Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Autres langues disponibles: FR EN DE

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 20 november 2013

Belastingen: Commissie naar Hof van Justitie wegens twee discriminerende bepalingen in Belgische wetgeving

De Commissie heeft besloten om België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen vanwege de wijze waarop bepaalde inkomsten van buitenlandse coöperatieve vennootschappen en vennootschappen met een sociaal oogmerk en bepaalde rentebetalingen aan buitenlandse vennootschappen belast worden.

Erkende coöperatieve vennootschappen en vennootschappen met een sociaal oogmerk

België verleent vrijstelling van de roerende voorheffing op de eerste schijf van de dividenden die worden uitgekeerd door coöperatieve vennootschappen en op de eerste schijf van de dividenden (of de interesten) die worden betaald of toegekend door vennootschappen met een sociaal oogmerk. Deze vrijstelling geldt echter uitsluitend voor coöperatieve vennootschappen naar Belgisch recht en vennootschappen met een sociaal oogmerk die in België zijn erkend.

Deze discriminerende belastingheffing ontmoedigt investeringen in buitenlandse coöperatieve vennootschappen of vennootschappen met een sociaal oogmerk. Zij vormt een ongerechtvaardigde beperking van het vrije verkeer van kapitaal dat is vastgelegd in artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 40 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER).

Rentebetalingen

Krachtens de Belgische wetgeving worden interesten van niet door effecten vertegenwoordigde schuldvorderingen die aan buitenlandse beleggingsvennootschappen worden betaald, en interesten van effecten die in bewaring zijn gegeven of zijn ingeschreven op een rekening bij een financiële instelling die buiten België is gevestigd, aan de roerende voorheffing onderworpen.

Voor dezelfde interesten die aan Belgische beleggingsvennootschappen worden betaald of voor de interesten van effecten die in bewaring zijn gegeven of zijn ingeschreven op een rekening bij een financiële instelling die in België is gevestigd, wordt daarentegen een vrijstelling verleend.

Deze bepaling kan grensoverschrijdende investeringen ontmoedigen.

Zij vormt een ongerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten en het vrije verkeer van kapitaal zoals respectievelijk vastgelegd in de artikelen 56 en 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de artikelen 36 en 40 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER).

Achtergrond

Wat de inkomsten van erkende coöperatieve vennootschappen en vennootschappen met een sociaal oogmerk betreft, heeft de Commissie België in oktober 2012 een met redenen omkleed advies toegezonden (MEMO/12/794) met het officiële verzoek aan de Belgische autoriteiten om de bestreden bepalingen te wijzigen.

Wat de rentebetalingen betreft, heeft de Commissie België in februari 2013 een met redenen omkleed advies toegezonden (MEMO/13/122) met het officiële verzoek aan de Belgische autoriteiten om de bestreden bepalingen te wijzigen.

In beide gevallen heeft de Europese Commissie besloten om de zaak voor het Hof van Justitie te brengen omdat het antwoord van de Belgische autoriteiten is uitgebleven.

Voor persberichten over inbreukprocedures op het gebied van belastingen en douane:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/common/infringements/infringement_cases/index_en.htm

Voor de laatste algemene informatie over inbreukmaatregelen tegen lidstaten:

http://ec.europa.eu/community_law/index_nl.htm

Informatie over de in november genomen beslissingen in verband met inbreuken: MEMO/13/1005

Algemene informatie over de inbreukprocedure: MEMO/12/12.

Contacten:

Emer Traynor (+32 2 292 15 48)

Franck Arrii (+32 2 297 22 21)


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site