Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 11 april 2013

Vorderingen bij het terugdringen van schooluitval en het verhogen van het aantal afgestudeerden in het hoger onderwijs – maar jongens raken steeds verder achterop

Volgens de cijfers voor 2012 die Eurostat vandaag heeft bekendgemaakt, hebben de meeste lidstaten van de EU vorderingen gemaakt bij de onderwijsdoelstellingen van Europa 2020 om uiterlijk in 2020 het percentage vroegtijdige schoolverlater (de schooluitval) onder 10 % te brengen en het aantal jongeren met een hogeronderwijsdiploma (tertiair of gelijkwaardig) te verhogen tot meer dan 40 %. Er zijn evenwel nog grote verschillen tussen de lidstaten en tussen mannen en vrouwen. Het EU-gemiddelde voor de schooluitval ligt nu op 12,8 %, tegen 13,5 in 2011. In 2012 had 35,8 % van de 30-34-jarigen in de EU tertiair onderwijs voltooid, tegen 34,6 % in 2011.

Androulla Vassiliou, Europees commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken, zei: "Dat wij vorderingen maken bij het bereiken van onze onderwijsdoelstellingen is een positief bericht in deze tijd van economische onzekerheid. De banen van de toekomst vragen om hogere kwalificaties, en deze cijfers laten zien dat meer jongeren vastbesloten zijn hun potentieel volledig te ontwikkelen. Ook zien wij dat de inspanningen om de Europese onderwijssystemen te verbeteren en toegankelijker te maken, vrucht afwerpen. Ik spoor alle lidstaten aan hun inspanningen voort te zetten, zodat wij onze doelstellingen voor 2020 zullen bereiken; dit geldt met name voor de landen die geen vorderingen hebben gemaakt of waar de prestaties onder die van 2011 liggen. Ik vraag hen hun inspanningen te versterken en de vele voorbeelden van goede praktijken te volgen."

In 12 lidstaten (Denemarken, Finland, Ierland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en Zweden) ligt de schooluitval nu al onder de doelstelling van Europa 2020 (10 %); in Ierland gebeurt dit nu voor het eerst. De schooluitval is het hoogst in Spanje (24,9 %), Malta (22,6 %) en Portugal (20,8 %), maar deze landen hebben sinds 2011 wel vorderingen gemaakt. Ook in Duitsland, Griekenland, Ierland, Letland en het VK is de schooluitval met ten minste 1 procentpunt gedaald; daarentegen nam de schooluitval toe in Bulgarije, Cyprus, Hongarije, Luxemburg, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en Zweden.

In 2012 lag het aandeel van de 30-34-jarigen met een hogeronderwijsdiploma in 12 lidstaten (België, Cyprus, Denemarken, Finland, Frankrijk, Ierland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Spanje, het VK en Zweden) boven de doelstelling van Europa 2020 (40 %). Zoals het er nu uitziet, zullen Polen en Slovenië volgend jaar de 40 % overschrijden. Het aandeel van de jongeren met een hogeronderwijsdiploma blijft laag in Italië (21,7 %), Roemenië (21,8 %), Malta (22,4 %), Slowakije (23,7 %), Tsjechië (25,6 %) en Portugal (27,2 %). Verontrustend is dat het toch al geringe aandeel van de jongeren met een voltooide tertiaire opleiding in Bulgarije (26,9 %) in 2012 nog iets gedaald is.

In het algemeen doen meisjes het beter: de schooluitval is voor meisjes 24 % geringer dan voor jongens. Het verschil is het grootst in Cyprus (+ 58 %), Letland (+ 57 %), Luxemburg (+ 57 %) en Polen (+ 55 %), waar de schooluitval voor jongens meer dan twee keer zo hoog is als voor meisjes. Voor vrouwen is het voorts 27 % meer waarschijnlijk dat zij hoger onderwijs hebben voltooid. Het verschil tussen mannen en vrouwen is het grootst in Letland (+ 85 %), Estland (+ 79 %), Slovenië (+ 68 %) en Bulgarije (+ 67 %).

Achtergrond

De cijfers werden door Eurostat opgesteld in het kader van de arbeidskrachtenenquête van de EU, die gegevens biedt over de situatie en de ontwikkelingen op de EU-arbeidsmarkt, waaronder de deelname aan en het voltooien van onderwijs en opleidingen.

De schooluitval wordt gedefinieerd als het percentage van de personen tussen 18 en 24 jaar met enkel lager secundair onderwijs of minder, die geen onderwijs of opleiding meer volgen. Het aantal afgestudeerden in het hoger (tertiair) onderwijs wordt berekend als het aandeel van de bevolking tussen 30 en 34 jaar dat tertiair (of gelijkwaardig) onderwijs heeft voltooid.

Volgende stappen:

De lidstaten kwamen tijdens de Raadszitting van februari 2013 overeen om de aandacht te richten op de prestaties van jongeren met een hoog schooluitvalrisico en geringe basisvaardigheden. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door hen in het hele schoolsysteem in een vroeg stadium op te sporen en hen indidividuele steun te bieden.

Volgende maand zal de Europese Commissie een oordeel geven over de maatregelen van de lidstaten om de hoofddoelstellingen van de uitvoering van de Europa 2020-strategie voor groei en banen te verwezenlijken. Ook kan zij specifieke aanbevelingen aan elk van de lidstaten doen.

Ook zal de Commissie in de volgende Onderwijs- en opleidingenmonitor (najaar 2013) verslag uitbrengen over de laatste ontwikkelingen betreffende schooluitval en het voltooien van tertiair onderwijs.

Nadere informatie:

Europese Commissie: Early school leaving

Europese Commissie: Modernisation agenda for higher education

Eurostat: Labour Force Survey

Europese Commissie: Education and training

Website van Androulla VassiliouVolg Androulla Vassiliou op Twitter @VassiliouEU

Contact:

Dennis Abbott (+32 22959258) Dina Avraam (+32 22959667)

Figuur 1: Schooluitval in de EU (in % voor 2010, 2011 en 2012), wijziging ten opzichte van het voorgaande jaar (in procentpunten) en nationale doelstelling voor 2020.

 

2010

2011

2012

Change 2011-2012

National target

EU

14.0

13.5

12.8p

-0.7

less than 10.0

Austria

8.3

8.3

7.6

-0.7

9.5

Belgium

11.9

12.3

12.0

-0.3

9.5

Bulgaria

13.9

11.8

12.5

0.7

11.0

Cyprus

12.7

11.3

11.4

0.1

10.0

Czech Republic

4.9

4.9

5.5

0.6

5.5

Denmark

11.0

9.6

9.1

-0.5

less than 10.0

Estonia

11.6

10.9

10.5

-0.4

9.5

Finland

10.3

9.8

8.9

-0.9

8.0

France

12.6

12.0

11.6

-0.4

9.5

Germany

11.9

11.7

10.5p

-1.2

less than 10.0

Greece

13.7

13.1

11.4

-1.7

9.7

Hungary

10.5

11.2

11.5

0.3

10.0

Ireland

11.4

10.8

9.7

-1.1

8.0

Italy

18.8

18.2

17.6

-0.6

15.0-16.0

Latvia

13.3

11.6b

10.5

-1.1

13.4

Lithuania

8.1

7.2

6.5

-0.7

less than 9.0

Luxembourg

7.1

6.2

8.1p

1.9

less than 10.0

Malta

24.8

23.6

22.6

-1.0

29.0

Netherlands

10.0

9.1

8.8p

-0.3

less than 8.0

Poland

5.4p

5.6p

5.7p

0.1

4.5

Portugal

28.7

23.2

20.8

-2.4

10.0

Romania

18.4

17.5

17.4

-0.1

11.3

Slovakia

4.7

5.0

5.3

0.3

6.0

Slovenia

5.0

4.2

4.4

0.2

5.0

Spain

28.4

26.5

24.9

-1.6

15.0

Sweden

6.5

6.6

7.5

0.9

less than 10.0

United Kingdom

14.9

15.0

13.5

-1.5

No target

Bron: Eurostat (EU-arbeidskrachtenenquête); b=breuk in de tijdreeks; p= voorlopig.

Opmerking: De Maltese reeks voor schooluitval is herzien. Deze herziening betreft de classificatie van bepaalde diploma's op secundair niveau. Nadere informatie is te vinden op de website van Eurostat. De nationale doelstelling betreft gegevens van vóór de herziening.

Figuur 2: Verschillen tussen jongens en meisjes bij de schooluitval, jongens= 100, 2012

Bron: Eurostat, EU-arbeidskrachtenenquête

Opmerking: Op het niveau van EU27 zijn er op 100 vroegtijdige schoolverlaters slechts 76 meisjes. In Cyprus zijn er op 100 jongens 42 meisjes die de school vroegtijdig verlaten, terwijl Bulgarije het enige land is waar meer meisjes dan jongens de school vroegtijdig verlaten (107 meisjes tegen 100 jongens).

Figuur 3: Voltooid tertiair of gelijkwaardig onderwijs voor 30-34-jarigen (in % voor 2010, 2011 en 2012), wijziging ten opzichte van het voorgaande jaar (in procentpunten) en nationale doelstelling voor 2020.

 

2010

2011

2012

Change 2011-2012

National target

EU

33.5

34.6

35.8p

1.2

at least 40.0

Austria1

23.5

23.8

26.3

2.5

38.0

Belgium

44.4

42.6

43.9

1.3

47.0

Bulgaria

27.7

27.3

26.9

-0.4

36.0

Cyprus

45.3

46.2

49.9

3.7

46.0

Czech Republic

20.4

23.8

25.6

1.8

32.0

Denmark

41.2

41.2

43.0

1.8

at least 40.0

Estonia

40.0

40.3

39.1

-1.2

40.0

Finland

45.7

46.0

45.8

-0.2

42.0

France

43.5

43.3

43.6

0.3

50.0

Germany2

29.8

30.7

31.9p

1.2

42.0

Greece

28.4

28.9

30.9

2

32.0

Hungary

25.7

28.1

29.9

1.8

30.3

Ireland

49.9

49.7

51.1

1.4

60.0

Italy

19.8

20.3

21.7

1.4

26.0-27.0

Latvia

32.3

35.9b

37.0

1.1

34.0-36.0

Lithuania

43.8

45.8

48.7

2.9

40.0

Luxembourg

46.1

48.2

49.6p

1.4

40.0

Malta

21.5

21.4

22.4

1.3

33.0

Netherlands

41.4

41.1b

42.3p

1.2

more than 40.0

Poland

35.3p

36.9p

39.1p

2.2

45.0

Portugal

23.5

26.1

27.2

1.1

40.0

Romania

18.1

20.4

21.8

1.4

26.7

Slovakia

22.1

23.4

23.7

0.3

40.0

Slovenia

34.8

37.9

39.2

1.3

40.0

Spain

40.6

40.6

40.1

-0.5

44.0

Sweden

45.3

46.8

47.9

0.5

40.0-45.0

United Kingdom

43.0

45.8

47.1

1.3

No target

Bron: Eurostat (EU-arbeidskrachtenenquête); b=breuk in de tijdreeks; p= voorlopig.

Figuur 4: Voltooid tertiair onderwijs: verschil tussen mannen en vrouwen, mannen=100, 2012

Bron: Eurostat, EU-arbeidskrachtenenquête

Opmerking: Op het niveau van EU27 waren er in 2012 op elke 100 mannen in de leeftijdsgroep van 30-34 jaar 127 vrouwen met voltooid tertiair onderwijs. In Letland zijn er op elke 100 mannen 185 vrouwen met voltooid tertiair onderwijs, terwijl Luxemburg het enige land is waar meer mannen dan vrouwen een tertiaire opleiding hebben voltooid (97 vrouwen op 100 mannen).

1 :

De Oostenrijkse nationale doelstelling omvat voltooid postsecundair onderwijs van niveau ISCED 4a. Bij insluiting van ISCED 4a wordt het cijfer voor 2011 37 %.

2 :

De Duitse nationale doelstelling omvat voltooid postsecundair onderwijs van niveau ISCED 4. Bij insluiting van ISCED 4 wordt het cijfer voor 2011 42 %.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website