Navigation path

Left navigation

Additional tools

Digitale agenda: Commissie verzoekt Hof van Justitie om België te beboeten vanwege ondoorzichtige "must-carry"-regels voor tv en radio

European Commission - IP/12/1144   24/10/2012

Other available languages: EN FR DE

Europese Commissie

Persbericht

Brussel, 24 oktober 2012

Digitale agenda: Commissie verzoekt Hof van Justitie om België te beboeten vanwege ondoorzichtige "must-carry"-regels voor tv en radio

De Europese Commissie verzoekt het Hof van Justitie om België een boete op te leggen, omdat het de telecomregels van de EU niet correct heeft toegepast bij de toekenning van het "must-carry"-statuut aan omroepdiensten. Het Hof had zich hierover nochtans al in maart 2011 uitgesproken. Volgens een "must-carry"-regeling zijn kabelmaatschappijen en telecomexploitanten verplicht om bepaalde radio- en televisiezenders en -diensten door te geven als een aanzienlijk deel van de gebruikers deze als voornaamste middel gebruiken om radio- of tv-uitzendingen te ontvangen. De Commissie stelt een vast boetebedrag voor op basis van 5397 euro per dag voor de periode tussen de eerste en de tweede, finale uitspraak van het Hof en een boete van 31251,20 euro voor elke dag na de tweede uitspraak totdat België gehoor geeft aan de uitspraak.

Volgens de wetgeving van de EU en in het bijzonder de universeledienstrichtlijn moeten de regels duidelijk zijn omschreven alsmede evenredig en transparant zijn als een lidstaat besluit om "must-carry"-verplichtingen op te leggen aan netwerkexploitanten zoals kabelmaatschappijen, die bepaalde televisie- of radiozenders doorgeven. Het Hof van Justitie heeft in december 2007 geantwoord op een prejudiciële vraag over de must-carrywetgeving in het tweetalige gebied Brussels Hoofdstad, en stelde daarbij duidelijk dat de procedure om te bepalen op welke omroepen de doorgifteverplichting van toepassing is, transparant moet zijn en dat de regels en procedures gebaseerd moeten zijn op objectieve, niet-discriminerende en vooraf bepaalde criteria (zie C/250/06, UPC België e.a.)

In november 2008 kreeg België een eerste waarschuwing van de Commissie, omdat het geen transparante procedure had voor de bepaling van verplicht door te geven zenders. Hierdoor was het moeilijk voor omroepen en netwerkexploitanten om hun rechten en plichten te kennen.

In oktober 2009 heeft de Commissie besloten om België voor het Hof van Justitie te dagen (IP/09/1491). Op 3 maart 2011 deed het Hof uitspraak: de Belgische doorgifteplicht in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad was niet in overeenstemming met de EU-wetgeving. Aan de beslissing van vandaag om België opnieuw voor het Hof te dagen voor een boete, ging in september 2011 laatste waarschuwing van de Commissie vooraf.

Achtergrond

De universeledienstrichtlijn maakt deel uit van de telecomwetgeving van de EU en verplicht de lidstaten een minimumniveau van beschikbaarheid en betaalbaarheid van de basisdiensten te garanderen, waarbij aan de consumenten een aantal basisrechten worden verleend. Op grond van deze richtlijn kunnen de EU-landen redelijke doorgifteverplichtingen vaststellen om redenen van algemeen belang die duidelijk moeten zijn omschreven (zoals pluralisme van de media) als de betrokken zenders voor een aanzienlijk aantal klanten de belangrijkste bron van radio- of televisieuitzendingen zijn. Dergelijke doorgifteverplichtingen moeten evenredig en transparant zijn.

Nuttige links

Overzicht van inbreukprocedures op het gebied van telecommunicatie

Over het pakket inbreukbesluiten van oktober: MEMO/12/794

Voor meer informatie over EU-inbreukprocedures: MEMO/12/12

Website van de Digital Agenda

Contact:

Ryan Heath (+32 2 296 17 16), Twitter: @RyanHeathEU

Linda Cain (+32 2 299 90 19)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website