Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 14 november 2012

Meer vrouwen in raden van commissarissen: Europese Commissie stelt quotum van 40% voor

Vandaag stelt de Europese Commissie een maatregel voor om het glazen plafond te doorbreken dat talentvolle vrouwen nog steeds belet door te dringen tot topfuncties in het Europese bedrijfsleven. Deze nieuwe wetgeving moet ervoor zorgen dat ten minste 40% van de niet-uitvoerende bestuursposities bij beursgenoteerde ondernemingen wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht. Deze regel geldt niet voor kleine en middelgrote ondernemingen. Momenteel worden raden van commissarissen en bestuur gedomineerd door één geslacht: 85% van de niet-uitvoerende bestuurders en 91,1% van de uitvoerende is man; respectievelijk 15% en 8,9% is vrouw. Ondanks een intensief openbaar debat en enkele vrijwillige initiatieven op nationaal en Europees niveau is de situatie de afgelopen jaren niet wezenlijk verbeterd: sinds 2003 is het percentage vrouwen in raden van bestuur jaarlijks met gemiddeld slechts 0,6 procentpunt toegenomen.

Daarom stelt de Commissie nu Europese wetgeving voor om sneller vooruitgang te boeken met betrekking tot het evenwicht tussen mannen en vrouwen in de raden van commissarissen van Europese bedrijven. Het betreft een gezamenlijk voorstel van vicevoorzitter Viviane Reding (Justitie, grondrechten en burgerschap), vicevoorzitter Antonio Tajani (Industrie en ondernemerschap), vicevoorzitter Joaquín Almunia (Mededinging), vicevoorzitter Olli Rehn (Economische en monetaire zaken), commissaris Michel Barnier (Interne markt en diensten) en commissaris László Andor (Werkgelegenheid en sociale zaken).

De Commissie geeft hiermee gehoor aan de oproep van het Europees Parlement, dat herhaaldelijk met een grote meerderheid heeft aangedrongen op wetgeving inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen in leidinggevende functies in het bedrijfsleven, met name in de resoluties van 6 juli 2011 en 13 maart 2012.

De richtlijn formuleert als doelstelling dat van de niet-uitvoerende bestuursleden van beursgenoteerde ondernemingen 40% van het ondervertegenwoordigde geslacht moet zijn. Bedrijven die onder dit percentage van 40% blijven, moeten de kwalificaties van alle kandidaten voor deze posities onderwerpen aan een vergelijkende analyse op grond van heldere, genderneutrale en ondubbelzinnige criteria. Bij gelijke kwalificaties dient voorrang te worden gegeven aan het ondervertegenwoordigde geslacht. Dit moet ertoe leiden dat beursgenoteerde ondernemingen de doelstelling van ten minste 40% in 2020 hebben gehaald. Overheidsbedrijven – waarin de invloed van de overheid bepalend is – hebben twee jaar minder tijd en moeten er in 2018 aan voldoen. Het voorstel is naar verwachting van toepassing op ongeveer 5 000 beursgenoteerde ondernemingen in de Europese Unie. Het geldt niet voor kleine en middelgrote ondernemingen (met minder dan 250 werknemers en een wereldwijde jaarlijkse omzet van ten hoogste 50 miljoen euro) en niet-beursgenoteerde ondernemingen.

Commissievoorzitter José Manuel Barroso: "Met de vandaag voorgestelde richtlijn geeft de Europese Commissie gehoor aan het krachtige verzoek van het Europees Parlement tot het nemen van EU-maatregelen om gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in raden van commissarissen tot stand te brengen. Wij vragen grote beursgenoteerde bedrijven in heel Europa om te laten zien dat zij een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen bij de economische besluitvorming serieus nemen. Op mijn initiatief is het aantal vrouwelijke commissarissen aanzienlijk vergroot: de huidige Commissie bestaat voor een derde uit vrouwen."

Vicevoorzitter Viviane Reding, EU-commissaris voor Justitie: "De Europese Unie stimuleert al meer dan vijftig jaar gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Er is echter één plaats waar geen vooruitgang is geboekt: de bestuurskamer. Uit de vorderingen die nu worden gemaakt door landen als België, Frankrijk en Italië, die recent wetgeving hebben vastgesteld, blijkt duidelijk dat regelgeving met deadlines resultaten afwerpt. Het voorstel van de Commissie betekent dat bij selectieprocedures voor niet-uitvoerende bestuursleden de voorkeur uitgaat naar vrouwelijke kandidaten, gesteld dat zij over dezelfde kwalificaties beschikken en dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn.

Ik dank de vele leden van het Europees Parlement die onvermoeibaar strijden voor deze zaak en dankzij wie ik dit voorstel hebben kunnen uitwerken."

Trage vooruitgang en versnipperde regelgeving in elf lidstaten

Slechts een op de zeven (13,7%) leden van bestuurskamers van Europese topbedrijven is een vrouw. Dit is slechts een kleine verbetering ten opzichte van de 11,8% van 2010. In dit tempo duurt het nog veertig jaar voordat er sprake is van een evenwichtige man-vrouwverhouding (dat wil zeggen tenminste 40% van beide geslachten).

Een aantal EU-lidstaten heeft daarom wetten aangenomen inzake de samenstelling van raden van bestuur. Elf lidstaten (België, Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje, Portugal, Denemarken, Finland, Griekenland, Oostenrijk en Slovenië) hebben rechtsinstrumenten vastgesteld ter bevordering van het evenwicht in raden van bestuur. In acht van deze landen is deze wetgeving van toepassing op overheidsbedrijven (zie de gegevens per land). Elf andere lidstaten kennen geen maatregelen voor zelfregulering of wetgeving op dit gebied. Deze juridische versnippering vormt een risico voor de goede werking van de interne markt, aangezien verschillen in vennootschapsrechtelijke regels en sancties de situatie voor bedrijven ingewikkelder kunnen maken en zij mogelijk worden weerhouden van grensoverschrijdende investeringen. Daarom wordt met het vandaag gepresenteerde voorstel gestreefd naar een coherent Europees kader voor positieve discriminatie.

Belangrijkste elementen van het voorstel

In de richtlijn wordt als minimumdoelstelling vastgesteld dat in 2020 40% van de niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde bedrijven in Europa van het ondervertegenwoordigde geslacht moet zijn. Beursgenoteerde overheidsbedrijven moeten al in 2018 aan deze doelstelling voldoen.

Daarnaast bevat het voorstel ter aanvulling "flexquota", die de beursgenoteerde bedrijven zelf moeten vaststellen voor de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen als uitvoerende bestuurders. Deze zelfreguleringsdoelstellingen moeten in 2020 zijn bereikt (2018 voor overheidsbedrijven). Bedrijven moeten jaarlijks verslag uitbrengen over de vooruitgang.

Kwalificaties en verdiensten blijven de belangrijkste criteria voor een functie in een raad van bestuur. De richtlijn stelt een minimale harmonisering van vereisten inzake bedrijfsbestuur in, aangezien benoemingsbesluiten op objectieve kwalificatiecriteria zullen moeten worden gebaseerd. Er zijn waarborgen ingebouwd waardoor het ondervertegenwoordigde geslacht niet automatisch en onvoorwaardelijk promotie maakt. Overeenkomstig de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie inzake positieve discriminatie wordt bij gelijke geschiktheid de voorkeur gegeven aan kandidaten van het ondervertegenwoordigde geslacht, tenzij een objectieve beoordeling op grond van alle criteria die specifiek op de individuele kandidaten van toepassing zijn, de balans ten gunste van een kandidaat van het andere geslacht doet doorslaan. Lidstaten die al een systeem hebben ingevoerd, mogen dat handhaven, mits het even doeltreffend is als het voorgestelde systeem. Ook blijft het de lidstaten vrijstaan om maatregelen te treffen die verder gaan dan het voorstel.

De lidstaten moeten zelf passende, afschrikkende sancties vaststellen voor bedrijven die de richtlijn overtreden.

Subsidiariteit en evenredigheid van het voorstel: de doelstelling van 40% geldt voor beursgenoteerde ondernemingen, vanwege hun economisch belang en grote zichtbaarheid. Het voorstel geldt niet voor kleine en middelgrote ondernemingen. De doelstelling van 40% geldt alleen voor niet-uitvoerende bestuurders. Overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving is de richtlijn een tijdelijke maatregel, die in 2028 verstrijkt.

"Deze maatregel moet snel leiden tot een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen in de Europese bestuurskamers. Wanneer er eenmaal vooruitgang is geboekt, zal de maatregel niet langer nodig zijn", voegt vicevoorzitter Reding toe.

Achtergrond

De EU is al sinds 1957 bevoegd om wetgeving op te stellen inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen (zie SPEECH/12/702). Al in 1984 en 1996 deed de Raad aanbevelingen inzake de evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de besluitvorming. Daarnaast heeft het Europees Parlement in verschillende resoluties opgeroepen tot het vaststellen van bindende quota op EU-niveau.

Meer gelijkheid in de besluitvorming is een van de doelstellingen van het Europese Vrouwenhandvest (zie IP/10/237), dat door voorzitter José Manuel Barroso en vicevoorzitter Viviane Reding in maart 2010 werd gepresenteerd. De Commissie gaf verder invulling aan deze verbintenissen toen zij in september 2010 haar strategie voor gelijkheid van vrouwen en mannen voor de komende vijf jaar vaststelde (zie IP/10/1149 en MEMO/10/430).

Uit een verslag van de Commissie van maart 2012 bleek dat raden van bestuur in de hele EU momenteel worden gedomineerd door één geslacht. Er zijn grote verschillen tussen landen: in Finland bestaat het bestuur van de grootste ondernemingen voor 27% uit vrouwen en in Letland voor 26%, maar in Malta slechts voor 3% en in Cyprus voor 4%.

Het afgelopen jaar heeft het streven naar meer vrouwen in raden van bestuur meer opgeleverd dan vele jaren daarvoor (een stijging van 1,9 procentpunt tussen oktober 2010 en januari 2012, tegenover een gemiddelde stijging van 0,6 procentpunt per jaar in de laatste tien jaar). Deze stijging is te danken aan de oproepen van de Commissie en het Europees Parlement (MEMO/11/487) en aan een aantal nationale wetgevingsmaatregelen. Over het geheel genomen gaat de verandering echter tergend langzaam. Het percentage vrouwelijke bestuursvoorzitters van grote ondernemingen is zelfs gedaald van 3,4% in 2010 tot 3,2% in januari 2012.

Concrete vooruitgang is eerder uitzondering dan regel. Vooruitgang is alleen zichtbaar in landen die bindende wetgeving hebben vastgesteld. Frankrijk voerde in januari 2011 wettelijke quota in en neemt alleen meer dan 40% van de totale verandering in de EU tussen oktober 2010 en januari 2012 voor zijn rekening.

In maart 2011 daagde EU-commissaris Viviane Reding beursgenoteerde bedrijven in Europa uit om vrijwillig het aantal vrouwen in hun raad van bestuur te vergroten en de intentieverklaring "Meer vrouwen in topfuncties" (MEMO/11/124) te ondertekenen. Ondernemingen die de verklaring onderteken beloven dat hun bestuur in 2015 voor 30% uit vrouwen zal bestaan en in 2020 voor 40%. Na een jaar hadden echter slechts 24 ondernemingen in Europa de intentieverklaring ondertekend.

Om na te gaan welke maatregelen kunnen worden genomen om deze hardnekkige ondervertegenwoordiging van vrouwen in bestuursfuncties te verhelpen, heeft de Commissie een openbare raadpleging georganiseerd (zie IP/12/213), die een groot aantal reacties opleverde. Vervolgens heeft de Commissie de verschillende beleidsopties geanalyseerd.

Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat evenwichtig samengestelde raden van bestuur de financiële resultaten van bedrijven kunnen verbeteren. Een groter percentage vrouwen in topfuncties kan bijdragen tot een productiever en innovatiever werkklimaat en een beter bedrijfsresultaat door een meer diverse en collectieve benadering, die rekening houdt met meer gezichtspunten en daardoor tot evenwichtiger besluiten leidt. Daarnaast is tegenwoordig 60% van de universitair afgestudeerden vrouw, maar slechts enkelen van hen dringen door tot de top van het bedrijfsleven. Als topfuncties beter bereikbaar zijn voor vrouwen, zullen meer vrouwen zich op de arbeidsmarkt begeven en blijven werken, waardoor de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt. Dit draagt ook bij tot de verwezenlijking van de doelstelling van Europa 2020 – de groeistrategie van de EU – om de arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen tussen 20 en 64 jaar tussen nu en 2020 te vergroten tot 75%.

Meer informatie

MEMO/12/860

Persdossier – Vrouwen in raden van bestuur:

http://ec.europa.eu/justice/newsroom/gender-equality/news/121114_en.htm
Eurobarometer over gelijke kansen voor mannen en vrouwen:

http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/ebs/ebs_376_en.pdf

Gegevens over gelijke kansen voor mannen en vrouwen

Gendergelijkheid binnen de Europese Commissie

http://ec.europa.eu/justice/newsroom/gender-equality/news/121114_en.htm

Gendergelijkheid in de lidstaten

http://ec.europa.eu/justice/gender-equality/files/womenonboards/factsheet-general-2_en.pdf

De rechtsgrondslag voor een Europees initiatief

http://ec.europa.eu/justice/gender-equality/files/womenonboards/factsheet-general-3_en.pdf

De economische argumenten voor wetgeving

http://ec.europa.eu/justice/gender-equality/files/womenonboards/factsheet-general-1_en.pdf

Video over man-vrouwevenwicht in raden van bestuur:

http://youtu.be/OTlP4Ek3WP8

Homepage van vicevoorzitter Viviane Reding, EU-commissaris voor Justitie:

http://ec.europa.eu/reding

Databank van de Europese Commissie over vrouwen en mannen in de besluitvorming:

http://ec.europa.eu/justice/gender-equality/gender-decision-making/database/index_en.htm

Contact:

Mina Andreeva (+32 2 299 13 82)

Natasha Bertaud (+32 2 296 74 56)

Bijlage

Figuur 1: Vrouwen en mannen in de raden van bestuur van de grootste beursgenoteerde ondernemingen, januari 2012

Bron: Europese Commissie, Databank over vrouwen en mannen in de besluitvorming en Eurostat, onderzoek beroepsbevolking.

Opmerking: Deze gegevens hebben betrekking op leden van de raad van bestuur (de raad van commissarissen wanneer de toezichthoudende en uitvoerende functies gescheiden zij. Voorzitters inbegrepen). Gegevens over de arbeidsparticipatie niet beschikbaar voor Servië; gegevens over tertiair onderwijs niet beschikbaar voor Luxemburg, Griekenland en Servië.

Figuur 2: Vrouwen en mannen in de raden van bestuur van de grootste beursgenoteerde ondernemingen, uitvoerende en niet-uitvoerende bestuursleden, januari 2012

Bron: Databank van de Europese Commissie over vrouwen en mannen in de besluitvorming.

Opmerking: Voor landen met een eenlagig bestuursstelsel hebben de gegevens over niet-uitvoerende bestuurders betrekking op de niet-uitvoerende leden van de raad van bestuur, en de gegevens over uitvoerende bestuurders op de uitvoerende leden van de raad van bestuur. In een tweelagig stelsel hebben de gegevens over niet-uitvoerende bestuurders betrekking op de leden van de raad van commissarissen en de gegevens over uitvoerende bestuurders op de leden van de raad van bestuur. Soms hebben in de raad van commissarissen ook een of meer uitvoerende leden zitting (bijvoorbeeld de algemeen directeur en de financieel directeur). Personen die zitting hebben in beide raden, worden slechts eenmaal meegeteld, namelijk als uitvoerend bestuurder. De cijfers over de niet-uitvoerende bestuurders hebben in dat geval nog steeds betrekking op het totale aantal leden van de raad van commissarissen en bevatten dus mogelijk een of meer uitvoerende bestuurders, maar deze aantallen zijn niet significant en zullen het eindresultaat niet wezenlijk beïnvloeden.

Figuur 3: Percentages vrouwelijke uitvoerende en niet-uitvoerende bestuursleden, januari 2012

Lidstaat

Uitvoerend

(vrouwen/totaal)

% vrouwen

Niet-uitvoerend

(vrouwen/totaal)

% vrouwen

Bestuursvoorzitters

(vrouwen/totaal)

EU-27

8,9%

15%

2,7%

Oostenrijk

2,2%

11,2%

0%

België

3,7%

11,7%

0%

Bulgarije

14,8%

15,1%

6,7%

Cyprus

8,2%

3,3%

5,6%

Tsjechië

4,7%

15,4%

0%

Denemarken

11%

16,1%

5,6%

Estland

13,9%

6,7%

0%

Finland

14,9%

27,9%

0%

Frankrijk

3,3%

24,2%

0%

Duitsland

4,2%

15,6%

0%

Griekenland

5,8%

8,1%

0%

Hongarije

1,4%

5,4%

0%

Ierland

6,8%

9,4%

0%

Italië

0,8%

7,1%

0%

Letland

21,4%

25,9%

3,2%

Litouwen

13,3%

17,5%

7,7%

Luxemburg

0%

7,2%

0%

Malta

11,1%

2,7%

5,3%

Nederland

8,8%

18,8%

10%

Polen

8,2%

11,8%

0%

Portugal

7,6%

5,4%

0%

Roemenië

30,6%

10,5%

9%

Slowakije

13,5%

13,5%

10%

Slovenië

19,7%

15,9%

0%

Spanje

2,6%

13,1%

2,9%

Zweden

4%

26,5%

3,8%

Verenigd Koninkrijk

6,5%

18,7%

6%

Figuur 4: Percentage vrouwen in de raden van bestuur van de grootste beursgenoteerde ondernemingen, 2010-2012

(% van totale aantal bestuursleden)

 

Okt. 2010

Okt. 2011

Jan. 2012

EU-27

11,8

13,6

13,7

België

10,5

10,9

10,7

Bulgarije

11,2

15,2

15,6

Tsjechië

12,2

15,9

15,4

Denemarken

17,7

16,3

16,1

Duitsland

12,6

15,2

15,6

Estland

7,0

6,7

6,7

Ierland

8,4

8,8

8,7

Griekenland

6,2

6,5

7,4

Spanje

9,5

11,1

11,5

Frankrijk

12,3

21,6

22,3

Italië

4,5

5,9

6,1

Cyprus

4,0

4,6

4,4

Letland

23,5

26,6

25,9

Litouwen

13,1

14,0

14,5

Luxemburg

3,5

5,6

5,7

Hongarije

13,6

5,3

5,3

Malta

2,4

2,3

3,0

Nederland

14,9

17,8

18,5

Oostenrijk

8,7

11,1

11,2

Polen

11,6

11,8

11,8

Portugal

5,4

5,9

6,0

Roemenië

21,3

10,4

10,3

Slovenië

9,8

14,2

15,3

Slowakije

21,6

14,6

13,5

Finland

25,9

26,5

27,1

Zweden

26,4

24,7

25,2

Verenigd Koninkrijk

13,3

16,3

15,6

Bron: Databank van de Europese Commissie over vrouwen en mannen in de besluitvorming: http://ec.europa.eu/justice/gender-equality/gender-decision-making/database/index_en.htm

De gegevens hebben betrekking op leden van de raad van bestuur (raad van commissarissen wanneer de toezichthoudende en uitvoerende functies gescheiden zijn; voorzitters zijn meegeteld).

Figuur 5: Bijna negen van de tien Europeanen vinden dat leidinggevende functies in het bedrijfsleven bij gelijke geschiktheid gelijk verdeeld moeten zijn over mannen en vrouwen.

Figuur 6: Driekwart van de Europeanen is vóór wetgeving inzake man-vrouwevenwicht in raden van bestuur


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site