Navigation path

Left navigation

Additional tools

"Wake-up call" van de werkgroep op hoog niveau aan de lidstaten om iets aan de alfabetiseringscrisis te doen

European Commission - IP/12/940   06/09/2012

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Europese Commissie

Persbericht

Brussel/Nicosia, 6 september 2012

"Wake-up call" van de werkgroep op hoog niveau aan de lidstaten om iets aan de alfabetiseringscrisis te doen

De Europese Unie moet haar strategie om de lees- en schrijfvaardigheden te verbeteren herzien, aldus een werkgroep van deskundigen op hoog niveau die Europees commissaris Androulla Vassiliou heeft ingesteld om het probleem te onderzoeken. Eén op de vijf 15‑jarigen en bijna 75 miljoen volwassenen beschikken niet over basisvaardigheden op het gebied van lezen en schrijven, waardoor zij moeilijk werk vinden en meer risico op armoede en sociale uitsluiting lopen. De voorzitter van de deskundigenwerkgroep, HKH prinses Laurentien der Nederlanden, die reeds jarenlang campagne voor alfabetisering voert, beschrijft het verslag als een "wake-up call voor de alfabetiseringscrisis waarmee elk land in Europa te maken heeft". Het verslag telt 80 bladzijden en bevat een reeks aanbevelingen, zoals advies voor ouders om hun kinderen te leren lezen voor hun plezier, het vestigen van bibliotheken op ongebruikelijke plaatsen zoals bijvoorbeeld in winkelcentra, en de noodzaak om meer mannelijke leerkrachten aan te trekken, die als rolmodel moeten fungeren voor jongens omdat die veel minder lezen dan meisjes. Het verslag bevat ook leeftijdspecifieke aanbevelingen en dringt aan op gratis voor- en vroegschoolse educatie van goede kwaliteit voor iedereen, meer leerkrachten die gespecialiseerd zijn in lezen in de lagere scholen, een mentaliteitsverandering ten aanzien van dyslexie, met als argument dat bijna elk kind met de nodige ondersteuning kan leren lezen, en meer gevarieerde leermogelijkheden voor volwassenen, in het bijzonder op het werk.

Androulla Vassiliou, Europees commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken, zei: "De situatie is paradoxaal: lezen en schrijven zijn in onze gedigitaliseerde wereld belangrijker en relevanter dan ooit, maar onze lees- en schrijfvaardigheden laten te wensen over. We moeten dringend verandering brengen in deze verontrustende situatie.

Investeren in de lees- en schrijfvaardigheden van burgers van alle leeftijden is ook vanuit economisch oogpunt zinvol en levert zowel voor de mensen als de samenleving tastbare winst op die, die op lange termijn miljarden euro's kan bedragen."

Prinses Laurentien voegde daaraan toe: "Lezen en schrijven zijn veel meer dan een techniek of een vaardigheid. Wie kan lezen en schrijven heeft meer zelfvertrouwen en kan zich als individu, actieve burger, werknemer of ouder in de samenleving staande houden en ontplooien. We hebben behoefte aan duidelijke, gecoördineerde nationale strategieën en een veel groter bewustzijn van het probleem in heel Europa, niet alleen in beleids- en onderwijskringen, maar ook in ziekenhuizen, op het werk en in het bijzonder in de gezinnen. Europa moet dringend ambitieuzer worden en alfabetisering voor iedereen garanderen."

Het verslag werd gepresenteerd tijdens een conferentie in Nicosia onder het Cypriotisch voorzitterschap van de EU. Het geeft voorbeelden van succesvolle alfabetiseringsprojecten in Europese landen en brengt het verhaal van mensen die het taboe van het analfabetisme hebben overwonnen en zo hun leven hebben veranderd. Het verslag probeert ook wijd verspreide mythen over analfabetisme uit de wereld te helpen (zie bijlage 1).

De EU-ministers van Onderwijs hebben het gezamenlijke doel vastgesteld om het aantal slechte lezers onder de 15-jarigen terug te brengen van 20 % nu tot 15 % in 2020. Uit het verslag van de werkgroep op hoog niveau blijkt een aanzienlijke genderkloof: gemiddeld leest 13,3 % van de meisjes slecht, tegenover 26,6 % van de jongens. De genderkloof is het kleinst in Nederland, Denemarken en België, en het grootst in Malta, Bulgarije en Litouwen (statistieken van 2009). Bijlage 2 bevat voor elke lidstaat het totale percentage slechte lezers en bijlage 3 geeft een overzicht van de genderkloof.

Achtergrond: waarom lees- en schrijfvaardigheden zo belangrijk zijn

Het verslag onderstreept dat goede lees- en schrijfvaardigheden essentieel zijn om de mensen een beter leven te bieden, en om kennis, innovatie en groei te bevorderen. Door de veranderingen in de aard van het werk, de economie en de samenleving zijn lees- en schrijfvaardigheden tegenwoordig belangrijker dan ooit, en Europa moet dan ook streven naar een functionele alfabetisering van 100 % van zijn burgers.

In het verslag staat dat lees- en schrijfvaardigheden zeer belangrijk zijn, en wel om de volgende redenen:

  • de arbeidsmarkt heeft behoefte aan steeds betere lees- en schrijfvaardigheden (naar schatting zullen in 2020 voor 35 % van alle banen kwalificaties van hoog niveau vereist zijn (vandaag is dat 29 %);

  • in de digitale wereld zijn participatie in de samenleving en actief burgerschap afhankelijker van lees- en schrijfvaardigheden;

  • de bevolking vergrijst en de lees- en schrijfvaardigheden, ook de digitale, moeten worden geactualiseerd;

  • armoede en slechte lees- en schrijfvaardigheden vormen een vicieuze cirkel en versterken elkaar;

  • door de grotere mobiliteit en de toename van de migratie worden lees- en schrijfvaardigheden steeds meertaliger en worden tal van culturele en taalachtergronden gecombineerd.

Het verslag doet voor elke leeftijdsgroep aanbevelingen.

Voor jonge kinderen is het essentieel dat de lidstaten alfabetiseringsprogramma's voor gezinnen implementeren om de lees- en schrijfvaardigheden van zowel de ouders als de kinderen te verbeteren. Dergelijke programma's zijn heel rendabel. Voor- en vroegschoolse educatie (ECEC) van goede kwaliteit behoort tot de beste investeringen in het toekomstige menselijke kapitaal van Europa die een land kan doen. Kinderen die voor- en vroegschoolse educatie hebben genoten, lezen en schrijven beter en doen het beter op school. Uit studies blijkt dat indien Europa zijn doelstelling voor 2020 op het gebied van basisvaardigheden in lezen, rekenen en wetenschappen (de doelstelling is 85 % van de 15‑jarigen) realiseert, dat 21 biljoen EUR extra aan bbp kan opleveren tijdens het leven van de kinderen die in 2010 zijn geboren.

Lagere scholen moeten meer leerkrachten aanstellen die gespecialiseerd zijn in leesvaardigheden, en leerlingen die slecht presteren moeten individuele ondersteuning krijgen zodra de nood daartoe zich laat voelen. Schoolbibliotheken moeten beschikken over aantrekkelijk en interessant leesmateriaal voor alle leeftijdsgroepen, en het gebruik van ICT-instrumenten en digitaal lezen moet zowel in de klas als thuis worden aangemoedigd.

Adolescenten hebben behoefte aan meer gevarieerd leesmateriaal, van strips tot literaire teksten en e-books om alle lezers, in het bijzonder jongens, te motiveren. De samenwerking tussen scholen en bedrijven zou kunnen worden bevorderd om het leren lezen en schrijven relevanter te maken voor situaties in het echte leven. Het taboe rond problemen met lezen en schrijven bij volwassenen moet worden doorbroken. Zowel ngo's als de media, werkgevers, maatschappelijke organisaties en bekende personen moeten meer ruchtbaarheid geven aan het probleem van analfabetisme bij volwassenen en de oplossingen daarvoor.

Het leren van talen: in het verslag wordt erop gewezen dat lees- en schrijfvaardigheden door de grotere mobiliteit in Europa steeds meer wordt gekenmerkt door meertaligheid en migratie. In 2009 was 10 % van de 15-jarigen in de EU in een ander land geboren of had ouders die allebei in het buitenland waren geboren; in 2000 was dat 7 %. In bepaalde landen, zoals Italië of Spanje, is het percentage migrantenkinderen tussen 2000 en 2010 vervijfvoudigd. Het leren van talen is dan ook belangrijker geworden, niet alleen als communicatiemiddel, maar ook als een middel om wederzijds begrip op te bouwen. Hoewel slechte lees- en schrijfvaardigheden op zich niet in de eerste plaats een migratieprobleem zijn (het merendeel van de kinderen en volwassenen die slecht lezen en schrijven is geboren in het land waar zij wonen), is volgens het verslag meer op maat gesneden ondersteuning nodig, gebaseerd op begrip van individuele behoeften op het gebied van taal en lees- en schrijfvaardigheden.

Volgende stappen

Commissaris Vassiliou zal de bevindingen van het verslag met de ministers van Onderwijs bespreken op hun informele vergadering in Cyprus op 4 en 5 oktober. De besprekingen zullen de basis vormen voor de conclusies van de Raad over lees- en schrijfvaardigheden, waarin EU-landen zowel voor henzelf als voor de Commissie gemeenschappelijke prioriteiten zullen vaststellen om alfabetiseringsproblemen doeltreffender aan te pakken.

Meer informatie

MEMO/12/646

De volledige tekst van het verslag

Nieuwe website van de Commissie over lees- en schrijfvaardigheden in Europa

Videogesprek over het verslag met commissaris Vassiliou en HKH prinses Laurentien der Nederlanden

Europese Commissie: Onderwijs en opleiding

De website van Androulla Vassiliou

Volg Androulla Vassiliou op Twitter @VassiliouEU

Contactpersonen:

Dennis Abbott (+32 22959258); Twitter: @DennisAbbott

Dina Avraam (+32 22959667)

Bijlage 1 – Misverstanden over laaggeletterdheid

Met het verslag wordt geprobeerd een aantal wijd verspreide misverstanden over de aard, de omvang en de draagwijdte van laaggeletterdheid uit de wereld te helpen:

Misverstanden

De feiten

"Laaggeletterdheid komt voor in ontwikkelingslanden, maar toch niet in Europa?"

Eén op de vijf 15-jarigen in Europa en bijna één op de vijf volwassenen beschikt niet over voldoende lees- en schrijfvaardigheden om goed te functioneren in een moderne samenleving.

”Laaggeletterdheid is probleem door en van migranten. Het is niet van toepassing op mensen die geboren en getogen zijn in Europese landen.”

De overgrote meerderheid van de kinderen en volwassenen met slechte lees- en schrijfvaardigheden zijn geboren en getogen in het land waarin zij leven en hebben de onderwijstaal van dat land als moedertaal.

"Sommige mensen kunnen gewoon niet leren lezen en schrijven."

Bijna iedereen die moeite heeft met lezen en schrijven, kan deze vaardigheden met de juiste hulp op een goed peil brengen. Alleen mensen met ernstige cognitieve problemen zijn niet in staat om functionele geletterdheid te ontwikkelen.

"Het is de taak van de school om kinderen te leren lezen en schrijven."

Scholen spelen een belangrijke rol, maar zijn niet de enige verantwoordelijken. De meest uiteenlopende actoren spelen een rol in het bevorderen van geletterdheid- van ouders en leeftijdgenoten tot gezondheidsdiensten en andere instanties. Na het formeel onderwijs zijn werkgevers een belangrijke factor, met positieve resultaten voor werkgever én werknemer.

"Dyslexie is een ongeneeslijke aandoening; daar moeten mensen mee leren leven. Daar is niets aan te doen."

Tegenwoordig wordt steeds vaker van kinderen verwacht dat ze allemaal in een bepaald tempo en met dezelfde methodologie leren lezen en schrijven. Kinderen die wat minder gemakkelijk lezen, krijgen al snel het etiket dyslectisch opgeplakt. De diagnose zou ”leesprobleem” moeten zijn, en de nadruk zou moeten liggen op het oplossen van dit probleem. Elk kind kan in principe leren lezen en schrijven.

"Wanneer kinderen de basisschool verlaten is het te laat om nog iets aan hun lees- en schrijfvaardigheden te doen."

Miljoenen kinderen kunnen aan het begin van de middelbare school wel lezen, maar niet genoeg om het ook in het voortgezet onderwijs goed te doen. Met gespecialiseerde hulp kunnen deze jongeren goede of zelfs uitstekende lees- en schrijfvaardigheden ontwikkelen..

"Na de eerste jaren hebben ouders geen invloed meer op de lees- en schrijfvaardigheden van hun kinderen."

De houding van ouders en hun inspanningen om kinderen tot lezen en schrijven aan te moedigen zijn gedurende de hele lagere- en middelbare schooltijd van grote invloed op de geletterdheid van hun kinderen..

Bijlage 2 - Percentage 15-jarige leerlingen met lage leesvaardigheden (PISA-studie)

Programma voor internationale studentenbeoordeling 2000‑2009

2000

2003

2006

2009

Verschil 2006-2009

(procentpunten)

België

19,0

17,9

19,4

17,7

-1,7

Bulgarije

40,3

 :

51,1

41,0

-10,1

Tsjechië

17,5

19,4

24,8

23,1

-1,7

Denemarken

17,9

16,5

16,0

15,2

-0,8

Duitsland

22,6

22,3

20,0

18,5

-1,5

Estland

 :

13,6

13,3

-0,3

Ierland

11,0

11,0

12,1

17,2

+5,1

Griekenland

24,4

25,2

27,7

21,3

-6,4

Spanje

16,3

21,1

25,7

19,6

-6,1

Frankrijk

15,2

17,5

21,7

19,8

-1,9

Italië

18,9

23,9

26,4

21,0

-5,4 

Letland

30,1

18,0

21,2

17,6

-3,6

Litouwen

 :

25,7

24,3

-1,4

Luxemburg

(35,1)

22,7

22,9

26,0

+3,1

Hongarije

22,7

20,5

20,6

17,6

-3,0

Nederland

(9,5)

11,5

15,1

14,3

-0,8

Oostenrijk

19,3

20,7

21,5

27,5

 +6,0

Polen

23,2

16,8

16,2

15,0

-1,2

Portugal

26,3

22,0

24,9

17,6

-7,3

Roemenië

41,3

:

53,5

40,4

-13,1

Slovenië

:

:

16,5

21,2

+4,7

Slowakije

:

24,9

27,8

22,3

-5,5

Finland

7,0

5,7

4,8

8,1

+3,3

Zweden

12,6

13,3

15,3

17,4

+2,1

VK

(12,8)

 :

19,0

18,4

-0,6

EU (18 landen)

21,3

 

24,1

20,0

 -4,1

EU (25 landen)

 

 

23,1

19,6

 -3,5

VK, NL, LU: de resultaten van 2000 zijn niet vergelijkbaar met latere jaren.

Bijlage 3 – Genderkloof voor leesvaardigheid


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website