Navigation path

Left navigation

Additional tools

EU-onderwijsverslag: lichte verbetering voor wetenschappen en lezen, maar zwakke resultaten voor wiskunde

European Commission - IP/13/1198   03/12/2013

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 3 december 2013

EU-onderwijsverslag: lichte verbetering voor wetenschappen en lezen, maar zwakke resultaten voor wiskunde

Het nieuwste OESO-verslag over de vaardigheden van 15-jarigen in wiskunde, wetenschappen en lezen levert wisselende resultaten op voor de lidstaten. In haar geheel heeft de EU een aanzienlijke achterstand op het gebied van wiskunde, maar voor wetenschappen en leesvaardigheid ziet het er een stuk beter uit en is Europa goed op weg naar de 2020-doelstelling om het percentage leerlingen dat slecht presteert1, terug te brengen tot onder de 15 %. De resultaten van het onderzoek werden in Brussel gepresenteerd door Yves Leterme, adjunct-secretaris-generaal van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), en Jan Truszczynski, directeur-generaal van het directoraat-generaal Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie.

Uit de resultaten blijkt dat tien lidstaten (BG, CZ, DE, EE, IE, HR, LV, AT, PL en RO) het percentage leerlingen dat slecht presteert voor alle drie de basisvaardigheden, sinds 2009 aanzienlijk hebben teruggedrongen. Maar in vijf EU-landen (EL, HU, SK, FI, SE) is het aantal slecht presterende leerlingen gestegen. Andere lidstaten boekten wisselende resultaten (zie tabel). In het geheel presteert de EU iets beter dan de Verenigde Staten, maar beiden hebben een achterstand op Japan. In zijn geheel genomen presteert de EU iets beter dan de Verenigde Staten, maar beide blijven achter bij Japan.

Androulla Vassiliou, EU-commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken, zei in een reactie: "Ik wens de lidstaten geluk die hun prestaties hebben verbeterd, maar het is duidelijk dat de EU als geheel harder moet werken. De lidstaten moeten volhouden in hun strijd tegen zwakke leerlingenprestaties in het onderwijs, zodat jongeren zeker de vaardigheden krijgen die zij nodig hebben om in de moderne wereld te slagen. Deze resultaten herinneren ons eraan dat investeren in onderwijs van hoge kwaliteit van cruciaal belang is voor de toekomst van Europa."

Yves Leterme deelde deze mening: "De PISA-studie geeft een beeld van wat 15-jarigen kennen, en wat zij met die kennis kunnen doen. In een wereldeconomie wordt succes niet langer alleen gemeten tegen de achtergrond van nationale standaarden, maar ook van de best presterende onderwijsstelsels. Uit de resultaten van de EU blijkt duidelijk dat de verbetering sneller moet gaan als de lidstaten geen achterstand op andere economieën willen oplopen", voegde de voormalige Belgische eerste minister daar aan toe.

Het PISA-onderzoek is sinds de start in 2000 om de drie jaar uitgevoerd. Alle 34 leden van de OESO en 31 partnerlanden namen in 2012 deel aan het PISA-onderzoek, waarmee meer dan 80 % van de wereldeconomie vertegenwoordigd was. Ongeveer 510 000 leerlingen tussen 15 jaar en 3 maanden en 16 jaar en 2 maanden deden mee aan de tests, waarinvooral wiskunde, maar ook wetenschappen en leesvaardigheid aan bod kwamen.

Met de gegevens van het PISA-onderzoek kunnen beleidsmakers en lesgevers de eigenschappen van goed presterende onderwijsstelsels identificeren en hun beleid daarop afstemmen.

De Europese Commissie en de OESO hebben onlangs een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om op drie gebieden nauwer te gaan samenwerken: vaardigheidsstrategieën, landenanalyse en internationale onderzoeken.

Wat de resultaten over de EU zeggen - een analyse van de Commissie

Lezen: het percentage leerlingen dat zwak presteert is van 23,1 % in 2006 gedaald over 19,7 % in 2009 tot 17,8 % in 2012. Als deze trend doorzet, zou de doelstelling van 15 % tegen 2020 kunnen worden behaald. Vooralsnog hebben slechts zeven EU-landen deze doelstelling behaald (EE, IE, PL, FI, NL, DE en DK). Daarnaast hebben CZ, DE, EE, IE, HR, LT, LU, AT, PL en RO aanzienlijk vooruitgang geboekt.

Wiskunde: geen vooruitgang bij het verlagen van het percentage leerlingen dat zwak presteert op EU-niveau sinds 2009. Toch behoren vier lidstaten (EE, FI, PL, NL) tot de best presterende landen van de wereld met een percentage van zwak presterende leerlingen voor wiskunde onder de EU-doelstelling van 15 %. Geen andere lidstaat heeft dit niveau vooralsnog bereikt. Aanzienlijke vooruitgang (meer dan twee procentpunten) werd geboekt door BG, EE, IE, HR, LV, AT, PL en RO.

Wetenschappen: in de hele Unie zijn de wetenschappelijke vaardigheden constant verbeterd. Het EU-percentage van leerlingen die zwak presteren is van 20,3 % in 2006 gedaald over 17,8 % in 2009 tot 16,6 % in 2012. Tien lidstaten blijven onder de doelstelling van 15 %: CZ, DE, EE, IE, LV, NL, PL, SI, FI, UK. Daarnaast boekten CZ, DE, EE, IE, ES, LV, AT, PL en RO constante vooruitgang.

Uit de analyse komt naar voren dat de sociaal-economische status van leerlingen een aanzienlijke invloed heeft op de resultaten, waarbij voor leerlingen afkomstig uit gezinnen met een laag inkomen de kans veel groter is dat zij slecht presteren voor wiskunde, wetenschappen en lezen. Andere belangrijke factoren zijn de vooral negatieve effecten van een migrantenachtergrond, het belang van onderwijs en opvang voor jonge kinderen, en de genderkloof bij leesvaardigheid (meisjes presteren veel beter dan jongens).

De analyse laat verder een verband zien tussen de PISA-resultaten en de onlangs gepubliceerde OESO-enquête over de competenties van volwassenen(IP/13/922). Hieruit wordt geconcludeerd dat, om doeltreffend te zijn, beleid gericht moet zijn op de verbetering van het lager en middelbaar onderwijs. Daarna is het meestal te laat om de gemiste kansen op school goed te maken.

Volgende stappen

Vandaag om 14 uur zullen Michael Davidson, hoofd van de OESO-afdeling Kleuter- en schoolonderwijs (Early Childhood and Schools), en Jan Pakulski, hoofd van de eenheid voor onderwijsstatistieken, -onderzoeken en -studies van de Europese Commissie, belanghebbenden in onderwijs en opleiding uitleg geven over de betekenis van de resultaten van PISA 2012 voor de Europese beleidsvorming. Deze uiteenzetting vindt plaats in het auditorium van het Madougebouw van de Commissie, Madouplein 1, 1210 Sint-Joost-ten-Node. Geaccrediteerde media zijn welkom.

De Commissie zal de resultaten van PISA 2012 met de lidstaten bespreken om maatregelen te helpen vaststellen om zwakke punten aan te pakken. Een eerste ontmoeting is gepland bij de volgende vergadering van de Europese ministers van Onderwijs op 24 februari. De resultaten zullen ook worden gebruikt in het kader van het "Europees semester" in 2014, waarbij de Commissie landenspecifieke aanbevelingen formuleert met betrekking tot de basisvaardigheden.

Erasmus+ (IP/13/1110), het nieuwe programma voor onderwijs, opleiding en jeugd dat in januari van start gaat, zal projecten ondersteunen voor de ontwikkeling en verbetering van het schoolonderwijs. De onderzoeksresultaten kunnen lidstaten ook helpen bij het vaststellen van prioriteiten voor steun uit het Europees Sociaal Fonds, een belangrijke bron van investeringen in vaardigheden en opleiding, en kunnen ook de onderwijsmogelijkheden voor de kwetsbare groepen verbeteren.

Meer informatie:

PISA 2012: EU-resultaten en eerste conclusies op het gebied van onderwijs- en opleidingsbeleid in Europa

Launch of PISA web-streaming 2012, European Commission

Power point presentation on PISA 2012 by Michael Davidson

Opening remarks by Jan Truszczynski, Director General, DG Education and Culture

PISA 2012 on the OECD websitePISA 2012 op de website van de OESO

Europese Commissie: Onderwijs en opleiding

Website van Androulla Vassiliou

Twitter: Androulla Vassiliou @VassiliouEU en Yves Leterme @YLeterme

Contact:

Dennis Abbott (+32 22959258); Twitter: @DennisAbbott

Dina Avraam (+32 22959667)

Bijlage: Vooruitgang in het kader van de doelstelling van minder dan 15 % leerlingen die zwak presteren op het gebied van lezen, wiskunde en wetenschappen bij 15-jarigen[1]

2012

Ontwikkeling

2009-12

2012

Ontwikkeling

2009-12

2012

Ontwikkeling

2009-12

Lezen

(procent-punten)

Wis-kunde

(procent-punten)

Weten-schappen

(procent-punten)

EU

17,8

-1,9

22,1

-0,2

16,6

-1,2

België

16,1

-1,5

19,0

-0,2

17,7

-0,4

Bulgarije

39,4

-1,6

43,8

-3,3

36,9

-1,9

Tsjechië

16,9

-6,2

21,0

-1,3

13,8

-3,5

Denemarken

14,6

-0,6

16,8

-0,3

16,7

0,1

Duitsland

14,5

-4,0

17,7

-0,9

12,2

-2,6

Estland

9,1

-4,2

10,5

-2,1

5,0

-3,3

Ierland

9,6

-7,6

16,9

-3,9

11,1

-4,1

Griekenland

22,6

1,3

35,7

5,4

25,5

0,2

Spanje

18,3

-1,3

23,6

-0,1

15,7

-2,5

Frankrijk

18,9

-0,9

22,4

-0,1

18,7

-0,6

Kroatië

18,7

-3,7

29,9

-3,3

17,3

-1,2

Italië

19,5

-1,5

24,7

-0,2

18,7

-1,9

Cyprus

32,8

:

42,0

:

38,0

:

Letland

17,0

-0,6

19,9

-2,7

12,4

-2,3

Litouwen

21,2

-3,2

26,0

-0,3

16,1

-0,9

Luxemburg

22,2

-3,8

24,3

0,4

22,2

-1,5

Hongarije

19,7

2,1

28,1

5,8

18,0

3,9

Malta

:

:

:

:

:

:

Nederland

14,0

-0,3

14,8

1,4

13,1

-0,1

Oostenrijk

19,5

-8,0

18,7

-4,5

15,8

-5,2

Polen

10,6

-4,4

14,4

-6,1

9,0

-4,1

Portugal

18,8

1,2

24,9

1,2

19,0

2,5

Roemenië

37,3

-3,1

40,8

-6,2

37,3

-4,1

Slovenië

21,1

-0,1

20,1

-0,2

12,9

-1,9

Slowakije

28,2

6,0

27,5

6,5

26,9

7,6

Finland

11,3

3,2

12,3

4,5

7,7

1,7

Zweden

22,7

5,3

27,1

6,0

22,2

3,1

VK

16,6

-1,8

21,8

1,6

15,0

0,0

IJsland

21,0

4,2

21,5

4,5

24,0

6,1

Servië

33,1

:

38,9

:

35,0

:

Turkije

21,6

-2,9

42,0

-0,1

26,4

-3,6

Liechtenstein

12,4

-3,2

14,1

4,6

10,4

-0,9

Noorwegen

16,2

1,3

22,3

4,1

19,6

3,8

Zwitserland

13,7

-3,2

12,4

-1,1

12,8

-1,3

Japan

9,8

-3,8

11,1

-1,4

8,5

0,0

VS

16,6

-1,0

25,8

2,5

18,1

-2,2

Bron: OESO, PISA 2012. Geen gegevens beschikbaar voor Montenegro en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Opmerking: [1] De PISA 2012-scores zijn onderverdeeld in zes vaardigheidsniveaus, waarbij 1 het laagste niveau is en 6 het hoogste. Een zwakke prestatie wordt gedefinieerd als een score onder niveau 2: lezen (score < 407,47), wiskunde (score < 420,07) en wetenschappen (score< 409,54).

Doelstelling voor 2020: het percentage 15-jarigen dat slecht presteert voor lezen, wiskunde en wetenschappen [1].

1 :

"Uiterlijk in 2020 moet het percentage leerlingen dat slecht presteert op het gebied van lezen, wiskunde en wetenschappen minder dan 15 % bedragen". Conclusies van de Raad van mei 2009 betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding:

http://eur‑lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2009:119:0002:0010:nl:PDF


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website