Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 14 oktober 2013

Energie: De Commissie brengt een lijst uit met 250 infrastructuurprojecten die in aanmerking komen voor in totaal 5,85 miljard euro

Een moderne infrastructuur met adequate interconnectoren en betrouwbare netwerken is van wezenlijk belang voor een geïntegreerde energiemarkt waar consumenten de beste waarde voor hun geld krijgen. Vandaag heeft de Europese Commissie een lijst van ongeveer 250 belangrijke energie-infrastructuurprojecten goedgekeurd. Voor deze „projecten van gemeenschappelijk belang” gelden versnelde vergunningsprocedures en verbeterde regelgeving en kan financiële steun worden verstrekt uit de Connecting Europe-faciliteit (de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen), waaruit 5,85 miljard euro is toegewezen aan de trans-Europese energie-infrastructuur voor de periode 2014-2020. Daardoor worden ze sneller uitgevoerd en aantrekkelijker gemaakt voor investeerders. Zodra ze zijn voltooid, zullen de projecten ertoe bijdragen dat de energiemarkten van de lidstaten worden geïntegreerd, de energiebronnen worden gediversifieerd en dat het energie-isolement van sommige lidstaten wordt beëindigd. Ook wordt het net daardoor in staat gesteld grotere hoeveelheden hernieuwbare energie op te nemen en dus een bijdrage te leveren aan de reductie van de CO2-uitstoot.

Commissaris voor Energie Günther Oettinger zei hierover: „We moeten ervoor zorgen dat de beperkte EU-middelen zo intelligent mogelijk en zoveel mogelijk ten voordele van de Europese consument worden ingezet. Wij hopen met deze lijst van projecten voor energie-infrastructuur en de daarmee samenhangende voordelen ook meer beleggers aan te trekken.”

De lijst bevat wel 140 projecten op het gebied van elektriciteitstransmissie en -opslag, ongeveer 100 projecten op het gebied van gastransmissie, -opslag en LNG, en verschillende projecten op het gebied van aardolie en slimme netwerken. De projecten genieten de volgende voordelen:

  • snellere plannings- en vergunningsprocedures (bindende termijn van drie en een half jaar);

  • één nationale bevoegde autoriteit zal fungeren als een centraal aanspreekpunt voor de vergunningverleningsprocedures;

  • minder administratieve kosten voor de projectontwikkelaars en de autoriteiten vanwege meer gestroomlijnde procedures voor de milieueffectbeoordeling met inachtneming van de Uniewetgeving;

  • meer transparantie en een grotere deelname van het publiek;

  • een grotere zichtbaarheid en aantrekkelijkheid voor beleggers, dankzij een versterkt regelgevingskader, waarbij kosten worden aangerekend aan de landen die de meeste baat hebben bij een voltooid project;

  • mogelijke financiële steun uit de Connecting Europe-faciliteit. Dit is van groot belang om de noodzakelijke particuliere en openbare middelen bijeen te krijgen, waardoor de financiering reeds in 2014 rond zou kunnen komen.

Om in de lijst te worden opgenomen, moest een project aanzienlijke voordelen bieden voor ten minste twee lidstaten, bijdragen tot de integratie van de markt en de concurrentie bevorderen, de leveringszekerheid verbeteren en de uitstoot van CO2 verminderen.

De Commissie zal nauwlettend toezien op de uitvoering van de vergunningsverlening en op de bouw van de projecten. Tot slot wordt de lijst van projecten van gemeenschappelijk belang om de twee jaar geactualiseerd: nieuwe projecten die nodig zijn, worden toegevoegd, en achterhaalde projecten worden geschrapt.

Achtergrond

De enorme behoefte aan investeringen in de energie-infrastructuur was een van de redenen om in 2011 een verordening betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur (TEN-E richtsnoeren) voor te stellen. De TEN-E-richtsnoeren bieden een strategisch kader voor een langetermijnvisie op de energie-infrastructuur van de Europese Unie en introduceren het concept van projecten van gemeenschappelijk belang. In die richtsnoeren zijn negen strategische prioritaire infrastructuurcorridors op het gebied van elektriciteit, gas en olie vastgesteld, en drie EU-brede prioritaire gebieden op het gebied van infrastructuur voor elektriciteitssnelwegen, slimme netwerken en kooldioxide-transportnetwerken.

De goedkeuring van de definitieve lijst door de Commissie is het resultaat van een grondig identificatie- en evaluatieproces. Twaalf regionale ad hoc-werkgroepen, die zich elk bezighielden met één strategisch prioritair gebied of strategische corridor, hebben de voorgestelde projecten geëvalueerd en in juli 2013 een regionale lijst van projecten van gemeenschappelijk belang vastgesteld. Zij hebben eveneens het publiek en de belanghebbenden geraadpleegd, inclusief ngo's op het gebied van het milieu, over de belangrijkste knelpunten en over de ontwerp-lijst van potentiële projecten van gemeenschappelijk belang. Vertegenwoordigers van de lidstaten, het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit en gas (ENTSB-E en ENTSB-G), nationale transmissienetbeheerders en projectontwikkelaars, nationale regulerende instanties en het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) hebben allemaal — als lid van een regionale groep — deelgenomen aan het opstellen van de definitieve lijst.

Meer informatie

Volledige lijst van projecten van gemeenschappelijk belang per land:

http://ec.europa.eu/energy/infrastructure/pci/doc/2013_pci_projects_country.pdf

Memo over projecten van gemeenschappelijk belang MEMO/13/880

Contact:

Nicole Bockstaller (+32 2 295 25 89)

Marlene Holzner (+32 2 296 01 96)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website