Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 27 november 2013

Het recht op een eerlijk proces: Commissie wil meer strafrechtelijke waarborgen voor burgers

De Europese Commissie heeft vandaag een pakket voorstellen gepresenteerd om de procedurele waarborgen in strafprocedures verder te verbeteren. Het doel is alle burgers van de Europese Unie te verzekeren van een eerlijk proces. De voorstellen moeten ervoor zorgen dat het beginsel van het vermoeden van onschuld en het recht bij het proces aanwezig te zijn, in acht worden genomen, dat er voor kinderen in strafprocedures speciale waarborgen gelden en dat verdachten en beklaagden in een vroeg stadium van het proces toegang hebben tot voorlopige rechtsbijstand, met name als er een Europees aanhoudingsbevel tegen hen is uitgevaardigd. De nieuwe voorstellen zijn een mijlpaal op het gebied van procedurele rechten. Ze vormen een aanvulling op het pakket van drie andere EU-wetten die sinds 2010 zijn vastgesteld en betrekking hadden op het recht op vertolking en vertaling (IP/13/995), het recht op informatie (IP/12/575) en het recht op toegang tot een advocaat (IP/13/921). Deze voorstellen bevorderen het beginsel van "equality of arms”, op grond waarvan voor een eerlijk proces een billijk evenwicht tussen de procespartijen is vereist. Als de voorstellen worden goedgekeurd, zullen zij het wederzijdse vertrouwen in de rechtsstelsels van de lidstaten bevorderen en dus ook de werking van de Europese rechtsruimte ten goede komen.

"Het recht kan alleen zijn beloop hebben, als justitie geen enkele schijn tegen heeft. Toen ik in 2010 de eerste Europees commissaris voor Justitie werd, beloofde ik de koers van ons justitiebeleid te zullen bijstellen. Vóór 2010 droeg Vrouwe Justitia twee zwaarden en geen weegschaal. Sindsdien heeft de Commissie actie ondernomen om tot een evenwichtiger justitiebeleid te komen; hiertoe heeft zij de rechten en vrijheden van de burger versterkt. Zoals beloofd, komt de Europese Commissie nu met een reeks procedurele rechten, die overal in de Europese Unie zullen gelden. We brengen een echte Europese rechtsruimte tot stand", aldus Viviane Reding, vicevoorzitter en commissaris voor Justitie. "De voorstellen van vandaag moeten ervoor zorgen dat burgers toegang hebben tot rechtsbijstand wanneer zij daar het meest behoefte aan hebben, dat er speciale waarborgen gelden voor minderjarige verdachten en dat het vermoeden van onschuld in de hele EU in acht wordt genomen. Burgers moeten op reis in de EU op dezelfde bescherming kunnen rekenen als thuis."

Het nieuwe pakket omvat vijf voorstellen:

  1. Een richtlijn ter versterking van het vermoeden van onschuld en van het recht om bij het strafproces aanwezig te zijn. Dit instrument garandeert dat politie en justitie bij elke verdachte of aangeklaagde burger uitgaan van het vermoeden van onschuld. Daarvoor zijn vier waarborgen vastgesteld: 1) schuld kan niet worden afgeleid uit officiële besluiten of verklaringen die aan een definitieve veroordeling voorafgaan; 2) de bewijslast berust bij het openbaar ministerie en de verdachte of beklaagde heeft het voordeel van de twijfel; 3) het zwijgrecht wordt gewaarborgd en niet tegen de verdachte gebruikt om tot een veroordeling van de verdachte te komen; en 4) de verdachte heeft het recht het proces bij te wonen (zie bijlage voor meer details).

  2. Een richtlijn betreffende speciale waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde in een strafzaak zijn. Dit instrument waarborgt dat kinderen, die door hun jonge leeftijd kwetsbaar zijn, in alle fasen van het proces verplicht toegang hebben tot een advocaat. Dit betekent dat kinderen geen afstand mogen kunnen doen van hun recht op bijstand door een advocaat, omdat de kans groot is dat zij de gevolgen van hun daden in dat geval niet overzien. Voor kinderen gelden nog meer waarborgen: zo hebben zij er recht op direct op hun rechten te worden gewezen, zich door hun ouders (of andere geschikte personen) te laten bijstaan, niet publiekelijk te worden gehoord, medische verzorging te krijgen en bij vrijheidsbeneming niet samen met volwassen gedetineerden te worden opgesloten.

  3. Een richtlijn betreffende het recht op voorlopige rechtsbijstand voor burgers die verdachte of beklaagde zijn in een strafproces en tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd. Dit instrument waarborgt dat verdachten al in het vroegste stadium van een strafprocedure (wanneer beklaagden bijzonder kwetsbaar zijn, met name bij vrijheidsbeneming) toegang hebben tot rechtsbijstand. Verder verzekert de richtlijn mensen die op grond van een Europees aanhoudingsbevel zijn aangehouden van rechtsbijstand (zie bijlage voor details).

Deze wetgevingsvoorstellen worden aangevuld door twee aanbevelingen van de Commissie aan de lidstaten:

  1. Een aanbeveling betreffende procedurele waarborgen voor kwetsbare personen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure. Dit instrument moet ervoor zorgen dat mensen die kwetsbaar zijn (bv. door een geestelijke of lichamelijke handicap), als zodanig worden herkend en erkend, en dat er in strafprocedures rekening wordt gehouden met hun bijzondere behoeften. Als burgers het verloop van het proces niet begrijpen, of de consequenties van bijvoorbeeld een bekentenis niet overzien, verstoort dit het billijk evenwicht tussen de procespartijen ("inequality of arms"). In de aanbeveling wordt voorgesteld om kwetsbare verdachten te laten profiteren van bijzondere waarborgen, zoals verplichte toegang tot een advocaat, bijstand door een geschikte derde en medische verzorging.

Een aanbeveling inzake het recht op rechtsbijstand voor verdachten of beklaagden in strafprocedures. Dit instrument reikt gemeenschappelijke criteria aan voor het recht op rechtsbijstand en waarborgt de kwaliteit en doeltreffendheid van de rechtsbijstand.

Achtergrond

In de Europese Unie worden jaarlijks meer dan 9 miljoen strafprocedures gevoerd. Op 9 maart 2010 heeft de Europese Commissie de eerste van een reeks maatregelen getroffen die tot gemeenschappelijke EU-normen in alle strafprocedures moeten leiden. Zij heeft regelgeving voorgesteld op grond waarvan EU-landen verdachten uitgebreide tolk- en vertaaldiensten moeten bieden (IP/10/249, MEMO/10/70). Het voorstel werd in een recordtijd van negen maanden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad (IP/10/1305). De EU-lidstaten hebben drie jaar de tijd gehad om deze regels vast te stellen, in plaats van de gebruikelijke twee jaar. De autoriteiten hebben dus voldoende tijd gehad om voor vertaalde informatie te zorgen (IP/13/995).

De richtlijn betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures waarborgt het recht van de burgers om in elk stadium van een strafprocedure en voor elke strafrechter in de EU in hun eigen taal te worden gehoord, aan zittingen deel te nemen en juridisch advies te ontvangen.

De wet werd in 2012 gevolgd door een tweede richtlijn, over het recht op informatie in strafprocedures (zie IP/12/575), en in 2013 door een derde richtlijn, over het recht op toegang tot een advocaat en het recht op contact met derden en consulaire autoriteiten bij vrijheidsbeneming (IP/13/921). Met de voorstellen van vandaag werkt de Commissie verder aan de uitvoering van haar routekaart op het gebied van het strafrecht, overeenkomstig het programma van Stockholm.

Zonder gemeenschappelijke minimumnormen die een eerlijk proces garanderen, zullen rechterlijke instanties terughoudend zijn om iemand door te zenden voor berechting in een ander land. Dit zou ertoe kunnen leiden dat EU-maatregelen voor misdaadbestrijding – zoals het Europees aanhoudingsbevel – niet ten volle worden toegepast.

Meer informatie

Veelgestelde vragen:

MEMO/13/1046

Persdossier procedurele rechten:

http://ec.europa.eu/justice/newsroom/criminal/news/131127_en.htm

Europese Commissie – recht op een eerlijk proces:

http://ec.europa.eu/justice/criminal/criminal-rights/index_en.htm

Homepage van Viviane Reding, vicevoorzitter en EU-commissaris voor Justitie:

http://ec.europa.eu/reding

Volg de vicevoorzitter op Twitter: @VivianeRedingEU

Contact:

Mina Andreeva (+32 2 299 13 82)

Natasha Bertaud (+32 2 296 74 56)

Annex1: Legal situation in the Member States regarding presumption of innocence ('PoI')

Absence of public references to guilt

Burden of proof and standard of proof

Right to remain silent, right not to cooperate and privilege against self-incrimination

In absentia decisions

How is this enshrined in law :

Explicitly in constitution, criminal procedural code or case law -

Derived from the PoI ●1

Existence of specific remedies

Yes –

No, but can be derived from general PoI - ●

The burden of proof always on the prosecution –

Reverse burdens of proof in certain circumstances - ●

Existence of specific remedies

Yes –

No, but can be derived from general PoI - ●

Possibility to challenge the proof when reversed

Yes –

No - ●

Right to remain silent is explicitly provided in law - ●

Adverse inferences permitted - ◊

Right not to cooperate and privilege against self-incrimination in national law -

The right is qualified:

- where the information requested from the suspect exists independently of his will - ◊

- In certain additional circumstances

No specific right not to cooperate and no privilege against self-incrimination-●

Adverse inferences permitted -

Existence of specific remedies

Yes evidence can be inadmissible–

Yes decision can be nullified - ◊

No - ●

Explicit right to be present at trial - ●

Suspect / accused’s presence at trial is without exceptions mandatory -

In absentia proceedings possible if:

-Suspect / accused has voluntarily absconded - ◊

-In other circumstances -

If in absentia proceedings possible, the suspect / accused person may subsequently:

-a fresh determination of the merits of the case -

-appeal the decision - ●

AT

N/A

● ◊

BE

● ◊

● ◊

BG

N/A

● ◊

CY

N/A

● ◊

N/A

CZ

N/A

● ◊

DE

N/A

DK

EE

● ◊

EL

ES

● ◊

FI

N/A

● ◊

FR

● ◊

HU

HR

N/A

● ◊

IE

● ◊

N/A

IT

LT

N/A

LU

● ◊

LV

● ◊

MT

● ◊

NL

N/A

● ◊

PL

● ◊

PT

● ◊

RO

SE

● ◊

● ◊

SI

N/A

● ◊

SK

UK - E&W

2

● ◊

UK - SC

● ◊

Annex 2: Moment at which the Right to Legal Aid arises in the different Member States

When suspect is first questioned (not necessarily at police station) and before detention

Prior to questioning (generally at police station) , may be before arrest or charge

When suspect is arrested or detained at police station

Following first identification as suspect or after formal charge or accusation

On formal arrest or charging (e.g. in court), maybe after detention and questioning

At pre-trial questioning before the court

AT

x

BE

x

BG

x

CY

x

CZ

x

DE

x

DK

x

EE

x

EL

x

ES

x

FI

x

FR

x

HU

x

HR

IE

x

IT

x

LT

x

LU

x

LV

x

MT

x

NL

PL

x

PT

x

RO

x

SE

x

SI

x

SK

x

UK (England & Wales)

x

UK (Scotland)

x

1 :

Source: Impact Assessment for the Proposal for a Directive on certain aspects of the presumption of innocence and of the right to be present at trial in criminal proceedings.

No information was provided for Denmark, Italy or Slovakia.

'Derived from the PoI' refers to situations where there are no specific law on the issue but the right and / or the remedy can be derived from the general rules governing the presumption of innocence ('PoI').

2 :

The defence is required to lodge a defence statement in solemn proceedings.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website