Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 23 september 2013

Voortgangsverslag van de EOR: de "interne markt" voor onderzoek komt dichterbij, maar is nog geen realiteit

De Europese Commissie heeft vandaag een eerste uitgebreide analyse gepubliceerd van de toestand van de "interne markt" voor onderzoek ofwel de Europese Onderzoeksruimte (EOR). Het verslag vormt een feitelijke basis voor de beoordeling van de vooruitgang op doelgebieden als de transparante en eerlijke werving van onderzoekers en de betere verspreiding van wetenschappelijke kennis. Uit het verslag blijkt dat er vooruitgang is geboekt, maar dat zelfs de best functionerende onderzoeksinstellingen nog voor de door EU-leiders vastgestelde termijn van het EOR in 2014 verbeteringen moeten doorvoeren. Bovendien is er een aanzienlijke kloof tussen de instellingen die het best en het slechtst presteren (MEMO/13/807).

Europees commissaris voor Onderzoek, innovatie en wetenschap Máire Geoghegan-Quinn zei hierover: "Uit dit verslag blijkt dat er nog veel gedaan moet worden. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn essentieel, maar we hebben volledig functionerende onderzoeks- en innovatiestructuren nodig zodat deze middelen het efficiëntst kunnen worden ingezet. Alle lidstaten van de EU en alle betrokkenen bij onderzoek en de financiering ervan moeten zich maximaal inzetten voor de EOR."

Het doel van de Europese Onderzoeksruimte is grensoverschrijdend: onderzoekers, onderzoeksinstellingen en ondernemingen moeten zich gemakkelijker kunnen verplaatsen en beter kunnen concurreren en samenwerken. Dit zou de onderzoeksstructuren in de lidstaten verbeteren, de concurrentiekracht ervan versterken en een effectievere samenwerking bij de aanpak van belangrijke uitdagingen mogelijk maken.

Hoewel in het verslag wordt benadrukt dat er op alle doelgebieden vooruitgang is geboekt, worden er een aantal punten genoemd die nog altijd aandacht behoeven, waaronder:

  1. in veel lidstaten dalen de openbare investeringen in onderzoek en ontwikkeling als percentage van de algehele overheidsuitgaven;

  2. nationale onderzoeksprogramma's functioneren nog altijd volgens verschillende regels, bijvoorbeeld voor verslaglegging, waardoor internationale onderzoekssamenwerking wordt bemoeilijkt;

  3. de ontwikkeling en het gebruik van infrastructuren, zoals zeer sterke lasers of extreem grote telescopen, wordt gehinderd door financiële, bestuurlijke en politieke belemmeringen en vaak kunnen onderzoekers uit andere lidstaten er geen gebruik van maken vanwege nationale regels of hoge toetredingskosten;

  4. nog altijd worden niet bij alle onderzoeksfuncties transparante, openbare en op verdiensten gebaseerde wervings- en selectieprocedures toegepast; meer dan de helft van de vacatures wordt bijvoorbeeld nog niet op Europees niveau gepubliceerd via het EURAXESS-vacatureportaal. Hierdoor wordt de mobiliteit van onderzoekers beperkt en het kan betekenen dat posten niet altijd naar de beste persoon gaan;

  5. door genderongelijkheid blijft het talent van vrouwelijke onderzoekers onbenut; op dit gebied van de EOR is de minste vooruitgang geboekt;

  6. relatief weinig onderzoekers werken in Europa in het bedrijfsleven en deze onderzoekers zijn onvoldoende voorbereid op de arbeidsmarkt.

Achtergrond

De EU-leiders hebben herhaaldelijk gewezen op het belang van de voltooiing van de Europese Onderzoeksruimte, waarbij het jaar 2014 in de conclusies van de Europese Raad van februari 2011 en maart 2012 is genoemd als uiterste termijn.

Het verslag verschijnt een jaar na de vaststelling van de mededeling "Een versterkte Europese Onderzoeksruimte voor topkwaliteit en groei", waarin de acties zijn beschreven die de lidstaten moeten nemen om de EOR te realiseren. Het geeft een op feiten gestoelde basis voor de diepgaande beoordeling van de EOR die in 2014 zal worden verricht.

De voorstellen van de Commissie om de EOR tot stand te brengen, richten zich op vijf prioriteiten:

  1. verbeterde effectiviteit van nationale onderzoeksstructuren;

  2. intensievere transnationale samenwerking en concurrentie, inclusief de realisatie en het effectieve gebruik van belangrijke onderzoeksinfrastructuren;

  3. een verdergaande openstelling van de arbeidsmarkt voor onderzoekers;

  4. gendergelijkheid en -integratie in organisaties die onderzoeksprojecten uitvoeren en selecteren; en

  5. optimale uitwisseling en overdracht van wetenschappelijke informatie, onder andere via digitale middelen.

De informatie in het voortgangsverslag van de EOR werd verzameld uit verschillende bronnen, met name uit de nationale hervormingsprogramma's voor 2013 en uit een lijst met maatregelen die is opgesteld door het Instituut voor technologische prognose van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek. De Commissie verrichtte eveneens in alle lidstaten en landen die bij het onderzoeksprogramma van de EU betrokken zijn een enquête over de financiering van onderzoek en onderzoeksinstellingen. Deze informatie werd aangevuld met gegevens uit de MORE 2-studie en het "Researchers' Report 2013", die afzonderlijk op het EURAXESS-portaal zijn gepubliceerd. De lijst met maatregelen werd in de meeste gevallen op verzoek van de Commissie door de nationale autoriteiten voltooid.

Voor meer informatie

Europese Onderzoeksruimte

EURAXESS-portaal

Contact:

Michael Jennings +32 22963388 Twitter: @ECSpokesScience

Inma Martinez Garcia +32 22987303


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website