Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/11/109

Brussel, 31 januari 2011

Commissie lanceert actieplan om het aantal voortijdige schoolverlaters terug te dringen

Meer dan zes miljoen jongeren in de EU verlaten het onderwijs met in het beste geval een diploma lager middelbaar onderwijs op zak. Ze vinden erg moeilijk werk en zijn vaker werkloos en afhankelijk van sociale voorzieningen. Schooluitval belemmert de sociale en economische ontwikkeling en vormt een ernstig obstakel voor slimme, duurzame en inclusieve groei. De Commissie heeft vandaag een actieplan goedgekeurd om de lidstaten te helpen een van de kerndoelstellingen van Europa 2020 te halen, namelijk het gemiddelde percentage voortijdige schoolverlaters in de EU uiterlijk 2020 terug te dringen van de huidige 14,4% tot minder dan 10%.

Volgens José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, "kan Europa het zich niet veroorloven dat zoveel jongeren die een positieve bijdrage aan de samenleving en de economie kunnen leveren, in de steek worden gelaten. We moeten de mogelijkheden van alle jongeren in Europa aantappen om de crisis te boven te komen."

Volgens Androulla Vassiliou, Europees commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken, "levert een verlaging van het percentage voortijdige schoolverlaters in Europa met slechts 1 procentpunt jaarlijks bijna een half miljoen gekwalificeerde jongeren extra op. De meeste EU-lidstaten zijn erin geslaagd het aantal laaggekwalificeerde jongeren terug te dringen, maar er moeten nog meer inspanningen worden geleverd."

Het nieuwe initiatief van de Commissie schetst de situatie in Europa op het gebied van schooluitval, beschrijft de belangrijkste oorzaken van het probleem en de gevaren voor de toekomstige economische en maatschappelijke ontwikkeling en doet voorstellen om het probleem doeltreffender aan te pakken.

Het bijgevoegde voorstel voor een aanbeveling van de Raad bevat richtsnoeren om de lidstaten in staat te stellen omvangrijke en op wetenschappelijke feiten gebaseerde beleidsmaatregelen te ontwikkelen om schooluitval terug te dringen.

De situatie in Europa

Achter het EU-gemiddelde van 14,4% voortijdige schoolverlaters gaan grote verschillen tussen landen schuil:

  • In acht lidstaten bedraagt het aantal voortijdige schoolverlaters al 10% of minder: Oostenrijk, Tsjechië, Finland, Litouwen, Luxemburg, Polen, Slowakije en Slovenië.

  • In drie lidstaten bedraagt het percentage meer dan 30%: Malta, Portugal en Spanje.

  • In nagenoeg alle landen is het percentage voortijdige schoolverlaters sinds 2000 gedaald.

  • In sommige landen met een hoog percentage voortijdige schoolverlaters is het percentage aanzienlijk gedaald: Roemenië, Malta, Italië, Cyprus en Portugal.

  • Er is ook aanzienlijke vooruitgang geboekt in landen waar het percentage voortijdige schoolverlaters bij het begin van het decennium al laag was (bijvoorbeeld Litouwen, Luxemburg, Nederland en Polen).

Ondanks een aantal gemeenschappelijke kenmerken verschilt de toestand in de lidstaten ook wat betreft de meest getroffen groepen, het hoogste onderwijsniveau van voortijdige schoolverlaters en hun beroepsstatus (zie MEMO/11/52 voor nadere informatie).

Hoe kunnen we het probleem van schooluitval aanpakken?

Schooluitval is een complex probleem dat niet door onderwijsbeleidsmaatregelen alleen kan worden opgelost. Doeltreffende strategieën ter bestrijding van schooluitval moeten beleidsmaatregelen op verschillende gebieden (onderwijs, jeugdbeleid en sociale zaken) omvatten. Ze moeten op plaatselijke, regionale en nationale omstandigheden zijn toegesneden en preventie-, interventie- en compensatiemaatregelen omvatten.

  • Er moet zo snel mogelijk voor preventie van schooluitval worden gezorgd door kinderen tijdens het leerproces bij te staan en mogelijke oorzaken van schooluitval (bijvoorbeeld wanneer leerlingen worden gedwongen een schooljaar over te doen of kinderen met een andere moedertaal onvoldoende worden geholpen) aan te pakken.

  • Er moeten interventiemaatregelen worden genomen om problemen (bijvoorbeeld spijbelen en slechte schoolresultaten) snel en doeltreffend aan te pakken.

  • Compensatiemaatregelen moeten jongeren "een tweede kans" op onderricht geven (bijvoorbeeld door extra lessen op school te organiseren en jonge volwassenen de mogelijkheid te bieden opnieuw onderwijs of een opleiding te volgen).

Een betere samenwerking tussen de EU-lidstaten, de uitwisseling van goede praktijken en een gerichter gebruik van EU-middelen kunnen het probleem helpen oplossen.

De volgende stappen

De ministers van Onderwijs zullen de voorstellen van de Commissie op 2-4 mei in Brussel bespreken. De lidstaten zullen worden verzocht uiterlijk eind 2012 omvattende strategieën op basis van dit kader goed te keuren en via hun nationale hervormingsprogramma's uit te voeren.

Met het oog op innovatieve oplossingen voor het probleem zal de Commissie voor gerichte financiële bijstand zorgen via het programma Een leven lang leren en het kaderprogramma voor onderzoek. Verder zal de Commissie via het Europees Sociaal Fonds middelen beschikbaar stellen om nationale en regionale maatregelen ter bestrijding van schooluitval te financieren.

Nadere informatie:

MEMO/11/52 (met inbegrip van statistische gegevens per land)

Europese Commissie: Mededeling [COM(2011)18] "Voortijdig schoolverlaten aanpakken: een essentiële bijdrage aan de Europa 2020-agenda", 31 januari 2011

http://ec.europa.eu/education/school-education/doc/earlycom_nl.pdf

Voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake beleid ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten [COM(2011)19], 31 januari 2011

http://ec.europa.eu/education/school-education/doc/earlyrec_nl.pdf

Werkdocument "Voortijdig schoolverlaten bestrijden” [SEC(2011)96], 31 januari 2011

http://ec.europa.eu/education/school-education/doc/earlywp_nl.pdf

Europese Commissie: Early school leaving

Grafiek 1: Aandeel van de bevolking van 18-24 jaar met ten hoogste lager voortgezet onderwijs dat geen onderwijs of opleiding volgt (2009) en ontwikkeling 2000-2009 (% relatieve verandering)1

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

1 :

Eurostat (Labour Force Survey); MK= de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Studenten die meer dan een jaar in het buitenland wonen, en militaire dienstplichtigen vallen niet onder de Labour Force Survey van de EU. Daardoor kunnen de percentages hoger zijn dan de nationaal beschikbare percentages (vooral voor Cyprus).

De gegevens voor Slovenië en Kroatië zijn niet betrouwbaar wegens de kleine steekproef.

Bulgarije, Polen en Slovenië: de ontwikkeling heeft betrekking op de periode 2001-2009.

Tsjechië, Ierland, Letland, Slowakije en Kroatië: de ontwikkeling heeft betrekking op de periode 2002-2009.

In Finland worden de onderwijsprestaties gemeten bij het begin van het jaar, waardoor de indicator wordt overschat.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website