Navigation path

Left navigation

Additional tools

Genetisch gemodificeerde organismen: Commissie vraagt Raad om overeenstemming over voorstel voor meer subsidiariteit voor de lidstaten op het gebied van teelt

European Commission - IP/13/1038   06/11/2013

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 6 november 2013

Genetisch gemodificeerde organismen: Commissie vraagt Raad om overeenstemming over voorstel voor meer subsidiariteit voor de lidstaten op het gebied van teelt

Op 26 september 2013 heeft het Gerecht van de Europese Unie in een arrest geoordeeld dat de Commissie heeft nagelaten gevolg te geven aan een aanvraag voor ggo-teelt die twaalf jaar geleden – in 2001 – was ingediend.

De Commissie heeft vandaag aan dit arrest gevolg gegeven door de teeltaanvraag aan de Raad van Ministers voor te leggen. Het is nu aan de Raad om bij gekwalificeerde meerderheid een standpunt over de aanvraag in te nemen. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft in 2005, 2006, 2008, 2011 en 2012 al een advies over de aanvraag uitgebracht, in alle zes gevallen positief.

De aanvraag uit 2001 valt onder de "oude" comitéprocedure van vóór het Lissabonverdrag, wat betekent dat, als de Raad geen gekwalificeerde meerderheid voor of tegen de vergunning weet te bereiken, de Commissie wettelijk verplicht is om de vergunning te verlenen.

Tegelijkertijd heeft de Commissie gevraagd om een nieuwe bespreking in de Raad van Ministers van haar zogeheten teeltvoorstel, waarover het Europees Parlement reeds een advies heeft aangenomen dat de lidstaten zou toestaan de teelt van ggo's op hun grondgebied te beperken of te verbieden om andere redenen dan risico's voor de gezondheid en het milieu.

Commissaris voor Gezondheid Tonio Borg licht toe: "De Commissie is verplicht te voldoen aan het arrest van het Gerecht en heeft daarom vandaag besloten een ontwerpbesluit betreffende een vergunning voor 1507-mais bij de Raad in te dienen: de komende maanden zal de ministers worden gevraagd een standpunt over deze vergunningsaanvraag in te nemen."

Hij vervolgt: "De uitspraak van het Gerecht inzake 1507-mais bevestigt dat er dringend behoefte is aan strenge en voorspelbare Europese vergunningsregels voor de teelt van ggo’s, waarbij naar behoren rekening moet worden gehouden met de nationale context. Drie jaar geleden heeft de Commissie een voorstel ingediend dat brede steun van het Parlement en de Raad kreeg, om een uitweg te bieden uit de impasse in de vergunningsprocedure. Ik dring er derhalve bij de lidstaten op aan zich sterk te maken en hun steun uit te spreken voor het voorstel van de Commissie, zodat het voorzitterschap en de Raad een compromis kunnen vinden aan de hand waarvan vordering kan worden geboekt met het teeltvoorstel."

Volgende stappen

De Commissie heeft gevraagd om een bespreking met de lidstaten tijdens de komende Raad Milieu op 13 december 2013.

Achtergrond

De genetisch gemodificeerde 1507-mais (Bt-mais) werd ontwikkeld om mais resistentie te bieden tegen specifieke schadelijke mottenlarven, zoals de Europese maisboorder. Deze mais is momenteel in de EU toegelaten voor gebruik in levensmiddelen en diervoeders, maar niet voor teeltdoeleinden. In 2001 heeft de onderneming Pioneer een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor 1507-mais voor teeltdoeleinden uit hoofde van Richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie van ggo’s in het milieu.

In 2007 heeft Pioneer bij het Gerecht van de Europese Unie een eerste beroep wegens nalaten tegen de Commissie ingesteld, omdat zij geen besluit betreffende een vergunning voor 1507-mais ter stemming aan het Regelgevend Comité had voorgelegd. Deze beroepsprocedure werd door het Gerecht gesloten nadat de Commissie in februari 2009 een voorstel aan het Regelgevend Comité had voorgelegd voor een ontwerpbesluit betreffende een vergunning. Het Comité heeft echter geen advies uitgebracht. In 2010 heeft Pioneer een tweede beroep wegens nalaten tegen de Commissie ingesteld (zaak T-164/10), omdat zij bij het uitblijven van een advies van het Regelgevend Comité niet, volgens de comitéprocedure die op dat moment van toepassing was1, een voorstel voor een besluit betreffende een vergunning bij de Raad heeft ingediend.

Op 26 september 2013 heeft het Gerecht in de zaak T-164/10 een verzuim van de Commissie uit hoofde van Richtlijn 2001/18/EG vastgesteld, omdat zij had nagelaten uit hoofde van artikel 5, lid 4, van Comitologiebesluit 1999/468/EG een voorstel bij de Raad in te dienen.

Overeenkomstig artikel 266 VWEU en het arrest van het Gerecht dient de Commissie derhalve nu een voorstel voor een besluit betreffende een vergunning voor 1507-mais in bij de Raad. Om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het milieu, is het besluit betreffende een vergunning licht gewijzigd om daarin aanbevelingen op te nemen die de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) in 2011 en 2012 heeft gedaan ten aanzien van de voorwaarden voor de verlening van een vergunning en de monitoring van de milieueffecten van 1507-mais.

Het teeltvoorstel

Na lang aandringen van verschillende lidstaten publiceerde de Commissie in juli 2010 een voorstel voor een verordening tot herziening van Richtlijn 2001/18/EG, met als doel de lidstaten een rechtsgrondslag te bieden voor besluiten over de teelt van ggo’s om andere redenen dan die welke gebaseerd zijn op een op Europees niveau uitgevoerde wetenschappelijke beoordeling van de gezondheids- en milieurisico’s. Deze wijziging biedt de lidstaten de mogelijkheid de teelt van ggo’s op hun gehele grondgebied of een deel daarvan te beperken of te verbieden zonder een beroep te hoeven doen op vrijwaringsclausules, die tot nu toe niet op de steun van de EFSA konden rekenen.

Het Europees Parlement heeft in juli 2011 advies in eerste lezing over het voorstel uitgebracht. In de Raad kon, ondanks de inzet van de opeenvolgende voorzitterschappen, en met name van het Deense voorzitterschap in 2012, geen overeenstemming worden bereikt vanwege het blokkerende standpunt van een minderheid van de lidstaten. De Commissie is zich blijven inzetten om de zorgen van de blokkerende lidstaten weg te nemen, terwijl een grote meerderheid van de lidstaten zich achter het voorstel schaarde.

Meer informatie:

MEMO/13/952

Volg ons op Twitter: @EU_Health and @EU_Consumers

Contact:

Aikaterini Apostola (+32 22987624)

Frédéric Vincent (+32 22987166)

1 :

Besluit van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23).


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website