Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 7 mei 2013

EU-projecten vergroten innovatie in de klas, volgens acht op de tien betrokkenen

Meer dan acht op de tien mensen die betrokken zijn bij een door de EU gefinancierd initiatief ter bevordering van innovatieve lesmethoden en betere leermaterialen voor kinderen, zijn van mening dat de regeling voor hen een positief en langdurig effect heeft. Hetzelfde aantal mensen denkt bovendien dat deze resultaten zonder Europese steun niet hadden kunnen bereikt, zo blijkt uit een nieuwe studie.

De projecten werden gefinancierd in het kader van Comenius, een EU-programma dat steun verleent aan uiteenlopende activiteiten, zoals schoolpartnerschappen, opleiding van leerkrachten en het scholennetwerk eTwinning. Comenius vormt een onderdeel van het programma Een leven lang leren, dat vanaf januari 2014 wordt opgevolgd door Erasmus voor iedereen. Jaarlijks verstrekt Comenius 13 miljoen euro aan universiteiten, lerarenopleidingen, ngo's en scholen om de ontwikkeling van nieuwe lesmethoden en lesmateriaal te ondersteunen. Voorbeelden van innovatieve lesmethoden zijn het gebruik van dramalessen en wetenschapsbeginselen voor jonge kinderen (zie achtergrond).

"Ons doel is scholen te helpen leerlingen de kennis, de vaardigheden en het vertrouwen te geven dat zij nodig hebben om al hun mogelijkheden te benutten," aldus Androulla Vassiliou, commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken. "De toegevoegde waarde van dit Europese initiatief is erin gelegen dat leraren en scholen in aanraking komen met verschillende benaderingen en deskundigheid, waardoor innovatieve oplossingen het klaslokaal bereiken."

Uit de studie blijkt dat de direct betrokkenen het meeste baat hadden bij de projecten. Zij gaven aan dat zij hun blikveld hadden verruimd, betere toegang tot beste praktijken en innovatie hadden gekregen en hun professionele vaardigheden op het gebied van ICT, talen en management hadden vergroot.

De organisaties wezen er met name op dat zij de gelegenheid hadden gekregen nieuwe betrekkingen aan te knopen en synergieën te ontwikkelen, zowel binnen de instelling als met andere instellingen. De systemische effecten die van de projecten en netwerken uitgingen, werden minder sterk gevoeld. Toch waren de meeste respondenten van mening dat deze effecten wel bestonden, bijvoorbeeld doordat in bestaande lesprogramma's lerarenopleidingsmodules en inhoud werd opgenomen die in het kader van een project of netwerk was ontwikkeld.

Achtergrond

De Study of the Impact of Comenius Centralised Actions: Comenius Multilateral Projects and Comenius Multilateral Networks is in opdracht van de Europese Commissie tussen december 2010 en december 2012 uitgevoerd door de Griekse onderwijsorganisatie Ellinogermaniki Agogi. Er werd een enquête gehouden onder deelnemers aan 145 projecten en netwerken.

Voorbeelden van projecten

Aan het project DICE werd deelgenomen door twaalf landen (Hongarije, Nederland, Noorwegen, Palestina, Polen, Portugal, Roemenië, Servië, Slovenië, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden). De nadruk lag op de positieve effecten van dramalessen op de ontwikkeling van leerlingen. Bij dit onderzoek werkten organisaties zonder winstoogmerk en universiteiten uit deze landen samen. Daarbij waren onder meer professionals uit het toneel- en kunstonderwijs, psychologen en sociologen betrokken. De EU verstrekte 282 000 euro aan medefinanciering aan dit tweejarige project.

Voor het project Naturbild ontwikkelden universiteiten en lerarenopleidingen uit zes landen (Duitsland, Bulgarije, Hongarije, Oostenrijk, Roemenië en Slowakije) een nieuwe lesstrategie om kinderen te helpen bij de overgang van voorschools onderwijs naar primair onderwijs. Het samenwerkingsverband maakte videoanalyses van speel- en lessituaties en gebruikte deze om in gespecialiseerde workshops leerkrachten op te leiden. Tijdens de twee jaar durende looptijd ontving dit project 298 000 euro aan medefinanciering van de EU.

Comenius en eTwinning

Aan het programma Comenius kan worden deelgenomen door scholen, leerkrachten en onderwijsorganisaties uit de 27 EU-lidstaten, Kroatië, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland en Turkije. Enkele delen van het programma zijn bovendien toegankelijk voor organisaties uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Servië. Bij de projecten en netwerken waarop deze nieuwe studie gericht is, kunnen aanvullende partners uit elk ander land worden betrokken.

eTwinning werd in 2005 gestart en omvat een groeiend aantal scholen in Europa. 200 000 leerkrachten en meer dan 100 000 scholen uit 33 Europese landen (de 27 EU-lidstaten, IJsland, Zwitserland, Noorwegen, Turkije, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) hebben aangegeven gebruik te willen maken van de gratis beschikbare veilige onlinemogelijkheden voor leerkrachtenopleiding en gemeenschappelijke onderwijsprojecten. Het eTwinning-portaal is beschikbaar in 25 talen. In het kader van het initiatief eTwinning Plus, dat in maart 2013 van start ging, zijn geselecteerde scholen uit Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Moldavië en Oekraïne tot de eTwinning-gemeenschap toegetreden.

Wie was Comenius?

Het EU-scholenprogramma Comenius is vernoemd naar de Tsjechische schrijver en wetenschapper Jan Amos Comenius (1592-1670), die beschouwd wordt als de vader van het onderwijs voor iedereen, op basis van gelijke kansen voor alle kinderen. Hij woonde en werkte in verschillende Europese landen.

Meer informatie

Volledige studie [EN] met samenvattingen [DE, EN, FR]

Meer over de multilaterale netwerken en projecten van Comenius, de financieringsregels, voorbeelden en projectresultaten

Europese Commissie: het programma Comenius

Europese Commissie: Onderwijs en opleiding

Website van Androulla Vassiliou

Volg Androulla Vassiliou op Twitter @VassiliouEU

Contact:

Dennis Abbott (+32 22959258); Twitter: @DennisAbbott

Dina Avraam (+32 22959667)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website