Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/11/46

Brussel, 19 januari 2011

EU ontwikkelt zich tot een 'recyclingsamenleving', maar er kan nog steeds vooruitgang worden geboekt

De Europese Commissie heeft vandaag een verslag gepubliceerd over de prestaties van de lidstaten op het gebied van afvalpreventie en -recycling. Daaruit blijkt dat sommige lidstaten zeer veel vooruitgang hebben geboekt, maar dat we nog wel even te gaan hebben voordat we onze langetermijndoelstelling van een 'recyclingsamenleving' (waarin de productie van afval niet alleen wordt voorkomen, maar afval ook als een hulpbron wordt gebruikt) zullen bereiken.

Commissaris voor Milieu Janez Potočnik zei in dit verband: "Mijn oude mobiele telefoon bevat goud, platina, palladium en koper. Dit zijn allemaal natuurlijke hulpbronnen waaraan we een gebrek hebben in Europa. Een ton van deze mobiele telefoons bevat ongeveer 280 gram goud, 140 gram platina en palladium en 140 pond koper. Dat is geen afval dat begraven of verbrand moet worden, maar een natuurlijke hulpbron die we moeten respecteren. Zoals we in de Europa 2020-strategie uiteen hebben gezet, willen we van Europa echt een 'hulpbronnenefficiënte economie' maken. Het gaat er hierbij niet alleen om de negatieve milieueffecten en de broeikasgasemissies te verminderen, maar ook om banen te creëren. Alleen al in de afvalrecyclingsector kunnen door middel van een hulpbronnenefficiënte economie een half miljoen banen worden gecreëerd."

Meer groei, minder afval

Uit het verslag blijkt dat de totale afvalproductie in de meeste lidstaten toeneemt (of zich in het beste geval stabiliseert), maar wel in een lager ritme dan de economische groei. Gedurende de laatste 10 jaar bleef de productie van stedelijk afval min of meer stabiel met ongeveer 524 kg per persoon per jaar, hoewel de huishoudelijke consumptie in dezelfde periode met ongeveer 16 % is gestegen. Er kan dan ook meer worden gedaan om de totale afvalproductie te verminderen. 25 % van de door de EU-huishoudens gekochte levensmiddelen wordt bijvoorbeeld weggegooid. Ongeveer 60 % van dit afval kan worden vermeden. Daarmee zou elk huishouden ongeveer € 500 per jaar besparen1.

Uiteenlopende resultaten: veel ruimte voor vooruitgang

Er bestaan grote verschillen tussen de lidstaten. De recyclingpercentages variëren van een paar procent tot 70 %. In sommige lidstaten zijn stortplaatsen zo goed als verdwenen, terwijl in andere lidstaten meer dan 90 % van het afval nog steeds wordt begraven. Dit betekent dat er nog een ruime marge voor verbetering is die verdergaat dan de huidige EU-minimumdoelstellingen voor inzameling en recycling. Hiertoe dient de invoering van een combinatie van economische en juridische instrumenten van de best presterende lidstaten te worden aangemoedigd. Deze instrumenten omvatten onder meer stortverboden en de toepassing van het concept producentenverantwoordelijkheid op extra afvalstromen in de hele EU. Om de recycling nog meer te stimuleren is er meer consistentie nodig tussen het productontwerp en het afvalbeleid. Om ambitieuze preventie- en recyclingdoelstellingen te kunnen verwezenlijken, is de inzet van de hele samenleving nodig. In het verslag wordt daarom de nadruk gelegd op de noodzaak van voortdurende inspanningen om de participatie van belanghebbenden te verhogen en te zorgen voor een toenemend bewustzijn onder de bevolking.

Betere wetgeving en de juiste uitvoering ervan

Afval vertegenwoordigt nog steeds ongeveer 20 % van alle milieuovertredingen. De recente gebeurtenissen in Hongarije en Italië hebben aangetoond dat de volledige uitvoering van de afvalwetgeving van groot belang is voor de bescherming van het milieu en de volksgezondheid.

De nieuwe waterkaderrichtlijn, die uiterlijk op 12 december 2010 omgezet had moeten worden, is in veel EU-landen nog steeds niet in nationale wetgeving omgezet. De lidstaten hadden een overgangsperiode van twee jaar voor het treffen van de nodige maatregelen om aan de nieuwe richtlijn te voldoen. Tot nu toe heeft slechts een klein aantal lidstaten de Commissie laten weten dat dit daadwerkelijk is gedaan. De Commissie volgt de situatie op de voet en zal indien nodig actie ondernemen tegen de lidstaten die de richtlijn niet uitvoeren.

De nieuwe richtlijn moderniseert en vereenvoudigt onze benadering van het afvalbeleid rond het concept van de 'levenscyclusbenadering'. Bij de richtlijn wordt een bindende afvalhiërarchie geïntroduceerd, waarin de prioriteitsvolgorde voor de afvalbehandeling wordt vastgesteld. Bovenaan de lijst staat afvalpreventie, gevolgd door hergebruik, recycling en andere terugwinningactiviteiten. Afvalverwijdering (zoals storten) komt pas helemaal onderaan de lijst en zou dus alleen in laatste instantie een optie mogen zijn. De richtlijn eist dat de lidstaten tegen 2013 hun afvalbeheersplannen moderniseren en afvalpreventieprogramma's opstellen. Verder moeten ze tegen 2020 50 % van hun stedelijk afval en 70 % van hun bouw- en sloopafval recyclen.

Volgende stappen

De Commissie blijft toezicht houden op de uitvoering en de naleving van de afvalwetgeving op nationaal niveau, waaronder de voorschriften van de nieuwe waterkaderrichtlijn. Daarnaast zal de Commissie ook trachten de lidstaten te steunen bij het ontwerpen van passende strategieën en verder beleid. Om haar afvalbeleid verder te consolideren, zal de Commissie in 2012 nadere voorstellen doen en tevens uiteenzetten welke concrete stappen ze zal ondernemen om de EU nog meer tot een hulpbronnenefficiënte recyclingsamenleving te doen evolueren.

Meer informatie

Het verslag en de bijlage (met daarin gedetailleerde resultaten voor de afzonderlijke lidstaten) zijn beschikbaar op: http://ec.europa.eu/environment/waste/strategy.htm.

1 :

Actieprogramma Afval en hulpbronnen (WRAP), onderzoek van het Verenigd Koninkrijk, november 2009.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website