Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Ggo's: Lidstaten krijgen volledige verantwoordelijkheid voor teelt op hun grondgebied

Commission Européenne - IP/10/921   13/07/2010

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/10/921

Brussel, 13 juli 2010

Ggo's: Lidstaten krijgen volledige verantwoordelijkheid voor teelt op hun grondgebied

Vandaag heeft de Commissie voorgesteld om de lidstaten vrij te laten om de teelt van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) op hun gehele grondgebied of een deel daarvan toe te staan, te beperken of te verbieden. Het goedgekeurde pakket, dat het op wetenschappelijk bewijs gebaseerde vergunningensysteem van de EU voor ggo's ongewijzigd laat, bestaat uit een mededeling, een nieuwe aanbeveling inzake de coëxistentie van gg-gewassen met conventionele en/of biologische gewassen en een ontwerpverordening die een wijziging in de ggo-wetgeving voorstelt. De nieuwe aanbeveling inzake coëxistentie kent de lidstaten meer flexibiliteit toe door rekening te houden met hun lokale, regionale en nationale omstandigheden bij de vaststelling van coëxistentiemaatregelen. De voorgestelde verordening wijzigt Richtlijn 2001/18/EG om de lidstaten in staat te stellen de teelt van ggo's op hun grondgebied te beperken of te verbieden.

Commissaris voor Gezondheid en consumentenbeleid John Dalli zei in dit verband: "In maart jl. heeft de Commissie beloofd om vóór het einde van de zomer een omvattend voorstel over ons toekomstig beleid ten aanzien van de gg-teelt in te dienen. Vandaag komen wij die belofte na. De vandaag goedgekeurde concrete maatregelen zullen de lidstaten in staat stellen vrij te beslissen over de teelt van ggo's. Uit de tot nu toe opgedane ervaring met ggo's blijkt dat de lidstaten meer flexibiliteit nodig hebben om de coëxistentie van gg- en andere soorten gewassen, zoals conventionele en biologische gewassen, te organiseren." De commissaris voegde eraan toe: "Het toekennen van echte vrijheid om andere redenen dan die welke zijn gebaseerd op een wetenschappelijke beoordeling van de gezondheids- en milieurisico's maakt ook een wijziging van de huidige wetgeving nodig. Ik wil onderstrepen dat het voor de gehele EU geldende vergunningensysteem, gebaseerd op deugdelijk wetenschappelijk bewijs, volledig gehandhaafd blijft". Hij concludeerde: "Dit betekent dat een zeer grondige veiligheidsbeoordeling en een versterkt monitoringsysteem prioriteiten zijn bij de teelt van ggo's en daarom zeer ter harte worden genomen. De Commissie verbindt zich ertoe om vóór het einde van het jaar een follow-up van de ondernomen acties uit te voeren."

Vanaf vandaag geldt een meer flexibele aanpak van de teelt:

Het reeds bestaande stringente vergunningensysteem, dat is gebaseerd op wetenschappelijk bewijs, veiligheid en keuze van de consument, blijft hetzelfde.

Met de nieuwe vrijheid die aan de lidstaten wordt verleend om zelf besluiten te nemen over de teelt van ggo's wordt naar de burgers een sterk signaal gestuurd dat Europa rekening houdt met hun zorgen over ggo's, die van land tot land kunnen verschillen. De nieuwe aanpak beoogt de totstandbrenging van het juiste evenwicht tussen het behoud van een EU-vergunningensysteem en de vrijheid voor de lidstaten om zelf besluiten te nemen over de teelt van ggo's op hun grondgebied. Het voorstel sluit aan bij de in september 2009 gepresenteerde politieke richtsnoeren van voorzitter Barroso. Het toevoegen van deze vrijheid aan het wetgevende kader voor ggo's moet ervoor zorgen dat het vergunningensysteem voor ggo's goed functioneert. Als eerste stap in het kader van de bestaande wetgeving vervangt de vandaag goedgekeurde nieuwe aanbeveling inzake richtsnoeren voor de ontwikkeling van nationale coëxistentiemaatregelen de vorige aanbeveling van 2003.

De vorige aanbeveling legde een direct verband tussen de vaststelling van coëxistentiemaatregelen en de inachtneming van de drempel van 0,9% voor de etikettering als gg-levensmiddelen, gg-diervoeders of voor directe verwerking bestemde gg-producten. De lidstaten werd aangeraden de coëxistentiemaatregelen (bv. de afstand tussen gg- en niet-gg-velden) te beperken om te voldoen aan de eis dat de gg-aanwezigheid in andere gewassen niet meer dan 0,9% mag bedragen.

Uit de ervaring van de laatste jaren blijkt dat de potentiële inkomstenderving voor niet-gg-producenten, zoals biologische en soms conventionele producenten, niet beperkt is tot de gevallen waarbij de etiketteringsdrempel wordt overschreden. In sommige gevallen kan de aanwezigheid van ggo's in bepaalde voedselproducten schade berokkenen aan exploitanten die deze producten in de handel willen brengen als producten die geen ggo's bevatten.

De niet-bindende richtsnoeren in de nieuwe aanbeveling inzake coëxistentie weerspiegelen beter de in de bestaande wetgeving (artikel 26 bis van Richtlijn 2001/18/EG) aan de lidstaten geboden mogelijkheid om maatregelen te nemen om de onbedoelde aanwezigheid van ggo's in conventionele en biologische gewassen te vermijden. Dit maakt ook het nemen van maatregelen mogelijk om het ggo-gehalte in conventionele levensmiddelen en diervoeders te beperken tot niveaus onder de etiketteringsdrempel van 0,9%. De aanbeveling verduidelijkt ook dat de lidstaten "ggo-vrije" gebieden kunnen instellen en deze nieuwe aanbeveling verstrekt beter advies aan de lidstaten voor de ontwikkeling van een nieuwe aanpak van de coëxistentie. Het Europees Coëxistentiebureau zal tezamen met de lidstaten beste praktijken voor coëxistentie en technische richtsnoeren voor daarmee verband houdende kwesties blijven ontwikkelen.

Rechtszekerheid voor de toekomst:

Het voorstel tot herziening van Richtlijn 2001/18/EG beoogt rechtszekerheid te bieden aan de lidstaten, wanneer zij besluiten over de teelt van ggo's nemen om andere redenen dan die welke zijn gebaseerd op een wetenschappelijke beoordeling van de gezondheids- en milieurisico's. Daartoe stelt de Commissie voor een nieuw arikel (26 ter) op te nemen, dat van toepassing zou zijn op alle ggo's die voor de teelt in de EU zijn toegelaten uit hoofde van Richtlijn 2001/18/EG respectievelijk Verordening (EG) nr. 1829/2003. De lidstaten zullen in staat zijn de teelt van ggo's op hun gehele grondgebied of een deel daarvan te beperken of te verbieden zonder een beroep hoeven te doen op de vrijwaringsclausule. Hun besluiten hoeven niet door de Commissie te worden goedgekeurd maar de lidstaten zullen de andere lidstaten en de Commissie één maand vóór de goedkeuring van hun maatregelen daarover informeren. De lidstaten moeten ook de algemene beginselen van de Verdragen en de eengemaakte markt naleven en de internationale verplichtingen van de EU nakomen.

Tegelijkertijd zal het vergunningensysteem van de EU, dat op een wetenschappelijke beoordeling van de gezondheids- en milieurisico's is gebaseerd, gehandhaafd worden en verder worden verbeterd, waardoor wordt gezorgd voor de bescherming van de consumenten en de werking van de interne markt voor gg- en niet-gg-zaad alsook voor gg-levensmiddelen en -diervoeders.

Het wetsvoorstel zal via de medebeslissingsprocedure door het Europees Parlement en de Raad worden aangenomen.

Nadere informatie is te vinden op:

MEMO/10/325

http://ec.europa.eu/food/food/biotechnology/index_en.htm


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site