Navigation path

Left navigation

Additional tools

Ontwerpbegroting 2013: investeren in groei en werkgelegenheid

European Commission - IP/12/393   25/04/2012

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Europese Commissie - Persbericht

Ontwerpbegroting 2013: investeren in groei en werkgelegenheid

Brussel, 25 april 2012 – De vandaag door de Commissie voorgestelde EU‑ontwerpbegroting voor 2013 geeft invulling aan de verklaringen van de Europese Raad dat groei en werkgelegenheid in de EU alleen tot stand kunnen komen door een combinatie van begrotingsdiscipline en investeringen in toekomstige groei.

De EU-begroting is in dit opzicht complementair met de inspanningen die de lidstaten leveren doordat de bestedingen worden toegespitst op de prioritaire terreinen van de Europa 2020-strategie voor groei. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met de moeilijke economische context en de druk op de nationale begrotingen. In de ontwerpbegroting 2013 worden de toekomstige uitgaven aan banden gelegd en blijft de verhoging van de vastleggingen (d.w.z. de toekomstige betalingen) beperkt tot de inflatie (2%). Voor het administratieve budget van de Commissie geldt een bevriezing ‑ verre van een aanpassing voor de inflatie – en het personeelsbestand van de Commissie wordt met 1% verminderd als eerste stap in de richting van een personeelsinkrimping met 5% over een periode van vijf jaar.

Tegelijkertijd wordt voorgesteld 6,8% meer uit te trekken voor betalingen om een rechtstreekse bijdrage te leveren aan de groei en de werkgelegenheid in Europa. De EU-begroting moet immers de contractuele verbintenissen nakomen die in het lopende jaar en de vorige jaren ten aanzien van de lidstaten en andere begunstigden zijn aangegaan.

62,5 miljard euro aan betalingskredieten wordt geoormerkt voor werkgelegenheidsbevorderende groei in Europa. Bijzondere inspanningen zijn geleverd waar het gaat om de kaderprogramma's voor onderzoek (9,0 miljard euro, plus 28,1% ten opzichte van 2012), het programma Concurrentievermogen en innovatie (546,4 miljoen euro, plus 47,8%), de Structuurfondsen en het Cohesiefonds (49 miljard euro, plus 11,7%) en een leven lang leren (1,2 miljard euro, plus 15,8%).

"Wij zijn het volledig eens met de oproep van de voorbije Europese Raden om de EU-middelen beter te besteden om Europa uit de crisis te helpen," aldus Janusz Lewandowski, commissaris voor Financiële programmering en begroting. In de huidige omstandigheden zijn de nationale begrotingen en de EU-begroting meer dan ooit onlosmakelijk met elkaar verbonden: de lidstaten moeten pijnlijke, maar onvermijdelijke bezuinigingen doorvoeren en de EU-begroting wordt gefocust op investeringen,waardoor zij als buffer tegen de crisis fungeert. Bezuinigingen alleen kunnen de groei niet herstellen; Europa moet nu verstandig investeren in zijn toekomst. Dat is het doel dat de EU-begroting moet dienen en het uitgangspunt voor de ontwerpbegroting 2013."

Bezuinigingen en kostenefficiëntie

Bezuinigingen alleen bieden geen uitweg uit de crisis. Er moet ook geïnvesteerd worden. Maar het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Daarom wordt in de ontwerpbegroting 2013 sterk de nadruk gelegd op bezuinigingen én kostenefficiëntie.

Omdat betalingen het gevolg zijn van in het verleden gedane vastleggingen en moet worden voorkomen dat die betalingen in toekomstige EU-begrotingen de pan uit rijzen, stelt de Commissie een bescheiden verhoging (2%) van de vastleggingskredieten voor, met niet meer dan de huidige inflatie. Bovendien zullen de geplande verhogingen uitsluitend naar groei en werkgelegenheid gaan.

Voorts zijn de begrotingsonderdelen voor programma's zonder tastbare resultaten geschrapt en is er bij alle EU-instellingen en –agentschappen op aangedrongen maximaal te besparen. Voor de meeste EU-agentschappen komt dit neer op een reële verlaging van hun jaarlijkse budget.

"De grote meerderheid van de EU-burgers wordt dagelijks geconfronteerd met de pijnlijke gevolgen van de crisis doordat hun nationale, regionale en lokale overheden moeten bezuinigen," aldus nog Janusz Lewandowski. "Ook al zijn bij het Verdrag van Lissabon nieuwe bevoegdheden aan de EU-instellingen verleend, het zou onaanvaardbaar mochten zij zonder meer op de oude voet doorgaan. Tevens is het zinvol om middelen van programma's waarmee geen bevredigende resultaten worden geboekt, over te hevelen naar prioritaire werkterreinen zoals kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), jeugd en werkgelegenheid."

Algemene cijfers

In totaal bedraagt de ontwerpbegroting voor 2013 150,9 miljard euro aan vastleggingskredieten, wat 2% meer is dan vorig jaar en overeenkomt met het huidige inflatiepeil. De betalingskredieten belopen 137,9 miljard euro, d.i. een stijging met 6,8%, en vloeien logischerwijze voort uit in het verleden aangegane verplichtingen.

Volgens Janusz Lewandowski "kunnen de burgers zich terecht afvragen waarom in deze tijden van crisis om een verhoging van de betalingen met 6,8% wordt gevraagd. Hiervoor zijn twee redenen aan te geven. Ten eerste is 2013 het laatste jaar van de lopende financieringsperiode en het is gebruikelijk dat zich in dat jaar een scherpe toename van de betalingskredieten voordoet omdat door de EU overal in Europa gefinancierde projecten worden voltooid. Er zijn in het algemeen belang bruggen, spoorwegen en autowegen gebouwd, en de rekeningen daarvoor moeten nu worden betaald. Ten tweede hebben de lidstaten de voorbije jaren ‑ in de Raad en het Europees Parlement ‑ EU-begrotingen vastgesteld die beduidend lager waren dan onze geraamde betalingsbehoeften. Hierdoor zijn er jaar na jaar meer rekeningen onbetaald gebleven, wat voor een sneeuwbaleffect heeft gezorgd: elk jaar konden sommige juridische verbintenissen niet worden nagekomen bij gebrek aan middelen. Als de elektriciteits- of gasrekening in de bus valt, moet er betaald worden, ook als men van plan is te besparen..."

Opmerking bij de cijfers: in de ontwerpbegroting is geen rekening gehouden met de kosten van de toetreding van Kroatië tot de EU in juli 2013 (toegang tot de EU-fondsen).

Het verdere verloop van de procedure

De EU-begroting wordt vastgesteld door de Raad en het Europees Parlement.

Eerst zal de Raad zijn standpunt over de ontwerpbegroting in juli 2012 bekendmaken en vervolgens het Europees Parlement. Indien de Raad en het Parlement het niet eens worden, wordt een 21-daagse bemiddelingsprocedure ingeleid.

Voor meer informatie:

Homepage van Janusz Lewandowski, commissaris voor Financiële programmering en begroting

http://ec.europa.eu/commission_2010-2014/lewandowski/index_en.htm

Homepage DG Financiële programmering en begroting:

http://ec.europa.eu/budget/index_en.cfm

Contact:

Patrizio Fiorilli (+32 2 295 81 32)

Monika Sikorska (+32 2 295 23 92)

ONTWERPBEGROTING 2013 IN EEN OOGOPSLAG

Begroting 2012 (1)

Ontwerpbegroting 2013

Verschil

Verschil

VK

BK

VK

BK

VK

BK

VK

BK

1. Duurzame groei

68 155,6

55 336,7

70 531,0

62 527,8

3,5%

13,0%

2 375,4

7 191,1

- Concurrentiekracht ter bevordering van groei en werkgelegenheid

15 403,0

11 501,0

16 032,0

13 552,8

4,1%

17,8%

629,0

2 051,8

- Samenhang ter bevordering van groei en werkgelegenheid

52 752,6

43 835,7

54 498,9

48 975

3,3%

11,7%

1 746,4

5 139,3

2. Instandhouding en beheer van natuurlijke hulpbronnen

59 975,8

57 034,2

60 307,5

57 964,9

0,6%

1,6%

331,7

930,7

3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (2)

2 083,3

1 502,3

2 081,6

1 574,6

-0,1%

4,8%

-1,7

72,3

- Vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid

1 367,8

835,6

1 392,2

928,3

1,8%

11,1%

24,4

92,8

- Burgerschap (3)

715,5

666,8

689,4

646,3

-3,6%

-3,1%

-26,1

-20,5

4. De EU als mondiale partner

9 405,9

6 955,1

9 467,2

7 311,6

0,7%

5,1%

61,2

356,5

5. Administratie

8 279,6

8 277,7

8 544,4

8 545,5

3,2%

3,2%

264,8

267,8

Totaal

147 900,2

129 106,1

150 931,7

137 924,4

2,0%

6,8%

3 031,5

8 818,3

Kredieten als % van het bni

1,14 %

0,99 %

1,13%

1,03 %

(1) De begroting 2012 omvat ook gewijzigde begroting 1 en de ontwerpen van gewijzigde begroting 2 en 3.

(2) Indien in de vergelijking voor rubriek 3 geen rekening wordt gehouden met het Solidariteitsfonds van de EU, stijgen de vastleggings- en betalingskredieten met respectievelijk 0,8% en 6,1%.

(3) Indien in de vergelijking voor rubriek 3b geen rekening wordt gehouden met het Solidariteitsfonds van de EU, dalen de vastleggings- en betalingskredieten met respectievelijk 1,2 % en 0,4 %.

Ontwerpbegroting 2013 – VASTLEGGINGEN


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website