Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/11/454

Brussel, 11 april 2011

Europees aanhoudingsbevel bestrijdt grensoverschrijdende criminaliteit, maar EU-lidstaten kunnen het gebruik ervan verbeteren, rapporteert de Commissie.

Europeanen hebben het recht om vrij door de EU te reizen voor werk, studies of vakantie. Open grenzen mogen criminelen echter niet de mogelijkheid bieden om uit handen van justitie te blijven door gewoonweg naar een andere lidstaat te reizen. Het Europees aanhoudingsbevel, dat sinds 2004 in werking is, is een doeltreffend instrument om personen die van een strafbaar feit worden verdacht, van een EU-land naar een ander EU-land over te leveren, zodat criminelen geen schuilplaats meer kunnen vinden in Europa. Dankzij dit systeem zijn bijvoorbeeld tientallen verdachte drugsmokkelaars, moordenaars en plegers van seksueel misbruik van kinderen vanuit Spanje terug naar het Verenigd Koninkrijk gebracht. Hoewel er veel successen werden geboekt, kunnen de EU-lidstaten de werking van het systeem – dat op wederzijds vertrouwen tussen de nationale rechtssystemen is gebaseerd – verbeteren, zo stelde de Europese Commissie vast in een vandaag vrijgegeven verslag. De lidstaten moeten bij het gebruik van het Europees aanhoudingsbevel in elke zaak rekening houden met de grondrechten en de werkelijke behoefte aan overlevering.

"Het Europees aanhoudingsbevel is een belangrijk instrument om misdadigers op te pakken, maar de lidstaten moeten ervoor zorgen dat het juist wordt gebruikt", aldus Viviane Reding, vicevoorzitter en EU-commissaris voor Justitie. "De nationale regeringen moeten vertrouwen opbouwen tussen hun rechtssystemen zodat het Europees aanhoudingsbevel nog efficiënter kan werken. Rekening houdend met de belangrijke gevolgen ervan op het gebied van de grondrechten, mogen Europese aanhoudingsbevelen niet automatisch worden uitgevaardigd voor minder zware strafbare feiten, zoals een fietsdiefstal."

In het verslag van de Commissie wordt nagegaan hoe de lidstaten het Europees aanhoudingsbevel sinds 2004 ten uitvoer hebben gelegd en wordt een overzicht gegeven van de werking ervan tot dusver. De lidstaten hebben tussen 2005 en 2009 54 689 Europese aanhoudingsbevelen uitgevaardigd, die hebben geleid tot de overlevering van 11 630 verdachten. In dezelfde periode heeft het Europees aanhoudingsbevel duidelijk tot gevolg gehad dat de overlevering van verdachten tussen EU-landen werd versneld. Voor de invoering van het Europees aanhoudingsbevel duurde een overlevering gemiddeld een jaar, maar dat is nu teruggebracht tot 16 dagen wanneer de verdachte instemt met de overlevering of tot 48 dagen wanneer dat niet het geval is. Het Europees aanhoudingsbevel is daarom een belangrijk instrument voor criminaliteitbestrijding geworden en een belangrijk aspect van de interne veiligheid in de EU.

Dankzij het Europees aanhoudingsbevel werden onder meer volgende verdachten uitgeleverd: een in Italië opgepakte pleger van een mislukte bomaanslag in Londen, een in Spanje opgespoorde Duitse seriemoordenaar, een van drugsmokkel verdachte persoon uit Malta die aan het Verenigd Koninkrijk werd overgeleverd, een door Italië voor roofovervallen gezochte bende, waarvan de leden uiteindelijk in zes verschillende EU-landen werden aangehouden en zeer onlangs nog werd in vijf landen een groot netwerk voor ladingdiefstallen op snelwegen ontmanteld.

De Commissie neemt weliswaar akte van het succes van het Europees aanhoudingsbevel om op een efficiënte manier verdachten over te leveren in een EU zonder grenzen, maar zij erkent ook dat de werking ervan kan worden verbeterd. Uit het verslag blijkt dat de doeltreffendheid van het Europees aanhoudingsbevel kan worden gehinderd door ongerustheid over de eerbiediging van de grondrechten in de lidstaten en een mogelijk overmatig gebruik in niet al te ernstige zaken.

De Commissie pakt sommige van deze problemen aan door te helpen eerlijke procesvoering te garanderen via EU-minimumnormen voor de rechten van personen die van een strafbaar feit worden verdacht of beschuldigd. De EU heeft al wetgeving aangenomen over het recht op tolk- en vertaaldiensten in strafprocedures (IP/10/1305) en gemeenschappelijke regels voorgesteld die ervoor moeten zorgen dat verdachten informatie krijgen over hun rechten (IP/10/1652). Voorts zijn maatregelen gepland om toegang tot een advocaat en het recht op communicatie met familie en met werkgevers te waarborgen. Al deze maatregelen zullen van toepassing zijn op verdachten tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd en bijdragen tot de eerbiediging van hun grondrechten.

De lidstaten zijn echter verantwoordelijk voor de belangrijkste verbeteringen die moeten worden aangebracht aan de manier waarop het Europees aanhoudingsbevel wordt uitgevoerd. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat het systeem van het Europees aanhoudingsbevel niet wordt ondermijnd door er veelvuldig gebruik van te maken voor minder zware strafbare feiten, zoals een fietsdiefstal. Bij het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel moeten de justitiële autoriteiten van de lidstaten rekening houden met de ernst van het strafbaar feit, de duur van de straf en de kosten en baten van het uitvoeren van een aanhoudingsbevel. Bij het uitvoeren van het aanhoudingsbevel moet het evenredigheidsbeginsel terdege worden nageleefd.

Om het systeem beter te laten werken, zal de Commissie derhalve:

  • de EU-lidstaten oproepen om leemten op te vullen wanneer hun wetgeving niet volledig in overeenstemming is met het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel;

  • de lidstaten vragen om ervoor te zorgen dat beoefenaars van juridische beroepen, zoals openbare aanklagers, geen aanhoudingsbevel uitvaardigen voor zeer lichte misdrijven, overeenkomstig het handboek over het Europees aanhoudingsbevel, ook landen waar vervolging verplicht is;

  • voor eind september 2011 voorstellen indienen ter bevordering van de opleiding voor politieautoriteiten, rechterlijke instanties en beoefenaars van juridische beroepen over het Europees aanhoudingsbevel om consistentie en doeltreffendheid te waarborgen in de manier waarop het wordt toegepast en om de voorlichting over de nieuwe EU-waarborgen voor procedurele rechten te verbeteren;

  • de lidstaten aanmoedigen om aanvullende maatregelen ten uitvoer te leggen (vier kaderbesluiten) over kwesties als strafoverdracht en rechterlijke beslissingen bij verstek;

  • het verzamelen van statistische gegevens van de lidstaten over het Europees aanhoudingsbevel proberen te verbeteren, zodat het systeem adequaat kan worden geëvalueerd;

  • nauwlettend blijven toezien op de werking van het Europees aanhoudingsbevel en alle mogelijke opties overwegen om tekortkomingen aan te pakken, met inbegrip van nieuwe maatregelen om de procedurele rechten te verbeteren.

Achtergrond

Dit is het derde verslag van de Commissie sinds het Europees aanhoudingsbevel in januari 2004 in werking is getreden als systeem van overlevering tussen lidstaten.

Verdere informatie

Newsroom directoraat-generaal Justitie:

http://ec.europa.eu/justice/news/intro/news_intro_en.htm

Homepage van Viviane Reding, vicevoorzitter en EU-commissaris voor Justitie:

http://ec.europa.eu/reding

ANNEX

European Arrest Warrants in Member States – Number of issued European Arrest Warrants ('issued') and number of European Arrest Warrants resulting in the effective surrender of the person sought ('executed') from year 2005 to year 2009


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website