Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Staatssteun: Commissie eist dat Nederland 6,9 miljoen EUR onverenigbare staatssteun terugvordert van Schouten-de Jong Bouwfonds

Commission Européenne - IP/13/36   23/01/2013

Autres langues disponibles: FR EN DE

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 23 januari 2013

Staatssteun: Commissie eist dat Nederland 6,9 miljoen EUR onverenigbare staatssteun terugvordert van Schouten-de Jong Bouwfonds

De Europese Commissie is tot de conclusie gekomen dat bepaalde steunmaatregelen van de overheid die Schouten-de Jong Bouwfonds ("SJB") heeft gekregen van een publiek-privaat partnerschap ("PPP"), bestaande uit de Nederlandse gemeente Leidschendam-Voorburg en SJB, staatssteun vormen die onverenigbaar is met de EU-regels. Het ging om een verlaging van een overeengekomen verkoopprijs voor bouwgronden en het kwijtschelden van overeengekomen bijdragen voor SJB. De Commissie was namelijk tot de bevinding gekomen dat de maatregel SJB ten opzichte van zijn concurrenten duidelijk een economisch voordeel oplevert, dat de onderneming onder normale marktomstandigheden niet had kunnen krijgen. Om de concurrentieverstoring weg te nemen die dit ongerechtvaardigde voordeel met zich meebracht, moet SJB de steun nu mét rente terugbetalen.

De gemeente Leidschendam zette met SJB een PPP op om het Damcentrum-gebied te herontwikkelen. De belangrijkste opdracht van dat PPP was het gebied bouwrijp te maken. De onderneming die voor het PPP was opgericht, zou bouwgrond aan particuliere bedrijven verkopen, waaronder SJB, die dan de bouwfase voor hun rekening zouden nemen. De grondprijs en de grondexploitatiebijdragen werden overeengekomen in 2004. De exploitatie liep vertraging op en tegen de tijd dat het PPP de gronden kon leveren, was de Nederlandse woningmarkt gaan krimpen en was SJB nog niet beginnen te bouwen. In 2010 stemde de gemeente erin toe dat het PPP voor SJB de overeengekomen verkoopprijzen zou verlagen en zou de overeengekomen bijdragen kwijtschelden. Daardoor daalde de totale prijs met 6,9 miljoen EUR. SJB heeft daarna de bouwwerkzaamheden aangevat. Na een klacht heeft de Commissie in januari 2012 een grondig onderzoek ingesteld.

Daarbij kwam de Commissie tot de bevinding dat een particuliere investeerder handelend onder normale marktomstandigheden niet had ingestemd met de retroactieve verlaging van de verkoopprijs en met het kwijtschelden van bijdragen ten gunste van SJB. De maatregelen verleenden SJB duidelijk een voordeel. De projectontwikkelaars kochten bouwgrond van het PPP en moesten de geplande gebouwen voor eigen risico optrekken en verkopen. Door de grondprijs te verlagen en de bijdragen kwijt te schelden nam de gemeente het risico van een krimpende woningmarkt over, terwijl SJB dit risico had moeten dragen. Hiermee werd SJB bevrijd van kosten die het anders had moeten dragen en zag het zijn concurrentiepositie versterkt ten opzichte van andere projectontwikkelaars, die ook te maken hadden met een krimpende markt. De maatregelen vormen volgens de EU-regels dus staatssteun.

In een tweede fase heeft de Commissie onderzocht of de steun verenigbaar kon worden verklaard met de EU-regels. Leidschendam is echter geen stedelijk achterstandsgebied, dat te lijden heeft van marktfalen. Integendeel, meerdere projectontwikkelaars hadden belangstelling laten blijken om het project voor eigen risico en voor eigen rekening uit te voeren. De steun was dus niet nodig om het project gerealiseerd te krijgen.

Achtergrond

Met overheidsmaatregelen voor bedrijven die economische activiteiten verrichten, is geen staatssteun gemoeid in de zin van de EU-regels (artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)) mits die maatregelen plaatsvinden op voorwaarden waarmee een particuliere investeerder handelend in een markteconomie had kunnen instemmen.

Wordt dit zogenaamde beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie niet in acht genomen, dan vormt de overheidsmaatregel staatssteun omdat de begunstigde daarmee een economisch voordeel verleend krijgt dat zijn concurrenten niet hadden. In dat geval zal de Commissie nagaan of die steun verenigbaar kan worden verklaard met de gemeenschappelijke EU-regels die bepaalde categorieën steun toestaan, bijvoorbeeld omdat daarmee goederen of diensten worden geleverd die er door marktwerking alleen niet waren gekomen.

Meer informatie over deze zaak komt, zodra eventuele vertrouwelijkheidskwesties zijn opgelost, in het Staatssteunregister op de website van DG Concurrentie beschikbaar onder zaaknummer SA.24123 Een overzicht van de recentste besluiten inzake staatssteun die op internet en in het EU-Publicatieblad zijn gepubliceerd, is te vinden in State Aid Weekly e-News

Contact:

Antoine Colombani (+32 2 297 45 13)

Maria Madrid Pina (+32 2 295 45 30)


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site