Navigation path

Left navigation

Additional tools

EU-onderwijsverslag: goede vooruitgang maar meer inspanningen nodig om de doelstellingen te halen

European Commission - IP/11/488   19/04/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR IS NO TR

IP/11/488

Brussel, 19 april 2011

EU-onderwijsverslag: goede vooruitgang maar meer inspanningen nodig om de doelstellingen te halen

Brussel, 19 april – De EU-landen hebben hun onderwijssystemen de laatste tien jaar op essentiële gebieden verbeterd maar zij hebben slechts een van de vijf benchmarks voor 2010 gehaald, zo blijkt uit het nieuwe voortgangsverslag over onderwijs en opleiding dat de Europese Commissie vandaag heeft gepubliceerd. De EU is erin geslaagd om het aantal afgestudeerden op het gebied van wiskunde, natuurwetenschappen en technologie te verhogen. De toename bedraagt 37% sinds 2000, waarmee het doel van 15% ruimschoots werd overschreden. Er werd veel maar nog onvoldoende vooruitgang geboekt om te komen tot minder voortijdige schoolverlaters, meer leerlingen met een diploma hoger secundair onderwijs, betere leesvaardigheid en meer volwassenen die onderwijs of opleiding volgen. Voor een gedetailleerde uitsplitsing van de cijfers per land verwijzen wij naar de bijlage. De Europa 2020-strategie voor groei en werkgelegenheid beoogt het aantal voortijdige schoolverlaters tot onder de 10% terug te dringen en het aantal afgestudeerden tot ten minste 40% te verhogen.

Androulla Vassiliou, commissaris voor onderwijs, cultuur, meertaligheid en jeugd, zei: "Het goede nieuws is dat de onderwijsniveaus in Europa sterk zijn gestegen. Vergeleken met tien jaar geleden voltooien meer jongeren het secundair onderwijs en behalen er meer een hogeronderwijsdiploma. Maar voortijdig schoolverlaten blijft een probleem. Eén op zeven jongeren in de Europese Unie haakt voortijdig af en één op vijf leerlingen van 15 jaar leest nog altijd slecht. Daarom zijn onderwijs en opleiding een van de kerndoelen van Europa 2020. Wij moeten meer inspanningen leveren om onze gezamenlijke Europese doelstellingen te halen."

De commissaris dringt er bij de lidstaten sterk op aan om niet op de onderwijsbegroting te bezuinigen, ondanks de beperkte middelen als gevolg van de economische crisis. "Geld voor onderwijs uitgeven, is een goede investering voor werkgelegenheid en economische groei en is op lange termijn ook rendabel. Maar nu de begrotingen onder druk staan, moeten wij de middelen ook zo efficiënt mogelijk gebruiken" voegde zij eraan toe.

Vijf onderwijsbenchmarks voor 2020

In 2009 kwamen de EU-onderwijsministers vijf benchmarks voor onderwijs en opleiding overeen die in 2020 moeten zijn behaald:

  • het aantal jongeren dat bij onderwijs of opleiding voortijdig afhaakt moet tot onder de 10% worden teruggedrongen (vergeleken met de huidige 14,4% betekent dit minstens 1,7 miljoen minder voortijdige schoolverlaters);

  • het percentage van 30- tot 34-jarigen dat hoger onderwijs heeft gevolgd, moet minstens 40% bedragen (vergeleken met de huidige 32,3% zou dit 2,6 miljoen meer afgestudeerden betekenen);

  • ten minste 95% van de kinderen tussen vier jaar en de leerplichtige leeftijd voor het basisonderwijs moet aan het voorschools onderwijs deelnemen (nu is dat 92,3%; als deze doelstelling wordt gehaald, betekent dit 250 000 meer jonge kinderen in het onderwijs);

  • het aantal 15-jarigen met onvoldoende vaardigheden voor lezen, wiskunde en natuurwetenschappen moet minder dan 15% bedragen (tegenover ongeveer 20% nu voor de drie vaardigheden; als deze doelstelling wordt gehaald, komt dit neer op 250 000 minder slechte presteerders);

  • een gemiddelde van ten minste 15% volwassenen (leeftijdsgroep 25-64) moet gebruikmaken van de mogelijkheden om een leven lang te leren (momenteel is dat 9,3%; als deze doelstelling wordt gehaald, betekent dat 15 miljoen meer volwassenen in onderwijs en opleiding).

Jaarlijks vooruitgangsverslag voor de benchmarks

In haar jaarverslag over indicatoren en benchmarks toetst de Commissie de prestaties van de lidstaten aan deze doelstellingen en evalueert zij de situatie ten opzichte van een vroegere reeks voor 2010 overeengekomen benchmarks.

Voornaamste resultaten

  • Benchmarks 2020: hoewel het te vroeg is voor precieze prognoses, wijzen eerdere tendensen erop dat de meeste benchmarks voor 2020 haalbaar zijn als de lidstaten er hoge prioriteit aan toekennen en efficiënt in onderwijs en opleiding investeren. Dit geldt met name voor de twee voornaamste kerndoelen: minder voortijdige schoolverlaters en meer afgestudeerden.

  • Benchmarks 2010: de EU-landen hebben vooruitgang geboekt maar hebben alleen de doelstelling voor het aantal afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie gehaald. (Volledige gegevens voor 2010 komen begin volgend jaar beschikbaar).

  • Participatie en opleidingsniveau: sinds 2000 zijn zowel de participatie in het onderwijs als de kwalificatieniveaus van volwassenen verbeterd. Ook het aandeel kinderen in het voorschools onderwijs is toegenomen.

  • De genderkloof is nog steeds aanzienlijk, zowel wat prestaties als studiekeuze betreft. Zo presteren meisjes bijvoorbeeld beter dan jongens bij het lezen, terwijl de meeste voortijdige schoolverlaters jongens zijn. Er zijn meer gediplomeerde mannen dan vrouwen in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie afgestudeerd.

Het verslag, dat alle EU-lidstaten en Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, IJsland, Turkije, Noorwegen en Liechtenstein bestrijkt, bevat overzichten en gedetailleerde statistieken waaruit blijkt welke landen beter of slechter dan gemiddeld presteren, welke landen achterstand inlopen en welke achterblijven ten opzichte van andere landen.

Volgende stappen

De komende weken zullen de lidstaten hun nationale hervormingsprogramma’s bij de Commissie indienen, waarin zij nationale doelstellingen voor voortijdige schoolverlaters en afgestudeerden van het hoger onderwijs vaststellen en duidelijk maken hoe zij deze doelstellingen willen halen. De Commissie zal spoedig nieuwe voorstellen voor benchmarks voor inzetbaarheid en leermobiliteit presenteren.

Voor meer informatie:

Link naar MEMO/11/253

Volledig verslag van de Commissie "Progress towards the Lisbon objectives in education and training - Indicators and benchmarks, 2010/11"

Brochure: Education benchmarks for Europe [met specifieke gegevens per land]

Europese Commissie: European strategy and co-operation in education and training:

BIJLAGE

Geboekte vooruitgang voor de onderwijsbenchmarks 2010, ontwikkeling 2000-2009

Geboekte vooruitgang voor de onderwijsbenchmarks 2020, ontwikkeling 2000-2009

1. Voorschoolse participatie

Benchmark 2020: in 2020 moet ten minste 95% van de kinderen tussen vier jaar en de leerplichtige leeftijd aan voorschools onderwijs deelnemen.

Tendensen: de voorschoolse participatie is sinds 2000 met meer dan zes procentpunten toegenomen. Frankrijk, België, Nederland, Italië en Spanje hebben de hoogste participatiepercentages.

Beste presteerders in de EU: België, Frankrijk, Nederland

2000

2007

2008

85.6

90.7

92.3

Belgium

99.1

99.7

99.5

Bulgaria

73.4

79.8

78.4

Czech Rep.

90.0

92.6

90.9

Denmark

95.7

92.7

91.8

Germany

82.6

94.5

95.6

Estonia

87.0

93.6

95.1

Ireland

74.6

71.7

72.0

Greece

69.3

68.2

:

Spain

100

98.1

99.0

France

100

100

100

Italy

100

99.3

98.8

Cyprus

64.7

84.7

88.5

Latvia

65.4

88.2

88.9

Lithuania

60.6

76.6

77.8

Luxembourg

94.7

93.9

94.3

Hungary

93.9

95.1

94.6

Malta

100

98.8

97.8

Netherlands

99.5

98.9

99.5

Austria

84.6

88.8

90.3

Poland

58.3

66.8

67.5

Portugal

78.9

86.7

87.0

Romania

67.6

81.8

82.8

Slovenia

85.2

89.2

90.4

Slovakia

76.1

79.4

79.1

Finland

55.2

69.8

70.9

Sweden

83.6

94.0

94.6

UK

100

90.7

97.3

Croatia

:

65.2

68.0

Iceland

91.8

95.4

96.2

MK*

17.4

26.1

28.5

Turkey

11.6

26.7

34.4

Liechtenstein

69.3

84.5

83.2

Norway

79.7

94.3

95.6

Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in de reeksen. p = voorlopig. (01) = 2001. (02) = 2002.

*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2. Laagpresteerders

Benchmark 2010/2020: in 2010 moest het aandeel laagpresteerders voor lezen met 20% zijn afgenomen (naar 17%). In 2020 moet het aantal laagpresteerders voor lezen, wiskunde en natuurwetenschappen minder dan 15% bedragen.

Tendensen: in de EU (vergelijkbare gegevens beschikbaar voor 18 landen) is de situatie verbeterd van 21,3% laagpresteerders voor lezen in 2000 naar 20,0% (meisjes: 13,3%, jongens: 26,6%) in 2009.

Beste presteerders in de EU: Finland, Nederland en Estland

2000

2006

2009

21.3

24.1

20.0

Belgium

19.0

19.4

17.7

Bulgaria

40.3

51.1

41.0

Czech Rep.

17.5

24.8

23.1

Denmark

17.9

16.0

15.2

Germany

22.6

20.0

18.5

Estonia

:

13.6

13.3

Ireland

11.0

12.1

17.2

Greece

24.4

27.7

21.3

Spain

16.3

25.7

19.6

France

15.2

21.7

19.8

Italy

18.9

26.4

21.0

Cyprus

:

:

:

Latvia

30.1

21.2

17.6

Lithuania

:

25.7

24.3

Luxembourg

(35.1)

22.9

26.0

Hungary

22.7

20.6

17.6

Malta

:

:

:

Netherlands

(9.5)

15.1

14.3

Austria

19.3

21.5

27.5

Poland

23.2

16.2

15.0

Portugal

26.3

24.9

17.6

Romania

41.3

53.5

40.4

Slovenia

:

16.5

21.2

Slovakia

:

27.8

22.3

Finland

7.0

4.8

8.1

Sweden

12.6

15.3

17.4

UK

(12.8)

19.0

18.4

Croatia

:

21.5

22.5

Iceland

14.5

20.5

16.8

Turkey

:

32.2

24.5

Liechtenstein

22.1

14.3

15.6

Norway

17.5

22.4

14.9

Bron: OESO (PISA) Toppresteerders laagpresteerders ( ) = niet vergelijkbaar.

Cyprus en Malta hebben nog niet aan de enquête deelgenomen. EU‑resultaat: voor 18 landen met vergelijkbare gegevens.

*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

3. Voortijdige schoolverlaters

Benchmark 2010/2020 (ook EU 2020-kerndoel): in 2010/2020 moet het percentage voortijdige schoolverlaters van ten hoogste 10% zijn bereikt.

Tendensen: in de EU27 is het aandeel voortijdige schoolverlaters (18- tot 24-jarigen) gedaald van 17,6% in 2000 naar 14,4% in 2009 (vrouwen: 12,5%. mannen: 16,3%).

Beste presteerders in de EU: Polen, Tsjechië en Slowakije

2000

2008

2009

EU 27

17.6

14.9

14.4

Belgium

13.8

12.0

11.1

Bulgaria

20.5 (01)

14.8

14.7

Czech Rep.

5.7 (02)

5.6

5.4

Denmark

11.7

11.5

10.6

Germany

14.6

11.8

11.1

Estonia

15.1

14.0

13.9

Ireland

14.6 (02)

11.3

11.3

Greece

18.2

14.8

14.5

Spain

29.1

31.9

31.2

France

13.3

11.9

12.3

Italy

25.1

19.7

19.2

Cyprus

18.5

13.7

11.7

Latvia

16.9(02)

15.5

13.9

Lithuania

16.5

7.4

8.7

Luxembourg

16.8

13.4

7.7

Hungary

13.9

11.7

11.2

Malta

54.2

39

36.8

Netherlands

15.4

11.4

10.9

Austria

10.2

10.1

8.7

Poland

7.4 (01)

5.0

5.3

Portugal

43.6

35.4

31.2

Romania

22.9

15.9

16.6

Slovenia

6.4 (01)

5.1u

5.3u

Slovakia

6.7 (02)

6.0

4.9

Finland

9.0

9.8

9.9

Sweden

7.3

12.2

10.7

UK

18.2

17.0

15.7

Croatia

8.0 (02)

3.7 u

3.9 u

Iceland

29.8

24.4

21.4

MK*

n/a

19.6

16.2

Turkey

59.3

45.5

44.3

Norway

12.9

17.0

17.6

Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in de reeksen. p = voorlopig. u = onbetrouwbaar. (01) = 2001. (02) = 2002.

*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

4. Opleidingsniveau van jongeren

Benchmark 2010: in 2010 moest ten minste 85% van de 22-jarigen in de EU het hoger secundair onderwijs hebben voltooid.

Tendensen: sinds 2000 is het aantal leerlingen in de EU dat het hoger secundair onderwijs heeft voltooid lichtjes toegenomen van 76,6% van de 20- tot 24-jarigen naar 78,6% in 2009 (vrouwen 81,4%, mannen 75,9%).

Beste presteerders in de EU: Slowakije, Tsjechië en Polen

2000

2008

2009

EU 27

76.6

78.4

78.6

Belgium

81.7

82.2

83.3

Bulgaria

75.2

83.7

83.7

Czech Rep.

91.2

91.6

91.9

Denmark

72.0

71.0

70.1

Germany

74.7

74.1

73.7

Estonia

79.0

82.2

82.3

Ireland

82.6

87.7

87.0

Greece

79.2

82.1

82.2

Spain

66.0

60.0

59.9

France

81.6

83.4

83.6

Italy

69.4

76.5

76.3

Cyprus

79.0

85.1

87.4

Latvia

76.5

80.0

80.5

Lithuania

78.9

89.1

86.9

Luxembourg

77.5

72.8

76.8

Hungary

83.5

83.6

84.0

Malta

40.9

53.0

52.1

Netherlands

71.9

76.2

76.6

Austria

85.1

84.5

86.0

Poland

88.8

91.3

91.3

Portugal

43.2

54.3

55.5

Romania

76.1

78.3

78.3

Slovenia

88.0

90.2

89.4

Slovakia

94.8

92.3

93.3

Finland

87.7

86.2

85.1

Sweden

85.2

85.6

86.4

UK

76.7

78.2

79.3

Croatia

90.6 (02)

95.4

95.1

Iceland

46.1

53.6

53.6

MK*

n/a

79.7

81.9

Turkey

n/a

48.9

50.0

Norway

95.0

70.1b

69.7

Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in de reeksen. p = voorlopig. (01) = 2001. (02)= 2002

*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

5. Afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie

Benchmark 2010: voor 2010 moest het aantal afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie in de EU met ten minste 15% zijn toegenomen en moest de genderkloof zijn verkleind.

Tendensen: het aantal afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie is sinds 2000 met 37,2% toegenomen en het percentage vrouwen is gestegen van 30,7% naar 32,6% in 2008.

Beste presteerders in de EU: groei sinds 2000: Portugal, Slowakije en Tsjechië

growth 2000 - 2008

share of females

2000

2008

EU 27

37.2

30.7

32.6

Belgium

20.9

25.0

25.9

Bulgaria

21.8

45.6

37.0

Czech Rep.

141.3

27.0

30.1

Denmark

14.3

28.5

36.4

Germany

53.5

21.6

31.1

Estonia

57.1

35.7

42.1

Ireland

1.0

37.9

30.4

Greece

26.5*

:

41.9

Spain

14.8

31.5

30.2

France

5.4

30.8

28.2

Italy

62.9

36.6

38.4

Cyprus

58.3

31.0

37.4

Latvia

11.5*

31.4

32.2

Lithuania

36.4

35.9

33.5

Luxembourg

:

:

48.2

Hungary

18.9

22.6

25.7

Malta

33.9*

26.3

28.4

Netherlands

39.3

17.6

18.9

Austria

66.4

19.9

24.2

Poland

100.0

35.9

40.3

Portugal

193.2

41.9

34.1

Romania

89.1*

35.1

43.1

Slovenia

16.0

22.8

26.5

Slovakia

185.8

30.1

36.8

Finland

59.5

27.3

33.1

Sweden

13.3

32.1

33.4

UK

17.8

32.1

31.2

Croatia

81.7*

:

33.2

Iceland

39.9

37.9

n/a

MK*

68.0

41.6

42.8

Turkey

70.8

31.1

30.6

Liechtenstein

41.1*

:

25.8

Norway

11.0

26.8

29.6

Bron: Eurostat (UOE). *= totale toename geëxtrapoleerd op basis van de beschikbare jaren.

*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

6. Hoger onderwijs

Benchmark 2020 (ook EU 2020-kerndoel): in 2020 moet het aantal 30- tot 34‑jarigen dat hoger onderwijs heeft gevolgd, ten minste 40% bereiken.

Tendensen: het aantal 30- tot 34-jarigen dat hoger onderwijs heeft gevolgd, is gestegen van 22,4% in 2000 naar 32,3% (vrouwen: 35,7%, mannen: 28.9%) in 2009, dus met bijna tien procentpunten.

Beste presteerders in de EU: Ierland, Denemarken en Luxemburg

2000

2008

2009

EU 27

22.4

31.1

32.3

Belgium

35.2

42.9

42.0

Bulgaria

19.5

27.1

27.9

Czech Rep.

13.7

15.4

17.5

Denmark

32.1

46.3

48.1

Germany

25.7

27.7

29.4

Estonia

30.8

34.1

35.9

Ireland

27.5

46.1

49.0

Greece

25.4

25.6

26.5

Spain

29.2

39.8

39.4

France

27.4

41.3

43.3

Italy

11.6

19.2

19.0

Cyprus

31.1

47.1

44.7

Latvia

18.6

27.0

30.1

Lithuania

42.6

39.9

40.6

Luxembourg

21.2

39.8

46.6p p p

Hungary

14.8

22.4

23.9

Malta

7.4

21.0p

21.1p

Netherlands

26.5

40.2

40.5

Austria

:

22.2

23.5

Poland

12.5

29.7

32.8

Portugal

11.3

21.6

21.1

Romania

8.9

16.0

16.8

Slovenia

18.5

30.9

31.6

Slovakia

10.6

15.8

17.6

Finland

40.3

45.7

45.9

Sweden

31.8

42.0p

43.9p

UK

29.0

39.7

41.5

Croatia

16.2(02)

18.5u

20.5u

Iceland

32.6

38.3

41.8

MK*

:

12.4

14.3

Turkey

:

13.0

14.7

Norway

37.3

46.2

47.0

Bron: Eurostat (UOE), (02) = 2002.

*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. u = onbetrouwbare gegevens

7. Participatie van volwassenen aan een leven lang leren

Benchmark 2010/2020: de gemiddelde participatie aan een leven lang leren van de bevolking in de werkende leeftijd moest in de EU in 2010 ten minste 12,5% belopen tegenover 15% in 2020.

Tendensen: op EU-niveau is de participatie toegenomen van 7,1% in 2000 tot 9,3% in 2009 (25- tot 64-jarigen; mannen 8,5%; vrouwen: 10,2%). Een groot deel van de toename was echter het gevolg van breuken in de tijdreeksen rond 2003. Sinds 2005 is de participatie lichtjes achteruitgegaan.

Beste presteerders in de EU: Denemarken, Zweden en Finland

2005

2008

2009

9.8

9.5

9.3

Belgium

8.3

6.8

6.8

Bulgaria

1.3

1.4

1.4

Czech Rep.

5.6

7.8 p

6.8

Denmark

27.4

30.2

31.6

Germany

7.7

7.9

7.8

Estonia

5.9

9.8 p

10.5

Ireland

7.4

7.1

6.3

Greece

1.9

2.9

3.3

Spain

10.5

10.4

10.4

France

7.1

7.3

6.0

Italy

5.8

6.3

6.0

Cyprus

5.9

8.5

7.8

Latvia

7.9

6.8

5.3

Lithuania

6.0

4.9

4.5

Luxembourg

8.5

8.5

13.4 p

Hungary

3.9

3.1

2.7

Malta

5.3

6.2

5.8 p

Netherlands

15.9

17.0

17.0

Austria

12.9

13.2

13.8

Poland

4.9

4.7

4.7

Portugal

4.1

5.3 p

6.5

Romania

1.6

1.5

1.5

Slovenia

15.3

13.9

14.6

Slovakia

4.6

3.3

2.8

Finland

22.5

23.1

22.1

Sweden

17.4 p

22.2 b

22.2 p

UK

27.6

19.9 b

20.1

Croatia

2.1

2.2

2.3

Iceland

25.7

25.1

25.1

MK*

:

2.5

3.3

Turkey

1.9

1.8

2.3

Norway

17.8

19.3

18.1

Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in tijdreeksen. p = voorlopig.
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website