Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 19 november 2013

Eén biljoen euro om te investeren in Europa's toekomst – het begrotingskader van de EU voor 2014-2020

Het Europees Parlement heeft vandaag het meerjarig financieel kader (MFK) van de EU voor 2014-2020 goedgekeurd. Hiermee is de weg geëffend voor een definitieve goedkeuring door de Raad in de komende weken en komt een einde aan tweeëneenhalf jaar van intensief onderhandelen sinds de Commissie op 29 juni 2011 haar voorstellen indiende.

De stemming van vandaag werd op gejuich onthaald door de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso. "Dit is een grote dag voor Europa. Het Europees Parlement heeft zijn fiat gegeven aan de EU-begroting van 2014 tot 2020 en de langdurige onderhandelingen daarmee succesvol afgesloten. De Raad kan het akkoord nu binnenkort bezegelen. De Europese Unie zal tussen 2014 en 2020 bijna 1 biljoen euro investeren in groei en werkgelegenheid. De EU-begroting is een kleine begroting in vergelijking met de rijkdom van de lidstaten. Maar met die begroting voor één enkel jaar is meer geld gemoeid – in prijzen van vandaag – dan destijds met het hele Marshall-plan. Met onze toekomstgerichte begroting kunnen we een echte impact hebben op het leven van de burgers. Het herstel dat zich overal in de EU aftekent, kan hiermee worden versterkt en ondersteund. Er is geld om verder te bouwen aan een uitweg uit de crisis, financiële steun te verlenen aan wie onder de armoedegrens zit of werkloos is, investeringskansen te geven aan kleine ondernemingen en bijstand aan lokale gemeenschappen, landbouwproducenten, onderzoekers en studenten. Van dit akkoord wordt iedereen in Europa beter. Het is het bewijs dat Europa een deel van de oplossing is."

Bekijk hier de videoboodschap van voorzitter Barroso: http://bit.ly/I2nKPH

Commissaris Janusz Lewandowski, bevoegd voor begroting en financiële programmering: "Eindelijk is het zover. Na de stemming van vandaag in het Europees Parlement kunnen we ongeveer 20 miljoen kleine en middelgrote Europese ondernemingen, miljoenen van de minstbedeelden in de wereld, circa 100 000 steden en regio's en duizenden onderzoekscentra en universiteiten een stabiel vooruitzicht op geldelijke steun bieden: Europa komt zijn beloften na! De komende zeven jaar is er geld van Europa om te investeren in economische groei, in onderzoek, in onderwijs, om jonge werklozen te helpen en om humanitaire hulp te verlenen. Ik kan geen betere boodschap bedenken die Europa zijn burgers kan meegeven enkele maanden vóór de volgende Europese verkiezingen: Europa werkt, nu en in de toekomst!"

Hoeveel en waarvoor?

Dankzij het goedgekeurde meerjarig financieel kader 2014-2020 kan de Europese Unie 960 miljard EUR aan vastleggingen (1,00% van het bni van de EU) en 908,4 miljard EUR aan betalingen (0,95% van het bni) verrichten. De instrumenten voor onvoorziene omstandigheden (zoals de reserve voor noodhulp, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, het EU-Solidariteitsfonds en het flexibiliteitsfonds) en het Europees Ontwikkelingsfonds worden niet meegerekend voor de maxima van het MFK. Als deze volledig worden aangesproken, gaat het om nog eens 36,8 miljard EUR (of 0,04% van het bni van de EU). In het EU-begrotingskader 2014-2020 worden investeringsprioriteiten vastgelegd die zijn gericht op duurzame groei, banen en concurrentievermogen, in lijn met de EU-groeistrategie Europa 2020. In vergelijking met het huidige kader wordt rubriek 1A (Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid) opgetrokken van 91,5 miljard EUR (= 9,2% van de begroting) naar 125,6 miljard EUR (13,1% van de begroting)1.

12 zwaartepunten

De toekomstige begroting is een moderne begroting voor de Unie in de 21e eeuw. Hierna worden 12 zwaartepunten aangegeven, met aandacht voor een aantal belangrijke nieuwigheden en voor de meerwaarde van de Europese begroting.

  • Werkzoekenden kunnen rekenen op steun uit de toekomstige EU-begroting, die een significante bijdrage aan banenschepping levert via het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO). Hiervoor zal uit het ESF minstens 70 miljard EUR (of circa 10 miljard per jaar) beschikbaar zijn, bovenop de nationale maatregelen op dit gebied. Met het nieuwe Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief in het kader van het ESF, waarvoor minstens 6 miljard EUR wordt uitgetrokken, zal de totstandbrenging van de jongerengarantieregeling in 2014-2015 worden ondersteund. In totaal zal via het hervormde cohesiebeleid tot 366,8 miljard EUR2 ter beschikking kunnen worden gesteld voor investeringen in de regio's en steden van Europa en in de reële economie. Het zal het belangrijkste investeringsinstrument van de EU zijn om de Europa 2020-doelstellingen te verwezenlijken: groei en banen scheppen, de klimaatverandering en de energieafhankelijkheid aanpakken en de armoede en sociale uitsluiting terugdringen. Dit zal worden ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, dat zich zal concentreren op essentiële prioriteiten zoals steun aan kleine en middelgrote ondernemingen, waarvoor een verdubbeling van 70 miljard tot 140 miljard EUR over de periode van zeven jaar wordt beoogd. Er komt een grotere resultaatgerichtheid en een nieuwe prestatiereserve in alle Europese structuur- en investeringsfondsen om goede projecten te belonen. Tot slot zal efficiëntie in het cohesiebeleid, plattelandsontwikkeling en het visserijfonds ook worden gekoppeld aan de economische governance, teneinde de lidstaten te stimuleren om de EU-aanbevelingen in het kader van het Europees semester op te volgen.

  • Meer jongeren dan ooit tevoren zullen met steun van het nieuwe programma Erasmus+ van de Europese Unie enige tijd in het buitenland kunnen verblijven. Voor dit programma, dat op hogere kwalificaties en betere kansen op de arbeidsmarkt is gericht, zal een budget beschikbaar zijn van circa 15 miljard EUR3, of reëel 40% meer dan nu. Ruim 4 miljoen mensen zullen steun kunnen krijgen om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen, te werken of vrijwilligerswerk te verrichten; daarvan zijn 2 miljoen plaatsen bestemd voor studenten hoger onderwijs, 650 000 voor deelnemers aan beroepsopleidingen en stageprojecten, en meer dan 500 000 voor deelnemers aan jongerenuitwisselingsprogramma's en vrijwilligersprojecten. Tot 200 000 studenten die een volledige masteropleiding in het buitenland willen volgen, waarvoor zelden nationale beurzen of leningen beschikbaar zijn, zullen een beroep kunnen doen op een nieuwe leninggarantieregeling die door het Europees Investeringsfonds wordt beheerd. Op sportgebied zal financiering beschikbaar zijn voor 600 partnerschappen, onder andere voor Europese non-profit evenementen. Twee derde van het budget wordt gereserveerd om individuele burgers de kans te geven in het buitenland – al dan niet binnen de EU – onderwijs of een opleiding te volgen; de rest zal gaan naar partnerschappen van onderwijsinstellingen, jongerenorganisaties, bedrijven, lokale en regionale instanties en ngo's, alsook naar modernisering van onderwijs en opleidingen en bevordering van innovatie, ondernemerschap en emplooibaarheid.

  • In het kader van het nieuwe programma Creatief Europa zal meer steun beschikbaar zijn voor Europese cultuur, film, televisie, muziek, literatuur, podiumkunsten, erfgoed en aanverwante. Dit programma zal gedurende de komende zeven jaar een impuls van bijna 1,5 miljard EUR4 (reëel 9% meer dan nu) geven aan de culturele en creatieve sectoren, die een belangrijke bron van banen en groei zijn. Ook de Europese culturele hoofdsteden, het Europees Erfgoedlabel, de Europese erfgoeddagen en de vijf Europese prijzen (EU-prijs voor cultureel erfgoed/Europa Nostra Awards, de EU-prijs voor hedendaagse architectuur, de EU-prijs voor literatuur, de European Border Breakers Awards en de MEDIA-prijs) krijgen steun uit Creatief Europa.

  • Met de EU-financiering van onderzoeks- en innovatieprojecten zal meer worden gedaan om de levenskwaliteit van de Europeanen te verbeteren en de EU concurrerender te maken op wereldvlak. Het nieuwe onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon 2020 krijgt een budget van bijna 80 miljard EUR5.– reëel circa 30% meer dan het huidige kaderprogramma. Daarmee is Horizon 2020 ongetwijfeld de speerpunt van de Europese ambitie om nieuwe groei en banen tot stand te brengen in de Unie. Onderzoekers en bedrijven overal in Europa kunnen rekenen op sterk verhoogde en vereenvoudigde steun van de EU. Het programma moet toponderzoek in Europa stimuleren, onder andere via de Europese Onderzoeksraad, het industrieel leiderschap inzake innovatie vergroten, onder andere door in essentiële technologieën te investeren en de toegang tot kapitaal en steun voor kmo's te bevorderen, en bijdragen tot het aanpakken van grote maatschappelijke vraagstukken, zoals de klimaatverandering, de totstandbrenging van duurzame vervoerswijzen en mobiliteit, het betaalbaar maken van hernieuwbare energie, het waarborgen van de voedselveiligheid en -zekerheid, en de gevolgen van de vergrijzing. Wat eveneens zeer belangrijk is, is het helpen overbruggen van de kloof tussen onderzoek en markt, bijvoorbeeld door innovatieve ondernemingen te helpen hun technologische doorbraken te ontwikkelen tot levensvatbare producten met een reëel economisch potentieel. Ook internationale samenwerking is een belangrijke prioriteit van Horizon 2020. In het kader van Horizon 2020 zal in 2014-2020 ruim 6 miljard EUR6 naar de Marie Skłodowska-Curie-acties gaan, wat 30% meer is dan nu. Hiermee zal de EU meer dan 65 000 onderzoekers kunnen steunen. Het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) zal in 2014-2020 2,7 miljard EUR7 ontvangen om de banden tussen het hoger onderwijs, de onderzoeksgemeenschap en het bedrijfsleven te versterken, en startende bedrijven en gespecialiseerde postacademische opleidingen te ondersteunen.

  • Kleine en middelgrote ondernemingen vormen de ruggengraat van de Europese economie: zij maken circa 99% van alle Europese ondernemingen uit en zijn goed voor twee derde van de werkgelegenheid in de privésector. Via het nieuwe programma COSME kunnen zij 2,3 miljard EUR8 tegemoet zien om hun concurrentievermogen te bevorderen en groei en banen in Europa te stimuleren. COSME is het eerste EU-programma dat specifiek op kmo's is gericht en moet de toegang tot markten binnen de EU en daarbuiten en tot financiering via leninggaranties en durfkapitaal vergemakkelijken.

  • Investeringen in infrastructuur zijn een essentieel vereiste voor groei en werkgelegenheid in Europa. Te vaak ondervinden burgers en ondernemingen hinder omdat netwerkinfrastructuur op het gebied van vervoer, energie of ict in Europa leemten vertoont, inefficiënt is of gewoonweg ontbreekt. De nieuwe Connecting Europe-faciliteit (CEF) zal, met 33,3 miljard EUR (26,3 miljard voor vervoer9, 5,9 miljard voor energie en 1,1 miljard voor ict)10, een cruciaal instrument zijn voor investeringen in strategische infrastructuur op Europees niveau. Door te zorgen voor de essentiële financiële steun om de ontbrekende schakels in de Europese infrastructuurnetwerken te verwezenlijken, zal zij ertoe bijdragen dat wegen, spoorwegen, elektriciteitsnetwerken en gaspijpleidingen die anders niet gebouwd zouden worden, evenals de infrastructuur en diensten voor de digitale interne markt, er toch zullen komen. Betere verbindingen moeten zorgen voor meer bedrijfskansen en een grotere energiezekerheid, en werk en reizen gemakkelijker maken. Daar zijn zowel burgers als ondernemingen in alle lidstaten bij gebaat. Op vervoersgebied zal de CEF het mogelijk maken het langverwachte vervoersinfrastructuurbeleid vorm te geven met negen grote corridors die samen de ruggengraat zullen vormen van het vervoer in de interne markt en de Oost–West-verbindingen radicaal zullen veranderen. Op het gebied van energie-infrastructuur is de CEF cruciaal voor de verwezenlijking van de belangrijkste doelstellingen van het energiebeleid: betaalbare energie voor alle consumenten, energiezekerheid en duurzaamheid. Samen met de oplossingen voor een verkorting van de vergunningsprocedures en de regelgevende stimulansen waarin de nieuwe TEN-E-verordening voorziet, zal de CEF het investeringsklimaat voor al deze projecten drastisch verbeteren. De CEF omvat tevens het allereerste programma op EU-niveau voor investeringen in breedbandnetwerken en infrastructuur voor digitale diensten om van de digitale interne markt een realiteit te maken.

  • Door de krappe overheidsfinanciën is er meer behoefte om andere financieringsbronnen aan te spreken en krijgt de EU-begroting een hefboomeffect dat bij de normale verstrekking van subsidies niet aanwezig is. Dat effect creëren is precies de bedoeling van financieringsinstrumenten zoals leningen, garanties, kapitaalparticipaties en andere vormen van risicodeling waarop in de begroting 2014-2020 op grotere schaal een beroep zal kunnen worden gedaan. Deze instrumenten zullen worden opgezet in samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB), het Europees Investeringsfonds (EIF) en de nationale ontwikkelingsbanken. Het doel ervan is specifieke markttekortkomingen te remediëren op gebieden zoals financiering van het MKB, onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, energie-efficiëntie en basisinfrastructuur. Zo zal het nieuwe MKB-initiatief van de Commissie het bankkrediet aan kmo's in de lidstaten die het hardst door de financiële crisis zijn getroffen ondersteunen via gedeeltelijke leninggaranties en schuldpapierinstrumenten. Een ander vernieuwend instrument, het projectobligatie-initiatief, opent een alternatief, non-bancair financieringskanaal voor essentiële infrastructuurprojecten zoals spoorwegen, autowegen en energietransmissienetwerken. Hiermee worden deze projecten opengesteld voor institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, die op zoek zijn naar stabiele, langdurige kasstromen, en wordt een alternatief geboden voor de klassieke bankleningen als financieringsbron. Van dergelijke financieringsinstrumenten zal worden gebruikgemaakt in programma's zoals COSME (MKB-financiering), Horizon 2020 (onderzoek & innovatie), Erasmus+ (voor de leninggarantieregeling – zie punt 2) en de Connecting Europe-faciliteit (infrastructuur).

  • De EU-begroting 2014-2020 zet een belangrijke stap voorwaarts inzake de transformatie van Europa tot een schone, concurrerende, koolstofarme economie. Minstens 20% van de totale begroting zal worden besteed aan klimaatgerelateerde projecten en beleidsmaatregelen. Deze 20%-doelstelling is een verdrievoudiging ten opzichte van het huidige aandeel van 6-8% en zou tot 180 miljard EUR voor klimaatfinanciering kunnen opleveren op alle grote uitgavengebieden, zoals structuurfondsen, onderzoek, landbouw, maritiem beleid en visserij, en ontwikkeling.

  • Het hervormde gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is een krachtig antwoord van de EU op de grote uitdagingen van vandaag, zoals voedselveiligheid, de klimaatverandering en duurzame groei, en nieuwe werkgelegenheid in plattelandsgebieden. Het komt ook beter tegemoet aan wat mensen verwachten: de rechtstreekse betalingen zullen eerlijker worden gespreid en "groener" zijn. Tevens zal de positie van de landbouwproducenten in de voedselproductieketen worden versterkt en zal het nieuwe GLB doelgerichter, efficiënter en transparanter zijn. Het beleid ondersteunt een marktgerichte landbouw (zo zijn er bijvoorbeeld geen exportsubsidies meer, die de afgelopen jaren geleidelijk waren afgebouwd). Landbouwproducten maakten in de totale EU-uitvoer in 2011 niet minder dan 7% uit, en vertegenwoordigden ruim 100 miljard EUR, wat meer is dan auto's of farmaceutica. Het GLB is met andere woorden een belangrijke factor van werkgelegenheid en slimme, duurzame en inclusieve groei. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is al 50 jaar lang een strategisch belangrijk, waarlijk Europees beleidsterrein. Omdat het een echt communautair beleid is, is thans ruim 70% van de financiële middelen die naar landbouw gaan afkomstig van de EU, en niet van de lidstaten of de regio's. In het MFK 2014-2020 zal het GLB de volgende aandelen hebben: 312,7 miljard EUR, of 29%, voor marktgerelateerde uitgaven en directe steun (eerste pijler), en 95,6 miljard EUR, of 9%, voor plattelandsontwikkeling (tweede pijler).11 In 1984 maakte het GLB in zijn totaliteit nog circa 70% van de totale EU-begroting uit.

  • De financieringsregels worden sterk vereenvoudigd, minder complex voor de begunstigden en minder foutgevoelig. In totaal worden ongeveer 120 vereenvoudigingsmaatregelen doorgevoerd. Enkele voorbeelden: In het cohesiebeleid, bij plattelandsontwikkeling en in het visserijfonds worden EU-financieringen eenvoudiger door de invoering van gemeenschappelijke regels voor alle betrokken Europese structuur- en investeringsfondsen, vereenvoudigde boekhoudregels, preciezere rapportagevereisten en grootschaliger gebruik van digitale technologie ("e-cohesie"). In COSME wordt een "zero bureaucracy"-benadering gehuldigd en wordt elektronische indiening en rapportage aangemoedigd. Bij Horizon 2020 wordt verregaande vereenvoudiging doorgevoerd door één set regels te hanteren voor alle financieringen van onderzoeks- en innovatieprojecten, daar waar er vroeger verschillende programma's waren.

  • Een open, veiliger Europa is essentieel voor de burgers. De toekomstige begroting zal er mede voor zorgen dat EU-activiteiten die bijdragen aan economische, culturele en maatschappelijke ontwikkeling kunnen plaatsvinden in een stabiele, rechtszekere en veilige omgeving. Dit moet burgers die wonen, reizen, studeren of zaken doen in een andere lidstaat helpen om zich daar goed bij te voelen. De begroting zal samenwerking op civiel- en strafrechtelijk gebied ondersteunen, burgers in staat stellen hun EU-rechten beter uit te oefenen en gelijkheid bevorderen. Daarnaast zullen financiële middelen ter beschikking worden gesteld om grensoverschrijdende kwesties aan te pakken, zoals asiel, migratie, grenscontrole en visa, en misdaad- en terreurbestrijding. De capaciteit van de EU om snel en afdoend te reageren op migratie- en veiligheidscrisissen zal worden vergroot door middel van een noodresponsmechanisme. De bedragen die in het kader van rubriek 3 worden uitgetrokken voor burgerschap, asiel, migratie, gezondheid, consumentenzaken en veiligheid liggen 26,5% hoger dan in de vorige periode.

  • De EU zal als verantwoordelijke mondiale partner zijn verplichtingen tegenover de rest van de wereld blijven nakomen. Goede betrekkingen met onze onmiddellijke buren, in het oosten en het zuiden, en met onze strategische partners blijven een topprioriteit. Omdat de onderlinge afhankelijkheid op wereldvlak toeneemt, is het noodzakelijk onze belangen op veiligheids- en welvaartsgebied buiten de grenzen te behartigen. De overkoepelende doelstelling van het extern beleid in het nieuw meerjarig financieel kader is daarom ervoor te zorgen dat de EU een invloedrijke en daadkrachtige partner blijft die staat voor democratie, vrede, solidariteit, stabiliteit, armoedebestrijding en welvaart, zowel in onze onmiddellijke omgeving als in de ruimere wereld. De EU blijft zich onverminderd inzetten voor het bereiken van de millenniumdoelstellingen. De financiële bijstand van de EU zal nog meer worden gefocust op het helpen van de meest hulpbehoevenden in de wereld, door de steun te concentreren op minder landen (zoals Afrika bezuiden de Sahara) en op een kleiner aantal sectoren (zoals duurzame, inclusieve groei en goed bestuur). Ook zal de EU haar inspanningen op het vlak van crisispreventie op peil houden, om de vrede te bevorderen en van de wereld een veiligere plek te maken. De instrumenten voor externe bijstand zullen het engagement van de EU tegenover derde landen verder versterken, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering, milieubescherming en onstabiliteit in bepaalde regio's, en de EU in staat stellen om snel en doeltreffend te reageren op natuurrampen en door de mens veroorzaakte calamiteiten overal ter wereld.

Nadere informatie:

MEMO/13/1004 met FAQs, tabellen en grafieken over het MFK 2014-2020

Bezoek de website over het meerjarig financieel kader 2014-2020 en de afzonderlijke financieringsprogramma's van de EU

Meer weten over de cijfers per programma in lopende prijzen en prijzen van 2011

Meer weten over de nationale toewijzingen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het Cohesiebeleid

MEMO/13/1006 met de volledige tekst van de videoboodschap van voorzitter Barroso

MEMO/13/79 over het MFK

Contact:

Pia Ahrenkilde Hansen (+32 2 295 30 70)

Jens Mester (+32 2 296 39 73)

Patrizio Fiorilli (+32 2 295 81 32)

Wojtek Talko (+32 2 297 85 51)

1 :

In prijzen van 2011. De totalen van het MFK zijn in dit persbericht uitgedrukt in prijzen van 2011; de bedragen voor de verschillende uitgavenprogramma's en instrumenten zijn uitgedrukt in lopende prijzen, rekening houdende met een jaarlijkse inflatie van 2%. Dit weerspiegelt de benadering die tijdens de MFK-onderhandelingen is gevolgd. Een overzicht met de bedragen en hun equivalenten is hier te vinden: http://bit.ly/HWyZbJ

2 :

lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 325 miljard EUR.

3 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 13 miljard EUR.

4 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 1,3 miljard EUR.

5 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 70 miljard EUR.

6 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 5,45 miljard EUR

7 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 2,4 miljard EUR

8 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 2 miljard EUR.

9 :

15 miljard EUR uit rubriek 1A en 11,3 miljard EUR die onder rubriek 1B in het Cohesiefonds zijn geoormerkt voor de CEF (in lopende prijzen).

10 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 29 miljard EUR.

11 :

In lopende prijzen. Equivalent in prijzen van 2011: 277,85 miljard (eerste pijler) en 84,9 miljard EUR (tweede pijler)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website