: @ECspokesAntoine )

Yizhou Ren (+32 2 299 48 89)

Voor het publiek: Europe Direct - tel. 00 800 6 7 8 9 10 11 of via e­mail


Side Bar