Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

EU consolideert steun aan hervormers bij de zuidelijke en oostelijke buren

Commission Européenne - IP/12/474   15/05/2012

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Europese Commissie - Persmededeling

EU consolideert steun aan hervormers bij de zuidelijke en oostelijke buren

Brussel, 15 mei 2012 – In mei 2011, te midden van de dramatische veranderingen in de zuidelijke nabuurschap, legde de EU de laatste hand aan een volledige herziening van haar Europees nabuurschapsbeleid (ENB). In het kader van een “meer voor meer”-beleid krijgen vastberaden hervormers in de zuidelijke en oostelijke nabuurschap van de EU meer en bredere steun van de EU.

Het ENB-pakket dat vandaag wordt gepresenteerd door Catherine Ashton, hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en vicevoorzitter van de Commissie, en Štefan Füle, EU-commissaris voor Uitbreiding en Nabuurschapsbeleid, biedt een evaluatie van het eerste jaar van de tenuitvoerlegging van de nieuwe aanpak. Het pakket stelt ook een routekaart voor om een nieuwe impuls te geven aan de uitvoering van het Oostelijke partnerschap.

Het afgelopen jaar heeft de EU vastberaden gereageerd op een snel evoluerende situatie in de nabuurschap. In de gezamenlijke mededeling worden de resultaten van het nieuwe beleid op een rij gezet:

  • De EU herschikt haar steunprogramma’s en stelt voor 2011-2013 1 miljard euro extra beschikbaar, te verdelen over de nieuwe innovatieve programma’s SPRING voor de zuidelijke nabuurschap en EaPIC voor de oostelijke nabuurschap. De EU besluit tot een stijging van de plafonds voor leningen van de Europese Investeringsbank met 1,15 miljard euro, en stelt met succes de uitbreiding voor van het mandaat van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling tot de zuidelijke buurlanden van de EU.

  • Door de toepassing van een logica van “meer voor meer” ten gunste van hervormingsgezinde landen, steunt de EU de partners die politieke hervormingen doorvoeren. In Tunesië heeft de EU haar financiële steun verdubbeld van 80 miljoen euro tot 160 miljoen euro in 2011. De EU heeft ook onmiddellijk haar betrekkingen teruggeschroefd met landen die de mensenrechten op grote schaal schenden en heeft wereldwijde sancties ingesteld tegen dergelijke regimes, terwijl de steunverlening ondertussen naar de maatschappelijke organisaties en de getroffen bevolkingsgroepen in die landen gaat.

  • De hervatting van de officiële 5+2-gesprekken voor een beslechting van het conflict in de regio Trans-Dnjestrië in de Republiek Moldavië is vergezeld gegaan van een intensieve samenwerking met de regering van Moldavië, het opzetten van grootschalige vertrouwenwekkende maatregelen vanwege de EU en een geleidelijke herziening van de EU-sancties tegen de regio Trans-Dnjestrië.

  • Een “faciliteit voor het maatschappelijk middenveld” voor alle ENB-landen werd in september met een initiële begroting van 26 miljoen euro voor 2011 opgezet. Vergelijkbare bedragen zijn gepland voor 2012 en 2013.

Na de voltooiing van de evaluatie verklaarde hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton: “Vorig jaar hebben wij ons nabuurschapsbeleid herzien om rekening te houden met de historische veranderingen rondom ons. Vandaag zien wij de eerste resultaten van deze herziening die tot doel had de steun op te voeren voor die landen die verder gingen met hun democratische en economische hervormingen. In een aantal landen is er grote vooruitgang geweest. In andere landen moeten wij de politieke leiders aanmoedigen vastberaden stappen te zetten op de weg naar hervormingen. Ik heb altijd gezegd dat wij zouden worden beoordeeld op basis van wat wij doen met onze onmiddellijke buurlanden en ik ben ervan overtuigd dat we op de goede weg zijn. Wij zullen onze partners blijven helpen in hun inspanningen om fundamentele waarden te verankeren en economische hervormingen te versterken die noodzakelijk zijn voor een goed gefundeerde democratie.”

Štefan Füle voegde daaraan toe: “Hoewel wij onszelf niets mogen wijsmaken en ook steeds de doeltreffendheid van ons beleid aan de realiteit moeten toetsen, hebben wij ons nieuwe beleid op een stevige basis gegrondvest en vele initiatieven opgezet die, naar ik vertrouw, nu al vruchten afwerpen.”

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt met de politieke associatie met de partnerlanden. Met de Republiek Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan werden onderhandelingen over een associatie-overeenkomst gestart. Er is vooruitgang geboekt met de economische integratie (de zogenaamde diepe en brede vrijhandelsruimten als integraal onderdeel van de associatie-overeenkomsten); de onderhandelingen zijn van start gegaan met Moldavië en Georgië, en vatten binnenkort aan met Armenië. Voor het eind van het jaar zullen naar verwachting vergelijkbare onderhandelingen worden geopend met Jordanië, Marokko en Tunesië.

Hoewel de onderhandelingen voor de associatie-overeenkomst (met inbegrip van die voor een diepe en brede vrijhandelsruimte) met Oekraïne werden afgesloten en in maart de associatie-overeenkomst ook werd geparafeerd, zijn door de blijvende zorgwekkende binnenlandse situatie in Oekraïne twijfels gerezen over de spoedige ondertekening en ratificatie van deze overeenkomst, tenzij de oorzaken van de bezorgdheid worden weggenomen.

Er is ook aanzienlijke vooruitgang geboekt op het punt van mobiliteit. Er werden stappen gezet naar visumliberalisering met de oostelijke partners, meer bepaald met de Republiek Moldavië, Oekraïne en Georgië. Recent is een mobiliteitspartnerschap opgezet met Armenië en de onderhandelingen daarover met Azerbeidzjan kunnen spoedig van start gaan. Op dit gebied is een speciaal aanbod gedaan aan Wit-Rusland. In het zuiden werden dialogen over migratie, mobiliteit en veiligheid opgestart met Marokko en Tunesië, waarmee de weg wordt geëffend voor mobiliteitspartnerschappen. In de mededeling wordt voorgesteld een dialoog met Jordanië aan te vatten.

Als antwoord op het verzoek van de Europese Raad van maart 2012 wordt in het werkdocument van de diensten van de Commissie “Partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart ” een routekaart voorgesteld met doelstellingen, instrumenten en acties voor de tenuitvoerlegging van het EU-beleid ten aanzien van de zuidelijke mediterrane partners.

Zoals overeengekomen op de top van het Oostelijke partnerschap in Warschau in 2011, wordt in een afzonderlijke gezamenlijke mededeling een routekaart voorgesteld met het oog op de top van het Oostelijke partnerschap van het najaar 2013. De mededeling beschrijft voor het eerst het volledige spectrum van de bilaterale en multilaterale activiteiten in het kader van het Oostelijke partnerschap. De routekaart bevestigt opnieuw het gezamenlijke engagement van de EU en de oostelijke partnerlanden voor democratische hervormingen en economische omvorming en stelt een ambitieus werkprogramma vast met het oog op de top van volgend jaar in Vilnius. Dit werkprogramma zal een impuls zijn voor de doelstellingen van het Oostelijke partnerschap: een versnelde politieke associatie en diepgaande economische integratie van de partnerlanden met de EU; grotere mobiliteit van de burgers in een veilig en goed bestuurd milieu; bevordering van de samenwerking over een breed spectrum van sectoren.

“Het Oostelijke partnerschap pakt de nog niet afgewerkte omvorming aan”, aldus nog hoge vertegenwoordiger Ashton. “Ik vertrouw erop dat de routekaart de partnerlanden zal helpen de overgang naar de democratie en een marktgeoriënteerde economie te versnellen door ter ondersteuning van het hervormingsproces een instrument tot toezicht aan te bieden. Hoe tastbaarder de resultaten zijn die de partnerlanden boeken, des te meer zal de EU bereid zijn om hun steun te verlenen. Het is ook van groot belang dat de partners nieuwe inspanningen doen om conflicten op te lossen die de regio al te lang hebben geteisterd. De EU staat klaar om haar steun op te voeren voor de landen die bereid zijn moedige besluiten te nemen en de bladzijde om te draaien.”

Commissaris Füle voegde daaraan toe: “Het verheugt me dat dit beleidsinstrument werd ontwikkeld in overleg met de EU-lidstaten, onze Oost-Europese partners en de maatschappelijke organisaties. De routekaart biedt op transparante wijze voor alle partners een overzicht van de doelstellingen van het Oostelijke partnerschap, de verwachte beleidsmaatregelen van de kant van de partners, de EU-steun om deze doelstellingen te bereiken, en een aanduiding van wat tegen de volgende top van het Oostelijke partnerschap in het najaar van 2013 kan worden bereikt.”

De beschikbare documentatie omvat het volgende:

  • De gezamenlijke mededeling: "Resultaten boeken voor een nieuw Europees nabuurschapsbeleid”

  • De gezamenlijke mededeling: “Een routekaart met het oog op de top van het Oostelijke partnerschap in het najaar van 2013"

  • Twee gezamenlijke werkdocumenten van de diensten van de Commissie met details over de bilaterale en multilaterale dimensies van de routekaart van het Oostelijke partnerschap

  • Twaalf gezamenlijke werkdocumenten van de diensten van de Commissie tot evaluatie van de geboekte vooruitgang van de individuele ENB-partnerlanden (landenverslagen)

  • Een verslag getiteld “Een partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart” betreffende het zuidelijke Middellandse-Zeegebied, inclusief routekaart

  • Een verslag over het Oostelijke partnerschap

  • Een statistische bijlage

  • Een stel van 16 memo’s met een samenvatting van de stand van zaken in de nabuurschapslanden

Contact:

Peter Stano (+32 2 295 74 84)

Anca Paduraru (+32 2 296 64 30)

Michael Mann (+32 2 299 97 80)

Maja Kocijancic (+32 2 298 65 70)

Sebastien Brabant (+32 2 298 64 33)


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site