Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE SV ET LT PL RO

IP/11

Brussel, 19 mei 2011

Commissie vraagt tien lidstaten de spoorwegveiligheidsrichtlijn volledig toe te passen

De Europese Commissie heeft tien lidstaten een met redenen omkleed advies gestuurd waarin zij formeel worden verzocht de spoorwegveiligheidsrichtlijn volledig ten uitvoer te leggen. Hoewel zij verplicht waren hun nationale wetgeving tegen uiterlijk 24 december 2010 in overeenstemming te brengen met de richtlijn, hebben Duitsland, Estland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden dat tot dusver nog niet gedaan. De Commissie geeft deze lidstaten twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te treffen. Doen zij dat niet, dan kan de Commissie de zaken aanhangig maken bij het Hof van Justitie.

De Europese regelgeving

Richtlijn 2008/110/EG verhoogt het veiligheidsniveau van de Europese spoorwegen. De richtlijn creëert een rechtsgrond voor een gemeenschappelijk kader voor het onderhoud van rollend materieel: er kan slechts toestemming worden verleend voor de ingebruikneming van een spoorvoertuig wanneer voor dat voertuig een met het onderhoud belaste entiteit (ECM) is aangewezen. Een ECM voor goederenwagons moet worden gecertificeerd overeenkomstig de door het Spoorwegbureau ontwikkelde voorschriften, die door de Commissie op 10 mei 2011 zijn vastgesteld.

Een belangrijke bepaling in de richtlijn is dat ECM-certificaten voortaan in de hele Europese Unie geldig zijn. Op die manier wordt de gelijkwaardigheid van de onderhoudsentiteiten erkend en wordt het veiligheidsniveau en de interoperabiliteit in de hele Unie verbeterd.

Waarom neemt de Commissie maatregelen?

Richtlijn 2008/110/EG is nog niet of slechts gedeeltelijk omgezet door de volgende tien lidstaten: Duitsland, Estland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen, Oostenrijk, Roemenië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Welke gevolgen heeft dit in de praktijk?

Door de richtlijn niet toe te passen, komt het beoogde veiligheidsniveau in het gedrang en ontstaat een potentieel risico voor gebruikers van het spoorvervoer. Dit treft niet alleen de landen die Richtlijn 2008/110/EG niet ten uitvoer hebben gelegd, maar de gehele Europese eengemaakte spoorwegruimte.

De volgende stap

Indien de betrokken lidstaten hun wetgeving niet binnen twee maanden aanpassen, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Voor meer informatie over de inbreukprocedures van de EU, zie MEMO/11/312


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website