Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Autres langues disponibles: FR EN DE CS

IP/11/323

Brussel, 17 maart 2011

Onderzoek naar vergrijzing: Commissie kent nieuwe Europese juridische status toe aan grensoverschrijdende databank

Een grote multinationale onderzoeksdatabank met gegevens over de vergrijzing van de bevolking wordt het eerste project op het gebied van onderzoeksinfrastructuur dat een nieuwe Europese juridische status krijgt waardoor dergelijke projecten gemakkelijker kunnen worden opgezet en eenvoudiger kunnen worden beheerd. Dat heeft de Europese Commissie vandaag besloten. De enquête naar gezondheid, vergrijzing en pensionering in Europa (Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe - SHARE) wordt het eerste Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur (European Research Infrastructure Consortium - ERIC). Daarmee krijgt het veel van de administratieve voordelen en belastingvrijstellingen die grote internationale organisaties genieten, met veel eenvoudiger procedures. SHARE-ERIC is ondergebracht bij de Universiteit van Tilburg in Nederland, biedt open en kosteloze toegang tot gegevens en wil onderzoekers helpen meer zicht te krijgen op de effecten van de vergrijzing op de Europese samenleving en zo de politieke beleidsvormers helpen bij het nemen van besluiten met betrekking tot het sociaal, economisch en gezondheidsbeleid. Oostenrijk, België, Tsjechië, Duitsland en Nederland zijn de stichtende leden van van het nieuwe Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur SHARE-ERIC. Wellicht zullen Denemarken, Spanje, Frankrijk, Italië, Portugal, Griekenland, Zweden, Polen, Ierland, Estland, Luxemburg, Hongarije en Slovenië zijn de andere EU-landen (samen met Israël) die tot dusver aan het SHARE-project hebben deelgenomen en zich later bij de nieuwe juridische status kunnen aansluiten.

Commissaris voor Onderzoek, innovatie en wetenschap Máire Georghegan-Quinn zei hierover het volgende: "Onze verouderende bevolking stelt Europa voor cruciale sociale en economische uitdagingen. Het is dus goed nieuws dat SHARE het eerste Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur wordt. Ik hoop dat ook andere grensoverschrijdende projecten voor onderzoeksinfrastructuur een aanvraag in die zin zullen indienen. Dat zou een flinke opsteker worden voor onze inspanningen om de Europese onderzoeksruimte tegen 2014 af te ronden, waarvoor wij van de staatshoofden en regeringsleiders op de Europese Raad van februari een duidelijk mandaat hebben gekregen. Ondertussen zal de nieuwe juridische status van SHARE ertoe bijdragen dat de levenskwaliteit van ouderen en hun families dankzij Europees en nationaal beleid kan verbeteren en dat onze economieën gewapend zullen zijn om de demografische veranderingen op te vangen."

SHARE was in 2006 al door het Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren (European Strategy Forum for Research Infrastructures - ESFRI) aangewezen als prioritaire onderzoeksinfrastructuur voor de sociale wetenschappen. Het "ESFRI-stappenplan" (zie hieronder) bevat momenteel 44 prioritaire infrastructuren.

SHARE is in 2004 van start gegaan en bouwt een multidisciplinaire en transnationale gegevensverzameling uit over de sociaaleconomische en gezondheidstoestand en de sociale en familienetwerken van meer dan 45 000 individuen van 50 jaar en meer. De toegang tot de gegevens is open en kosteloos. SHARE helpt beleidsmakers meer inzicht te krijgen in bijvoorbeeld de implicaties van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën, de arbeidsmarkt, de inkomensverdeling en het gezinsleven. Door de analyse van SHARE-gegevens zullen de Europese landen zich beter kunnen voorbereiden op de voortdurende uitdagingen voor hun socialezekerheidsstelsels in een verouderende samenleving.

SHARE zal naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren voor andere initiatieven in verband met de vergrijzing zoals het Europees proefpartnerschap inzake actief en gezond ouder worden, dat momenteel op stapel staat.

Sinds 2004 heeft de Europese Commissie voor SHARE 30 miljoen euro uitgetrokken, waarmee bijna 80% van de totale kosten zijn gedekt. Ongeveer 5 miljoen euro is verstrekt door het Amerikaanse nationale instituut voor de vergrijzing (US National Institute on Ageing) en andere nationale subsidies.

Het besluit van vandaag om SHARE de nieuwe juridische status van Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur of "ERIC" (European Research Infrastructure Consortium) te geven, zal helpen om het voortbestaan ervan op lange termijn te verzekeren, aangezien ERIC's een op maat gesneden juridische en governancestructuur bezitten, waardoor zij snel kunnen worden opgericht en efficiënt kunnen werken. De nieuwe status geeft dergelijke infrastructuren de flexibiliteit om hun statuten aan hun behoeften aan te passen. Het besluit betreffende SHARE voorziet in een algemene vergadering, een raad van bestuur en een wetenschappelijke adviesraad.

Europese consortia voor een onderzoeksinfrastructuur kunnen ook, net zoals internationale organisaties, vrijstelling van btw en accijnsrechten genieten. In het geval van SHARE bijvoorbeeld kunnen dankzij btw-vrijstelling de kosten van uitbestede gegevensvergaring worden verlaagd.

Verdere aanvragen om Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur te worden, worden in de nabije toekomst verwacht van minstens acht andere onderzoeksinfrastructuren die in het ESFRI-stappenplan worden genoemd.

Achtergrond

Het ESFRI is in 2002 van start gegaan en brengt afgevaardigden bijeen die zijn aangesteld door de onderzoekministers van EU- en geassocieerde landen, plus een vertegenwoordiger van de Commissie, die hun middelen samenleggen om Europa de meest moderne onderzoekinfrastructuren te bezorgen.

Met het stappenplan van het ESFRI voor 44 prioritaire infrastructuren – waarvan er nu tien ten uitvoer worden gelegd en naar verwacht nog eens 16 tegen eind 2012 van start zullen gaan – wordt beoogd Europa tot wereldleider te maken op verschillende gebieden van de natuur-, energie-, biologische, medische, sociale en ICT-wetenschappen.

Tot nog toe is het gebrek aan een adequaat juridisch kader voor partners uit verschillende landen een probleem geweest, dat geleid heeft tot langdurige besprekingen en vertragingen bij het opzetten van ESFRI-infrastructuren.

In juli 2008 is de Europese Commissie hierop ingegaan met de indiening van een voorstel voor een verordening van de Raad waarbij het mogelijk zou worden Europese consortia voor een onderzoeksinfrastructuur op te richten met een rechtspersoonlijkheid die gebaseerd is op EU-wetgeving (krachtens artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) en die in alle lidstaten wordt erkend. De Raad bereikte hierover in mei 2009 overeenstemming (zie IP/09/856).

Volgens deze regeling moeten lidstaten die belangstelling hebben voor het gezamenlijk oprichten van een Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur een aanvraag indienen bij de Commissie. De Commissie bekijkt dan of het project in aanmerking komt en gaat na of het voldoet aan de verordening, voordat zij de nieuwe status toekent.

De flexibele juridische status van Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur is uitstekend geschikt voor grootschalige Europese initiatieven, die ook open staan voor deelname van niet-Europese landen. Zij genieten bepaalde voorrechten en vrijstellingen die aan intergouvernementele organisaties worden verleend maar zij moeten sneller kunnen worden opgericht en gemakkelijker kunnen worden beheerd.

SHARE-website: www.share-project.org

Website over Europese onderzoeksinfrastructuren:

www.ec.europa.eu/research/infrastructures

ERIC-webpage: http://ec.europa.eu/research/infrastructures/index_en.cfm?pg=eric

ESFRI-webpage: www.ec.europa.research/esfri


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site