Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 24 april 2013

Betere ondersteuning voor nieuwe leraren in de EU

Introductieprogramma’s om aan nieuwe leraren individuele ondersteuning en advies te bieden zijn nu verplicht in 15 EU-lidstaten (Cyprus, Duitsland, Estland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) alsook in Kroatië en Turkije, volgens een verslag van de Europese Commissie over de situatie van leraren en directieleden in 32 landen. Hoewel deze programma's verschillend zijn georganiseerd, zijn zij er alle op gericht nieuwe leraren te helpen zich in te werken en de kans op een vroegtijdige uitstap te verminderen.

"Een goede leraar kan het verschil maken voor de toekomst van de kinderen," aldus Androulla Vassiliou, commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken. "Daarom dring ik er bij alle lidstaten op aan de opleiding en ondersteuning van leraren te verbeteren, zodat zij hun competenties ten volle kunnen ontwikkelen tijdens hun loopbaan en kunnen zorgen voor innovatief onderricht van hoge kwaliteit, dat jongeren de vaardigheden meegeeft die zij nodig hebben in het moderne leven."

In de meeste EU-landen ligt vast over welke competenties leraren moeten beschikken om een baan te vinden en zich professioneel te ontwikkelen; daartoe behoren pedagogische kennis, teamwerk, sociale vaardigheden en beroepsbekwaamheid. Deze "competentiekaders" vormen de basis voor de initiële lerarenopleiding in alle landen en regio’s, uitgezonderd acht: de Duitstalige Gemeenschap van België en verder Bulgarije, Finland, Slowakije, Tsjechië, IJsland, Kroatië en Liechtenstein.

Het grootste deel van de 5 miljoen leraren in Europa zijn contractueel verplicht ten minste 35 à 40 uur per week te werken, met inbegrip van de eigenlijke lestijd, aanwezigheid op school en de tijd voor lesvoorbereidingen en verbeterwerk. Er zijn grote verschillen in het aantal uren waarin zij effectief moeten lesgeven. Dit aantal ligt over het algemeen hoger in de kleuterschool en neemt af in de hogere onderwijsniveaus. Het gemiddelde aantal lesuren in het basis- en secundair onderwijs bedraagt 20.

In ongeveer een derde van de Europese landen moeten leraren ongeveer 30 uren per week op school aanwezig zijn. Dit aantal ligt niet vast in Portugal, het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Wales en Noord-Ierland), Zweden en Noorwegen, en evenmin in het secundair onderwijs in Cyprus en het kleuteronderwijs in IJsland. In Cyprus, Duitsland, Griekenland, Luxemburg, Malta, Portugal, Roemenië, Slovenië en Spanje wordt het aantal effectieve lesuren na een bepaald aantal dienstjaren verlaagd.

In Europa is het grootste deel van de leraren ouder dan 40. Bijna de helft van de leraren is ouder dan 50 in Bulgarije, Duitsland, Estland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Tsjechië, IJsland en Noorwegen. Het percentage leraren jonger dan 30 is bijzonder laag in Duitsland, Italië en Zweden.

In de meeste EU-lidstaten ligt het minimale basissalaris van leraren die werken in het leerplichtonderwijs (lager en lager secundair onderwijs) lager dan het bbp per hoofd van de bevolking. Gewoonlijk zijn er toelagen voor overuren of extra verantwoordelijkheden, die het nettoloon van leraren aanzienlijk kunnen beïnvloeden. Slechts in de helft van de onderzochte landen krijgen leraren toelagen op grond van goede onderwijsprestaties of leerlingenresultaten.

Achtergrond

Het onderzoek Basisgegevens over leraren en directieleden heeft betrekking op 32 landen (de EU-lidstaten, IJsland, Kroatië, Liechtenstein, Noorwegen en Turkije). Het werd voor de Europese Commissie uitgevoerd door het Eurydice-netwerk en bundelt de recentste informatie over leraren en directieleden, van de kleuterschool tot en met het hoger onderwijs, met gegevens over onder meer leeftijd, geslacht, werktijd en salaris. Het verslag bevat een combinatie van gegevens van het Eurydice-netwerk, Eurostat en uit internationale onderzoeken, waaronder de internationale onderwijsenquête (TALIS 2008) en het programma voor de internationale beoordeling van leerlingen (PISA 2009) van de OESO, en het onderzoek naar internationale ontwikkelingen op het gebied van wiskunde en wetenschappen (TIMSS 2011) van de International Association for the Evaluation of Educational Achievement.

In haar strategie "Een andere kijk op onderwijs" beklemtoont de Commissie hoe belangrijk het is de beste kandidaten voor het beroep van leraar aan te trekken, in het bijzonder gezien het grote aantal leraren dat bijna met pensioen gaat. Een hoogstaande initiële lerarenopleiding en permanente professionele ontwikkeling van leraren en opleiders verhogen de kwaliteit van het onderwijs in Europa: alleen door de beste leerkrachten aan te trekken en op te leiden, kunnen we komen tot een hooggekwalificeerd lerarenkorps. Uitstekend onderwijs bevorderen is ook een prioriteit voor de groep op hoog niveau voor de modernisering van het hoger onderwijs, die commissaris Vassiliou in november 2011 heeft opgericht.

Eurydice

Het Eurydice-netwerk bestaat uit 40 nationale diensten in 36 landen (de EU-lidstaten, IJsland, Kroatië, Liechtenstein, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro, Noorwegen, Servië, Turkije en Zwitserland). Eurydice wordt gecoördineerd door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur van de EU.

Meer informatie

Het volledige verslag is in het Engels beschikbaar op de website van Eurydice

Europese Commissie: Onderwijs en Cultuur

Website van Androulla Vassiliou

Volg Androulla Vassiliou op Twitter @VassiliouEU

Contact:

Dennis Abbott: +32 22959258; Twitter: @DennisAbbott

Dina Avraam: +32 22959667

Bijlagen

    Figuur 1: nationale introductieprogramma's voor beginnende leraren in het kleuter-, lager en
    (lager en hoger) secundair onderwijs (ISCED 0, 1, 2 en 3), 2011/2012

NB: Toelichtingen en landenspecifieke aantekeningen zijn beschikbaar op blz. 40, op:
http://eacea.ec.europa.eu/education/eurydice/key_data_en.php/151EN.pdf

Figuur 2: officiële werktijd in uren/week van leraren in voltijdse dienst in het kleuter-, lager en (lager en hoger) secundair onderwijs, 2011/2012

Figuur 2 (vervolg): officiële werktijd in uren/week van leraren in voltijdse dienst in het kleuter-, lager en (lager en hoger) secundair onderwijs, 2011/2012

NB: Toelichtingen en landenspecifieke aantekeningen zijn beschikbaar op blz. 76-77, op:
http://eacea.ec.europa.eu/education/eurydice/key_data_en.php/151EN.pdf


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website