Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Persbericht

Nieuwe overeenkomst tussen de sociale partners effent het terrein voor betere werkomstandigheden in de visserij

Brussel 21 mei 2012 - Vandaag hebben vertegenwoordigers van de werkgevers en de vakbonden uit de marienevisserijsector van de Europese Unie hun handtekening gezet onder een overeenkomst die ervoor moet zorgen dat de vissers hun werk aan boord van vissersvaartuigen in behoorlijke omstandigheden kunnen doen. Het gaat dan met name om de inachtneming van minimumvoorschriften op het gebied van arbeidsvoorwaarden, accommodatie en maaltijden, veiligheid en gezondheid op de werkplek, medische zorg en sociale zekerheid. Met deze overeenkomst wordt het verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) inzake werk in de visserijsector omgezet op EU‑niveau.

Met deze overeenkomst bekrachtigt de EU haar belofte om de arbeidsomstandigheden van vissers in Europa en de rest van de wereld te verbeteren. De sociale partnes van de EU zijn van plan de Commissie te vragen hun overeenkomst over te leggen aan de Raad van ministers van de EU, met als doel de overeenkomst via een EU‑richtlijn overeenkomstig artikel 155 van het Verdrag betreffende de werking van de EU ten uitvoer te leggen en zo de voorschriften juridisch bindend in de EU te maken en de ratificatie van het verdrag van de IAO te versnellen.

De overeenkomst is ondertekend door Javier Garat, voorzitter van Europêche. De voorzitter van de werkgroep visserij van Copa‑Cogeca, Giampaolo Buonfiglio, ondertekende namens Cogeca voor de werkgevers. Eduardo Chagas, secretaris‑generaal van de Europese Transportarbeidersfederatie (ETF) ondertekende als vertegenwoordiger van de werknemers. De ondertekening vond plaats tijdens de conferentie die op 21 en 22 mei naar aanleiding van de Europese maritieme dag is gehouden in het Zweedse Göteborg.

Commissaris Maria Damanaki, de EU‑commissaris die bevoegd is voor Maritieme Zaken en Visserij, woonde de ondertekening bij: "Met de goedkeuring van deze overeenkomst is dé beslissende stap gezet die de lidstaten ertoe verplicht de arbeidsomstandigheden voor vissers in Europa te verbeteren. De overeenkomst is in beginsel van toepassing op alle vissersvaartuigen en alle vissers, dus ook uit meerdere nationaliteiten samengestelde bemanningen. De autoriteiten moeten op grond van de overeenkomst nagaan of de voorschriften in acht worden genomen. Bovendien is de overeenkomst bevorderlijk voor de samenwerking tussen de betrokken autoriteiten. Een van de doelstellingen van de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid waaraan momenteel wordt gewerkt, bestaat erin de visserij veiliger en de werkgelegenheid in deze sector aantrekkelijker te maken."

EU‑commissaris László Andor, bevoegd voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie: "Het verheugt mij dat in deze overeenkomst duidelijke ijkpunten zijn vastgelegd om de arbeidsomstandigheden en de situatie op het gebied van veiligheid en gezondheid van werknemers in de visserijsector te verbeteren. Deze overeenkomst toont aan wat een belangrijke rol de sociale dialoog kan spelen bij het ontwerpen van EU‑regelgeving."

Achtergrond

De mondialisering heeft een aanzienlijke impact gehad op de visserijsector – en wel in die mate dat het inmiddels echt zaak is de rechten van de vissers te bevorderen en te beschermen. Het risico van een ongeval met verwondingen of de dood tot gevolg is in de mariene visserij 2,4 keer groter dan het gemiddelde risico in alle industriesectoren in de EU. 7 % van alle dodelijke arbeidsongevallen doet zich voor in de visserij, hoewel die sector, met zijn 355 000 werknemers, nog geen 0,2 % van de beroepsbevolking voor zijn rekening neemt. De visserijsector is een belangrijke bron van werkgelegenheid in bepaalde lidstaten (1,5 % in Griekenland), regio's (3 % in het Spaanse Galicië) en kustgemeenschappen (68 % in het Ierse Killybegs).

Verdrag nr. 188 van de IAO (waarin andere IAO‑verdragen die al van kracht zijn, worden samengebracht en vervolledigd) omvat minimumvoorschriften voor het werk aan boord van vissersvaartuigen, onder meer op het gebied van accommodatie en maaltijden, veiligheid en gezondheid, medische zorg, contractuele voorwaarden en sociale zekerheid Het verdrag wordt aangevuld door IAO‑aanbeveling nr. 199. Hoewel de algemene conferentie van de IAO het verdrag al in juni 2007 heeft vastgesteld, is het nog niet in werking getreden aangezien het eerst door ten minste tien ondertekenende partijen moet worden geratificeerd.

Krachtens het EU‑verdrag kunnen de Europese sociale partners vragen dat een door hen ondertekende overeenkomst aan de hand van een Raadsbesluit in EU‑recht wordt omgezet en dus juridisch bindend wordt voor alle EU‑lidstaten. Deze overeenkomst zal niet alleen de tenuitvoerlegging van het IAO‑verdrag versterken maar zal ook het terrein effenen voor de ratificatie van dat verdrag door alle EU‑lidstaten tegen eind 2012. Dit zou betekenen dat het verdrag in 2013 wereldwijd in werking kan treden.

De overeenkomst is het resultaat van onderhandelingen die in 2010 van start zijn gegaan tussen de Europese sociale partners uit de marienevisserijsector (Europêche – Cogeca voor de werkgevers en de Europese Transportarbeidersfederatie (ETF) voor de werknemers).

Het verdrag kan pas worden geratificeerd nadat zowel de nationale als de EU‑wetgeving wordt aangepast. Wat de EU‑wetgeving betreft, heeft de Commissie via raadpleging van de sociale partners in 2007 een wetgevingsproces ingeleid. Op 7 juni 2010 heeft de Raad een besluit vastgesteld waarbij het de lidstaten wordt toegestaan om in het belang van de EU over te gaan tot ratificatie van het IAO‑verdrag: "De lidstaten nemen de nodige stappen om hun akte van bekrachtiging van het verdrag zo spoedig mogelijk en bij voorkeur vóór 31 december 2012 neer te leggen."

Het vaststellen van het wetgevingskader is echter pas de eerste stap. De EU‑lidstaten moeten er via controles en inspecties voor zorgen dat de voorschriften worden nageleefd – niet alleen door vissersvaartuigen die de vlag van een EU‑lidstaat voeren, maar ook door vaartuigen die een EU‑haven aandoen en de vlag voeren van een land dat het verdrag niet heeft geratificeerd.

De Commissie zal de lidstaten helpen hun taken te vervullen. Bovendien zal uit het Europees Visserijfonds en (met ingang van 2014) uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij steun worden verleend om de visserijsector te helpen de veiligheid aan boord te verbeteren en om de werknemers uit deze sector de kans te geven specifieke opleidingscursussen te volgen.

Uit een recente studie over 24 kustgemeenschappen in Europa blijkt dat vloten steeds meer moeite hebben om volledige bemanningen met lokale, gekwalificeerde mensen te vinden, en daarom een beroep moeten doen op mensen van buiten de EU of, wat het kleinschalige vlootsegment betreft, zelfs op bemanningsleden die de wettelijke pensioenleeftijd al voorbij zijn. Uit de studie blijkt bovendien dat een baan in de visserij niet als aantrekkelijk wordt beschouwd. Afnemende vangsten – met de bijbehorende onzekerheid over de toekomst – en relatief lage lonen zijn maar een deel van het onderliggende probleem. Een ander deel zijn de veiligheidsproblemen en de moeilijke arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen.

Meer informatie

Visserijbeleid: http://ec.europa.eu/fisheries

Europese Maritieme Dag: http://ec.europa.eu/maritimeday

Beleid inzake werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie:

http://ec.europa.eu/social/

Website van commissaris László Andor:

http://ec.europa.eu/commission_2010-2014/andor/

Voor een abonnement op de kosteloze e-nieuwsbrief van de Europese Commissie over werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen:

http://ec.europa.eu/social/e-newsletter

László Andor op Twitter: http://twitter.com/#!/LaszloAndorEU

Contact :

Oliver Drewes (+32 2 299 24 21)

Jonathan Todd (+32 2 299 41 07)

Lone Mikkelsen (+32 2 296 05 67)

Nadège Defrère (+32 2 296 45 44)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website