Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Straatsburg/Brussel, 19 november 2013

Groen licht voor Erasmus+: EU-subsidies voor meer dan vier miljoen mensen om hun vaardigheden en inzetbaarheid te verbeteren

Erasmus+, het nieuwe EU-programma voor onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport, dat in januari van start moet gaan, is vandaag goedgekeurd door het Europees Parlement. Dit programma, met een looptijd van zeven jaar, is gericht op het verbeteren van vaardigheden en inzetbaarheid, en op het ondersteunen van de modernisering van onderwijs- en opleidingsstelsels en jeugdwerk; het budget bedraagt 14,7 miljard euro1, 40 % hoger dan het huidige niveau. Meer dan 4 miljoen mensen zullen financiële steun ontvangen om in het buitenland te kunnen studeren, een opleiding te volgen, te werken of vrijwilligerswerk te doen, waaronder 2 miljoen studenten in het hoger onderwijs, 650 000 studenten in het beroepsonderwijs en leerlingen, en meer dan 500 000 jongeren die deelnemen aan uitwisselingsprogramma's of als vrijwilliger in het buitenland gaan werken. Studenten die een volledig masterprogramma in het buitenland willen volgen, waarvoor meestal geen nationale beurzen of subsidies beschikbaar zijn, zullen gebruik kunnen maken van een nieuwe garantieregeling voor leningen die beheerd wordt door het Europees Investeringsfonds. Erasmus+ zal ook financiering bieden voor personeel van onderwijs- en opleidingsinstellingen en jeugdwerkers, en voor partnerschappen tussen universiteiten, colleges, scholen, ondernemingen en non-profitorganisaties.

Androulla Vassiliou, Commissaris voor Onderwijs, cultuur, meertaligheid en jeugdzaken, verklaarde: "Het verheugt me dat het Europees Parlement Erasmus+ heeft goedgekeurd, en ik ben er trots op dat we een verhoging van het budget met 40 % bereikt hebben, vergeleken met de huidige programma's. Dit laat zien dat de EU het thema onderwijs en opleiding serieus neemt. Erasmus+ zal ook bijdragen tot de bestrijding van jeugdwerkloosheid, door jongeren de gelegenheid te bieden hun kennis en vaardigheden te verbeteren door ervaring in het buitenland op te doen. Behalve subsidies voor individuele personen zal Erasmus+ ook partnerschappen ondersteunen die mensen helpen de overstap van onderwijs naar werk te maken, en hervormingen om de kwaliteit van het onderwijs in lidstaten te verbeteren en te moderniseren. Dit is van cruciaal belang als we de jonge generatie willen uitrusten met de kwalificaties en vaardigheden die zij nodig hebben om vooruit te komen in het leven."

Erasmus+ heeft drie centrale doelstellingen: twee derde van het budget is bestemd voor leermogelijkheden in het buitenland voor individuele personen, binnen en buiten de EU; de rest zal worden gebruikt ter ondersteuning van partnerschappen tussen onderwijsinstellingen, jongerenorganisaties, bedrijven, lokale en regionale overheden en NGO's, en van hervormingen gericht op modernisering van onderwijs en opleiding en bevordering van innovatie, ondernemerschap en inzetbaarheid.

Het nieuwe Erasmus+ programma combineert alle bestaande EU-regelingen voor onderwijs, opleiding, jeugd en sportzaken, met inbegrip van het programma voor een leven lang leren (Erasmus, Leonardo da Vinci, Comenius, Grundtvig), Jeugd in actie en vijf internationale samenwerkingsprogramma's (Erasmus Mundus, Tempus, Alfa, Edulink en het programma voor samenwerking met geïndustrialiseerde landen). Dit zal het voor aanvragers makkelijker maken te begrijpen welke mogelijkheden er zijn, en andere vereenvoudigingen zullen eveneens de toegang tot het programma vergemakkelijken.

Erasmus+: wie profiteert ervan?

    - 2 miljoen studenten in het hoger onderwijs zullen in het buitenland kunnen studeren of een opleiding volgen, inclusief 450 000 stages;

    - 650 000 studenten in het beroepsonderwijs en leerlingen zullen subsidies ontvangen om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen of te werken;

    - 800 000 docenten, opleiders, andere werkers in het onderwijs en jeugdwerkers zullen subsidies ontvangen om in het buitenland te onderwijzen of een opleiding te volgen;

    - 200 000 studenten die in een ander land een masterprogramma volgen, zullen van leninggaranties kunnen profiteren;

    - Meer dan 500 000 jongeren zullen als vrijwilliger in het buitenland kunnen werken of kunnen deelnemen aan uitwisselingsprogramma's;

    - Meer dan 25 000 studenten zullen subsidies ontvangen voor gezamenlijke masterprogramma's die studie aan ten minste twee buitenlandse instellingen van hoger onderwijs omvatten;

    - 125 000 scholen, instellingen voor beroepsonderwijs en opleiding, en instellingen vor hoger en volwassenenonderwijs, jongerenorganisaties en ondernemingen zullen financiering ontvangen om 25 000 "strategische partnerschappen" op te zetten voor het bevorderen van de uitwisseling van ervaringen en van banden met de wereld van de arbeid;

    - 3 500 onderwijsinstellingen en ondernemingen zullen steun krijgen voor het creëren van meer dan 300 "Knowledge Alliances" (kennis allianties) en "Sector Skills Alliances" (allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden) teneinde inzetbaarheid, innovatie en ondernemerschap te bevorderen;

    - 600 partnerschappen op het gebied van sport, inclusief Europese non-profit-events, zullen eveneens financiering ontvangen.

Achtergrond

Erasmus+ wordt gelanceerd op een moment dat bijna zes miljoen jongeren werkloos zijn in de EU; in Spanje en Griekenland ligt de jeugdwerkloosheid boven de 50 %. Tegelijkertijd zijn er meer dan twee miljoen vacatures, en een derde van de werkgevers meldt problemen te hebben met het vinden van personeel dat over de benodigde vaardigheden beschikt. Dat betekent dat er een ernstige "vaardigheidskloof" is in Europa. Erasmus+ zal deze kloof aanpakken door mensen gelegenheid te bieden in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen of ervaring op te doen.

Tegelijkertijd zullen de kwaliteit en de relevantie van de Europese onderwijs-, opleidings- en jeugdwerkstelsels verbeterd worden door ondersteuning voor de professionele ontwikkeling van onderwijspersoneel en jeugdwerkers en door samenwerking tussen de wereld van het onderwijs en de wereld van het werk.

De mobiliteit van studenten en leerlingen bevordert ook de mobiliteit van werkenden tussen lidstaten; mensen die al in een ander land gestudeerd of een opleiding gevolgd hebben, zullen eerder geneigd zijn om later ook in het buitenland te gaan werken.

Het budget van 14,7 miljard euro houdt rekening met de geschatte inflatie in de toekomst. Het is de bedoeling dat aanvullende middelen zullen worden toegewezen voor mobiliteit in het hoger onderwijs en capaciteitsopbouw waarbij niet-EU-lidstaten betrokken zijn; een beslissing over dit aanvullende budget wordt niet voor 2014 verwacht.

Erasmus+ omvat, voor de eerste maal, een speciale begrotingslijn voor sport. In zeven jaar zal ongeveer 265 miljoen EUR toegekend worden om bij te dragen tot het ontwikkelen van de Europese dimensie in de sport, door grensoverschrijdende bedreigingen zoals wedstrijdvervalsing en doping te helpen aanpakken. Ook zullen transnationale projecten ondersteund worden waarbij amateursportorganisaties betrokken zijn, en waarin bijvoorbeeld goed bestuur, sociale integratie, duale carrières voor sporters en lichamelijke activiteit voor iedereen bevorderd zullen worden.

Volgende stappen

Dit voorstel is vandaag aangenomen door het Europees Parlement. De Raad (de lidstaten) zal het naar verwachting in de loop van de volgende maand goedkeuren. Het Erasmus+ programma zal dan in januari 2014 van start gaan.

Voor meer informatie

See MEMO/13/1008

Europese Commissie: Erasmus+ website

Erasmus+ op Facebook

Praat mee op Twitter #ErasmusPlus

Commissaris Vassiliou's website

Volg Androulla Vassiliou op Twitter @VassiliouEU

Contactpersonen:

Dennis Abbott (+322 2959258); Twitter: @DennisAbbott

Dina Avraam (+322 2959667)

Bijlage 1: Ontvangers van subsidies 2007-2013

De tabel toont de geschatte aantallen ontvangers van EU-subsidies voor studie, opleiding, werkervaring en vrijwilligerswerk in het buitenland in het kader van de programma's Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie in de periode 2007-2013. Dit omvat de mobiliteitsacties die voortgezet zullen worden in het kader van Erasmus+.

Erasmus+ zal meer dan 4 miljoen mensen financiële steun bieden om het buitenland te studeren, een opleiding te volgen, werkervaring op te doen of vrijwilligerswerk te doen; dit is een toename van ongeveer 50 % vergeleken met de aantallen personen die in het kader van de huidige programma's financiële steun ontvangen.

Aantallen deelnemers*

2007-2013

Land

Totaal

België

73 000

Bulgarije

41 000

Cyprus

10 000

Denemarken

38 000

Duitsland

382 000

Estland

24 000

Finland

68 000

Frankrijk

331 000

Griekenland

50 000

Hongarije

64 000

Ierland

30 000

Italië

220 000

Kroatië

8 000

Letland

35 000

Litouwen

51 000

Luxemburg

8 000

Malta

6 000

Nederland

114 000

Oostenrijk

67 000

Polen

220 000

Portugal

63 000

Roemenië

80 000

Slovenië

28 000

Slowakije

42 000

Spanje

346 000

Tsjechische Republiek

93 000

Zweden

50 000

Verenigd Koninkrijk

162 000

Totaal

2 704 000

* De cijfers per land zijn gebaseerd op jaarlijkse verslagen van nationale agentschappen plus schattingen van uitwisselingen in het kader van onder de huidige programma's die nog niet gemeld zijn. Alle cijfers zijn afgerond op duizenden. De cijfers voor Kroatië betreffen de periode vanaf het begin van de deelname van dat land aan de programma's in 2011.

1 :

Bedrag in huidige prijzen rekening houdende met de geschatte inflatie in 2014-2020. Dit is 13 miljard EUR in constante prijzen van 2011.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website