Navigation path

Left navigation

Additional tools

Antitrust: Europese Commissie legt producenten van diervoederfosfaten een boete van 175 647 000 EUR op voor prijsafspraken en marktverdeling in eerste "hybride" kartelzaak

European Commission - IP/10/985   20/07/2010

Other available languages: EN FR DE ES PT FI

IP/10/985

Brussel, 20 juli 2010

Antitrust: Europese Commissie legt producenten van diervoederfosfaten een boete van 175 647 000 EUR op voor prijsafspraken en marktverdeling in eerste "hybride" kartelzaak

De Europese Commissie heeft voor het eerst een schikking getroffen in een kartelzaak waarbij sprake was van een hybride scenario, dat wil zeggen dat er zowel schikkingsprocedures als gewone procedures werden gevolgd. Zij legde bepaalde producenten van diervoederfosfaten een boete van in totaal 175 647 000 EUR op voor hun deelname aan een kartel dat ruim drie decennia duurde en een groot deel van het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (EER) bestreek. Alle betrokken ondernemingen, op één na, troffen een schikking met de Commissie en ontvingen daarom een verlaging van hun boete met 10%. Diervoederfosfaten zijn chemische verbindingen die worden gebruikt in diervoeders (voor runderen, varkens, pluimvee, vis en huisdieren).

"Na de spanstaalzaak ben ik opnieuw verbaasd dat de grootste producenten van een belangrijk ingrediënt van diervoeders bijna 35 jaar lang een groot deel van de Europese markt voor diervoeders hebben gemanipuleerd", verklaarde Joaquín Almunia, vicevoorzitter van de Commissie voor Concurrentie, en hij voegde eraan toe: "ondernemingen die met de Commissie samenwerken, ook via de schikkingsprocedure, kunnen op immuniteit of een verlaging van hun boete rekenen, maar onze vastbeslotenheid om kartels aan het licht te brengen en de deelnemers te bestraffen mag niet worden betwijfeld".

Heden heeft de Commissie een boete van in totaal 175 647 000 EUR opgelegd in haar eerste "hybride" kartelzaak. Zij heeft daarbij twee besluiten vastgesteld: een gestroomlijnd schikkingsbesluit voor de ondernemingen die met schikking hebben ingestemd en hun deelname aan het kartel hebben toegegeven, en een standaardbesluit voor één onderneming die van schikking heeft afgezien en waarvoor de gewone procedure werd gevolgd.

De Commissie werd in 2004 voor het eerst over het kartel ingelicht door Kemira, een van de deelnemers die om clementie heeft verzocht. In het heden vastgestelde besluit wordt echter geconcludeerd dat het kartel reeds van begin maart 1969 tot februari 2004 heeft bestaan, hoewel niet alle producenten er gedurende de gehele periode bij betrokken waren. De leden namen deel aan een kartel waarbij markten werden verdeeld en prijzen werden afgesproken en dat het grootste deel van de EU en derhalve ook een groot deel van het grondgebied van de EER bestreek. Hiertoe wezen zij marktaandelen, verkoopquota's voor diervoederfosfaten en afnemers toe, en coördineerden zij zo nodig prijzen en verkoopvoorwaarden. Een dergelijke coördinatie is van nature een van de ernstigste schendingen van artikel 101 van het EU-Verdrag.

De kartelafspraken, ook bekend als de "Club", CEPA (Centre d’Etude des Phosphates Alimentaires) en later Super CEPA, bleken veerkrachtig en in staat zich in de loop der jaren aan uiteenlopende bedrijfs- en marktvoorwaarden aan te passen. Gedurende de gehele periode hadden de ondernemingen frequente contacten en kwamen zij regelmatig bijeen om de tenuitvoerlegging van het kartel te coördineren en te vergemakkelijken door middel van prijscontroles en marktverdelingsovereenkomsten op zowel Europees als nationaal niveau.

Met alle ondernemingen werd een schikkingsprocedure gestart op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008 van de Commissie van 30 juni 2008. Toen de Commissie de partijen in kennis had gesteld van de boetecategorieën besloot een van de ondernemingen, Timab Industries S.A./Compagnie Financière et de Participation Roullier, de schikkingsprocedure af te breken waardoor deze onderneming de enige partij werd bij een gewone procedure. Zoals in punt 32 van de mededeling van de Commissie inzake schikkingsprocedures van 2 juli 2008 is bepaald, wordt de boete voor alle adressaten van het schikkingsbesluit verlaagd met 10%.

De volgende tabel vermeldt de totale bedragen die elke groep moet betalen. Binnen elke groep kunnen er individuele ondernemingen zijn die aansprakelijk zijn voor een deel van het totaalbedrag. Het onderzoek inzake diervoeders is gericht op in totaal 13 ondernemingen:

Groepen

Verlaging overeenkomstig de clementieregeling

Verlaging overeenkomstig de schikkingsregeling

Eindbedrag van de boete (euro)

1.

Yara Phosphates Oy (FI)

Yara Suomi Oy (FI)

Kemira Oyj (FI)

100%

0

2.

Tessenderlo Chemie N.V. (B)

50%

10%

83 752 000

3.

Ercros S.A. and Ercros Industrial S.A. (ES)

10%

14 850 000

4.

Quimitécnica.com – Comércio e Indústria Química S.A (PT)

José de Mello SGPS S.A. (PT)

25%

10%

2 795 000* *

5.

FMC Foret S.A. (ES)

FMC Chemicals Netherlands B.V. (NL)

FMC Corporation (USA)

10%

14 400 000

6.

Timab Industries S.A. (FR)

Compagnie Financière et de Participation Roullier ('CFPR') (FR)

5%

59 850 000

*Quimitécnica.com – Comércio e Indústria is aansprakelijk voor een bedrag van

1 750 905€.

Bij de vaststelling van de boetebedragen heeft de Commissie rekening gehouden met de verkopen van de ondernemingen op de betrokken markt, de zeer ernstige aard van de inbreuk, de geografische reikwijdte van het kartel en de lange duur ervan.

Door de zeer lange duur van het kartel zouden de boetes voor enkele van de ondernemingen het wettelijk maximum van 10% van de omzet van 2009 overschrijden. Zij werden daarom verlaagd tot onder het wettelijk maximum.

De Commissie heeft tevens boeteverlaging toegekend voor samenwerking op grond van de clementieregeling 2002 (zie IP/02/247 en MEMO 02/23) aan Tessenderlo (50%), Quimitécnica/José de Mello (25%) en Timab Industries S.A./CFPR (5%).

Twee van de ondernemingen hebben een beroep gedaan op hun "onvermogen om te betalen" ingevolge punt 35 van de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten van 2006. Deze verzoeken zijn grondig onderzocht op basis van jaarrekeningen voor recente jaren, prognoses voor het lopende jaar en voor komende jaren, ratio's om de financiële draagkracht te berekenen, winstgevendheid, solvabiliteit, liquiditeit en betrekkingen met externe financiële partners en met aandeelhouders. Ook heeft de Commissie de sociale en economische situatie van elke verzoeker onderzocht en beoordeeld of de activa waarschijnlijk aanzienlijk in waarde zouden dalen indien de onderneming als gevolg van de boete geliquideerd zou moeten worden. Op grond van deze beoordeling aanvaardde de Commissie een van de verzoeken en kende zij de betrokken onderneming een verlaging van [X%] van de boete toe.

Achtergrond

Het onderzoek van de Commissie ging in februari 2004 van start met onaangekondigde bezoeken. In november 2009 werd een pakket van zes mededelingen van punten van bezwaar aan de betrokken ondernemingen toegezonden.

De schikkingsprocedure is gebaseerd op de artikelen 7 en 23 van Verordening nr. 1/2003 (de verordening waarmee de kartelwetgeving wordt gemoderniseerd). Deze procedure verschilt van toezeggingsbesluiten, die gebaseerd zijn op artikel 9 van dezelfde verordening, en die bedoeld zijn om mededingingsverstorend gedrag te beëindigen door de toezeggingen die door de betrokken ondernemingen zijn gedaan een verbindend karakter te verlenen.

Ondernemingen die als eerste de Commissie attent maken op het bestaan van een kartel ontvangen immuniteit tegen geldboeten op grond van de clementieregeling 2002 van de Commissie. Ondernemingen die met het onderzoek meewerken kunnen aanzienlijke verlagingen krijgen.

De vaststelling van geldboeten is gebaseerd op de richtsnoeren inzake geldboeten van de Commissie, die laatstelijk in 2006 zijn bijgewerkt.

Eis tot schadevergoeding

Een persoon of onderneming die door mededingingsverstorend gedrag zoals in deze zaak beschreven wordt benadeeld, kan de zaak bij de rechtbanken van de lidstaten aanhangig maken en schadevergoeding trachten te verkrijgen. Zowel de rechtspraak van het Hof als Verordening nr. 1/2003 van de Raad bevestigen dat in zaken die bij de nationale rechter aanhangig zijn gemaakt, een besluit van de Commissie bindend bewijs vormt dat het gedrag heeft plaatsgevonden en onwettig was. Hoewel de Commissie de betrokken ondernemingen reeds een boete heeft opgelegd, kan schadevergoeding worden toegekend zonder dat deze behoeft te worden verlaagd omdat er reeds een boete is opgelegd. Er is een witboek verschenen over schadevergoeding in kartelzaken (zie IP/08/515 en MEMO/08/216). Meer informatie, waaronder een publieksamenvatting van het witboek, is beschikbaar op:

http://ec.europa.eu/comm/competition/antitrust/actionsdamages/documents.html


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website