Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 18 juni 2013

EU-groep op hoog niveau: leer de professoren lesgeven

De EU-groep op hoog niveau voor de modernisering van het hoger onderwijs publiceert vandaag haar eerste verslag over de verbetering van de kwaliteit in het onderwijzen en leren aan universiteiten. De groep, die wordt voorgezeten door Mary McAleese, voormalig president van Ierland, doet 16 aanbevelingen (zie bijlage 1), waaronder een oproep om hoogleraren en ander onderwijzend personeel in het hoger onderwijs een verplichte gecertificeerde opleiding te laten volgen, meer aandacht te besteden aan het begeleiden van jongeren bij het ontwikkelen van ondernemingszin en innovatieve vaardigheden, en de oprichting van een Europese Academie voor onderwijzen en leren.

Androulla Vassiliou, commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken, verklaarde: "Door deze groep op te richten wilde ik nieuwe manieren van denken en nieuwe ideeën aanmoedigen. De aanbevelingen van de groep komen op het juiste moment, zijn makkelijk uitvoerbaar en vereisen niet noodzakelijk veel extra uitgaven. In ons hoger onderwijs en in de opleidingsstelsels is het van cruciaal belang dat de studenten hoogstand onderwijs ontvangen, zodat zij de juiste combinatie van vaardigheden meekrijgen voor hun toekomstige persoonlijke en professionele ontwikkeling. De Commissie zal doen wat zij kan om de uitvoering van deze aanbevelingen te ondersteunen."

Mary McAleese, voorzitter van de groep, voegde daaraan toe: "Voor kwaliteitsvol onderwijzen en leren zijn toegewijde mensen en instellingen nodig, die worden ondersteund door beleidsmaatregelen waarin het onderwijzen en leren centraal worden geplaatst. Onderwijzend personeel in het hoger onderwijs moet de opleiding en ondersteuning krijgen die het nodig heeft om uitstekende prestaties neer te zetten. Ons verslag laat zien hoe dat kan worden bereikt.”

De in september vorig jaar door Commissaris Vassiliou opgerichte groep heeft onder meer uitvoerig overleg gepleegd met belanghebbenden. De groep kwam tot de conclusie dat veel instellingen voor hoger onderwijs te weinig nadruk leggen op onderwijzen in vergelijking met onderzoek, hoewel beide kerndoelstellingen van hoger onderwijs vormen. "De balans moet worden hersteld. Bij het vaststellen van academische verdiensten moet meer belang worden gehecht en erkenning worden gegeven aan het onderwijzen, met name in het licht van de loopbaan," aldus de commissaris. "Ik ben zeer ingenomen met het voorstel om alle docenten een pedagogische opleiding te geven".

Volgende stappen

De groep op hoog niveau begint nu aan het tweede deel van haar opdracht, waarbij zal worden nagegaan hoe er maximaal profijt kan worden gehaald uit nieuwe methoden van kwaliteitsvol hoger onderwijs, zoals massive open online courses ("MOOC's"), waarbij van thuis uit hoger onderwijs kan worden gevolgd. Partners afkomstig uit elf landen hebben onlangs met de steun van de Europese Commissie de eerste pan-Europese MOOC's gelanceerd (IP/13/349). Het volgende verslag van de groep op hoog niveau zal worden gepubliceerd in juni 2014.

Achtergrond

De werkzaamheden van de groep op hoog niveau zijn een onderdeel van de strategie van de Commissie ter ondersteuning van de modernisering van het hoger onderwijs in de lidstaten. Er is op dit gebied al veel vooruitgang geboekt. Zo heeft het Bologna-proces het gemakkelijker gemaakt voor studenten om in het buitenland te studeren en hun kwalificaties in heel Europa erkend te krijgen. Een nieuwe door de Commissie ingevoerde multidimensionele ranglijst van universiteiten, waarvan begin volgend jaar de eerste bevindingen worden gepubliceerd, zal het makkelijker maken om universiteiten onderling te vergelijken zodat studenten bewuster kunnen kiezen waar ze gaan studeren.

De Europese agenda voor de modernisering van het hoger onderwijs, die op 28 en 29 november 2011 door de ministers van onderwijs werd aangenomen, geeft een aantal terreinen aan waar de lidstaten meer moeten doen om hun gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken, en zet uiteen hoe de Europese Unie het moderniseringsbeleid kan ondersteunen. De prioriteiten omvatten de verbetering van de kwaliteit en de relevantie van het hoger onderwijs, zodat de curricula beantwoorden aan de behoeften van studenten, werkgevers en de arbeidsmarkt van de toekomst, en de verhoging van het aantal afgestudeerden. In de agenda wordt gepleit voor een sterkere samenwerking tussen universiteiten, het bedrijfsleven en onderzoekscentra. De agenda vormt een onderdeel van de bredere Europa 2020-strategie van de Commissie ter bevordering van groei en werkgelegenheid, waarin onderwijs een belangrijke rol speelt.

Erasmus voor iedereen, het nieuwe programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport dat van start gaat in januari, zal beleidshervormingen in de lidstaten ondersteunen, waarbij de nadruk wordt gelegd op het versterken van de kennisbasis voor beleidsvorming en uitwisseling van goede praktijken. Het programma zal naar verwachting kunnen beschikken over een budget van ongeveer 14,5 miljard euro voor 2014-2020 — 40 % meer dan de huidige programma’s — en zal 4 miljoen mensen steun geven om internationale ervaring en vaardigheden op te doen door studie, opleiding of vrijwilligerswerk in het buitenland.

Voor meer informatie

De agenda voor de modernisering van het hoger onderwijs

Het verslag kunt u hier vinden:

http://ec.europa.eu/education/higher-education/doc/modernisation_en.pdf

MEMO/13/581

Europese Commissie: Onderwijs en opleiding

Website van Androulla Vassiliou

Volg Androulla Vassiliou op Twitter @VassiliouEU

Contact:

Dennis Abbott (+32 22959258); Twitter: @DennisAbbott

Dina Avraam (+32 22959667)

Groep op hoog niveau voor de modernisering van het hoger onderwijs

Aanbevelingen voor het verbeteren van de kwaliteit in het onderwijzen en leren

De groep op hoog niveau heeft een verslag uitgebracht waarin wordt uitgestippeld hoe de kwaliteit in het onderwijzen en leren kan worden verbeterd. Rekening houdend met de verschillende uitgangssituaties van de instellingen voor hoger onderwijs en van de landen, hebben wij getracht een brede waaier aan instrumenten, hulpmiddelen en praktische voorbeelden aan te bieden die laten zien hoe verschillende — en vaak vrij eenvoudige — benaderingen efficiënt kunnen zijn. Om terug te komen op ons uitgangspunt: onderwijs doet ertoe. Onderwijs doet er net zoveel toe als onderzoek. Wij moeten de kwaliteit van het onderwijzen en leren centraal plaatsen.

Daartoe doen wij de volgende aanbevelingen:

Aanbeveling 1

De voor het hoger onderwijs verantwoordelijke overheidsinstanties dienen te zorgen voor een duurzaam en goed gefinancierd kader dat de instellingen voor hoger onderwijs ondersteunt bij hun inspanningen voor het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijzen en leren.

Aanbeveling 2

Elke instelling dient een strategie te ontwikkelen en uit te voeren om de kwaliteit van het onderwijzen en leren te ondersteunen en voortdurend te verbeteren, met inzet van de nodige personele en financiële middelen en door deze prioriteit te integreren in haar algemene opdracht, zodat onderwijs terecht op hetzelfde niveau komt te staan als onderzoek.

Aanbeveling 3

De instellingen voor hoger onderwijs dienen feedback van studenten te stimuleren, die als een aanwinst te beschouwen en er rekening mee houden, aangezien die ervoor kan zorgen dat problemen in de onderwijs- en leeromgeving in een vroeg stadium worden ontdekt en dat snellere en meer doeltreffende verbeteringen worden bereikt.

Aanbeveling 4

Al het onderwijzend personeel in instellingen voor hoger onderwijs dient tegen 2020 een gecertificeerde pedagogische opleiding te hebben gevolgd. Een voortdurende professionele scholing als lesgever zou een vereiste moeten worden voor docenten in het hoger onderwijs.

Aanbeveling 5

Bij beslissingen over de aanwerving, loopbaanontwikkeling en bevordering van academisch personeel dient, naast andere factoren, rekening te worden gehouden met een beoordeling van de bekwaamheid als lesgever.

Aanbeveling 6

Hoofden en managers van onderwijsinstellingen dienen docenten erkenning te geven en te belonen (bijvoorbeeld door middel van toelagen of beurzen) wanneer zij een aanzienlijke bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijzen en leren, hetzij in de praktijk, hetzij door onderzoek op het gebied van het onderwijzen en leren.

Aanbeveling 7

De curricula dienen te worden ontwikkeld en gemonitord aan de hand van dialoog en partnerschappen tussen het onderwijzend personeel, studenten, afgestudeerden en de arbeidsmarktactoren, waarbij wordt gesteund op nieuwe methoden van onderwijzen en leren, zodat studenten de nodige vaardigheden verwerven om hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten.

Aanbeveling 8

De leerprestaties van studenten dienen te worden beoordeeld aan de hand van duidelijke en overeengekomen leerresultaten, die gezamenlijk door alle betrokken faculteitsleden zijn ontwikkeld.

Aanbeveling 9

Instellingen voor hoger onderwijs en nationale beleidsmakers dienen samen met studenten systemen op te zetten voor advies, hulp, begeleiding en opvolging ter ondersteuning van studenten in het hoger onderwijs, en op hun weg naar het bereiken van een diploma en nadien.

Aanbeveling 10

Instellingen voor hoger onderwijs dienen vakoverschrijdende, trans- en interdisciplinaire benaderingen voor lesgeven, leren en beoordelen in te voeren en te bevorderen zodat studenten worden geholpen om hun kennis te verbreden en een ondernemende en innovatieve ingesteldheid te ontwikkelen.

Aanbeveling 11

Instellingen voor hoger onderwijs — daarbij geholpen door overheidsinstanties en de EU — dienen de docenten te steunen bij het ontwikkelen van de nodige vaardigheden voor online en andere vormen van onderwijzen en leren die mogelijk worden gemaakt door het digitale tijdperk, en dienen gebruik te maken van de door de technologie geboden kansen om de kwaliteit van het onderwijzen en leren te verbeteren.

Aanbeveling 12

Instellingen voor hoger onderwijs dienen alomvattende internationaliseringsstrategieën te ontwikkelen en uit te voeren als een integrerend onderdeel van hun algemene opdracht en taken. Een grotere mobiliteit van studenten en personeel, een internationale dimensie van de curricula, internationale ervaring van faculteitsleden, met een voldoende kennis van het Engels en een tweede vreemde taal en interculturele competenties, een transnationaal aanbod van cursussen en academische graden, en internationale allianties zouden essentiële onderdelen moeten worden van het hoger onderwijs in Europa en daarbuiten.

Aanbeveling 13

De Europese Unie dient de tenuitvoerlegging van deze aanbevelingen te ondersteunen, met name door het bevorderen van:

innovatieve onderwijs- en leermethoden en pedagogische benaderingen;

methoden voor advies, hulp en coaching;

een verbeterde opzet van programma’s, rekening houdend met het meest recente onderzoek naar menselijk leren;

de professionalisering en ontwikkeling van docenten, opleiders en overig personeel;

mobiliteit en uitwisselingen van academisch personeel voor onderwijsopdrachten van lange termijn; en

systematische en regelmatige verzameling van gegevens over kwesties die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijzen en leren.

Aanbeveling 14

De Europese Unie dient de oprichting te steunen van een Europese Academie voor onderwijzen en leren die wordt geleid door belanghebbenden en die voortbouwt op de in dit verslag opgenomen goede praktijken.

Aanbeveling 15

Onderzoekers die steun krijgen van de Marie Skłodowska-Curie-acties en die een loopbaan in de academische wereld beogen, dienen de mogelijkheid te krijgen om professionele onderwijskwalificaties te ontwikkelen en dienen te worden ondersteund bij hun onderwijsactiviteiten naast hun onderzoek.

Aanbeveling 16

De lidstaten, in partnerschap met de regio's, worden aangemoedigd om in hun partnerschapsovereenkomsten in het kader van de structuurfondsen prioriteit te geven aan initiatieven ter ondersteuning van de ontwikkeling van pedagogische vaardigheden, het ontwerp en de uitvoering van programma’s die van belang zijn voor de sociale en arbeidsmarktgerelateerde behoeften, en de versterking van de partnerschappen tussen het hoger onderwijs, het bedrijfsleven en de onderzoekssector.

Leden van de groep op hoog niveau voor de modernisering van het hoger onderwijs

Mary McAleese (voorzitter)

Mary McAleese was president van Ierland van 1997 tot 2011. Zij haalde in 1973 een rechtendiploma aan de Queen's University in Belfast en werd in 1974 ingeschreven als advocaat aan de balie van Noord-Ierland. In 1975 werd zij aangesteld als Reid Professor of criminal law, criminology and penology aan het Trinity College in Dublin. In 1987 keerde ze terug naar de Queen’s University als directeur van het Institute of professional legal studies. In 1994 werd ze de eerste vrouwelijke pro-vice chancellor van de Queen’s University.
Agneta Bladh

Agneta Bladh is voorzitter van de raad van bestuur van de School voor gezondheidswetenschappen in Jönköping en van de bibliotheekraad van de universiteit van Stockholm. Zij is ook lid van de raad van bestuur van de universiteit van Uppsala, van het bestuur van de universiteit voor toegepaste wetenschappen van Oslo en Akershus (Noorwegen) en van een raad die de fusie tussen twee universiteiten in Noorwegen voorbereidt. Agneta Bladh is lid van de Deense Raad voor Accreditatie en van de adviesraad van de Zweedse autoriteit voor hoger onderwijs. Van februari 2004 tot december 2009 was zij rector van de universiteit van Kalmar in Zweden. Van 1998 tot 2004 was zij als staatssecretaris bij het Zweedse Ministerie van Onderwijs en Wetenschap bevoegd voor hoger onderwijs en onderzoek, en van 1995 tot 1998 was zij directeur-generaal van het nationaal agentschap voor hoger onderwijs. Agneta Bladh heeft een doctorsgraad in de politieke wetenschappen van de universiteit van Stockholm (1988).

Vincent Berger

Vincent Berger is voorzitter van de universiteit Parijs-Diderot. Van 1990 tot 2001 werkte hij bij het Laboratoire Central de Recherches voor de lucht- en ruimtevaartmultinational Thales (het voormalige Thomson CSF). In 2001 werd hij hoogleraar aan de universiteit Parijs-Diderot — Parijs 7 en tot 2006 was hij hoofd van het laboratorium voor kwantumverschijnselen en -materialen. In 2002 kreeg hij de Fabry-De Gramontprijs en de MIT-prijs voor jonge innovators. Hij heeft ongeveer 150 artikelen gepubliceerd in internationale tijdschriften en bezit 16 octrooien. In 2012 werd hij door de Franse onderwijsminister Geneviève Fioraso benoemd tot algemene rapporteur van de Franse Assises nationales de l'enseignement supérieur et de la recherche.

Christian Bode

Christian Bode was gedurende twintig jaar secretaris-generaal van de Deutscher Akademischer Austauschdienst (1990-2010). Christian Bode heeft rechten gestudeerd en ontving in 1971 een doctoraat van de universiteit van Bonn. Tussen 1972 en 1982 had hij verschillende hoge functies bij het federale Ministerie van Onderwijs en Wetenschap. Van 1982 tot 1990 was hij secretaris-generaal van de Duitse rectorenconferentie. Hij was een van de oprichters van de Academic Cooperation Association in Brussel, waarvan hij verschillende keren vice-voorzitter was.

Christian Bode heeft op grote schaal gepubliceerd over alle aspecten van het beleid voor hoger onderwijs, waarbij hij de nadruk legde op internationale samenwerking tussen universiteiten. Hij is lid van verschillende raden van bestuur van universiteiten in Duitsland en daarbuiten (München, Berlijn, Muscat, Shanghai) en van beroepsorganisaties.

Jan Muehlfeit

Jan Muehlfeit is voorzitter van de Microsoft Corporation in Europa. Gedurende bijna 20 jaar had hij verschillende opdrachten bij Microsoft: zo was hij van 1993 tot 2000 actief in de Tsjechische/Slowaakse dochteronderneming en was hij van 2000 tot 2005 verantwoordelijk voor de landen in Midden- en Oost-Europa. Hij was in 2005 vicevoorzitter van Microsofts team voor de overheidssector en in 2006 was hij vice-voorzitter van de afdeling Corporate & Government Strategy voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. De heer Muehlfeit is vicevoorzitter van de Academy of Business in Society, bestuurslid van Junior Achievement, covoorzitter van de Europese e-Skills Association en lid van het bestuur van de studentenorganisatie AIESEC (Association Internationale des Etudiants en Sciences Economiques et Commerciales) en het adviesorgaan van OVUM, een bedrijf dat is gespecialiseerd in analyse en advisering inzake technologie. Hij was lid van verschillende adviesraden voor een aantal Europese regeringen op het gebied van informatietechnologie, nationaal concurrentievermogen en onderwijs. Hij vertegenwoordigt ook Microsoft tijdens de Trans-Atlantische ondernemersdialoog en is adviseur voor verschillende projecten van het World Economic Forum, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en het European Policy Centre. Hij is ook een bestuurslid van het Tsjechische Nationaal Museum en een lid van de Leaders' Council van het International Business Leaders Forum. Hij afgestudeerd aan de Tsjechische technische universiteit en nam deel aan programma's voor de ontwikkeling van leiderschap aan Wharton, de London School of Economics en Harvard.

Tea Petrin

Tea Petrin is professor aan de faculteit Economie van de universiteit van Ljubljana (Slovenië), waar zij tevens hoofd is van de academische eenheid voor ondernemerschap. Zij is lid van de senaat van de universiteit. Mevrouw Petrin was gasthoogleraar aan de universiteit van Massachusetts in Amherst en aan de Haas School of Business (UC Berkeley). Zij was ook een Fulbright professor aan het Institute of International Studies van UC Berkeley en aan het Centre for Industrial Competitiveness bij de universiteit van Massachusetts Lowell. Zij is een gerenommeerd deskundige op het gebied van ondernemerschap en innovatiebeleid en van regionale ontwikkelingsprogramma’s. Van 1999 tot 2004 was zij minister van Economische Zaken in Slovenië. Van 2004 tot 2008 was zij de ambassadeur van Slovenië in Nederland, vertegenwoordigde zij haar land bij de European Small Business Council en was zij lid van de International Small Business Council. Zij is vice-voorzitter van de raad van adviseurs van het Competitiveness Institute, lid van de academische adviesraad van het European Forum of Entrepreneurship Research en lid van de raad van het Academic Research Network. Zij stond aan het hoofd van de groep voor clusterbeleid bij het directoraat-generaal Ondernemingen en Industrie van de Europese Commissie (2009-2010) en was lid van de groep deskundigen op het gebied van synergieën binnen het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie van de Europese Commissie (2010-2011) en van het Comité voor het ontwikkelingsbeleid van de Verenigde Naties van januari 2013 tot december 2015.

Alessandro Schiesaro

Alessandro Schiesaro is professor Latijnse literatuur aan de universiteit van Rome-Sapienza en directeur van de Sapienza School of Advanced Studies. Na zijn studies in Pisa, Berkeley en Oxford ging Alessandro Schiesaro les geven in de Verenigde Staten, onder meer als professor klassieke talen aan Princeton, en in het Verenigd Koninkrijk als professor Latijn aan het King’s College in Londen. Sinds 2008 zit hij het technisch secretariaat van het Italiaanse Ministerie van Universiteiten en onderzoek voor.

Loukas Tsoukalis

Loukas Tsoukalis is Jean Monnetprofessor Europese Integratie aan de universiteit van Athene en gasthoogleraar aan het Europacollege in Brugge. Hij is voorzitter van de Hellenic Foundation for European and Foreign Policy, en was bijzonder adviseur van de voorzitter van de Europese Commissie. Hij onderwees aan de Universiteit van Oxford, de London School of Economics, Sciences Po in Parijs en het Europees Universitair Instituut in Florence. Hij schreef een groot aantal boeken en artikelen over Europese integratie en internationale politieke economie die zijn vertaald naar verschillende talen.

Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website