IP/11/488
Brussel, 19 april 2011
EU-onderwijsverslag: goede vooruitgang maar meer inspanningen nodig om de doelstellingen te halen
Brussel, 19 april – De EU-landen hebben hun onderwijssystemen de laatste tien jaar op essentiële gebieden verbeterd maar zij hebben slechts een van de vijf benchmarks voor 2010 gehaald, zo blijkt uit het nieuwe voortgangsverslag over onderwijs en opleiding dat de Europese Commissie vandaag heeft gepubliceerd. De EU is erin geslaagd om het aantal afgestudeerden op het gebied van wiskunde, natuurwetenschappen en technologie te verhogen. De toename bedraagt 37% sinds 2000, waarmee het doel van 15% ruimschoots werd overschreden. Er werd veel maar nog onvoldoende vooruitgang geboekt om te komen tot minder voortijdige schoolverlaters, meer leerlingen met een diploma hoger secundair onderwijs, betere leesvaardigheid en meer volwassenen die onderwijs of opleiding volgen. Voor een gedetailleerde uitsplitsing van de cijfers per land verwijzen wij naar de bijlage. De Europa 2020-strategie voor groei en werkgelegenheid beoogt het aantal voortijdige schoolverlaters tot onder de 10% terug te dringen en het aantal afgestudeerden tot ten minste 40% te verhogen.
Androulla Vassiliou, commissaris voor onderwijs, cultuur, meertaligheid en jeugd, zei: "Het goede nieuws is dat de onderwijsniveaus in Europa sterk zijn gestegen. Vergeleken met tien jaar geleden voltooien meer jongeren het secundair onderwijs en behalen er meer een hogeronderwijsdiploma. Maar voortijdig schoolverlaten blijft een probleem. Eén op zeven jongeren in de Europese Unie haakt voortijdig af en één op vijf leerlingen van 15 jaar leest nog altijd slecht. Daarom zijn onderwijs en opleiding een van de kerndoelen van Europa 2020. Wij moeten meer inspanningen leveren om onze gezamenlijke Europese doelstellingen te halen."
De commissaris dringt er bij de lidstaten sterk op aan om niet op de onderwijsbegroting te bezuinigen, ondanks de beperkte middelen als gevolg van de economische crisis. "Geld voor onderwijs uitgeven, is een goede investering voor werkgelegenheid en economische groei en is op lange termijn ook rendabel. Maar nu de begrotingen onder druk staan, moeten wij de middelen ook zo efficiënt mogelijk gebruiken" voegde zij eraan toe.
Vijf onderwijsbenchmarks voor 2020
In 2009 kwamen de EU-onderwijsministers vijf benchmarks voor onderwijs en opleiding overeen die in 2020 moeten zijn behaald:
het aantal jongeren dat bij onderwijs of opleiding voortijdig afhaakt moet tot onder de 10% worden teruggedrongen (vergeleken met de huidige 14,4% betekent dit minstens 1,7 miljoen minder voortijdige schoolverlaters);
het percentage van 30- tot 34-jarigen dat hoger onderwijs heeft gevolgd, moet minstens 40% bedragen (vergeleken met de huidige 32,3% zou dit 2,6 miljoen meer afgestudeerden betekenen);
ten minste 95% van de kinderen tussen vier jaar en de leerplichtige leeftijd voor het basisonderwijs moet aan het voorschools onderwijs deelnemen (nu is dat 92,3%; als deze doelstelling wordt gehaald, betekent dit 250 000 meer jonge kinderen in het onderwijs);
het aantal 15-jarigen met onvoldoende vaardigheden voor lezen, wiskunde en natuurwetenschappen moet minder dan 15% bedragen (tegenover ongeveer 20% nu voor de drie vaardigheden; als deze doelstelling wordt gehaald, komt dit neer op 250 000 minder slechte presteerders);
een gemiddelde van ten minste 15% volwassenen (leeftijdsgroep 25-64) moet gebruikmaken van de mogelijkheden om een leven lang te leren (momenteel is dat 9,3%; als deze doelstelling wordt gehaald, betekent dat 15 miljoen meer volwassenen in onderwijs en opleiding).
Jaarlijks vooruitgangsverslag voor de benchmarks
In haar jaarverslag over indicatoren en benchmarks toetst de Commissie de prestaties van de lidstaten aan deze doelstellingen en evalueert zij de situatie ten opzichte van een vroegere reeks voor 2010 overeengekomen benchmarks.
Voornaamste resultaten
Benchmarks 2020: hoewel het te vroeg is voor precieze prognoses, wijzen eerdere tendensen erop dat de meeste benchmarks voor 2020 haalbaar zijn als de lidstaten er hoge prioriteit aan toekennen en efficiënt in onderwijs en opleiding investeren. Dit geldt met name voor de twee voornaamste kerndoelen: minder voortijdige schoolverlaters en meer afgestudeerden.
Benchmarks 2010: de EU-landen hebben vooruitgang geboekt maar hebben alleen de doelstelling voor het aantal afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie gehaald. (Volledige gegevens voor 2010 komen begin volgend jaar beschikbaar).
Participatie en opleidingsniveau: sinds 2000 zijn zowel de participatie in het onderwijs als de kwalificatieniveaus van volwassenen verbeterd. Ook het aandeel kinderen in het voorschools onderwijs is toegenomen.
De genderkloof is nog steeds aanzienlijk, zowel wat prestaties als studiekeuze betreft. Zo presteren meisjes bijvoorbeeld beter dan jongens bij het lezen, terwijl de meeste voortijdige schoolverlaters jongens zijn. Er zijn meer gediplomeerde mannen dan vrouwen in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie afgestudeerd.
Het verslag, dat alle EU-lidstaten en Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, IJsland, Turkije, Noorwegen en Liechtenstein bestrijkt, bevat overzichten en gedetailleerde statistieken waaruit blijkt welke landen beter of slechter dan gemiddeld presteren, welke landen achterstand inlopen en welke achterblijven ten opzichte van andere landen.
Volgende stappen
De komende weken zullen de lidstaten hun nationale hervormingsprogramma’s bij de Commissie indienen, waarin zij nationale doelstellingen voor voortijdige schoolverlaters en afgestudeerden van het hoger onderwijs vaststellen en duidelijk maken hoe zij deze doelstellingen willen halen. De Commissie zal spoedig nieuwe voorstellen voor benchmarks voor inzetbaarheid en leermobiliteit presenteren.
Voor meer informatie:
Link naar MEMO/11/253
Volledig verslag van de Commissie "Progress towards the Lisbon objectives in education and training - Indicators and benchmarks, 2010/11"
Brochure: Education benchmarks for Europe [met specifieke gegevens per land]
Europese Commissie: European strategy and co-operation in education and training:
BIJLAGE
Geboekte vooruitgang voor de onderwijsbenchmarks 2010, ontwikkeling 2000-2009

Geboekte vooruitgang voor de onderwijsbenchmarks 2020, ontwikkeling 2000-2009

1. Voorschoolse participatie
Benchmark 2020: in 2020 moet ten minste 95% van de kinderen tussen vier jaar en de leerplichtige leeftijd aan voorschools onderwijs deelnemen.
Tendensen: de voorschoolse participatie is sinds 2000 met meer dan zes procentpunten toegenomen. Frankrijk, België, Nederland, Italië en Spanje hebben de hoogste participatiepercentages.
Beste presteerders in de EU: België, Frankrijk, Nederland
2000 | 2007 | 2008 | |
85.6 | 90.7 | 92.3 | |
Belgium | 99.1 | 99.7 | 99.5 |
Bulgaria | 73.4 | 79.8 | 78.4 |
Czech Rep. | 90.0 | 92.6 | 90.9 |
Denmark | 95.7 | 92.7 | 91.8 |
Germany | 82.6 | 94.5 | 95.6 |
Estonia | 87.0 | 93.6 | 95.1 |
Ireland | 74.6 | 71.7 | 72.0 |
Greece | 69.3 | 68.2 | : |
Spain | 100 | 98.1 | 99.0 |
France | 100 | 100 | 100 |
Italy | 100 | 99.3 | 98.8 |
Cyprus | 64.7 | 84.7 | 88.5 |
Latvia | 65.4 | 88.2 | 88.9 |
Lithuania | 60.6 | 76.6 | 77.8 |
Luxembourg | 94.7 | 93.9 | 94.3 |
Hungary | 93.9 | 95.1 | 94.6 |
Malta | 100 | 98.8 | 97.8 |
Netherlands | 99.5 | 98.9 | 99.5 |
Austria | 84.6 | 88.8 | 90.3 |
Poland | 58.3 | 66.8 | 67.5 |
Portugal | 78.9 | 86.7 | 87.0 |
Romania | 67.6 | 81.8 | 82.8 |
Slovenia | 85.2 | 89.2 | 90.4 |
Slovakia | 76.1 | 79.4 | 79.1 |
Finland | 55.2 | 69.8 | 70.9 |
Sweden | 83.6 | 94.0 | 94.6 |
UK | 100 | 90.7 | 97.3 |
Croatia | : | 65.2 | 68.0 |
Iceland | 91.8 | 95.4 | 96.2 |
MK* | 17.4 | 26.1 | 28.5 |
Turkey | 11.6 | 26.7 | 34.4 |
Liechtenstein | 69.3 | 84.5 | 83.2 |
Norway | 79.7 | 94.3 | 95.6 |
Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in de reeksen. p = voorlopig. (01) = 2001. (02) = 2002.
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.
2. Laagpresteerders
Benchmark 2010/2020: in 2010 moest het aandeel laagpresteerders voor lezen met 20% zijn afgenomen (naar 17%). In 2020 moet het aantal laagpresteerders voor lezen, wiskunde en natuurwetenschappen minder dan 15% bedragen.
Tendensen: in de EU (vergelijkbare gegevens beschikbaar voor 18 landen) is de situatie verbeterd van 21,3% laagpresteerders voor lezen in 2000 naar 20,0% (meisjes: 13,3%, jongens: 26,6%) in 2009.
Beste presteerders in de EU: Finland, Nederland en Estland
2000 | 2006 | 2009 | |
21.3 | 24.1 | 20.0 | |
Belgium | 19.0 | 19.4 | 17.7 |
Bulgaria | 40.3 | 51.1 | 41.0 |
Czech Rep. | 17.5 | 24.8 | 23.1 |
Denmark | 17.9 | 16.0 | 15.2 |
Germany | 22.6 | 20.0 | 18.5 |
Estonia | : | 13.6 | 13.3 |
Ireland | 11.0 | 12.1 | 17.2 |
Greece | 24.4 | 27.7 | 21.3 |
Spain | 16.3 | 25.7 | 19.6 |
France | 15.2 | 21.7 | 19.8 |
Italy | 18.9 | 26.4 | 21.0 |
Cyprus | : | : | : |
Latvia | 30.1 | 21.2 | 17.6 |
Lithuania | : | 25.7 | 24.3 |
Luxembourg | (35.1) | 22.9 | 26.0 |
Hungary | 22.7 | 20.6 | 17.6 |
Malta | : | : | : |
Netherlands | (9.5) | 15.1 | 14.3 |
Austria | 19.3 | 21.5 | 27.5 |
Poland | 23.2 | 16.2 | 15.0 |
Portugal | 26.3 | 24.9 | 17.6 |
Romania | 41.3 | 53.5 | 40.4 |
Slovenia | : | 16.5 | 21.2 |
Slovakia | : | 27.8 | 22.3 |
Finland | 7.0 | 4.8 | 8.1 |
Sweden | 12.6 | 15.3 | 17.4 |
UK | (12.8) | 19.0 | 18.4 |
Croatia | : | 21.5 | 22.5 |
Iceland | 14.5 | 20.5 | 16.8 |
Turkey | : | 32.2 | 24.5 |
Liechtenstein | 22.1 | 14.3 | 15.6 |
Norway | 17.5 | 22.4 | 14.9 |
Bron: OESO (PISA) Toppresteerders laagpresteerders ( ) = niet vergelijkbaar.
Cyprus en Malta hebben nog niet aan de enquête deelgenomen. EU‑resultaat: voor 18 landen met vergelijkbare gegevens.
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.
3. Voortijdige schoolverlaters
Benchmark 2010/2020 (ook EU 2020-kerndoel): in 2010/2020 moet het percentage voortijdige schoolverlaters van ten hoogste 10% zijn bereikt.
Tendensen: in de EU27 is het aandeel voortijdige schoolverlaters (18- tot 24-jarigen) gedaald van 17,6% in 2000 naar 14,4% in 2009 (vrouwen: 12,5%. mannen: 16,3%).
Beste presteerders in de EU: Polen, Tsjechië en Slowakije
2000 | 2008 | 2009 | |
EU 27 | 17.6 | 14.9 | 14.4 |
Belgium | 13.8 | 12.0 | 11.1 |
Bulgaria | 20.5 (01) | 14.8 | 14.7 |
Czech Rep. | 5.7 (02) | 5.6 | 5.4 |
Denmark | 11.7 | 11.5 | 10.6 |
Germany | 14.6 | 11.8 | 11.1 |
Estonia | 15.1 | 14.0 | 13.9 |
Ireland | 14.6 (02) | 11.3 | 11.3 |
Greece | 18.2 | 14.8 | 14.5 |
Spain | 29.1 | 31.9 | 31.2 |
France | 13.3 | 11.9 | 12.3 |
Italy | 25.1 | 19.7 | 19.2 |
Cyprus | 18.5 | 13.7 | 11.7 |
Latvia | 16.9(02) | 15.5 | 13.9 |
Lithuania | 16.5 | 7.4 | 8.7 |
Luxembourg | 16.8 | 13.4 | 7.7 |
Hungary | 13.9 | 11.7 | 11.2 |
Malta | 54.2 | 39 | 36.8 |
Netherlands | 15.4 | 11.4 | 10.9 |
Austria | 10.2 | 10.1 | 8.7 |
Poland | 7.4 (01) | 5.0 | 5.3 |
Portugal | 43.6 | 35.4 | 31.2 |
Romania | 22.9 | 15.9 | 16.6 |
Slovenia | 6.4 (01) | 5.1u | 5.3u |
Slovakia | 6.7 (02) | 6.0 | 4.9 |
Finland | 9.0 | 9.8 | 9.9 |
Sweden | 7.3 | 12.2 | 10.7 |
UK | 18.2 | 17.0 | 15.7 |
Croatia | 8.0 (02) | 3.7 u | 3.9 u |
Iceland | 29.8 | 24.4 | 21.4 |
MK* | n/a | 19.6 | 16.2 |
Turkey | 59.3 | 45.5 | 44.3 |
Norway | 12.9 | 17.0 | 17.6 |
Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in de reeksen. p = voorlopig. u = onbetrouwbaar. (01) = 2001. (02) = 2002.
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.
4. Opleidingsniveau van jongeren
Benchmark 2010: in 2010 moest ten minste 85% van de 22-jarigen in de EU het hoger secundair onderwijs hebben voltooid.
Tendensen: sinds 2000 is het aantal leerlingen in de EU dat het hoger secundair onderwijs heeft voltooid lichtjes toegenomen van 76,6% van de 20- tot 24-jarigen naar 78,6% in 2009 (vrouwen 81,4%, mannen 75,9%).
Beste presteerders in de EU: Slowakije, Tsjechië en Polen
2000 | 2008 | 2009 | |
EU 27 | 76.6 | 78.4 | 78.6 |
Belgium | 81.7 | 82.2 | 83.3 |
Bulgaria | 75.2 | 83.7 | 83.7 |
Czech Rep. | 91.2 | 91.6 | 91.9 |
Denmark | 72.0 | 71.0 | 70.1 |
Germany | 74.7 | 74.1 | 73.7 |
Estonia | 79.0 | 82.2 | 82.3 |
Ireland | 82.6 | 87.7 | 87.0 |
Greece | 79.2 | 82.1 | 82.2 |
Spain | 66.0 | 60.0 | 59.9 |
France | 81.6 | 83.4 | 83.6 |
Italy | 69.4 | 76.5 | 76.3 |
Cyprus | 79.0 | 85.1 | 87.4 |
Latvia | 76.5 | 80.0 | 80.5 |
Lithuania | 78.9 | 89.1 | 86.9 |
Luxembourg | 77.5 | 72.8 | 76.8 |
Hungary | 83.5 | 83.6 | 84.0 |
Malta | 40.9 | 53.0 | 52.1 |
Netherlands | 71.9 | 76.2 | 76.6 |
Austria | 85.1 | 84.5 | 86.0 |
Poland | 88.8 | 91.3 | 91.3 |
Portugal | 43.2 | 54.3 | 55.5 |
Romania | 76.1 | 78.3 | 78.3 |
Slovenia | 88.0 | 90.2 | 89.4 |
Slovakia | 94.8 | 92.3 | 93.3 |
Finland | 87.7 | 86.2 | 85.1 |
Sweden | 85.2 | 85.6 | 86.4 |
UK | 76.7 | 78.2 | 79.3 |
Croatia | 90.6 (02) | 95.4 | 95.1 |
Iceland | 46.1 | 53.6 | 53.6 |
MK* | n/a | 79.7 | 81.9 |
Turkey | n/a | 48.9 | 50.0 |
Norway | 95.0 | 70.1b | 69.7 |
Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in de reeksen. p = voorlopig. (01) = 2001. (02)= 2002
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.
5. Afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie
Benchmark 2010: voor 2010 moest het aantal afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie in de EU met ten minste 15% zijn toegenomen en moest de genderkloof zijn verkleind.
Tendensen: het aantal afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie is sinds 2000 met 37,2% toegenomen en het percentage vrouwen is gestegen van 30,7% naar 32,6% in 2008.
Beste presteerders in de EU: groei sinds 2000: Portugal, Slowakije en Tsjechië
growth 2000 - 2008 |
| ||||||
EU 27 | 37.2 | 30.7 | 32.6 | ||||
Belgium | 20.9 | 25.0 | 25.9 | ||||
Bulgaria | 21.8 | 45.6 | 37.0 | ||||
Czech Rep. | 141.3 | 27.0 | 30.1 | ||||
Denmark | 14.3 | 28.5 | 36.4 | ||||
Germany | 53.5 | 21.6 | 31.1 | ||||
Estonia | 57.1 | 35.7 | 42.1 | ||||
Ireland | 1.0 | 37.9 | 30.4 | ||||
Greece | 26.5* | : | 41.9 | ||||
Spain | 14.8 | 31.5 | 30.2 | ||||
France | 5.4 | 30.8 | 28.2 | ||||
Italy | 62.9 | 36.6 | 38.4 | ||||
Cyprus | 58.3 | 31.0 | 37.4 | ||||
Latvia | 11.5* | 31.4 | 32.2 | ||||
Lithuania | 36.4 | 35.9 | 33.5 | ||||
Luxembourg | : | : | 48.2 | ||||
Hungary | 18.9 | 22.6 | 25.7 | ||||
Malta | 33.9* | 26.3 | 28.4 | ||||
Netherlands | 39.3 | 17.6 | 18.9 | ||||
Austria | 66.4 | 19.9 | 24.2 | ||||
Poland | 100.0 | 35.9 | 40.3 | ||||
Portugal | 193.2 | 41.9 | 34.1 | ||||
Romania | 89.1* | 35.1 | 43.1 | ||||
Slovenia | 16.0 | 22.8 | 26.5 | ||||
Slovakia | 185.8 | 30.1 | 36.8 | ||||
Finland | 59.5 | 27.3 | 33.1 | ||||
Sweden | 13.3 | 32.1 | 33.4 | ||||
UK | 17.8 | 32.1 | 31.2 | ||||
Croatia | 81.7* | : | 33.2 | ||||
Iceland | 39.9 | 37.9 | n/a | ||||
MK* | 68.0 | 41.6 | 42.8 | ||||
Turkey | 70.8 | 31.1 | 30.6 | ||||
Liechtenstein | 41.1* | : | 25.8 | ||||
Norway | 11.0 | 26.8 | 29.6 | ||||
Bron: Eurostat (UOE). *= totale toename geëxtrapoleerd op basis van de beschikbare jaren.
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.
6. Hoger onderwijs
Benchmark 2020 (ook EU 2020-kerndoel): in 2020 moet het aantal 30- tot 34‑jarigen dat hoger onderwijs heeft gevolgd, ten minste 40% bereiken.
Tendensen: het aantal 30- tot 34-jarigen dat hoger onderwijs heeft gevolgd, is gestegen van 22,4% in 2000 naar 32,3% (vrouwen: 35,7%, mannen: 28.9%) in 2009, dus met bijna tien procentpunten.
Beste presteerders in de EU: Ierland, Denemarken en Luxemburg
2000 | 2008 | 2009 | |
EU 27 | 22.4 | 31.1 | 32.3 |
Belgium | 35.2 | 42.9 | 42.0 |
Bulgaria | 19.5 | 27.1 | 27.9 |
Czech Rep. | 13.7 | 15.4 | 17.5 |
Denmark | 32.1 | 46.3 | 48.1 |
Germany | 25.7 | 27.7 | 29.4 |
Estonia | 30.8 | 34.1 | 35.9 |
Ireland | 27.5 | 46.1 | 49.0 |
Greece | 25.4 | 25.6 | 26.5 |
Spain | 29.2 | 39.8 | 39.4 |
France | 27.4 | 41.3 | 43.3 |
Italy | 11.6 | 19.2 | 19.0 |
Cyprus | 31.1 | 47.1 | 44.7 |
Latvia | 18.6 | 27.0 | 30.1 |
Lithuania | 42.6 | 39.9 | 40.6 |
Luxembourg | 21.2 | 39.8 | 46.6p p p |
Hungary | 14.8 | 22.4 | 23.9 |
Malta | 7.4 | 21.0p | 21.1p |
Netherlands | 26.5 | 40.2 | 40.5 |
Austria | : | 22.2 | 23.5 |
Poland | 12.5 | 29.7 | 32.8 |
Portugal | 11.3 | 21.6 | 21.1 |
Romania | 8.9 | 16.0 | 16.8 |
Slovenia | 18.5 | 30.9 | 31.6 |
Slovakia | 10.6 | 15.8 | 17.6 |
Finland | 40.3 | 45.7 | 45.9 |
Sweden | 31.8 | 42.0p | 43.9p |
UK | 29.0 | 39.7 | 41.5 |
Croatia | 16.2(02) | 18.5u | 20.5u |
Iceland | 32.6 | 38.3 | 41.8 |
MK* | : | 12.4 | 14.3 |
Turkey | : | 13.0 | 14.7 |
Norway | 37.3 | 46.2 | 47.0 |
Bron: Eurostat (UOE), (02) = 2002.
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. u = onbetrouwbare gegevens
7. Participatie van volwassenen aan een leven lang leren
Benchmark 2010/2020: de gemiddelde participatie aan een leven lang leren van de bevolking in de werkende leeftijd moest in de EU in 2010 ten minste 12,5% belopen tegenover 15% in 2020.
Tendensen: op EU-niveau is de participatie toegenomen van 7,1% in 2000 tot 9,3% in 2009 (25- tot 64-jarigen; mannen 8,5%; vrouwen: 10,2%). Een groot deel van de toename was echter het gevolg van breuken in de tijdreeksen rond 2003. Sinds 2005 is de participatie lichtjes achteruitgegaan.
Beste presteerders in de EU: Denemarken, Zweden en Finland
2005 | 2008 | 2009 | |
9.8 | 9.5 | 9.3 p | |
Belgium | 8.3 | 6.8 | 6.8 |
Bulgaria | 1.3 | 1.4 | 1.4 |
Czech Rep. | 5.6 | 7.8 p | 6.8 |
Denmark | 27.4 | 30.2 | 31.6 |
Germany | 7.7 | 7.9 | 7.8 |
Estonia | 5.9 | 9.8 p | 10.5 |
Ireland | 7.4 | 7.1 | 6.3 |
Greece | 1.9 | 2.9 | 3.3 |
Spain | 10.5 | 10.4 | 10.4 |
France | 7.1 | 7.3 | 6.0 |
Italy | 5.8 | 6.3 | 6.0 |
Cyprus | 5.9 | 8.5 | 7.8 |
Latvia | 7.9 | 6.8 | 5.3 |
Lithuania | 6.0 | 4.9 | 4.5 |
Luxembourg | 8.5 | 8.5 | 13.4 p |
Hungary | 3.9 | 3.1 | 2.7 |
Malta | 5.3 | 6.2 | 5.8 p |
Netherlands | 15.9 | 17.0 | 17.0 |
Austria | 12.9 | 13.2 | 13.8 |
Poland | 4.9 | 4.7 | 4.7 |
Portugal | 4.1 | 5.3 p | 6.5 |
Romania | 1.6 | 1.5 | 1.5 |
Slovenia | 15.3 | 13.9 | 14.6 |
Slovakia | 4.6 | 3.3 | 2.8 |
Finland | 22.5 | 23.1 | 22.1 |
Sweden | 17.4 p | 22.2 b | 22.2 p |
UK | 27.6 | 19.9 b | 20.1 |
Croatia | 2.1 | 2.2 | 2.3 |
Iceland | 25.7 | 25.1 | 25.1 |
MK* | : | 2.5 | 3.3 |
Turkey | 1.9 | 1.8 | 2.3 |
Norway | 17.8 | 19.3 | 18.1 |
Bron: Eurostat (arbeidskrachtenenquête) Toppresteerders laagpresteerders. b = breuk in tijdreeksen. p = voorlopig.
*MK = Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.