Navigation path

Left navigation

Additional tools

Staatssteun: Scorebord laat zien dat, ondanks crisissteun, trend naar minder en beter gerichte steun aanhoudt

European Commission - IP/11/1487   01/12/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Europese Commissie - Persbericht

Staatssteun: Scorebord laat zien dat, ondanks crisissteun, trend naar minder en beter gerichte steun aanhoudt

Brussel 1 december 2011 - Het volume nationale steun aan de financiële sector dat banken tussen oktober 2008 en 31 december 2010 daadwerkelijk hebben opgenomen, lag rond 1,6 biljoen EUR lag (13% van het bbp). Dit blijkt uit de najaarseditie van het Scorebord Staatssteun van de Europese Commissie. Het overgrote deel van dit volume (74%) bestaat uit staatsgaranties voor wholesalefunding voor banken (zie verder, voor meer cijfers). Vandaag heeft de Commissie ook de regels voor crisissteun aan banken verlengd, in aangepaste vorm: de regels voor de vergoeding van herkapitalisaties zijn nu verduidelijkt, terwijl de regels voor de premies op interbancaire fundinggaranties zijn aangepast. Dit alles moet ervoor zorgen dat de overheid een correcte vergoeding ontvangt (zie IP/11/1488).

Steun aan de reële economie op basis van de regels van het tijdelijke steunkader is gedaald tot 11,7 miljard EUR in 2010 - een daling met bijna 50% ten opzichte van 2009. Dit is het gevolg van het feit dat dit soort steun minder wordt opgenomen, maar ook van de begrotingsbeperkingen in de meeste EU-lidstaten. De Commissie zal dan ook niet voorstellen het tijdelijke steunkader te verlengen. Momenteel zijn de normale steunregels immers een even adequaat instrument, of het nu bijvoorbeeld gaat om steun ter bevordering van risicokapitaalinvesteringen, steun voor meer energie-efficiëntie of steun voor het midden- en kleinbedrijf (mkb). De maatregel voor kortlopende exportkredietverzekering, die marktfalen moet verhelpen, blijft wel nog van kracht, terwijl de eenmalige subsidie van 500 000 EUR per onderneming al in 2010 werd vervangen door de normale de-minimisregel.

Het totale steunvolume (crisissteun niet meegerekend) bleef in 2010 stabiel rond 73,8 miljard EUR of 0,6% van het bbp. De klemtoon lag ook nu weer sterker op minder verstorende horizontale doelstellingen zoals steun voor onderzoek en innovatie, milieubescherming of risicokapitaalverschaffing voor het mkb. Uit het Scorebord blijkt ook dat lidstaten onrechtmatige steun sneller terugvorderen: eind juni 2011 was 82% (of 12 miljard EUR) teruggevorderd dankzij de inspanningen van de Commissie en waarschijnlijk ook de druk om de overheidsfinanciën op orde te krijgen.

"De belangrijkste voorwaarde om de financiële sector van het infuus van de staatssteun te halen, is dat we de schuldencrisis opgelost krijgen. Uit onze analyse blijkt dat steun, dankzij ons staatssteuntoezicht, zijn rol heeft gespeeld om de economische en financiële stabiliteit te beschermen, zonder dat dit tot dusver onherstelbare schade heeft aangericht aan de mededinging of de interne markt," verklaarde Joaquίn Almunia, Vicevoorzitter van de Commissie en belast met het mededingingsbeleid. "Ik ben vastbesloten om, zodra de marktomstandigheden dat toelaten, terug te keren naar de normale regels. Ook wil ik ervoor zorgen dat de steun voor de banken en de reële economie wordt ingezet om meer groei en banen te genereren."

Steun aan banken

Tussen 2008 en 31 december 2010 werd 1 608 miljard EUR daadwerkelijk gebruikt om financiële instellingen te ondersteunen.

Hierbij ging het om liquiditeitssteun voor banken:

  • gemiddeld 1 199 miljard EUR (10% van het bbp) aan uitstaande overheidsgaranties voor de funding van banken en andere (kortlopende) vormen van liquiditeitssteun;

  • daarnaast ging nog eens 409 miljard EUR (3% van het bbp) naar maatregelen om de solvabiliteit van banken te ondersteunen, naar herkapitalisatiemaatregelen en naar ondersteuning voor besmette activa.

Drie lidstaten waren samen goed voor bijna 60% van het totale volume steun dat werd ingezet: Ierland (25%), het Verenigd Koninkrijk (18%) en Duitsland (15%).

Steun aan de reële economie - Het tijdelijke steunkader

Om de impact van de verstrakking van de kredietvoorwaarden zoveel mogelijk te beperken, hebben de lidstaten ook steun verleend aan de reële economie. Daarvoor konden zij een beroep doen op het tijdelijke steunkader dat de Commissie eind 2008 had goedgekeurd. De belangrijkste steunmaatregel die werd gebruikt, was de eenmalige subsidie van 500 000 EUR per onderneming; deze maatregel is in 2010 stopgezet. Andere maatregelen die werden ingezet, waren rentesubsidies voor leningen of gesubsidieerde garanties, rentekortingen voor milieuvriendelijke investeringen en risicokapitaalsteun.

Tussen december 2008 en 1 oktober 2011 hebben de lidstaten dankzij het tijdelijke steunkader 82,9 miljard EUR beschikbaar gesteld. Werd in 2009 zo nog voor in totaal 21 miljard EUR opgenomen, dan was dit bedrag in 2010 gedaald tot 11,7 miljard EUR. Dit is een indicatie dat marktfinanciering in zekere mate beschikbaar was.

Langetermijntrends voor 'niet-crisissteun'

Het steunvolume bleef (crisissteun niet meegerekend) stabiel bij 73,7 miljard EUR of 0,6% van het bbp. De steun aan de be- en verwerkende industrie en de dienstensector beliep 61 miljard EUR of 0,5% van het bbp; daarvan was 85% bestemd voor horizontale doelstellingen van gemeenschappelijk belang. Opvallend is dat de Commissie vaststelde dat de nadruk meer ligt op steun voor regionale ontwikkeling, steun voor onderzoek en milieusteun. Dit soort maatregelen zijn niet alleen minder concurrentieverstorend, maar bovendien dragen zij bij aan het behalen van de doelstellingen van de EU-2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei.

De hervormingen die sinds het Actieplan Staatssteun 2005-2008 (zie IP/05/680) zijn doorgevoerd, blijven hun vruchten afwerpen. Bijna 90% van alle steun wordt nu verleend in het kader van groepsvrijstellingen of van steunregelingen (zie IP/06/1765 en IP/08/1110). Zodra de Commissie toestemming heeft gegeven voor dit soort algemene maatregelen, kunnen de lidstaten steun geven aan individuele bedrijven zonder dat verder onderzoek door de Commissie nodig is. Zo genieten de lidstaten grote flexibiliteit en een lage regeldruk, terwijl de verenigbaarheidscriteria toch de garantie bieden voor een gelijk speelveld op de interne markt. Slechts 11,5% van alle steun moet afzonderlijk worden onderzocht.

Uit het Scorebord blijkt ook dat ondernemingen eind juni 2011 zo'n 82% (of 12 miljard EUR) van alle onrechtmatige en onverenigbare steun hadden terugbetaald aan de overheid die deze steun had verleend. Dit is een opvallende verbetering ten opzichte van de situatie eind 2004, toen het terugvorderingspercentage slechts 25% bedroeg.

Het Scorebord is, samen met bijlagen, statistische gegevens en indicatoren voor alle lidstaten, te vinden onder:

http://ec.europa.eu/comm/competition/state_aid/studies_reports/studies_reports.html

Contact :

Amelia Torres (+32 2 295 46 29)

Maria Madrid Pina (+32 2 295 45 30)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website