Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Autres langues disponibles: FR EN DE SV PT CS ET HU SL

IP/11/299

Brussel, 14 maart 2011.

Commissie eist dat acht lidstaten richtlijn ten uitvoer leggen om grotere mobiliteit van machinisten te garanderen

De Europese Commissie heeft acht lidstaten officieel aangemaand de richtlijn inzake de certificering van machinisten in nationale wetgeving om te zetten. België, Duitsland, Hongarije, Nederland, Portugal, Slovenië, Tsjechië en Zweden hebben hun nationale wetgeving nog niet in overeenstemming gebracht met de richtlijn. Hierdoor kan de mobiliteit van de machinisten niet meer binnen de vastgestelde termijn worden gewaarborgd. De Commissie geeft de betrokken landen twee maanden de tijd om hun wetgeving aan te passen. Indien zij dat niet doen, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De Europese regelgeving

Bij Richtlijn 2007/59/EG zijn de voorwaarden gedefinieerd om een trein te mogen besturen in verschillende lidstaten van de Europese Unie en zijn de minimumeisen vastgesteld waaraan machinisten moeten voldoen. Een machinist die een vergunning bezit en die voor bepaalde types rollend materieel van een lidstaat over bevoegdheidsbewijzen beschikt, mag dat materieel ook in andere lidstaten besturen wanneer hij een rijproef heeft afgelegd. Zijn fysieke geschiktheid en beroepsbekwaamheid hoeven niet opnieuw te worden getest.

Doel van de richtlijn is de mobiliteit van machinisten tussen de lidstaten, maar ook tussen spoorwegondernemingen te bevorderen.

De lidstaten dienden deze richtlijn uiterlijk op 4 december 2009 om te zetten in nationale wetgeving.

Waarom dit met redenen omkleed advies?

De richtlijn is door acht lidstaten (België, Duitsland, Hongarije, Nederland, Portugal, Slovenië, Tsjechië en Zweden) nog niet of slechts gedeeltelijk in nationale wetgeving omgezet.

De gevolgen van de niet-omzetting

Indien de acht betrokken lidstaten hun nationale wetgeving niet binnen de vastgestelde termijn in overeenstemming brengen met het EU-recht, kan de richtlijn niet ten uitvoer worden gelegd. In dat geval blijven de verplichte examens van beroepsbekwaamheid, die een ontradend effect hebben op de mobiliteit van machinisten, bestaan. Bovendien is het hierdoor voor spoorwegondernemingen moeilijker om nieuwe diensten aan te bieden op buitenlandse markten.

De laatste stap van de inbreukprocedure

Indien de acht betrokken lidstaten hun wetgeving niet binnen twee maanden aanpassen, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Voor meer informatie, zie ook MEMO/11/162.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site