Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Persbericht

Staatssteun: Commissie organiseert raadpleging over steun aan de filmsector

Brussel, 20 juni 2011 – De Europese Commissie heeft een openbare raadpleging georganiseerd met het oog op de herziening van de criteria voor de toepassing van de EU-staatssteunregels op financiële steun van de lidstaten voor filmproductie en –distributie. De huidige mededeling inzake de filmsector is tien jaar oud. De Commissie heeft een discussienota gepubliceerd waarin wordt aangegeven op welke gebieden reflectie nodig is, zoals de concurrentie waarbij staatssteun wordt gebruikt om grote filmproductiemaatschappijen aan te trekken, of de ondersteuning van andere activiteiten dan productie. De Commissie verzoekt de belanghebbenden hun opmerkingen uiterlijk op 30 september 2011 in te dienen.

Joaquín Almunia, vicevoorzitter van de Europese Commissie en belast met het mededingingsbeleid verklaarde: "Alvorens toekomstige staatssteunregels voor deze belangrijke sector uit te werken, willen mijn collega's en ik de meningen bundelen over wat de gemeenschappelijke Europese doelstelling van een dergelijke ondersteuning zou moeten zijn. Ondermijnt een subsidiewedloop om grote VS-filmproducties aan te trekken bijvoorbeeld de efficiëntie van de steun ten behoeve van kleinere Europese films? Dient het toepassingsgebied van onze regels verder te gaan dan alleen de stimulering van meer filmproducties? Is er behoefte aan ondersteuning om filmmakers aan te zetten de mogelijkheden van de digitale revolutie uit te testen? Pas wanneer we een duidelijker beeld zullen hebben over dergelijke kwesties kunnen wij passende staatssteunregels beginnen uit te werken."

In het kader van de raadpleging komen onder meer de volgende discussiepunten aan bod:

  • de concurrentie tussen een aantal lidstaten die staatssteun gebruiken om buitenlandse investeringen van grote filmproductiemaatschappijen, hoofdzakelijk uit de VS, aan te trekken;

  • het verlenen van steun aan andere aspecten dan film- en tv-productie (zoals filmdistributie en digitale projectie);

  • verplichtingen inzake territorialisering van de uitgaven die door bepaalde filmsteunregelingen zijn opgelegd en

  • de vraag of de specifieke staatssteunregels voor de audiovisuele sector aangepast moeten of kunnen worden aan nieuwe technologieën, nieuwe creatieve concepten en de verandering in het consumentengedrag.

De EU-lidstaten besteden naar schatting 2,3 miljard EUR per jaar aan de ondersteuning van de filmsector: 1,3 miljard EUR voor subsidies en zachte leningen en 1 miljard EUR in de vorm van fiscale stimuleringsmaatregelen. Ongeveer 80% daarvan is bestemd voor de filmproductie. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië en Spanje zijn de belangrijkste steunverlenende lidstaten.

De raadpleging van de Commissie komt er nadat in januari 2009 de bestaande beoordelingscriteria voor staatssteun tot 31 december 2012 werden verlengd (IP/09/138). De Commissie beoordeelt steun voor filmproductie momenteel op basis van de staatssteunregels van de mededeling inzake de filmsector van 2001 (IP/01/1326). Voor andere soorten steunmaatregelen in de filmsector verwijst de Commissie, wanneer zij maatregelen toetst aan artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan steun van culturele aard toegestaan is, vaak naar de regels in de mededeling inzake de filmsector.

Zie memo/11/428 voor vragen en antwoorden over de start van de herziening.

De discussienota en meer informatie over de openbare raadpleging zijn te vinden op:

http://ec.europa.eu/competition/consultations/2011_state_aid_films/index_en.html .

Opmerkingen dienen ten laatste op 30 september 2011 gestuurd te worden naar:

Stateaidgreffe@ec.europa.eu

Achtergrond

Volgens de bestaande mededeling inzake de filmsector (zie IP/01/1326) kan deze soort staatssteun in aanmerking komen voor de cultuurderogatie van het algemene verbod op staatssteun van het Verdrag indien aan de volgende criteria is voldaan:

  • de steun moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Verdrag (hij mag bijvoorbeeld de interne markt niet ongunstig beïnvloeden);

  • de steun moet gericht zijn op een cultureel product. Elke lidstaat moet (overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel) zich ervan verzekeren dat de inhoud van de gesteunde productie cultureel is, en dit op basis van controleerbare nationale criteria;

  • de producent moet vrij zijn om tenminste 20% van het filmbudget in andere lidstaten uit te geven zonder dat de in het kader van de regeling toegekende steun wordt gekort;

  • de steunintensiteit moet in principe beperkt blijven tot 50% van het productiebudget, behalve bij moeilijke en lowbudgetfilms;

  • extra steun voor specifieke filmmakende activiteiten (bv. postproductie) is niet toegestaan.

Contacts :

Amelia Torres (+32 2 295 46 29)

Maria Madrid Pina (+32 2 295 45 30)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website